Leven van de welvaartsresten

Kermiszonen, Schotse zwervers, gesjeesde studenten, ex-kroegbazen: iedereen is welkom bij Emmaus. Vandaag viert de Nederlandse tak het gouden jubileum van deze internationale beweging, die opkomt voor de armen....

Mac van Dinther

OP DE binnenplaats zit een man met lange grijze haren en getatoeëerde armen appels te schillen. Adam komt uit Schotland, zijn tatoeages heeft hij overgehouden aan zwerftochten rond de wereld. In Schotland eten ze niet vaak appelmoes, zegt Adam. 'Hier wel. Overal bij.' De emmer onder de tafel zit al redelijk vol, maar hij heeft nog een hele stapel appels te gaan. Adam heeft keukencorvee.

Intussen staat in een van de bijgebouwen vrijwilligster Jo samen met drie vrouwen uit de buurt kleren te sorteren. In het gebouwtje hangt een muffig luchtje van gedragen textiel. Alles wat niet meer voldoet aan Nederlandse maatstaven stoppen de vrouwen in vuilniszakken die bestemd zijn voor Polen, Afrika en de voddenboer. De rest gaat in de schappen van de tweedehands kledingwinkel een paar deuren verder. Het is niet veel soeps vandaag, zal Jo later tijdens de groepslunch vertellen.

Terwijl Adam schilt en de vrouwen sorteren, zijn Theo en Jan met de vrachtwagen op stap om meubels op te halen. Corné sjouwt rond met spullen, Fred is bezig op kantoor en Go repareert de stoep omdat de bezoekers van de zaterdagse tweedehandsmarkt steeds hun nek breken over de betonnen plaat die over het gat ligt.

Dat alles onder het toeziend oog van een bijna levensgrote, gekruisigde Jezus die vanaf de muur naast de binnenplaats overziet. En die, zo vertelt Lodewijk, al eens met kruis en al naar beneden is gekomen. 'Hij zat zeker niet vast met spijkers van Van Van Leeuwen. Want met spijkers van Van Leeuwen hang je eeuwen.'

Een doorsnee dag voor de Emmaus woonwerkgemeenschap in het oude kapucijnenklooster in Langeweg, een dorpje in de Westbrabantse laagvlakte. Zoals het vandaag gaat, zo gaat het in Langeweg al 28 jaar. En in de Emmausbeweging als geheel al vijftig jaar.

Het is vijftig jaar geleden dat een vrijgelaten gevangene op de stoep stond bij de Franse kapucijner priester Henri Grouès, bijgenaamd Abbé Pierre. Georges, zoals de man heette, was wanhopig. Zijn vrouw was met een ander getrouwd, zijn kind herkende hem niet meer na twintig jaar dwangarbeid. Georges stond aan het randje van zelfmoord.

I N PLAATS VAN hem te troosten, zo gaat het verhaal, draaide Abbé Pierre de zaak om. Georges had niet hem nodig, maar hij, Abbé Pierre, had Georges nodig om hem te helpen mensen in nood op te vangen. Georges werd Abbé Pierre's eerste 'compagnon'.

Samen legden ze de basis voor de Emmaus-beweging, onder het motto: 'Dien degenen die het slechter hebben dan jezelf, voordat je jezelf dient'. Nog altijd een van de stelregels in het Universeel Manifest, het handvest van de Emmaus-beweging.

De naam is ontleend aan het Bijbel-verhaal over de twee discipelen die na Jezus' executie gedesillusioneerd terugkeren naar hun woonplaats Emmaus. Onderweg ontmoeten ze een man die later de herrezen Jezus blijkt te zijn. Zo werd Emmaus het symbool van hoop voor de wanhopigen.

Abbé Pierre sticht een beweging van voddenrapers. Daklozen verzamelen bruikbare spullen in de straten en op de vuilnisbelten van Parijs. Met het geld uit de verkoop van de spullen knappen ze een opvanghuis op. Zijn doorbraak komt in 1954 als tijdens de strenge winter een vrouw die uit huis is gezet op straat sterft. Via de radio richt Abbé Pierre een vlammende oproep tot het Franse volk. Hij is in één klap beroemd. De naam Emmaus is gevestigd.

In de vijftig jaar sinds de oprichting is de beweging uitgewaaierd over 35 landen, waaronder Nederland. In 1956 werd in Eindhoven de eerste Emmaus-vriendengroep opgericht. In 1966 bood de baron van Haarzuilens bij Utrecht de stallen op zijn landgoed aan als onderkomen voor de eerste Nederlandse woonwerkgemeenschap. Emmaus-Nederland heeft nu acht woonwerkgemeenschappen en dertien vrijwilligersgroepen.

De Nederlandse Emmausbeweging viert het gouden jubileum van haar grondlegger met een symposium over 'Armoede in Tijden van Welvaart', dat vandaag om vier uur wordt gehouden in de Laurenskerk in Rotterdam.

Lodewijk (38), klein en stevig in zijn glimmende trainingspak, is een kermiskind. Toen hij zestien was, verloor hij zijn ouders door een busongeluk. Lodewijk werd dakloos en raakte aan de zwerf. Op Hoog Catherijne ontmoette hij zijn vriend en levensgezel Marc (28).

Op een zwerftocht door Frankrijk kwamen ze toevallig terecht bij een Emmausgemeenschap. 'We klopten in een dorpje aan bij een pastoor omdat we een slaapplaats zochten. Hij verwees ons naar Emmaus.' Terug in Nederland zochten ze Emmaus op.

E EN JAAR zitten Lodewijk en Marc nu in Langeweg. Ze hebben twee ruime kamers met een tv, een groot bed en kanariepieten voor de ramen. Het is thuis, zegt Lodewijk. 'Ik zie mezelf niet op een flatje zitten. Dan ga ik kapot van de eenzaamheid.' Kermismensen zijn emotionele mensen, zegt Lodewijk. 'Hier werk je vanuit je hart voor anderen. Dat trekt me.' Over het verleden praat hij liever niet. 'Daar kijk ik niet met plezier op terug.'

Niemand bij Emmaus praat graag over het verleden, zegt Eveline (44), een van de twee vrouwelijke bewoners. Mensen komen juist naar Emmaus om opnieuw te beginnen. 'Een nieuwe start maken.'

Eveline was gescheiden na veertien jaar huwelijk. Ze werkte in de verpleging, maar kon niet tegen het geregelde leven. 'Baan, auto, huis, het stond me tegen.' Eveline zocht een 'geïntegreerd bestaan'. Ze schreef op een advertentie in de krant waarin Langeweg nieuwe leden zocht. 'Samen werken, samen leven, samen delen, dat leek me wel wat.'

Het werd niet helemaal wat ze ervan had verwacht. Eveline krijgt na een val last van haar been en kan daardoor niet meer meewerken. Ze heeft het gevoel dat de groep dat niet accepteert.

Het is een bont gezelschap dat in Langeweg opnieuw is begonnen. Een ontheemde kermiszoon, een Schotse wereldzwerver, een gesjeesde student, een straatjongen, een zoekende jongere, een ex-kroegbaas en nog zo wat. Af en toe aangevuld met een bezoeker van het 'passantenverblijf': een dakloze, een vluchteling of Piet, een oude zwerver die zo'n vier keer per maand langs komt.

De uitgangspunten zijn nog altijd hetzelfde als vijftig jaar geleden. Emmausgangers leven van de welvaartsresten. Kleren, meubels, keukenspullen en wat de mensen zoal kwijt willen, wordt ingezameld, opgepoetst, opgeknapt en verkocht.

Rond de binnenplaats van het klooster in Langeweg ligt een reeks winkeltjes waar elke zaterdag klanten van heinde en verre de deur platlopen. Per week wordt voor twintigduizend gulden aan tweedehands omgezet. Genoeg om de gemeenschap mee te bedruipen.

Op de stoep voor de kantine, waar moegekochte klanten koffie kunnen drinken, is Go (afkorting van Gozewijn) bezig de stoep te herstellen. De 42-jarige Belg keerde onlangs na een gebroken huwelijk terug in de schoot van Emmaus Langeweg. Hij was er al eens eerder, twintig jaar geleden. Als dolende twintiger zocht hij iets om zijn leven aan te wijden. Maar geen klooster. 'Ik zie de meiskes te graag.'

D ESTIJDS was de sfeer heel anders, zegt Go. Emmaus Langeweg werd in 1971 opgericht door kapucijner monniken. Elke ochtend werd er gebeden. Nu niet meer. Het is de tijdgeest, denkt hij. 'Mensen zijn minder religieus.' Lodewijk beaamt dat. 'Ik geloof niet en ik doe er niets aan ook.'

Dat hóeft ook niet, benadrukt Fred, de coördinator van Langeweg. Emmaus mag gesticht zijn door een katholieke priester, maar: 'Het is in de grond een niet-religieuze beweging. Emmaus is een organisatie van onderop. Op basis van gelijkwaardigheid en onderling respect.'

'Wat ons tot een gemeenschap maakt zit hem in huiselijke dingen. Samen eten, samen koffiedrinken. Dat klinkt niet hoogdravend, maar voor mensen die zoiets nooit hebben gekend is dat een basis die ze voorheen misten.'

Ieder lid krijgt kost en inwoning, plus zestig gulden zakgeld per week. In ruil daarvoor wordt iedereen geacht mee te werken. Elke vrijdag worden bewonersvergaderingen gehouden, waarop de taken worden verdeeld. Maar als puntje bij paaltje komt, is Fred de baas. Fred is de eindverantwoordelijke van Langeweg en tevens voorzitter van de landelijke Emmausbeweging.

Het gaat goed en niet goed met Emmaus in Nederland, zegt Fred. Het gaat goed in de zin dat nog steeds veel mensen Emmaus nodig hebben voor opvang. 'We krijgen we elke week aanvragen. Veel meer dan we aankunnen.'

Deze groep groeit niet alleen in aantal, ze brengt ook steeds meer problemen mee. 'De psychiatrie zet steeds meer mensen op straat. De hulpvraag wordt steeds ingewikkelder. We zijn ons aan het bezinnen hoe we daarmee om moeten gaan.'

M INDER goed gaat het met de aanwas van jonge idealisten die de woonwerkgroepen mee helpen dragen. Al is dat onderscheid niet altijd even duidelijk te maken, onderstreept Fred. 'Soms groeien mensen die voor opvang binnenkomen uit tot dragende leden.' En soms blijken mensen die zich aandienen als dragend lid vooral hulp nodig te hebben.

Fred werd als 20-jarige student actief binnen Emmaus. Maar de aanvoer van jonge leden stokt. 'We worden steeds meer een organisatie van oude rotten.' Naar de reden moet hij gissen. 'Misschien is het nu een minder idealistische tijd en laten jongeren persoonlijke idealen vóór maatschappelijke idealen gaan.'

Emmaus hoeft geen eindpunt te zijn. Fred ging er zelf een paar jaar tussenuit toen hij er genoeg van had. Anderen gaan na een tijdje op zichzelf wonen.

Dat zal Theo (49) misschien ook ooit weer doen, maar nu even niet, zegt hij terwijl hij spullen uitzoekt voor de 'bazaar', het winkeltje in bric à brac dat onder zijn leiding staat.

Theo zit pas twee maanden in Langeweg, na een mislukt avontuur in Spanje, dat hij ondernam nadat hij in Nederland was vastgelopen. Sinds kort komt hij af en toe weer buiten de deur, met Jan mee op de vrachtwagen. Leuk voor even, zegt Theo met een lichte huivering. 'Maar daar buiten wonen, dat hoeft voor mij nu even niet. Er is zoveel gebeurd. Ik blijf eerst eens een jaartje hier. Kan ik tot rust komen.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden