Leven op het randje in Spitsbergen

Spitsbergen: Arctische avonturenreis

De mijnen gaan dicht op Spitsbergen en de bewoners van het ijzige eiland vestigen hun hoop op toerisme. Terecht, want een bezoek aan de top van de aardbol is avontuurlijk én spiritueel.

Deze foto's zijn gemaakt met een lange sluitertijd. In werkelijkheid is het op Spitsbergen in de winter donkerder dan op de meeste foto's. Foto Hilde Harshagen.

We gaan een stukje wandelen op Spitsbergen en nemen mee: een dikke parka met bontkraag, gevoerde laarzen met metalen spikes eronder, een hoofdlamp over je muts, een thermos met warme bessensap en - o ja - een zwaar kaliber geweer en een alarmpistool. Want ijsberen zien recreanten als energierijk voedsel. Dan vertrek je toch met alle zintuigen op scherp.

Bevroren sneeuw krast onder mijn voeten, de poollucht trekt de wangen strak en mijn ogen moeten wennen aan de duisternis. Beneden flikkeren de lichtjes van hoofdstad Longyearbyen, om mij heen fonkelen duizenden sterren en af en toe verschijnt een groene gloed boven een bergkam: het mysterieuze noorderlicht. Want zo hoog zitten we: zoek de Poolster en je moet je hoofd helemaal achter in de nek leggen. We gaan vandaag picknicken op de Noordpool, of nou, zo goed als.

(Tekst gaat verder onder foto).

Reisinspiratie nodig? 

Volg Volkskrant Reizen op Facebook of bekijk onze reizenpagina.

Foto Hilde Harshagen

Arctisch toerisme

Halverwege de gletsjer schijnt wildernisgids Ørjan met zijn hoofdlamp op een duistere spleet in het ijs. Terwijl ik denk; daar wil ik niet invallen - verdwijnt Ørjan al met de voeten voorwaarts in het gat. Vindt-ie leuk. De grote gletsjer aan de rand van hoofdplaats Longyearbyen zit vol glimmende grotten en kronkelende gangen die zomers door smeltwater ontstaan. We wurmen ons door spleten, schijnen omhoog in zwierige slakkenhuizen, drinken dampende bessensap en voelen ons best behaaglijk in die donkere vrieskist.

Zulke buitenaardse ervaringen trekt bezoekers naar Spitsbergen. Avontuurlijke types die graag een sneeuwscootertocht willen maken om ijsberen te zien of per snelle rubberboot walrussen en witte beluga-walvissen gaan zoeken. In de zomer leveren cruiseschepen drommen oudere dagjesmensen af. Afgelopen jaar bezochten bijna 120 duizend toeristen het eiland, 10 duizend meer dan het jaar ervoor. Dit tot genoegen van de circa 2.500 bewoners. Nu de laatste grote kolenmijn is gesloten, vestigen zij hun hoop op arctisch toerisme.

Noorderlicht

Het helpt dat op 78 graden noorderbreedte je altijd en overal het noorderlicht kunt zien. 'Dat verveelt nooit', zegt Ben Vidmar, die sla kweekt in zijn koepelvormige kas die roze licht uitstraalt. 'De aurora is als een mysterieuze vriendin. Je weet nooit wanneer ze opduikt en hoe ze eruit zal zien. Ik blijf altijd even staan, alsof ze persoonlijk voor jou komt.' De 38-jarige Amerikaan experimenteert met een polaire kwekerij - 'ik heb helaas alle denkbare fouten gemaakt' - en speelt een hoofdrol in de nieuwe BBC-realityserie Life on the Edge. 'De makers schilderen ons leven wel érg dramatisch af, maar de serie is goed voor het toerisme.'

Longyearbyen is zó klein, dat je meteen de hele cast tegen het lijf loopt. Je stapt in bij de knorrige Noorse taxichauffeur Wiggo met zijn baard en pijp, achter de hotelbalie zit het dappere Engelse meisje Christine dat met haar vriend in een verlaten blokhut wil wonen en de morsige journalist Mark zit aan zijn vaste tafeltje in Cafe Fruene. 'Toeristen willen opeens een selfie met me, maar verder ben ik even blut als altijd', zegt hij. De Amerikaan volgt de toeristische ambities van het eilandbestuur kritisch. 'Het moet geen tweede Juneau worden.' Het hoofdstadje van Alaska wordt overspoeld door cruisetoeristen.

(Tekst gaat verder onder foto).

Noorderlicht boven het dorpje Longyearbyen. Foto Hilde Harshagen
Loop naast Longyearbyen de gletsjer op en lunch in een ijsgrot. Foto Hilde Harshagen

'Hawaii van het noorden'

Spitsbergen is een land van extremen. Niet voor niks grappen Noorse tieners tegen elkaar als de schoolresultaten tegenvallen: je kunt altijd nog in een mijn op Spitsbergen werken. Op 78° Noord is het permanent donker of permanent licht, ijskoud (alleen je neus steekt uit de bivakmuts), beren willen je opeten, bomen blijven steken op 9 centimeter hoogte, je mag er niet werkloos zijn, je mag er niet doodgaan (permafrost duwt alle lijken weer omhoog) en je moet makkelijk nieuwe vrienden kunnen maken (de gemiddelde bewoner houdt het 3,5 jaar uit).

Is dat wel leuk voor bezoekers? Nuchter beschouwd is het stadje een verzameling houten barakken die ooit door de mijnmaatschappij is neergezet. Er is een hoofdstraat met buitensportwinkels en een supermarkt, een bekroond museum over de arctische wereld, in de Karlsberger Bar bestellen mannen met zwarte randen om hun ogen single malt whisky's en restaurant Huset serveert een zevengangenmenu met de beste wijnen (zeehond is goed te combineren met champagne, adviseert de sommelier). Burgemeester Arid Olsen, een voormalige mijnwerker in houthakkershemd, formuleert het zo: 'We zijn exotisch. We zijn het Hawaii van het noorden.'

Span voor een rit je eigen hondenteam op basis van een lijst namen. Foto Hilde Harshagen.

De meeste toeristen komen voor het woeste landschap buiten Longyearbyen. Daarvan zie je overigens niet veel in de winter. Dan arriveer je in het pikkedonker en dat blijft zo. 'Hé, een vallende ster', roep je om één uur 's middags. Tijdens de vier maanden durende poolnacht slapen bewoners langer uit, hangen op de bank met hun husky en - getuige de statistieken - maken baby's. Maar in de winter zie je wel het mooiste noorderlicht.

Zo loop je nog even een rondje na het eten en dan begint opeens een stukje sterrenhemel te gloeien. De groene waas wordt feller, groeit uit tot een lichtgevend gordijn dat over je heen trekt als een school pulserende kwallen, hier en daar raken hun tentakels de koude grond. En dan opeens, na een kwartiertje, is de greatest show on earth alweer voorbij. Je holt dolenthousiast de hotellobby in, klampt wildvreemden aan, maar niemand heeft wat gemerkt. Ben heeft gelijk: het noorderlicht is een persoonlijke ervaring.

Longyearbyen is eigenlijk een verzameling barakken, ooit neergezet door de mijnmaatschappij. Foto Hilde Harshagen

Strategische plek

Spitsbergen verandert, met of zonder toeristen. De gemiddelde temperatuur kwam in 2016 voor het eerst boven de nul uit, tropische toestanden voor de polaire gemeenschap. Zo stappen we in december nog aan boord van het schip Langøysund voor een vaartochtje naar het Russische mijnstadje Barentszburg. 'Meestal vriest de zee eind september al dicht', zegt een jonge gids bezorgd. Ze draagt een anorak van zelfgeschoten zeehond. 'Nu kunnen we nog steeds onze sneeuwscooters niet gebruiken.' Bij gebrek aan wegen kom je het stadje niet uit. Of je moet door het donker willen varen, terwijl de stoere gids walvisvlees barbecuet op het voordek (taai en tranig; je mist niks).

Op de kade van Barentszburg wacht schooljuf Yana Kudryavtseva (36) uit Moskou ons op. We lopen langs houten huisjes met folkloristische raamdecoraties, langs heroïsche muurschilderingen, het standbeeld van Lenin - 'wij zeggen liever Iljitsj, dat klinkt vriendelijker' - en eindigen in een hotelbar met een provisorisch souvenirwinkeltje. 'Moskou investeert flink in Barentszburg. Onze flats zijn gerenoveerd en die houten huisjes worden geschikt gemaakt voor toeristen en kunstenaars. De bierbrouwerij heropent en husky's arriveren om tochtjes aan te bieden.' In Barentszburg wonen 250 Russen en Oekraïners.

Dat is het rare van Spitsbergen: er woont bijna niemand, de steenkool is nog weinig waard en toch steken Noorwegen en Rusland honderden miljoenen in de eilandengroep. 'Geopolitieke redenen spelen een rol', zegt burgemeester Olsen. Een land met een volwaardige gemeenschap in het poolgebied, legt hij uit, maakt meer aanspraak op olieschatten in de bodem. Ook de nieuwe noordelijke zeeroute voor containerschepen maakt van Spitsbergen een strategische plek. Daarom blijft Noorwegen betalen voor een luchthaven, een ziekenhuis, een universiteit en een vrachtschip dat eten brengt en alle vuilnis weer meeneemt.

De burgemeester maakt zich hooguit zorgen over de spirit van Longyearbyen. 'We waren altijd een brede gemeenschap: van mijnwerker tot professor en alles ertussenin.' Als de mijnwerkers verdwijnen, verliezen we een deel van onze identiteit.' Voorlopig blijft de bevolking een vreemd samenraapsel van ruwe bolsters op zoek naar een hoog mijnsalaris (10 duizend euro per maand) en lage belasting (twee euro voor een biertje). De faculteit voor Arctische studies trekt studenten uit de hele wereld en jonge avonturiers werken er als wildernisgids met een geweer op hun rug en een thermoskan in hun binnenzak. Tot slot maken honderden Thaise en Filippijnse vrouwen, verleid door vakantievierende mijnwerkers, een verveelde indruk achter winkelkassa's en hotelbalies.

(Tekst gaat verder onder foto).

Praktische informatie

Norwegian vliegt drie keer per week naar Longyearbyen via Oslo voor 184 euro retour (norwegian.com). Houd rekening met een overnachting in Oslo. Een goede tijd om te gaan, is het voorjaar. De officiële website visitsvalbard.com is goed en compleet. Speciale vermelding verdient de foodietour van slakweker Ben Vidmar (arctictapas.com), de kleine aanbieder Better Moments die avonturen op maat organiseert (bettermoments.no) en de nieuwe wetenschapstrip van svalbardscience.com. Svalbard Hotell is relatief nieuw en biedt ruime kamers, het ambitieuze restaurant Huset serveert als enige verfijnde kost (huset.com). De prijzen zijn hoog, maar daar staat tegenover dat begeleiding en materiaal van de hoogste kwaliteit zijn. Lees ter voorbereiding de eenmanskrant van journalist Mark Sabbatini; icepeople.net en bekijk de BBC Earth-serie Life on the Edge.

Gids Ørjan tingelt met ijslamellen in een duizenden jaren oude ijsgrot. Foto Hilde Harshagen
Per sneeuwscooter een gletsjer over met gids Ane. Foto Hilde Harshagen.

Spitsbergen was altijd al voor stoere types. Toeristen die opgewekt een bivakmuts opzetten, hun survivalpak dichtritsen en bij min twintig hun sneeuwscooter starten. Of die zelf dolenthousiaste husky's inspannen voor hun slee - 'hier heb je de namen van je team, ga ze maar zoeken'. Sinds kort probeert het eiland een breder publiek te lokken met activiteiten als een foodietour, wetenschapstoerisme, makkelijke gletsjerwandelingen naar een ijsgrot (desnoods per rupsvoertuig) en dit jaar bouwen Nepalese sherpa's een pad naar een naastgelegen bergtop. De burgemeester: 'Eigenlijk zijn wij Noren tegen aangelegde paden, maar het kan niet anders.'

Op 8 maart verzamelen veel bewoners zich bij de trappen van het oude ziekenhuis om de terugkeer van de zon te vieren. Kinderen zingen liedjes in zonnebloemkragen, stoere wildernisgidsen pinken een traantje weg en de priester roept dingen als: 'we verwelkomen het licht in deze mooiste kathedraal ter wereld'. Bezoek daarna ons eiland, adviseren veel gidsen. Tijdens de 'blauwe uren', steken de bergen mooi af tegen een sprookjesachtige hemel.

Dan kun je over bevroren fjorden en door besneeuwde dalen naar de ruige oostkant scooteren. Dat wil zeggen op ijsbeersafari, al mag dat niet zo heten van de Noorse regering. De witte beer is een beschermde diersoort en moet met rust worden gelaten. Toch rukt de politie een paar keer per jaar uit na een schietincident. Alleen wie een beer op minder dan 50 meter van voren treft, kan zelfverdediging opvoeren als excuus. Wildernisgids Ane, een stoere Noorse meid met vlechten en een groot geweer op haar rug, tipt de eerste twee weken van mei als goed bezoekmoment: 'dan kunnen we scooteren, maar ook al varen.'

Samen rijden we een gletsjer op richting het oosten, naar haar favoriete plek tijdens de lange poolnacht. Behoedzaam pruttelen we omhoog met louter sterren om ons heen. Het is alsof we bijna van de aardbol vallen. Nog even en we zweven zó het heelal in. De motoren gaan uit op een hoge pas met uitzicht op het zuiden. Ane haalt warme soep uit haar rugzak en wijst in de verte. 'Kijk daar, die geel-oranje gloed aan de horizon. Dat is de zon ergens boven Europa.'

Rendiersoep met aardappels rond het kampvuur. Foto Hilde Harshagen
Volkskrant Reizen:
Raak geïnspireerd en maak uw reizen nog bijzonderder met de onafhankelijke reisverhalen en originele tips van de Volkskrant reisredactie. Bekijk onze reispagina of zoek een bestemming op de kaart:
Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.