Levenslang Langeleegte

De suppoost bij de Kuip zei: hé trainer, hoe is 't met je hart? 'Geef die man eens ongelijk', zegt Henk Nienhuis....

'ENGEL WUBS zei: jij wordt beter dan Klaas Nuninga.'

Een stem zonder bluf, zonder valse bescheidenheid. Een stem die niet bij Henk Nienhuis (60) lijkt te horen. 'Ik zeg het zoals het is. Wubs was heilig in deze regio, een legendarische voetbaltrainer. Nuninga, Jan Mulder, Sietse Veen, Arie Haan, allemaal door hem opgeleid. Hij noemde mij de ruwe diamant.'

En iedereen wist het, tot in Zeist. Hij was 21, de uitnodiging voor Jong Oranje - Denemarken was net bezorgd en bij Feyenoord viel zijn naam als opvolger van Reinier Kreijermaat. 'Weet je wie dat was?'

Nuninga heeft negentien interlands achter zijn naam, groot bij Ajax. Henk Nienhuis: 'Het blijft me achtervolgen, tot m'n dood. Het was hier op de Langeleegte, tegen Eindhoven.

'Ene Van Diessen, zijn voornaam weet ik niet meer. Hij kwam met gestrekt been in. Ach, 't is lang geleden... Die man is een paar jaar geleden overleden. Nou, toe maar. Ja, het was een doodschop. Scheenbeen en kuitbeen gebroken, knie stuk, enkel verbrijzeld. Zes weken ziekenhuis, vierentwintig weken gips.

'Pas na een jaar voetbalde ik weer. Ik wist het meteen: weg. Ik trainde me wezenloos, maar het kwam niet meer terug. Ik heb nog acht jaar bij Veendam gespeeld, maar het was niet meer genieten. Mijn zoon kon ook aardig voetballen, maar ik heb altijd tegen hem gezegd: maak je studie af. Nu geeft-ie les aan de universiteit in Groningen.

'Mensen die hun talent niet benutten, dat kan mij ergeren. Kijk om je heen: hoeveel jonge mensen beseffen welke kansen ze tegenwoordig krijgen in het leven? 't Is al een paar jaar geleden dat ik naar een interland ben geweest. Ergernis. Nu, met Van Hanegem erbij, lijkt het weer ergens op. Bij Veendam hebben we Ernst Söllner en Boy Nijgh gehad: zaten beiden in de dakbedekking, maar 's avonds op de training vlogen de vonken eraf. Zou Seedorf weten wie Boy Nijgh is?'

Nee, dan het Veendam van Henk Nienhuis. 'Als ik het publiek vijf minuten niet hoorde, dan werd ik gek. Dus dan riep ik iets.'

Zo bezeten als hij, nee, dat zijn er niet veel. Is maar beter ook, denkt Henk Nienhuis. Een carrière ondermijnd door conflicten: soms om niks, soms om alles. Vlak voor tijd de gelijkmaker tegen krijgen, Groningen 2 - Feyenoord 2, dik buitenspel, elk detail weet hij nog. Een waas voor de ogen, wedstrijd tien minuten stilgelegd. 'En dan kwam ik 's avonds thuis en dacht ik ook weleens: Henk-Henk.'

Maar verwijt hem geen egotripperij. 'Ik wilde deze regio iets geven, iets terugdoen, een grote voetbalclub.

'Met meer tact had ik meer kunnen bereiken. Maar ik heb altijd mijn hart en emoties gevolgd en dat spijt me geen seconde. Toen we met FC Groningen bovenin de eredivisie speelden werden we in de beker uitgeschakeld door FC Den Bosch, eerste divisie. Elf makke schapen in het veld en Verbeek, onze trainer, zat met de handen over mekaar. Dan knapt er iets bij mij.

'Moest ik een dag later weer mijn excuses maken omdat ik iets in de krant had geroepen. Niemand die zich afvraagt hoeveel ton we mislopen omdat we in de volgende ronde misschien Ajax hadden geloot. Bij Bayern München zit directeur Hoeness op de bank naast de trainer, bij Schalke 04 doet Assauer hetzelfde. Maar de Nederlandse trainer staat op z'n achterste benen als de directeur zijn kop maar om de hoek van de kleedkamer steekt.'

Voetballen, daar lieten de herenboeren van de Veenkoloniën zich kort na de oorlog niet mee in. Sommigen tennisten, meent Henk Nienhuis zich te herinneren. Hij was zeven, zoon van een welgestelde boer, dwars en toen al vastbesloten zijn eigen weg te volgen. Hij wilde lid worden van vv Nieuw Buinen. 'Dat was de club van de glasblazers, de arbeiders.

'Ik had bewondering voor die mensen. Zes dagen per week achter een hete glasoven of op de knieën in de modder, aardappels rooien, op zoek naar een beetje geluk. Amsterdam, ze wisten amper waar het lag. En dan op zondag als één man achter hun club. Die verbondenheid, daar wilde ik bijhoren. Rijk? Wat is nou rijk... Misschien vonden de mensen in de buurt ons wel rijk, maar als mijn vader twee stappen buiten de provincie zette noemden ze hem ook een boertje van buut'n.

'Mijn vader was een zeer in zichzelf gekeerde man. Altijd met die boerderij bezig, altijd in gevecht met de natuur. Maanden plichtsgetrouw en met liefde het gewas verzorgen en dan soms door drie regendagen in september de hele oogst verliezen. Dat vrat aan hem. Alles weg. Niet alleen van ons, ook voor onze knechten en hun gezinnen.

'Ik zeurde mijn vader weken aan het hoofd of ik lid mocht worden van de club. Geen woord. Op 't laatst durf je bijna niet meer te vragen. Ineens, op een avond, zei hij: Henk, jij moest morgen maar een paar voetbalschoenen gaan kopen.'

Zijn vader was erbij, die wedstrijd tegen Eindhoven. 'Hij kwam de kleedkamer in, wilde wat zeggen en viel flauw. Een uur buiten westen.'

Nienhuis: 'Een boerderij, een topclub, wat is het verschil?'

Nog zonder diploma's begon hij dertig jaar geleden zijn trainerscarrière bij zijn oude liefde, Nieuw Buinen, om al na zeven jaar te promoveren tot assistent-trainer bij FC Groningen. Het waren de jaren waarin voorzitter Renze de Vries met geld strooide, de provincie voor het eerst proefde van internationaal succes via memorabele duels met Atletico Madrid en Inter Milaan, en waarin bij Nienhuis de ambitie groeide in het Noorden een topclub te verwezenlijken.

Moeder was er al niet meer. 'Kanker, toen ik negentien was. Mijn carrière moest nog beginnen.'

En zijn vader mocht het evenmin meemaken. 'In die tijd als trainer van Nieuw Buinen ging ik na elke training even bij hem langs, hij woonde in het dorp. We hadden hem zo'n beetje van die boerderij moeten sleuren. 's Avonds ga ik langs, de deur is niet afgesloten, maar d'r is niemand thuis. Bij de buren, dacht ik, ik ga weer. Later op de avond nog een keer bellen: geen gehoor. De volgende dag ging ik kijken: en daar hing hij, in het trapgat.

'Dat voetbal... dat voetbal... dat voetbal is natuurlijk ook een vlucht.

'Ik ben nu gestopt bij Veendam. Ik zou een prachtig leven moeten hebben. Een mooi huis, financieel geen problemen, nog een mooi huis in Spanje, gezonde kinderen, superauto, eigenlijk alles wat mijn hartje begeert. En toch nooit het gevoel van: jonge, ik kan de hele wereld aan.

'Na een promotie kon ik intens genieten: die oprechte vreugde van die mensen op de tribune, dat ontroerde me. Maar een dag later kon ik het alweer sterk relativeren. Dan dacht ik: 't Is maar sport, 't is maar Groningen, 't is maar Veendam.'

Draai Doar bluit mien eerappellaand maar eens. Hij neuriet een paar regels en zegt dat het mooi moet zijn om goed te kunnen zingen. Zoals Ede Staal, ja, de Groningse zanger/dichter: elke zin ademt dat gevoel dat hijzelf nooit precies goed onder woorden kan brengen. 'Als Ede Staal ergens anders was geboren, was hij een wereldster geworden. Brel!'

De tragiek van de Veenkoloniën. 'Ik? Ik had nergens anders geboren willen worden.'

Hij zag Leo Beenhakker beginnen bij Veendam, net zo oud als hij. Leo de trainer, hij de speler. Die flair, ja, daar keken ze tegenop. Moest wel een grote worden, Leo. Of neem Frans de Munck, die in zijn nadagen nog bij Veendam keepte. Sprak in de winkelstraat zomaar de lokale schone aan met Hé schatje, vanavond vrij? Sensatie, prachtige kerel. Maar nee, zouden zij niet durven.

Hoewel, Henk Nienhuis?

Hij zei ja toen AVRO's Sportpanorama hem vroeg mee te werken aan een reportage over de stress waaraan voetbaltrainers bloot staan. Met een hartslagmeter om liet hij zich filmen tijdens FC Groningen - Veendam. 'Ja, de meter sloeg flink in het rood. Bijna geen trainer wilde meewerken, want iedereen speelt natuurlijk wel dat-ie kalm is maar van binnen koken ze allemaal. Henk was zo gek, die zei: kom maar.

'Spijt? Welnee. Jaren later ga ik naar een interland in Rotterdam. Bleek ik mijn parkeerkaart vergeten. Ik draai het raampje omlaag en zeg tegen een suppoost: zus en zo, kan je mij even binnenloodsen. Hé trainer, zegt die vent in plat Rotterdams, hoe is 't met je hart? Mooie vent.'

Dat Johan Derksen hem in Voetbal International eens voor dorpsidioot uitmaakte, begrijpt hij wel. Hij was toch ook een rare? Bovendien, Derksen kent ook zijn andere kant, ze voetbalden samen. Maar vooringenomenheid, dan wordt hij fel. 'Bij de grote clubs proefde ik vaak: ach Veendam. Dacht je dat ik dan nog een gezellig praatje maak...

'Mijn-Heer Van Gaal, dat toontje alleen al.'

Het bestuur van de Coaches Betaald Voetbal, onder voorzitterschap van Van Gaal, riep hem midden jaren negentig op het matje omdat BV Veendam een ongediplomeerde trainer (Jan Schulting) voor het eerste elftal had staan. Of de directeur maar even naar Rijswijk wilde komen? 'Ze lieten me eerst een uur wachten. Uiteindelijk begonnen we maar, Van Gaal was er nog niet. Na een kwartiertje kwam hij binnen. Alsof Caesar van zijn troon was afgedaald, de rest van het bestuur sidderde voor hem.

'Niks ''dag Henk'' of ''dag Louis''. Hij had het maar over de BV Veendam, de directeur van betaald voetbalclub Veendam, uw directie. Zeer onpersoonlijk, afstandelijk, uit de hoogte. Ik zat verdomme recht tegenover hem. Laatst hoor ik hem tegen een tv-verslaggever zeggen: je bent hier niet bij Veendam. Dan moet ik naar de keuken.

'Dan zijn Johan Cruijff, Leo Beenhakker en Rinus Michels toch heel anders. Die hebben dat niet nodig. Zoveel meer niveau. FC Barcelona speelde een oefenwedstrijd tegen ons, in het Oosterpark. Toch even vragen of hij een paar fietsen wilde uitreiken die we onder het publiek zouden verloten. Tuurlijk, geen probleem, zei hij. In de middencirkel, Cruijff, een ovatie van het publiek. Geen kapsones, voor iedereen benaderbaar.

'Eén stap', zegt hij, 'we waren d'r één stap vanaf.'

Het waren de vroege jaren negentig. De tijd dat FC Groningen derde werd, PSV mét Romario in het Oosterpark met 4-1 werd verslagen, elke thuiswedstrijd een happening was en directeur Nienhuis ze liet geloven dat er meer in zat. Hij sprak over VIP-galerijen, business-units en een ultramodern stadion. Tot ze halverwege het volgende seizoen 12de stonden. 'Toen was ik weer het boertje uit Veendam dat niet moest denken dat hij het allemaal wel wist.'

Afgeknapt op het softie-gedoe, liet hij in het Nieuwsblad van het Noorden optekenen. Nu, een decennium later, noemt hij dat gespeelde stoerheid. 'Ik liep met een traan de poort uit.

'Wat Heerenveen en Roda nu zijn, dat waren wij toen. Nu praten ze in Groningen over Euroborg, een heel nieuw complex met een fantastisch stadion. In feite het plan dat ik toen al lanceerde. Edo Hut, in die tijd al bestuurslid en nu nog, zei laatst in het Dagblad van het Noorden: Nienhuis had een grote mond, maar ook een grote visie.'

Wis en waarachtig, de aanbiedingen zijn er geweest. Genoeg zelfs. Clubs die toch geïmponeerd waren door zijn rake formuleringen tijdens vergaderingen in Zeist. Of hij er niet voor voelde bij hun club dat te realiseren wat hem bij FC Groningen ontnomen was? Maar hij wilde niet, kon niet, hoefde niet. 'Voorbij Zwolle functioneer ik toch minder, denk ik.'

Het werd Veendam, altijd weer Veendam. In 1984 als trainer, in 1993 als directeur. Twee keer promotie naar de eredivisie, een historische zege uit bij FC Groningen en aan de Langeleegte verschenen in de loop der jaren ook een VIP-room en business-units. In juli ging hij met de vut en dacht: dat was het dan. 'Twee keer per week loop ik er nog binnen. Even kijken, even praten. Ik wil feeling houden, voetbal is mijn wereld.

'Het gaat nu economisch goed in deze streek, maar wat is hier in feite nou echt te doen? Het theater is in Groningen, het casino is in Groningen. Dáár had een grote club moeten spelen. Veendam is Veendam hè, een club voor de mensen. De laatste jaren trekken we elke thuiswedstrijd tegen de vijfduizend man, dat is één op de zes inwoners. Als Ajax dezelfde binding had in Amsterdam, trokken ze elke week honderdtwintigduizend toeschouwers.

'Vorige maand kwam Roda JC hier voor de beker. Die lui hadden vier uur in de auto gezeten en het eerste dat één van hun bestuursleden zei was: goh, wat een mooi stadion hebben jullie gekregen. Nou, daar doe ik het dan maar mee. Zij wonnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden