Levenslang voor Bouterse

Er is genoeg bewijs om Bouterse te veroordelen. Maar welke straf moet hij krijgen voor zijn rol bij de Decembermoorden?...

Vijfentwintig jaar na de Decembermoorden in Suriname staat oud-bevelhebber Desi Bouterse hiervoor vanaf 30 november terecht. Op 8 en 9 december 1982 kwamen in Fort Zeelandia vijftien tegenstanders van het toenmalige militaire regime om het leven. We moeten niet alleen stilstaan bij de vraag of Bouterse veroordeeld zal worden (er is genoeg bewijs van ooggetuigen, onder wie ooggetuigen uit het executiepeloton en het militaire apparaat, die een bewezenverklaring van moord rechtvaardigt); even interessant is de vraag welke strafmaat toepassing verdient.

Moord wordt in het Surinaamse Wetboek van Strafrecht bedreigd met de doodstraf, levenslange gevangenisstraf of tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste twintig jaren. Bij meervoudige moord, zoals die in deze zaak ten laste is gelegd, bedraagt vanwege de ‘meerdaadse samenloop-bepaling’ de maximum op te leggen tijdelijke gevangenisstraf ruim 26,5 jaar.

Wat de doodstraf betreft, lijkt Bouterse het slachtoffer te kunnen worden van zijn eigen weigering die af te schaffen.

De doodstraf in Suriname werd door de koloniale wetgever in 1910 gemotiveerd met het argument dat het beslist noodzakelijk was die straf tegen een onbeschaafde bevolking in te voeren. Nog vóór de militaire coup van Bouterse in 1980 diende minister van Justitie Eddy Hoost een wetsontwerp in tot afschaffing van de doodstraf. Dat bleef een tijdje in de la liggen. Totdat het militair gezag van Bouterse zich erover uitsprak. Het militair gezag was tegen de afschaffing van de doodstraf. Het argument luidde dat de rechtsontwikkeling van het Surinaamse volk niet van dien aard was dat de doodstraf kon worden afgeschaft (zie hierover vicepremier André Haakmat in De Waarheid, 27 juni 1983).

De ironie van het lot wil verder dat Eddy Hoost, die zo klemmend pleitte voor afschaffing van de doodstraf, zelf één van de vijftien geëxecuteerde slachtoffers in december 1982 was. Opmerking verdient nog dat het militair gezag destijds zelf zó ver wilde gaan door per decreet de Surinaamse rechter te verplichten de doodstraf op te leggen en die straf met terugwerkende kracht tot delicten als verkrachting en overvallen uit te breiden. Dankzij massaal verzet van het departement van Justitie is dit gelukkig niet doorgegaan. Haakmat geeft hierover een andere lezing. Toen deze kwestie geen hot issue meer was, was het volgens hem beter het zo te laten. Wat hiervan ook zij, de voorkeur van Bouterse voor deze straf was nochtans opnieuw tot uitdrukking gebracht.

Passen we deze juridische inzichten van het militair gezag op Bouterse zelf toe, dan kan hij aan zijn eigen beslissing hierover (letterlijk en figuurlijk) worden opgehangen. Op z’n Surinaams gezegd: ba soekoe, ba vinni, ba tjarie (wie een kuil graaft, et cetera).

Met velen meen ik echter dat vooral de menselijke waardigheid zich tegen de doodstraf verzet. Daarmee komt een levenslange gevangenisstraf in beeld. We moeten onder ogen zien dat deze wereldwijd pleegt te worden opgelegd aan moordenaars die veelvoudige moorden op hun geweten hebben. Dit geldt zowel voor burgers als dictators of politieke leiders. Kregen Nicolae Ceausescu en Saddam Hoessein de doodstraf, de Argentijnse marineofficier Adolfo Scilingo kreeg in juli 1.084 jaar gevangenisstraf. Het Rwanda-Tribunaal deelde levenslange gevangenisstraffen uit aan Hutu-leiders die talloze Tutsi’s vermoordden. Daarbij vielen meer slachtoffers dan in Suriname, maar voor de strafmaat van levenslang maakt het aantal slachtoffers bij het bereiken van een bepaalde grens niet meer uit.

Het is naar strafrechtelijke maatstaven immers niet mogelijk op begrijpelijke wijze het menselijk leed van de slachtoffers, de nabestaanden en de omgeving in termen van gevangenisjaren te differentiëren al naar gelang het aantal vermoorde mensenlevens. Of zoals hoogleraar strafrecht Marc Groenhuijsen onlangs schreef, er is boven een bepaald aantal geen maat voor het kwaad. Terecht wees hij er op dat als er vele slachtoffers vallen door optreden van één politiek verantwoordelijk individu, het voor de hand ligt een ander beoordelingskader aan te houden dan in gevallen van commune criminaliteit.

Van gewone commune criminaliteit is hier evident geen sprake. Juist het militaristische aspect, het misbruiken van een militair apparaat tegen weerloze burgers en hen een eerlijke procesgang onthouden, valt als strafverzwarende omstandigheid te beschouwen. Dit misbruik staat bekend als de meest fundamentele perversie die zich binnen een rechtsorde laat denken. Want binnen die rechtsorde stond aan de vijftien geëxecuteerden geen verweer. Dat was de situatie die Bouterse heeft bewerkstelligd, zoals hij ook in zijn AT5-interview in 1998 heeft toegegeven.

Bij het bepalen van de strafmaat neemt iedere rechter ook de rolverdeling en de organiserende rol van de betrokkene in aanmerking. Als bevelhebber heeft Bouterse tot dusverre op geen enkel moment het foutieve van zijn daden erkend en geen enkel inzicht in het verwijtbare karakter daarvan getoond. Deze proceshouding pleegt door de rechter bij de strafmaat in het nadeel van de verdachte te worden uitgelegd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden