Levend varken in het souterrain

Konkans stammen af van Indiërs die zich tot het katholicisme bekeerden, in de wervelende roman van Tony D’Souza...

Tony D’Souza’s meeslepende tweede roman The Konkans is opgedragen aan zijn oom ‘de verteller van verhalen’. Ook in de roman worden veel verhalen verteld; niet alleen door een oom, maar ook door een moeder. Ze gaan over hun eigen leven en over dat van anderen, en ze vertellen over de geschiedenis van hun volk.

Daarbij wordt de waarheid wel eens geweld aan gedaan, maar dat is precies de functie van verhalen: een rauwe werkelijkheid moet leefbaarder worden gemaakt.

Tony D’Souza opent zijn roman met een relaas over de hilarische pogingen van twee broers uit India om zich aan het leven in Chicago aan te passen. Ze nemen hun intrek in het souterrain van hun oudste broer Lawrence, die al enkele jaren in Amerika woont. Law-rence heeft India in alle betekenissen van het woord achter zich gelaten. Hij is met een Amerikaanse getrouwd en slooft zich uit om zich aan the American way of life aan te passen. Zijn broers willen de oude gebruiken in stand houden en dus moet er op het feest van Sint Franciscus Xaverius een varken worden geslacht. Met het vlees zal een heerlijke dukrajemas curry worden bereid.

Het kost de broers grote moeite maar uiteindelijk slagen ze erin een levend varken in het souterrain binnen te smokkelen. Voor de getergde Lawrence is de maat vol: ze moeten zijn huis uit.

De broers zijn Konkans, afstammelingen van Indiërs die zich in de zestiende eeuw tot het katholicisme bekeerd hebben. De legende wil dat Vasco da Gama samen met de priester Francisco Xavier per schip uit Portugal arriveerde en door de uitgehongerde Konkans als redders werden begroet. Hardnekkige droogte had hen van hun hoogvlakte verdreven. Ze waren in lompen gehuld.

Gefascineerd keken ze toe hoe Vasco da Gama zijn zwaard in het strand dreef en het gebied voor de koning van Portugal opeiste. Vervolgens lieten ze zich gewillig door de priester dopen. Zij waren nu de katholieken van India. Anders dan de Sikhs, de moslims en de Hindoes aten ze wel varkenvlees, vooral dus op het feest van Franciscus Xaverius, de heilige die de verre reis had gemaakt om hen te dopen.

Toen het de beurt was aan de Britten om India op te eisen, boden de Konkans hun diensten aan de nieuwe overheersers aan. Law-rences vader werd politieofficier en schoot Hindoes neer wanneer die bijvoorbeeld sandelbomen rooiden waarvan de Britten het hout zelf wensten te gebruiken. Als beloning kreeg hij een fraaie dankbrief van Koning George VI. In 1947 krasten de Britten op en moest er door de Hindoes wraak worden genomen. Lawrences vader kreeg een kogel in zijn buik maar overleefde de aanslag.

De toon van The Konkans wordt almaar grimmiger naarmate steeds hardere feiten worden onthuld. Op één van de laatste bladzijden van de roman schrijft D’Souza: ‘Dit is wat er echt is gebeurd.’ Vasco da Gama heeft inderdaad in 1502 de westkust van India voor zijn koning opgeëist, maar hij en Francisco Xavier hebben elkaar nooit ontmoet en de Konkans hebben zich niet uit vrije wil bekeerd. Francisco Xavier, die in 1534 samen met Ignatius Loyola de Orde van de Jezuïeten oprichtte, werd als nuntius naar Goa gestuurd. Daar kwam hij tot de overtuiging dat een inquisitie moest worden geïnstalleerd om het hindoeïsme te verdrijven. Hindoes moesten kiezen tussen de brandstapel en ‘het ware geloof’. Hun tempels moesten worden afgebroken om met de stenen kathedralen te bouwen.

Slaven uit Afrika werden geïmporteerd om onder leiding van Jezuïeten dorpen aan te vallen en de bewoners te dwingen varkenvlees te eten. De inquisitie werd pas in 1812 ontbonden toen de Britten Goa binnenvielen. Intussen waren de oorspronkelijke familienamen verbannen en vervangen door Portugese. Ook de oorspronkelijke taal van de Konkans was uitgeroeid.

De meeste Konkans, schrijft D’Souza, hebben nooit iets gehoord over de inquisitie die hun streek geteisterd heeft. Ze weten niet dat ze uit angst een Portugese familienaam gekozen hebben, dat ze onder dwang katholiek zijn geworden en dat hun taal een verbastering is van het Portugees. En al helemaal weten ze niet waarom ze graag varkensvlees eten.

D’Souza geeft zijn lezers een boeiende geschiedenisles zonder belerend te klinken. Er worden vreselijke dingen verteld, maar merkwaardig genoeg blijft de roman lichtvoetig, ontroerend en vaak zelfs grappig.

Kristien Hemmerechts

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden