Leven na de dood; SPAANSE SCHRIJVER SEMPRUN KEERT IN AUTOBIOGRAFIE TERUG NAAR BUCHENWALD

OP ZATERDAG 11 april 1987 zat de Spaanse schrijver Jorge Semprun te schrijven in een appartement in Parijs, toen het verhaal met hem op de loop ging....

Het fragment was gesitueerd in Buchenwald. Een Franse legerofficier arriveerde een dag na de bevrijding van het concentratiekamp en registreerde droog wat hij daar aantrof.

Voor de deur van de Gestapo-barak stond een jonge kerel op wacht, uitgemergeld en met een Duits machinepistool voor zijn borst, die de officier gadesloeg. De officier werd getroffen door de 'kapotte kilte van die blik, die schitterde in een benig, uitgeteerd gezicht. Hij kreeg het gevoel of hij door ogen van voorbij of van vóór het leven werd geobserveerd, gepeild'.

Semprun had inmiddels door welke kant het verhaal opging: 'Ik had geraden wie Roger Marroux daar bij de ingang van Buchenwald ging ontmoeten: mijzelf. De reële herinnering aan de drie officieren van een geallieerde missie, die achter de fictie zichtbaar werd, begon vorm en lijn te krijgen, als de beelden die uit de oorspronkelijke wazigheid van een polaroid-foto opdoemen.'

Op 11 april 1987, op de 42ste verjaardag van de bevrijding van Buchenwald, had Jorge Semprun zichzelf opnieuw ontmoet. En daarmee tevens het embryo van een nieuw boek op papier gezet, een boek waaraan hij zich nu niet langer kon onttrekken. Hij borg de vellen op in een map waarop hij direct de titel van het nieuwe boek schreef: 'Schrijven of sterven'. De aanzet was er, de rest zou onvermijdelijk en onafwendbaar komen.

'De dag dat Primo Levi stierf' heet het hoofdstuk waarin Jorge Semprun het ontstaan beschrijft van de eerste kiemen van Schrijven of leven, de adequatere titel die hij later aan zijn autobiografie meegaf. Op dezelfde zaterdag waarop hij de schim van zichzelf als jonge kampbewoner tegen het lijf liep, koos Primo Levi de dood door in zijn huis in Turijn in het trapgat te springen.

Het was het eerste dat Semprun de volgende zondagmorgen op het nieuws hoorde. De Italiaanse schrijver, die zijn leven lang de verschrikkingen van Auschwitz onder woorden had proberen te brengen, was ingehaald door de dood. 'Waarom', vraagt hij zich af, 'was het hem ineens onmogelijk geworden de gruwel van zijn herinneringen te dragen?

'Heel gewoon: een laatste maal had de angst zich van hem meester gemaakt, zonder uitweg of redmiddel. Zonder ontsnapping, zonder hoop. De angst waarvan hij in de laatste regels van Het respijt de symptomen beschreef.

'Buiten het kamp was, simpelweg, niets waar. De rest was slechts een korte vakantie, een zinsbegoocheling, een vage droom: zo was het.'

Jorge Semprun zelf heeft er bijna een halve eeuw over gedaan om terug te keren naar Buchenwald. Toen hij eenmaal op papier de eerste aanzet had gegeven, kon hij ook de lijfelijke confrontatie aan. Hij aanvaardde de uitnodiging van een Duitse televisiejournalist die een programma wilde maken over de twee gezichten van Weimar, cultuurstad en concentratiekamp. In het kamp op de Ettersberg, waar Goethe en Eckermann al wandelend hun fameuze gesprekken hadden gevoerd, had hij zestien maanden in de hel gevangen gezeten.

Vorige maand zond de Spaanse televisie een documentaire uit van de Fransman Patrick Rotman, die naar aanleiding van het verschijnen van Schrijven of leven met Semprun op pad ging naar de plekken die een cruciale rol in zijn leven hebben gespeeld. Opvallend was de rustige, bijna laconieke toon waarop Semprun in Buchenwald uiteenzette hoe het kamp was ingericht en hoe het functioneerde. Het was alsof hij alle zeilen bijzette om distantie te bewaren, zich niet te laten opslokken door de pijnlijke herinneringen.

In Schrijven of leven geeft Jorge Semprun zich voor het eerst volledig bloot. Niet dat men kan beweren dat de Spanjaard nooit iets over zichzelf heeft verteld. Zijn hele werk is doordrenkt van de autobiografische elementen en is voor een deel zelfs te lezen als de verslaglegging van zijn politieke activiteiten, van de jaren dat hij het communistisch verzet tegen generaal Francisco Franco organiseerde tot aan zijn laatste politieke avontuur als minister van Cultuur van de socialist Felipe Gonzalez.

We wisten al veel van leven en werk van Semprun, dus komen we in Schrijven of leven bekende dingen tegen. Zoals verwijzingen naar zijn jeugd in Den Haag, waar zijn vader, een linkse katholiek, van 1937 tot 1939 gezant van de Spaanse Republiek was en waar Jorge een eeuwigdurende liefde voor Vermeer opdeed.

Ook na de overwinning van generaal Franco in de Burgeroorlog bleef de oude Semprun de Republiek trouw. Hij verhuisde met zijn gezin, net als zoveel Spanjaarden, naar Frankrijk. Daar raakte de filosofiestudent Jorge betrokken bij het verzet tegen de Duitse bezetters. Hij werd gepakt, gemarteld door de Gestapo en begin 1944 afgevoerd naar het concentratiekamp Buchenwald, het 'politieke' kamp, waar onder anderen tienduizend 'rode' Spanjaarden de dood vonden. In het concentratiekamp sloot de twintigjarige Semprun zich aan bij de communisten, hetgeen betekende dat hij na de bevrijding opnieuw in de illegaliteit belandde.

In Madrid organiseerde hij onder de schuilnaam Federico Sanchez het communistisch verzet tegen Franco, met name in studentenkringen. Hij klom op in de partij-hiërarchie en werd lid van het centraal comité. Dat ging goed tot 1964. Toen, tijdens een vergadering van het centraal comité van de Spaanse communistische partij in Praag, werd hij samen met geestverwant Claudin uit de partij gestoten. Het vonnis, voorgelezen door de koningin van de partij, La Pasionaria, noemde het tweetal 'bourgeois revisionisten' en 'intellectuele kippen zonder kop'.

0 E REDEN van de uitstoting was dat het tweetal een onacceptabele visie op het communisme en zijn strategie verdedigde, dezelfde die partijleider Santiago Carillo tien jaar later zelf zou omarmen en verkopen onder de noemer eurocommunisme. 'In de communistische partij', zou Semprun later zeggen, 'komt het er niet alleen op aan gelijk te hebben, maar ook om op het juiste moment gelijk te hebben.'

Eind jaren tachtig keerde Semprun nog een keer terug in de actieve politiek. Premier Felipe Gonzalez, geteisterd door schandalen in zijn socialistische partij, vroeg hem, een schrijver van aanzien en met een groot moreel gezag, minister van Cultuur te worden. Hij belandde in de socialistische slangenkuil, waar hij een harde strijd aanging met vice-premier Alfonso Guerra, die wegens een corruptieschandaal rond zijn broer moest aftreden. Korte tijd later werd ook hij door Gonzalez terzijde geschoven.

Sinds zijn uitstoting uit de communistische partij schrijft hij. Doorgaans in het Frans, dat hij tijdens zijn lange ballingschap als tweede moedertaal heeft omarmd. Autobiografische werken als Mémoires de Féderico Sánchez over zijn clandestiene periode in Madrid en het einde van zijn communisme. Recentelijk kwam hij nog eens met het pseudoniem op de proppen, toen hij in Féderico Sánchez vous salue afrekende met de socialistische dynosaurussen.

Ook romans die gebaseerd zijn op zijn eigen ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog en zijn verblijf in Buchenwald. Zoals De grote reis, Zo'n mooie zondag en Netsjajev is terug.

De grootste faam verwierf hij zich als scenarioschrijver. Samen met regisseur Costa-Gavras maakte hij de bekende politieke speelfilms Z en L'Aveu, met Alain Resnais verfilmde hij La guerre est finie, en samen met Joseph Losey Les routes du sud. Zowel in zijn romans als in zijn scenario's staan zijn eigen politieke en clandestiene herinneringen aan de basis van de tekst.

Semprun begon pas na zijn veertigste te publiceren. 'Een van de redenen van dit boek', zegt hij in Schrijven of leven, 'is uit te leggen waarom ik zo laat met schrijven ben begonnen.'

Voor de filosofiestudent en poëzie-gek Semprun stond het in zijn jonge jaren als een paal boven water dat hij schrijver zou worden. Zoals hij er later in Buchenwald van overtuigd was dat hij zijn ervaringen in het kamp op papier zou zetten.

De vraag over het hoe stond al centraal in discussies tussen kampbewoners, voor en kort na de bevrijding van het kamp. 'Kan het worden verteld? Zal het in de toekomst kunnen worden verteld?', vraagt Semprun zich af. 'Niet dat de meegemaakte ervaringen onzegbaar zijn. Ze waren onleefbaar en dat is, zoals gemakkelijk te begrijpen valt, iets heel anders. Uiteindelijk kun je altijd alles zeggen. Het onzegbare waarover ze ons aan onze kop zeuren, is een slecht excuus. Of een teken van luiheid.'

'Maar zijn de mensen in staat om alles te horen, zich alles voor te stellen? Zullen ze daartoe in staat zijn? Er genoeg geduld voor hebben, genoeg gevoel, meegevoel, rechtlijnigheid? De twijfel bekruipt me vanaf het eerste moment, vanaf die eerste ontmoeting met mannen van ervóór, van erbuiten - afkomstig uit het leven - bij het zien van de verschrikte blik, bijna vijandig en in ieder geval wantrouwig, van de drie officieren.

'Ze zwijgen, willen eigenlijk niet naar me kijken.'

Semprun was, net als de andere overlevenden van de kampen, teruggekeerd uit de dood. Zijn leven, zoals hij in Schrijven of leven duidelijk maakt, was een leven na de dood. 'De wonderbaarlijke reconstructie van een dode ziel', noemde collega Carlos Fuentes het boek.

Hij was niet aan de dood ontsnapt, maar er doorheen gegaan. 'Dat ik de dood in zekere zin heb geleefd. Het was een opwindend idee dat het ouder worden, van nu af aan, vanaf deze onwaarschijnlijke dag in april, me niet dichter bij de dood zou brengen maar me er juist verder van zou verwijderen.

'Ik had alles meegemaakt, niets kon me meer gebeuren. Niets anders meer dan het leven, om gretig in te bijten. Met die zekerheid ben ik naderhand door tien jaar clandestiene activiteiten in Spanje heen gekomen.'

0 AAR HET OP enigerlei wijze op papier zetten van deze ervaringen bleek een onmogelijke opgave. Een half jaar lang worstelde Semprun, maar telkens als hij naar de juiste woorden zocht, werd hij diep terug die hel in gezogen. Tijdens een kort verblijf in Ancona hakte hij resoluut de knoop door: wilde hij overleven, dan zou hij het idee van schrijven moeten opgeven.

'Ik heb alleen mijn dood, mijn ervaring van de dood, om mijn leven te zeggen, er uitdrukking aan te geven', parafraseert hij de Peruaanse dichter César Vallejo. 'Met al die dood moet ik leven fabriceren. En de beste manier daarvoor is schrijven. Maar het schrijven voert me juist terug naar de dood, sluit me erin op, laat me erin stikken. Zo ben ik er dus aan toe: ik kan alleen leven door die dood al schrijvend te aanvaarden, maar het schrijven maakt me het leven letterlijk onmogelijk.'

'Het vergeten: dat was de prijs die voor het leven moest worden betaald. Een doelbewust, systematisch vergeten van de kampervaring. Een vergeten ook van het schrijven. Van iets anders schrijven kon immers geen sprake zijn. Het zou bespottelijk en misschien zelfs weerzinwekkend zijn geweest om langs die ervaring heen te gaan en wat dan ook te schrijven.'

Hij vergat het schrijven, vergat met kracht het verleden, en stortte zich op zijn politieke activiteiten. Totdat op een nacht, bijna twintig jaar later, het 'opnieuw gesneeuwd had over mijn droom', ten teken dat het verleden verre van vergeten was.

Hij zat in een appartement in Madrid, dat hij vanwege de acties van Franco's politie tijdelijk niet kon verlaten. Toen het beeld van de sneeuw terugkeerde, pakte hij pen en papier en schreef in één adem De lange reis, het verhaal van een groep gevangenen op transport naar het concentratiekamp. Het boek was het begin van de schrijver Semprun: 'Het boek dat bijna twintig jaar had moeten wachten voordat ik in staat geweest was het te schrijven, was nog maar nauwelijks klaar of het vervaagde alweer. Ik zou opnieuw moeten beginnen: het was waarschijnlijk een eindeloze taak, het verwoorden van de doodservaring.'

Er zou opnieuw dik twintig jaar voorbijgaan voor Jorge Semprun de moed vond helemaal naar de bodem van de hel terug te keren. De dood van Primo Levi gaf hem het laatste duwtje. In Schrijven of leven komen we bekende Semprun-verhalen tegen, verteld in de stijl van de scenarioschrijver die zich veel uitstapjes veroorlooft.

Maar voor het eerst verhaalt hij scènes uit Buchenwald, verhalen van dood en solidariteit, van ontroering en walging. 'Het hoort bij de verhalen die ik nog niet heb verteld', zegt hij ergens. 'Ik zou een paar levens nodig hebben om al die dood te vertellen. Die dood tot het einde toe vertellen is een eindeloze taak.'

In 1992, '47 jaar na mijn laatste dag', keerde Jorge Semprun terug naar Buchenwald. Hij zag op tegen de reis, maar de confrontatie stelde hem gerust. 'Ik wist dat ik weer thuis was.'

Cees Zoon

Jorge Semprun: Schrijven of leven.

Meulenhoff; ¿ 49,90.

ISBN 90 290 4995 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden