Levenslang leren, dat ligt ons niet zo

Al dertig jaar lang tracht de overheid de burger warm te maken voor een leven lang leren. Ook het kabinet-Rutte II hamert op de noodzaak daarvan. Maar de animo blijft achter.

Bijeenkomst OU-studenten in Utrecht.Beeld Marcel van den Bergh

'Wij hebben geen academiegebouw', zegt Sander van den Eijnden, collegevoorzitter van de Open Universiteit (OU) bescheiden. 'Wij hebben ook geen collegezalen, laboratoria, universiteitsbibliotheek, mensa of sportvelden.' Maar de Open Universiteit in Heerlen die vandaag zijn dertig jarig bestaan viert beschikt wel over een ander gebouw dat, aldus Van den Eijnden, 'ons korte maar bewogen leven representeert'.

En dat is de immense verzendhal van waaruit de studenten werden voorzien van readers en studieboeken. 'Een IKEA-achtige constructie, drie verdiepingen hoog, met vorkheftrucks die reden door zeven straten voor zeven leerstofgebieden, ruimte voor 500 duizend cursussen, samen meer dan twee miljoen studiepunten.'

Hij spreekt in de voltooid verleden tijd, want de volle capaciteit van de hal is nooit benut. Het aantal ingeschreven studenten is vanaf het begin achtergebleven bij de verwachtingen die dan ook hooggespannen waren. In 1991 waren het er nog ruim 40 duizend, tien jaar later 25 duizend en nu ongeveer 17 duizend. Die studenten worden in toenemende mate digitaal bediend. De verzendhal heeft haar oorspronkelijke functie dus goeddeels verloren.

Studeren in de avonduren

De aartsvaders van de Open Universiteit geestverwanten van de vroegere minister van Onderwijs Jos van Kemenade zagen het in 1984 helemaal voor zich: buren zouden samen in de avonduren gaan studeren, de wijkagent zou meester in de rechten worden. 'Tweedekansonderwijs', heette de core business van de OU.

Niet alleen bleef de animo voor het aanbod van de OU achter bij de verwachtingen om maar te zwijgen over de animo voor een complete studie ook had de reële OU-student een andere achtergrond dan de student van de blauwdruk: hij was in de regel geen lager opgeleide die zijn potentieel alsnog wilde benutten, maar een academicus of hbo'er die zijn positie op de arbeidsmarkt wilde verstevigen.

Aan de kwaliteit van het lesmateriaal lag het allemaal niet. Die was, na een paar aanloopproblemen in de pioniersjaren, uitstekend. Zodanig dat de OU zich ontwikkelde tot de maat der dingen in het 'afstandsonderwijs'.

Aan de tevredenheid van de studenten lag het evenmin. Bijtevredenheidsonderzoeken onder onderwijsconsumenten scoort de OU in de regel goed tot zeer goed. De manco's van de OU als onderzoeksinstelling lijken ook verholpen. Momenteel verschijnen jaarlijks ruim 500 wetenschappelijke publicaties, tegen slechts 126 in 2001.

En toch blijft de OU, als kleinduimpje onder de universiteiten, steken bij 17 duizend studenten. En dat ondanks het gehamer van het kabinet op de noodzaak van een leven lang leren.

Leiden

Tot 2020 neemt de vraag naar hoger opgeleiden naar schatting met 30 procent toe. Om hieraan het hoofd te kunnen bieden, zouden twee universiteiten ter grootte van die van Leiden gesticht moeten worden, of moet de deelname aan het deeltijdonderwijs drastisch toenemen.

Maar de animo voor deeltijdonderwijs is laag, ook buiten de Open Universiteit. Een van de redenen is dat hogescholen en in veel sterkere mate universiteiten deeltijdonderwijs er zo'n beetje bij doen.

Daarbij zijn ze door de wetgever ook nog eens sterk aan banden gelegd. Anders dan de meeste zusterinstellingen elders in de wereld mogen universiteiten geen losse cursussen aanbieden, uitsluitend volledige opleidingen. Bovendien moet dat onderwijs in een door de wetgever vastgelegde vorm worden aangeboden. Dus met een bepaald aantal contacturen en in de vestigingsplaats van de aanbieder.

'Ons onderwijs vertoont nog veel trekken van een industriële aanpak', stond in het WRR-rapport Naar een lerende economie. 'Het lijkt nog sterk op een leerfabriek in plaats van een inspirerende leeromgeving, is sterk locatiegebonden, met vaste tijden en met vaste jaarschema's.'

Het is noch voor de hogescholen en universiteiten, noch voor de aspirant-studenten een aantrekkelijke studievorm. Te rigide. Te star. En duur. Per studiepunt betaalt de deeltijdstudent 1,15 maal zo veel collegegeld als de voltijder. En de deeltijdstudent komt niet in aanmerking voor de financiële basisvoorzieningen die voor de fulltime-student zijn getroffen, zoals gunstige studieleningen.

Studievouchers

Plannen ter verbetering zoals studievouchers voor elke werkende Nederlander om deeltijdonderwijs te kopen worden vaak alweer getorpedeerd voordat ze de tekentafel hebben verlaten. De principiële kritiek op de studievouchers: zo zou met publiek geld ook cursussen kunnen worden ingekocht bij ondernemingen als de LOI.

'Levenslang leren is in Nederland een tamelijk treurige aangelegenheid', concludeert OU-voorzitter Van den Eijnden dan ook. 'Als er een debat over wordt gevoerd, gaat het over iets dat niet gelukt is of niet zal gaan lukken.'

Hij zou graag zien dat de reguliere universiteiten en de OU meer ruimte krijgen om deeltijdonderwijs naar eigen inzicht in te richten. 'Wij willen net als de andere universiteiten met een jaarsysteem, een vast tempo en voorgeschreven contactmomenten kunnen werken. De andere universiteiten zouden ook losse cursussen moeten kunnen aanbieden.'

Of het bestaansrecht van zijn Open Universiteit daarmee op den duur niet in het geding komt, is volgens Van den Eijnden van ondergeschikt belang. 'Ik denk dat we een voorsprong hebben. Maar de OU is geen doel op zichzelf.'

'Om de geest scherp te houden'

Gert-Jan te Gronde (43) studeert met onderbrekingen sinds 2004 aan de Open Universiteit. Momenteel volgt hij het schakelprogramma voor de master managementwetenschappen. Eerder deed hij heao bedrijfseconomie.

'Ik ben wethouder in Winterswijk voor de VVD. In mijn portefeuille zitten financiën, interne bedrijfsvoering, buitengebied en toerisme. De studie doe ik erbij om de geest scherp te houden. Je bent nooit uitgeleerd tenslotte. In de praktijk heb ik er ook wat aan. Bijvoorbeeld als het gaat om argumentatie. De theorie kan ik onmiddellijk aanwenden in de politieke praktijk.

'Ik voel me door de studie echt uitgedaagd. Er wordt een beroep gedaan op je academische vaardigheden. Je krijgt je informatie niet op een presenteerblaadje aangeboden, je moet er vaak zelf naar op zoek. Met een werkweek van 50 tot 60 uur moet ik echt studeren tussen de bedrijven door, in de uren tussen twee afspraken door.'

Gert-Jan te GrondeBeeld de Volkskrant

'Uit innerlijke behoefte'

Aletta Westra (46) is sinds 2011 bezig met de bachelor milieu-natuurwetenschappen als aanvulling op haar opleiding bij de Hogere Technische School voor de Confectie Industrie Mr. Koetsier.

'Ik studeer uit een innerlijke behoefte, maar ook omdat ik er op mijn werk ik ben technisch medewerker kleding bij het ministerie van Defensie iets aan heb. Ik probeer twee modules per jaar te volgen. Dat lukt in deze tijd van het jaar, als de dagen korter worden, overigens beter dan in de zomer. Meestal sprokkel ik wat studie-uren bij elkaar, een enkele keer kan ik op een zondagmiddag drie, vier uur achtereen aan mijn studie wijden. Maar de mogelijkheden zijn begrensd: ik ben ook nog een dag per week mantelzorger voor mijn ouders. 'Zo eenzaam is een studie bij de OU overigens niet. Vier keer per jaar is er een landelijke dag voor studenten. Afgelopen zaterdag was er weer een in Utrecht. Daar waren toch zeker zestig studenten natuurwetenschappen.'

Aletta WestraBeeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden