Leven na Tinkebell

IN Amsterdam

Vlissingen 2013: Ezzedin in het kunstproject van Tinkebell. Rechts Armeniër Shirak. Beeld Ruben Oreel

Hoe kijk je als asielzoeker terug als Katinka Simonse, alias Tinkebell, je eenmaal tot kunst heeft verheven? Terwijl de feitenbrij rond de uitgezette Afghaan Feda Amiri tot een kookpunt raakte, met dank aan Tinkebells bemoeienis, dacht ik aan Ezzedin Rahmtallah Mehimmid uit Soedan. Zat uitgeprocedeerd in de toenmalige Vluchtkerk in Amsterdam toen hij werd ontdekt en met nog een Armeniër tentoongesteld door Tinkebell. Dit in een speciaal getimmerd huisje, op een kunstfestival in Vlissingen in mei 2013.

Een bevoorrechte positie, noemde Tinkebell dat destijds in NRC, want 'nu ze een kunstwerk zijn geworden, heb ik een vergunning voor ze en krijgen ze een gezicht'. Ik ging erheen, en zag Ezzedin niet-begrijpend naar een sjoelbak staren. Kunstdecor. Maar de vergunning ontbrak en het huisje werd nog diezelfde avond afgebroken. Tinkebell kwam niet opdagen: die 'moest' naar De Wereld Draait Door. Ezzedin zat al snel weer in de Vluchtkerk.

Ik had zijn telefoonnummer nog. Na een paar dagen nam hij op. Dit weekend zocht ik hem eerst tevergeefs in de Vluchtgarage in Amsterdam-Zuidoost, waar de uitgeprocedeerden kamertjes hebben gemaakt van opgehangen dekens in koude, halfdonkere gangen. Hier en daar een deur, waarop met viltstift een landsnaam is geschreven. Ik vond 'Sudan'. Mannen, hangend op bedden, lachten bij Ezzedins naam.

Hij was in Vlissingen ook een leuke jongen: vrolijk als een wandelende Benneton-reclame. Tinkebell noemde Ezzedin in Trouw 'mijn vluchteling': 'Ik heb hem een beetje geadopteerd en probeer zijn uitzichtloze situatie iets minder ondraaglijk te maken', schreef ze.

Hij was niet in de Vluchtgarage. Vergissing. Ik moest naar het Vluchtgebóuw, zeiden de Soedanezen hoofdschuddend, verderop, in Amsterdam-West.

De Vluchtkerk werd Vluchtflat, Vluchtkantoor en toen dus Vluchtgebouw. Daar wachtte Ezzedin me op, we liepen naar het August Allebéplein voor koffie. Hij keek wat vervaarlijk, had zijn hoofd kaal geschoren, want met rastahaar denkt iedereen dat je ganja rookt, zei hij, en cannabis. Hij rookt zware Van Nelle en drinkt nu veel, anders kan hij niet slapen. Het ging niet goed. Ezzedin waarschuwde steeds voor zijn 'tweede' gezicht, dat 'gevaarlijk' zou zijn.

Eigenaar Mohammed Ameziane van lunchroom Coffee Call begroette hem hartelijk, met wat wederzijds geboks en geaai. Op het menu Marokkaanse pannenkoeken met honing, muffins, broodjes belegen kaas. Wat overblijft, gaat elke avond naar het Vluchtgebouw.

De Armeniër uit het kunstproject was verdwenen, zei Ezzedin. En Tinkebell? 'Die zie ik alleen nog op tv.'

Ezzedin nu. Beeld -

Hij is analfabeet, zijn Engels is moeizaam, maar bij de naam Tinkebell zei Ezzedin steeds nadrukkelijk: 'Ik ben niet dom', 'Ik ben geen ezel' en: 'Ik ben niet gek.'

'Sommige mensen hebben mensen met problemen nodig', zei Ezzedin. 'Anderen hélpen mensen met problemen.'

Toen vertelde hij over de 'little people': Turken en Marokkanen die eten naar het Vluchtgebouw brengen. Onopvallend. Geen avond slaan ze over.

Tja. En zou hij nog eens een kunstproject doen?

'Nee.'

Waarom niet ?

'Ik doe het niet!'

Maar waarom?

Ezzedin schudde nu hard het hoofd. 'Ik wil daar niet meer zitten. Die mensen die langsliepen en je aanstaarden. 'Oooo my Góóóód!', riep iemand, 'African motherfuckers!' Alsof ze een mes in mijn hart zetten.'

Muur boven Ezzedins bed in het Vluchtgebouw. Beeld -

Ik bracht hem naar zijn bed in het Vluchtgebouw. Hij ging roken en roomboterbabbelaars eten en naar reggaemuziek luisteren. 's Avonds belde ik Elsa van Scheppingen (58). Zij woont in Lisse en komt twee keer per week met haar man Lucas naar het Vluchtgebouw. Ze begonnen in de Vluchtkerk, als christenen ('Niet van die erge, hoor'). Zij had al een paar Soedanezen onder haar hoede. Die vroegen haar Ezzedin erbij te nemen toen Tinkebell het liet afweten. Nu is Elsa zijn vaste contactpersoon.

'Ezzedin voelt zich erg benadeeld door Katinka', zei ze. 'Opeens kwam ze niet meer. Dat kun je bij deze mensen na zo veel beloftes echt niet doen.'

Ik vroeg hoe ze het zelf zo lang volhield. Elsa vertelde ('Ja dit is heftig, hoor') dat hun zoon Jordi was doodgeslagen na het uitgaan: zinloos geweld. Van de Soedanezen, zei ze, is vaak de halve familie uitgemoord. Zij begrepen elkaar volledig.

Ik vroeg of dat troost bood. 'Zeker', zei Elsa. 'Deze hulp komt van twee kanten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.