Levenslang leren

Vroeger wist hij niet wat een muis was, nu speelt hij met zijn Blackberry. ‘De waarheid is dat ik nog steeds lang en hard werk.’ Door Gijs Herderscheê..

Een statig herenhuis in Amsterdam-Zuid. Een paar bolides uit het duurdere segment in het betegelde voortuintje. En een herenfiets tegen de gevel.

Hier houdt Wim Kok kantoor. En die fiets, dat is zijn fiets.

‘Ik woon in Slotervaart en als ik ergens in Amsterdam moet zijn, ga ik op de fiets. Soms neem ik de tram. Als ik buiten Amsterdam moet zijn, moet ik mijn vrouw tijdig vragen of er een deal te sluiten is over de auto. Want het is haar auto. Als dat niet lukt, neem ik de trein. Bedrijven laten me soms halen en brengen me weer terug.’

Natuurlijk wordt Wim Kok op straat, in de tram en in de trein herkend. Maar dat leidt niet tot onaangenaamheden. ‘Nou zoek ik de risico’s niet op. Maar er zijn vaak mensen die me aanspreken. Meestal, in 99 procent van de gevallen, is dat heel vriendelijk. Een praatje: hoe gaat het met je? Ik ervaar dat als buitengewoon sympathiek allemaal.’

Wim Kok (69) zit er op het oog uitgerust en zelfverzekerd bij, in zijn lange, hoge kamer op de zolderverdieping van het herenhuis. Dat is een tijdlang wel anders geweest. In de periode na zijn vertrek uit de politiek, vlak na de ‘Fortuyn-revolte’ en de moord op Pim Fortuyn, zag hij er nog moe en aangeslagen uit.

Sinds 2002 leeft hij in de luwte en mijdt hij de publiciteit. ‘Dat is mijn keuze. Ik zeg niet dat het voor het leven is. Maar ik heb mijn handen meer dan vol aan andere zaken. Dat is één.

‘Twee: ik heb, zeker na het einde van Paars II en die emotioneel beladen periode, besloten dat het beter was consequent een streep te trekken: ik figureer tot mijn aftreden, en daarna is het klaar.

‘Het kan best zijn dat er behoefte is aan mijn uitspraken; ikzelf heb daar minder behoefte aan. Ik vind het niet op mijn weg liggen publieke uitspraken te doen over de richting die bijvoorbeeld mijn politieke partij uit zou moeten. Mijn enige politieke verantwoordelijkheid bestaat uit wat ik in het verleden heb gedaan.’

U bent nog steeds actief. Zo hebt U commissariaten bij Shell, ING, KLM, TNT en Stork. Dat wordt soms niet begrepen. U hebt daar een stevig inkomen aan, en dan wordt er geroepen: hij is aan het graaien.

‘Ach, alles is op dat punt legaal en openbaar en mensen kunnen rekenen. Ik heb er geen behoefte aan om, als mensen zeggen: die loopt te graaien, om dan te zeggen dat dat niet zo is. Als mensen dat zo simpel willen zien, doen ze dat maar. De werkelijkheid is dat ik nog steeds lang en hard werk en dat de verantwoordelijkheid zwaar weegt. Binnen die bedrijven heb ik veel contacten. Met ondernemingsraden en allerlei belangengroepen. Dat is mijn taakopvatting.’

Dertig jaar lang, van 1973 tot 2003, stond Wim Kok in het centrum van de publieke belangstelling. Eerst als voorzitter van de grootste vakcentrales, NVV en FNV; daarna als PvdA-leider, minister van Financiën en minister-president. In die dertig jaar publiek leven stond werkgelegenheid in Nederland voor Kok centraal. Niet voor niets kreeg zijn eerste kabinet in 1994 het motto ‘werk, werk en nog eens werk’.

Eigenlijk was 1982 een scharnierpunt in Koks carrière. Het was het dieptepunt van de economische crisis en het jaar waarin de katholieke vakbeweging NKV en het sociaal-democratische NVV fuseerden tot FNV. De vakbeweging kwam massaal in opstand tegen voorgenomen ingrepen in de Ziektewet van het kabinet. Het CDA/PvdA/D66-kabinet viel, en ging even verder als ‘rompkabinet’ van CDA en D66. Na de verkiezingen in het najaar trad het eerste kabinet-Lubbers aan met ‘no nonsense’ als motto. Na jaren van polarisatie stonden politieke partijen, vakbonden en werkgevers lijnrecht tegenover elkaar.

Kok: ‘Als je het niet bewust hebt meegemaakt, is het moeilijk voor te stellen. Maar bij wie het bewust meemaakte, en zeker bij degenen die het direct raakte, staat die periode in het hart, in de ziel gegrift. De werkloosheid steeg met 150 duizend mensen per jaar. Bijna dagelijks sloten fabrieken. Jongeren kwamen niet aan de slag; bijna 20 procent was werkloos. Vrijwel alle gezinnen werden getroffen: door werkloosheid van de kostwinner, of door gebrek aan uitzicht op werk voor de kinderen. Er moest iets gebeuren om de spiraal te doorbreken.’

Op 19 november 1982 doorbraken Wim Kok (als FNV-voorzitter) en Chris van Veen, voorzitter van werkgeversvereniging VNO, de patstelling tussen hun organisaties. Zij sloten een akkoord dat bedrijven weer winstgevend moest maken en dat werkgelegenheid moest opleveren.

‘Dat akkoord, dat later het Akkoord van Wassenaar ging heten, werd niet met bloemen binnengehaald. Integendeel. De overheid had met wetgeving de lonen een paar keer bevroren. Daarmee werden bonden en werkgevers buitenspel gezet, ondanks acties en stakingen van de FNV. Dat veroorzaakte enorme frustraties.

‘Tegelijk kampten de bonden met een ledenverlies van jewelste. Met het kabinet-Lubbers in aantocht dreigde opnieuw ingrijpen in de lonen. Waar het Van Veen en mij om ging, was dat werkgevers en bonden hun verantwoordelijkheid namen.’

Het Akkoord van Wassenaar was het begin van vertrouwensherstel, na jaren verkettering tussen bonden en werkgevers en van polarisatie tussen links en rechts in de politiek. Kok: ‘De tegenstelling tussen bonden en werkgevers was vooral scherp in de eerste helft van de jaren zeventig. Toen de recessie in de tweede helft van de jaren zeventig voelbaar werd, de werkloosheid en vooral de jeugdwerkloosheid steeg, nam de polarisatie af. Werk werd steeds belangrijker naarmate er minder van was.

‘Het Akkoord van Wassenaar heeft later in binnen- en buitenland heel veel bekendheid gekregen en wordt dan min of meer verbonden aan het Nederlandse poldermodel zoals we dat de laatste 25 jaar gekend hebben. Maar als je naar de feiten kijkt heeft het maar heel geleidelijk invloed gekregen op, nou ja, op een herstelproces.’

U stapte in 1986 over naar de politiek en was ongekend populair. Was dat een luxe?

‘Ik kwam in 1986 als nummer twee achter Joop den Uyl, als lijstduwer voor de PvdA in de Tweede Kamer. Met 570 duizend voorkeurstemmen. Ha, net iets minder dan mevrouw Verdonk nu; toen was dat ongekend.’

‘Het vertrouwen in mij was, denk ik, gebaseerd op mijn functioneren bij de FNV. Maar de vakbeweging is geen politieke partij. Een bond kan over van alles een mening hebben, het bereik en de doelstellingen zijn uiteindelijk beperkter. Als je in de politiek zit, ook in de oppositie, moet je soms keuzes maken die niet op korte termijn worden begrepen, ook niet door mensen die hun vertrouwen juist in mij hadden gesteld. Dan kom ik weer bij de marathonloper. Je moet soms keuzes maken die op lange termijn nodig zijn, en op korte termijn minder aangenaam.’

De langeafstandsloper kent ook de ‘spreekwoordelijke eenzaamheid’, zegt Kok, de stoel weggedraaid van de tafel, wegstarend over de afwateringssloot waaraan zijn kantoor is gelegen. ‘Er zijn momenten en onderwerpen waarmee je zo op jezelf bent teruggeworpen, waarin je gedwongen bent je een soort eenzaamheid aan te meten. Dan kun je beter voor jezelf een lijn uitdenken – zeker als je het toch zelf moet doen.’

Fungeert uw vrouw of een ander dan niet als ultieme vertrouwenspersoon?

‘Dat kan niet bij alle onderwerpen. Als het bijvoorbeeld gaat om de Zorreguieta-zaak * Daar kun je anderen ook niet te veel me belasten.’

Kok verwijst naar de onrust rondom het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander met Máxima. Haar vader was na de staatsgreep van 1976 lid geweest van het militaire regime in Argentinië. Het huwelijk en de rol van Willem-Alexander als kroonprins stonden op het spel. Máxima’s vader was uiteindelijk niet op het huwelijk aanwezig.

Uit de tijd van het Akkoord van Wassenaar dateren ook de vut – de vrijwillige vervroegde uittreding – en de adv, de arbeidsduurverkorting. Het waren concrete maatregelen die na het akkoord een vlucht namen om meer mensen, vooral jongeren, aan het werk te krijgen. De vut werd rond 1980 bedacht. Werknemers, die vaak op hun 15de waren begonnen, konden rond hun 58ste met vut. Oud maakt plaats voor jong, was de gedachte.

In de jaren tachtig werd de arbeidsduur verkort van gemiddeld 40 uur per week naar 38, en later soms 36 uur. In de vrijkomende uren konden jongeren worden aangenomen, was de gedachte. Maar ook de WAO, de arbeidsongeschiktheidsuitkering, werd creatief gebruikt door daarmee tijdens bedrijfsreorganisaties ouderen een mooie vertrekregeling te geven.

‘Die maatregelen waren niet in de eerste plaats ingegeven door de idee dat mensen minder moeten werken of het wat kalmer aan moeten doen. Ze waren vooral ingegeven door de noodzaak ruimte te maken voor deeltijdwerk, stageplaatsen, werkervaring en om jonge mensen aan werk te helpen.

‘Arbeidsduurverkorting en vut waren oplossingen voor de problemen van die tijd, maar het blijken nu bottlenecks te zijn. Te kort werken, zeker in de vorm van vervroegd pensioen of vervroegd uitstappen, staat nu haaks op vergroting van draagvlak in de economie.’

Hebt u er spijt van dat u tijdens uw kabinetten niet iets hebt gedaan aan de WAO, de vut of het prepensioen?

‘Ach, spijt... Er zijn zo veel dingen in je leven, tenminste: als ik terugkijk op de bijna zeventig jaar dat ik nu op de wereld ben. Er zijn een boel dingen die eigenlijk anders of eerder hadden moeten gebeuren.

‘De WAO had in 1991 al een omvang dat het zo echt niet verder kon, om financiële en sociale redenen. Door premies werden de arbeidskosten te hoog. En tegelijk kon je niet aannemelijk maken dat al die mensen niets meer konden. De aanpassingen die in 1991 werden aangekondigd, kostten al veel pijn en onrust, maar zijn wel de voedingsbodem geweest voor de latere aanpassingen. Maar ook dat is een lang proces.’

Wim Kok kijkt verbouwereerd. Eventjes maar. Dan herpakt hij zich. Hoe hij tegen jongeren aankijkt, is de vraag. Jongeren die zijn opgegroeid met continue versoberingen van de sociale zekerheid. Jongeren die nu mogen meebetalen aan vut en prepensioen, maar zich afvragen of de AOW er nog is als zij straks 65 jaar worden. Ze horen vooral dat ze langer moeten werken. Wat is het perspectief voor jongeren, behalve versoberen?

‘Werk, en de mogelijkheid je te ontplooien in zinvol en plezierig werk: dat is perspectief. En dat is er door de vergrijzing volop. Het klinkt misschien raar uit mijn mond, maar je biedt mensen onvoldoende perspectief door ze alleen maar zo vroeg mogelijk met pensioen te laten gaan.

‘De uitdaging is nu om mensen meer bevrediging in hun werk te geven. Meer verantwoordelijkheid ook, en dat heeft te maken met kwaliteiten, met mentaliteit. Er wordt nog steeds te weinig gedaan aan loopbaanbegeleiding, loopbaanperspectief. Wel voor degenen die eruit gepikt worden omdat ze in aanmerking lijken te komen voor belangrijke posities; de meeste andere mensen worden toch vaak een beetje vergeten.

‘Het gaat om levenslang leren. Daar praten we al heel lang over, maar er wordt nog steeds veel te weinig aan gedaan. Het gaat erom dat mensen makkelijk van functie en ook van baan kunnen veranderen. Dat is de uitdaging. Ik begrijp wel dat dat moeilijk in een krantenkop is te vangen, maar het is wezenlijk iets anders dan: ‘Ik moet nog zo lang en dan kan ik met vut of pensioen.’ We moeten perspectief bieden door de inhoud van het werk aantrekkelijk te maken en mensen beter tot hun recht te laten komen. Dat is de ware emancipatie van de werknemer.’

Ik zie dat u een Blackberry hebt.

‘Jazeker. Geweldig. Die ontwikkelingen zijn heel snel gegaan. Ik was begin jaren negentig met Rita, mijn vrouw, in Spanje, en moest contact hebben met Financiën. Ik had van de consul een soort veldtelefoon meegekregen. Zeven kilo, maar in die tijd top. Ik moest er wel de heuvel mee opsjouwen om contact te krijgen. Kom daar nu nog eens om. En zeker als ik terugkijk naar de tijd dat ik met werken begon, in 1961, is het een wereld van verschil.

‘Nog maar tien jaar geleden zat ik in een televisieprogramma van Astrid Joosten. Toen bleek voor heel Nederland dat ik geen idee had hoe je de muis van een computer moest gebruiken. Ik had zoiets toen nog nooit in handen gehad; ik had een secretaresse die alles voor me deed. Ik had het vrij druk als minister-president en wist natuurlijk wel dat er computers waren, maar hoe daarmee gewerkt werd, geen idee. Ik heb een enorme inhaalslag gemaakt de laatste vijf jaar, hoewel ik echt een blinde vlek heb voor alles wat met handigheid gepaard gaat.

‘Computer, Blackberry – als je een mobiel bestaan hebt zoals ik nu, is het is een ideale manier om te communiceren. Mijn vrouw zegt wel eens: doe dat ding weg, zit je weer te spelen, daar heeft ze ook wel beetje gelijk in. Het is ook nieuwsgierigheid. Altijd het gevoel, en dat is geloof ik in de rest van de samenleving nog sterker dan bij mij, dat er ergens iets gebeurt. Het is net kluitjesvoetbal, en ik onttrek me daar niet aan, moet ik bekennen. Althans in dat opzicht.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden