Leven onder een vergrootglas

De democratische Republiek van Weimar moest een einde maken aan de eeuwenlange discriminatie van Duitse joden, en hun de burgerrechten bezorgen waarop ze al zo lang hadden gewacht....

Hecht deed uitvoerig onderzoek naar (de joodse pers uit) de tijd van Weimar en schaarde zich daarmee onder een toenemend aantal historici die zich richten op de periode en de mentaliteit die voorafgingen aan de vervolging en vernietiging van joden in de Tweede Wereldoorlog. Uit die voortijd van het Derde Rijk komen opmerkelijke feiten naar voren.

In de Eerste Wereldoorlog werd de jodenhaat al duidelijk zichtbaar, toen de keizer in 1917 een 'jodentelling' afkondigde voor het leger, hoewel de joden even dapper voor hun vaderland vochten als hun 'arische' landgenoten en ze vanwege hun inzet met een regen van IJzeren Kruizen en bevorderingen werden beloond. Joodse soldaten raakten door de keizerlijke maatregel verbitterd, omdat ze juist door de offers die ze in de loopgraven brachten hoopten op een welverdiende rechtsgelijkheid ten opzichte van hun medeburgers. In plaats daarvan wachtte hun na de Grote Oorlog een vloedgolf van antisemitisme.

De antisemitische propagandamachine verspreidde de mythe dat joodse soldaten vooral uitblonken in het zich drukken. De nederlaag van 1918 werd voor een groot deel in de schoenen van de joden geschoven, en de rol die joden speelden in de revolutie en in de arbeiders- en soldatenraden, wakkerde het antisemitische vuur alleen nog maar verder aan.

Het bijzondere van Hechts boek is niet alleen dat het laat zien hoe en in welke mate het antisemitisme in het Duitsland van v1933 zich manifesteerde, maar ook hoe verschillend daarop door de joden werd gereageerd. Het orgaan van de Centralverein deutscher Staatsb jhen Glaubens, kortweg C.V.-Zeitung, probeerde met rationele voorlichting het antisemitisme het hoofd te bieden, terwijl de zionistische Jhe Rundschau er pas veel later over berichtte. Het Israelitische Familienblatt nam een tussenpositie in.

Voor de een was het bestrijden van de om zich heen grijpende jodenhaat een zaak van levensbelang, de ander zag meer heil in het negeren ervan en hoopte op rechtsbescherming van de overheid.

Het was een tweeslachtigheid die samenkwam bij Walther Rathenau, de joodse minister van Buitenlandse Zaken wiens benoeming werd beschouwd als symbool voor de emancipatie van de Duitse joden. Maar merkwaardig genoeg keken de joden daar met gemengde gevoelens tegenaan. Velen vreesden dat zijn benoeming het anti-joodse ressentiment zou versterken en pleitten voor een bescheidener opstelling. En niet ten onrechte.

Meteen vanaf zijn benoeming was Rathenau het mikpunt van antisemitische politieke agitatie. In de rechtse pers werd hij weggezet als een oorlogswoekeraar, een triomf van het internationale jodendom en een exponent van de door de conservatieven zo verguisde 'jodenrepubliek' van Weimar. Op 24 juni 1922 werd Rathenau vermoord. Daarmee werd hij het 354ste om het leven gebrachte slachtoffer van antisemitisch geweld in Duitsland.

Ook voor minder hooggeplaatste joden was het antisemitisme goed merkbaar. Hecht geeft talrijke voorbeelden van intimidaties, pesterijen, kloppartijen en schendingen van begraafplaatsen. Het waren excessen die niet tot het exclusieve domein van de nazi's behoorden, hoewel zij in het kwellen van joodse medeburgers andere antisemieten naar de kroon staken.

Het anti-joodse sentiment zat diep en werd overwegend gekoesterd door radicaal rechtse, 'volkse' groeperingen. Een van de invloedrijkste clubs was het Alldeutsche Verband, waarvan de Werdegang minutieus wordt belicht in de vuistdikke studie Konstruierte Nation van Rainer Hering. De leden van dit verbond waren antisemiet tot op het bot. Een van de trouwste aanhangers was de virulente jodenhater Theodor Fritsch, wiens Handbuch der Judenfrage in gigantische oplagen werd gedrukt en tijdens het Derde Rijk op de boekenlijsten voor scholieren werd gezet.

Leider van het Alldeutsche Verband was Heinrich Cla een geestdriftige leerling van de nationalist Hermann von Treitschke, wiens slogan 'Die Juden sind unser Ungllater vaak en luidkeels werd gebezigd. Clazette zich samen met zijn groepering onvermoeibaar in om het 'jodenvraagstuk' op de politieke agenda te houden. Daarnaast gaven de talloze antisemitische publicaties van het Alldeutsche Verband een stevige impuls aan de verspreiding van de anti-joodse doctrine. De 'volduitsers' maakten zich verdienstelijk door de nazi's ideologisch en financieel te steunen. Toen die eenmaal vast in het zadel zaten, hieven zij bij wijze van dank hun conservatieve club op.

De wereld van Weimar bood voor joden bepaald niet die open samenleving waarvoor ze vaak wordt versleten. Het is daarom des te verrassender dat Claudia Koonz in haar boek The Nazi Conscience, over het geweten van de Duitse nationaal-socialisten, de hele Weimar-periode negeert. Volgens haar behoorden de Duitsers van v1933 tot de minst antisemitische volkeren van Europa. Fransen, Britten, Italianen en Roemenen liepen wat dat betreft vooraan, meent Koonz. Hoe ze daarbij komt, maakt ze niet duidelijk. Wel verwijst ze naar een nog niet gepubliceerd manuscript dat haar stelling zou schragen.

Koonz voert haar lezers mee op een leerzame tocht langs het Duitse bruine gedachtegoed dat uiteindelijk de weg bereidde voor de holocaust. Haar uitgangspunt is de vraag hoe de nazi's de jodenmoord met hun geweten in overeenstemming konden brengen. Om die vraag te kunnen beantwoorden verdiept zij zich in uiteenlopende publicaties van verschillende geledingen uit het Derde Rijk. Wetenschap, politiek, filosofie, leger, jeugd, rechtspraak, onderwijs - niets lijkt ze te hebben overgeslagen.

Koonz' keuze van de geschriften is op het eerste gezicht tamelijk arbitrair. Zo staat ze uitvoerig stil bij Walter Gro de militante rassenideoloog en voorvechter van een jodenvrij Europa, maar vermeldt ze helemaal niets over de invloedrijke antropoloog Hans F.K. Gr, die met zijn wijdverbreide boeken als Rassenkunde des deutschen Volkes de Duitse natie rassenbesef moest bijbrengen. In 1930 publiceerde Gr Rassenkunde des jhen Volkes, waarin hij onomwonden stelde dat een 'joods ras' niet bestond. De vaststelling dat er geen eenduidige rassencriteria voorhanden waren om iemand als joods te bestempelen, dreef menig nationaal-socialistisch rassenvorser tot wanhoop.

Koonz komt een heel eind met haar onderzoek naar de extreme ideevan de nazi's en de invloed die ze hadden op de bejegening van Duitse joden door hun medeburgers. Maar daarmee is consensus over een ongekende massamoord nog niet aangetoond. De antisemitische maatregelen en propaganda werden openlijk toegepast en beleden. De holocaust voltrok zich heimelijk. Die ging kennelijk zelfs voor de nazi-ethiek te ver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden