Leven op de rand van het ravijn

Column voor het radioprogramma Langs de Lijn (NOS), 20 augustus 2007

'Donderdag is oud-voetballer Jeroen Boere op 39-jarige leeftijd overleden bij een ongeval in zijn huis in Spanje', meldde de NOS zaterdag op de website.

Het bericht ging zo verder: 'Boere debuteerde in het seizoen 1985-1986 als profvoetballer bij Excelsior en speelde vervolgens twee jaar bij de club uit Rotterdam. De jongere broer van Remco Boere, die ook betaald voetballer was, kwam ook uit voor De Graafschap, VVV, Roda JC, Go Ahead Eagles, West Ham United, Portsmouth, West Bromwich Albion en Crystal Palace. Hij sloot zijn loopbaan in 1999 af bij het Japanse Omiya Ardija.'

Hiermee is bepaald niet het hele verhaal verteld, maar wel een deel. Tien clubs in 14 jaar in drie verschillende landen, dat duidt op onrust en een grote zucht naar avontuur. En dan was de NOS nog vergeten dat Boere ook nog voor Southend United heeft gespeeld, voordat hij naar Japan verhuisde.

Over de doodsoorzaak zijn de media niet eensluidend. Een ongeval in zijn huis, zoals de NOS meldde, was het mogelijk niet. Andere websites meldden dat hij bij een auto-ongeluk om het leven is gekomen, op Ibiza of in Marbella. Hij werkte in Spanje als makelaar.

Aan Boere kleven ontelbaar veel smeuïge verhalen. Geen verhalen over beslissende doelpunten of schitterende triomfen, hoewel hij een heel behoorlijke spits was, maar anekdotes die erop wijzen dat hij het gaspendaal het liefst tot op de bodem intrapte.

Boere was geen modelprof. Geen ideale schoonzoon ook, trouwens, maar een stapper die zich snel liet uitdagen en altijd de rand van het ravijn opzocht. Soms tuimelde hij erover heen.

In de gratis krant De Pers las ik een anekdote die hem in hoge mate typeerde. Als spits van VVV liet Boere op een dag vol trots zijn nieuwe auto zien aan zijn ploeggenoten, een Renault Turbo. Een dag later kwam hij lopend naar de training. De auto had hij, tijdens een ritje op de Duitse autobaan, total loss gereden. Zo'n man.

In 1999 stapte hij plotseling ongewild in een horror-film. Boere was destijds in Japan speler van Omiya Ardija. In Roppongi, de uitgaanswijk van Tokyo, verloor hij om vier uur 's ochtends bij een steekpartij een oog. Boere was daar met zijn vrouw en met vrienden. Een andere man stak hem buiten de bar in een arm.

Het incident verdween dagenlang niet van de voorpagina's van de Japanse kranten, niet in de laatste plaats omdat werd vermoed dat Boere het slachtoffer was geworden van de Japanse drugsmaffia. Hij was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Alsof het incident nog niet bizar genoeg was, werd de man die hem aanviel later gevonden in een rivier in Bangkok; dood, met drie kogels in zijn hoofd en verpakt in een koffer. Het bleek een 25-jarige man van Israelische komaf te zijn.

De Halve Maan, heette de pub die Boere later in Londen begon. Sportweek zocht hem daar in 2001 op. Boere maakte grappen over zijn kunstoog en keek terug op zijn leven als voetballer. Spijt had hij nergens van en wrokkig was hij niet. Want hij leefde nog, zei hij, en hij had best een aardige loopbaan als voetballer gehad.

Eén opmerking in het interview heeft, achteraf, een enorme lading gekregen. 'Ik weet drommels goed dat ik iemand ben die het noodlot tart'.

Saai was het daarom nooit, het leven van Jeroen Boere. En dat is ook wat waard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.