Levende geesten in Jemen: 'Laat mij in één stuk sterven'

'De duisternis is het ergste', vertelt Hisham Omeisy uit Sanaa. 'Een bom slaat in en je huis schudt. Alles om je heen blijft zwart en je weet dat er in dat pikkedonker mensen worden geplet onder het beton.' Het is moeilijk om optimistisch te zijn over het staakt-het-vuren dat dinsdag in Jemen werd afgekondigd - of over de vredesbesprekingen die beginnen in Zwitserland. Eerdere pogingen om een einde te maken aan de oorlog in Jemen, zijn jammerlijk mislukt. 'We zijn levende geesten geworden.'

Een jonge Houthi-rebel met een automatisch geweer over de schouder. Beeld reuters

De eerste keer dat er werd gebombardeerd, was 25 op maart. Het was avond en Omeisy lag al in bed, maar zat nog met een paar vrienden te twitteren toen hij plotseling een enorme klap hoorde. 'Zo hard, zo angstaanjagend: een dreun die me letterlijk uit bed beukte', vertelt hij via Skype. 'Je weet niet wat er gebeurt, krabbelt overeind, hoort overal gegil en beseft dat het je eigen vrouw en kinderen zijn.

'We gingen direct naar de kelder van het gebouw. Geen echte kelder, maar een woning onder in het appartementencomplex waar we woonden. Alle buren renden daar naartoe. Maar is dit wel veilig, vraag je jezelf in paniek af. Wat als het gebouw geraakt wordt en instort? Worden we dan juist levend begraven? En terwijl je zo bang bent, en geen idee hebt wat je nu moet doen, vertel je de kinderen dat ze zich geen zorgen hoeven te maken. Dat een paar boze mensen ruzie maken buiten, maar dat ze daar zo mee stoppen.'

Toen het weer licht werd en mensen weer voorzichtig naar buiten gingen om poolshoogte te nemen, zag Omeisy dat het gebouw naast hen was geraakt. 'Je ziet de puinhopen, maar het is volkomen onwerkelijk. Een gebouw dat er altijd stond, waar je buren woonden, waar je elke dag langs liep onderweg naar je auto of een winkel. Een puinhoop. Waar ik op dat moment vooral aan dacht was mijn eigen gezin. Mijn kinderen. Mijn vrouw. Want je weet: deze nacht was het begin. Wat kan ik doen om hen veilig te houden? Toen zijn we bij mijn ouders ingetrokken omdat zij een huis hebben met een echte kelder, waar we kunnen schuilen.'

Een man kijkt rond in zijn huis dat is ingestort na een bombardement. Beeld afp

Sinds maart vechten opstandelingen, de Houthi's tegen het Jemenitische leger dat loyaal is aan president Hadi. Hij wordt gesteund door luchtaanvallen van een internationale coalitie onder leiding van buurland Saoedi-Arabië. In negen maanden zijn er meer dan 6 duizend mensen om het leven gekomen en volgens de VN is 86 procent van hen burger. Meer dan 2,3 miljoen inwoners zijn hun huizen ontvlucht en meer dan 21 miljoen mensen (80 procent van de bevolking) heeft humanitaire hulp nodig. Anders gezegd: vier van de vijf inwoners heeft niet genoeg water, voedsel, medische hulp of heeft geen onderdak.

Ook het leven van politiek analist Omeisy is totaal verpulverd: in een paar weken tijd was er geen huis, geen werk geen school en geen sociaal leven meer over. Hij werkte voor de Amerikaanse en Britse ambassades en verschillende ngo's, maar die zijn allemaal uit Sanaa vertrokken.

En dus zit hij bij zijn ouders thuis. Omeisy heeft twee zoons, één van vijf en één van tien, en die gaan al ruim een half jaar niet meer naar school. 'Vroeger stonden we elke dag rond zeven uur op. Gingen in bad, ontbeten samen en vertrokken naar school en werk. Nu liggen we tot een uur of tien, elf in bed omdat er niets is om voor op te staan. De kinderen mogen niet naar buiten. Nooit. Omdat het te gevaarlijk is. Wij hebben geluk: we hebben zonnepanelen en een iPad. Mijn oudste zoon heeft een spel ontdekt waarmee hij steden kan bouwen. 'Dit is het nieuwe Sanaa', zei hij pas, en liet me een prachtig ontwerp zien. 'Dit ga ik bouwen als de oorlog voorbij is.'

De kinderen van Hisham al-Omeisy mogen niet naar buiten. Nooit. Omdat het te gevaarlijk is. Beeld Hisham al-Omeishy

SKIIIIIIIIIIIEEEEEEEEEEEEEUUUUWWWWW. BOEM!

Sanaa is in handen van de opstandelingen, de Houthi's, en wordt dagelijks gebombardeerd. Driehonderd kilometer naar het zuiden ligt de havenstad Aden, waar de studente Nisma Mansour sinds enkele weken weer naar de universiteit kan. Ook deze stad is maandenlang bezet geweest, maar de Houthi's zijn nu verdreven. 'Je hoorde constant 'SKIIIIIIIIIIIEEEEEEEEEEEEEUUUUWWWWW. BOEM!' , vertelt Mansour via Skype.

Ook zij verhuisde met haar ouders en broers en zussen, in totaal vier keer. Telkens weer naar andere familie, omdat de plek waar ze zaten niet veilig was. 'We sliepen op de grond, want er waren natuurlijk te weinig bedden. Er was niet genoeg te eten. We verloren allemaal gewicht en mijn haar viel uit. En ik was zo bang, zo bang. Je bent je er zo van bewust dat je elk moment kunt sterven en mijn grootste angst was om in kleine stukjes uiteen te spatten. Dat zag je gebeuren met anderen. Als ze uit de puinhopen werden opgegraven en er eerst een hand, een been, een voet werd gevonden. Ik bad. Als het mijn tijd is, laat me dan in één stuk sterven.'

Op dit moment wordt Aden niet meer gebombardeerd maar steekt het volgende monster de kop op. Al Qaida lijkt er van te profiteren dat het leger de stad heeft verlaten om op andere plaatsen tegen de Houthi's te vechten. 'Vorige week kwamen er gewapende mannen op de campus. Ze dreigden de boel te sluiten omdat mannen en vrouwen bij elkaar in de klas zitten. Dit gebeurt steeds vaker: dat ze mensen op straat aanspreken. Vrouwen moeten volledig gesluierd gaan en mogen alleen zwarte kleding dragen. Zelf draag ik wel een hoofddoek, maar mijn gezicht is niet bedekt en ik heb altijd kleurige kleding. Ik weiger me aan te passen. Net als de meeste van mijn vriendinnen. Ze hebben het recht niet om te dicteren hoe we moeten leven. Gooi dan maar bommen op de universiteit. We hebben niet zoveel geleden, we hebben niet onze vaders en broers begraven, om door de volgende militie onderdrukt te worden.'

Nisma Mansour weigert volledig in het zwart gesluierd te gaan. Beeld Nisma Mansour

Te gevaarlijk op het balkon

In de stad Taiz, in de bergen, wordt nog steeds hevig gevochten. Mohammed al-Qadhi neemt 's avonds zijn telefoon op, maar de verbinding is slecht. 'Bel me overdag terug', zegt hij. 'Binnen heb ik geen bereik en het is te gevaarlijk om nu op het balkon te staan. We hebben geen stroom en geen internet, dus Skype werkt niet.'

Al-Qadhi is journalist voor Sky News Arabia en omdat hij zijn eigen huis niet meer kan bereiken, want dat ligt in de frontlinie, woont hij al maanden op kantoor. Zijn vrouw en twee kinderen heeft hij naar Sanaa gebracht, maar daar kan hij nu zelf niet meer komen. 'Dat is in handen van de rebellen', zegt hij een dag later over de telefoon. 'Die zouden me vermoorden als ze ontdekken dat ik journalist ben.'

De bevolking van Taiz, vertelt Qadhi, is elke dag alleen nog maar bezig met overleven. Het zijn niet alleen de bommen en granaten, maar ook het gebrek aan voedsel. Bijna alle ziekenhuizen zijn dicht en er zijn nauwelijks medicijnen. 'Maar vooral water is een groot probleem: de bronnen in de stad zijn opgedroogd en de rebellen blokkeren vrachtwagens met voedsel en watertanks die de stad in willen.' Qadhi is bevoorrecht, zegt hij. Hij heeft geld en kan flessen mineraalwater kopen. Daar is hij op dit moment elke maand ongeveer honderd euro aan kwijt - een riant maandsalaris voor veel Jemenieten.

Al-Qadhi is één keer ingestort, tijdens het Suikerfeest. Hij stond bij het ziekenhuis waar na een bombardement allemaal kinderen naar binnen werden gebracht. Bloedend. Schreeuwend van de pijn. 'Kinderen die vandaag feest hadden moeten vieren met hun familie en vriendjes. Kinderen die hadden moeten zingen en snoepen. Ze lagen bloedend op de grond en ik zag dat sommigen van hen de avond niet zouden halen. Het mocht niet gebeuren natuurlijk, maar terwijl ik mijn verhaal hield, moest ik huilen. Ik kon niet meer.'

Mohammed al-Qadhi, met helm en kogelvrij vest, slaapt al maanden op kantoor omdat zijn huis in de frontlinie ligt. Beeld Mohammed al -Qadhi

De mooiste plek van Jemen

Met lede ogen ziet Qadhi zijn prachtige Taiz ten onder gaan. 'Het is de mooiste plek van Jemen', zegt hij liefdevol. 'Een oude stad met moderne wijken er omheen, gebouwd op glooiende heuvels waar vanuit het zuiden bergen overheen buigen. De straten trilden, zoemden, van het leven. Maar nu? Winkels en hotels zijn gesloten. Of ingestort door bommen. Er rijdt af en toe een auto, maar benzine is te duur. Lopen is gevaarlijk. Dat doen mensen alleen als ze water of eten moeten halen. Als ze echt niet anders kunnen. De grote winkelstraat, waar het altijd zwart zag van de mensen, noemen we nu de straat van de dood.'

Natuurlijk probeert Qadhi optimistisch te blijven, zegt hij. Deze week beginnen er nieuwe vredesonderhandelingen, maar eerdere pogingen in juni in Geneve, liepen op niets uit. 'Degenen die hier een einde aan kunnen maken, zitten veilig in het buitenland', zegt Qadhi bitter. 'Zij zien de noodzaak niet om een offer te doen, een stap terug te zetten. Ik probeer kalm te blijven en vertel mezelf dat het niet erger kan worden dan dit. Maar als ik realistisch ben? Het ergste is al gekomen. En ik vrees dat het ergste nog lange tijd zal blijven.'

Kinderen halen water bij een tank in Sanaa. Beeld epa
Een jonge Houthi-rebel bedient een machinegeweer. Beeld reuters
Een meisje uit Sanaa kijkt naar buiten vanuit haar huis dat is beschadigd door de bombardementen. Beeld epa
Houthi-rebellen voeren een traditionele dans uit. Beeld reuters
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden