Leven met haast

Modefotograaf Erwin Blumenfeld schoot iconische covers voor Vogue, maar in zijn werk schuilt ook het leed van twee wereldoorlogen. Een tentoon- stelling laat bovendien zijn Hollandse roots zien.

Was de loopbaan van de Duits/Amerikaanse fotograaf Erwin Blumenfeld ingrijpend anders verlopen als hij niet een deel van zijn jonge jaren had doorgebracht in Amsterdam? Als hij niet daar, op Kalverstraat 116, een damestassen-winkel had geopend en achter in de zaak fotoportretten was gaan maken, maar bijvoorbeeld in Kopenhagen?


Het zijn uiteraard niet met zekerheid te beantwoorden vragen. Wie toch een gokje wil wagen, zal de vragen vermoedelijk ontkennend beantwoorden. Nee, ook zonder Amsterdam zou Blumenfeld het in New York hebben geschopt tot een van de grootste modefotografen van na de Tweede Wereldoorlog. Wat niet wegneemt dat het duidelijk zichtbare Amsterdamse stempel voor de Nederlandse bezoeker een vrolijke voetnoot vormt aan Blumenfelds in Parijs tentoongestelde werk. Tal van andere ogenschijnlijke bijzaken hebben hun sporen nagelaten in zijn werk en het, als een soort artistieke bijvangst, mede zijn bijzondere karakter gegeven.


Niet vaak weerspiegelen kunstwerken op een overzichtstentoonstelling zo mooi de belangrijke gebeurtenissen van de tijd waarin ze tot stand zijn gekomen. Alsof de kunstenaar zich bij de creatie van zijn werk steeds bewust was van de historische context waarin zijn oeuvre decennia later zou worden ingebed. Alsof, in het geval Blumenfeld, hij de geschiedschrijving een dienst wilde bewijzen door alles wat persoonlijk, maatschappelijk en politiek van belang was in zijn tekeningen, collages en foto's te laten reflecteren. De Eerste Wereldoorlog en de massaslachtingen, dada en Hitler, het fotografische experiment, Blumenfelds vriend Paul Citroen, zijn geliefde Lena en inderdaad: de Kalverstraat. Alles en allemaal zijn ze aanwezig, in de ruim driehonderd foto's in Jeu de Paume.


Enigszins braaf, chronologisch en tegelijk prettig overzichtelijk wordt Blumenfelds ontwikkeling van jonge tekenaar in het interbellum tot gevierd modefotograaf voor Harper's Bazaar en Vogue in de fifties aanschouwelijk gemaakt. Het leven lijkt haast te hebben met Blumenfeld, die in 1897 in Berlijn wordt geboren in een joods gezin. Op zijn 10de krijgt hij een fototoestel. Hij maakt een zelfportret geschminkt als clown, waarmee zijn talent zich al aandient.


Als Blumenfeld 16 is, overlijdt zijn vader aan de gevolgen van syfilis. Drie jaar later leert hij in Frankrijk als ambulancebroeder de gruwelen van de loopgraven kennen - hij vervoert voornamelijk lijken. Zijn drie jaar jongere broer Heinz sneuvelt aan het front. Blumenfeld heeft dan al besloten dat hij trouwt met Lena, de Nederlandse nicht van zijn destijds in Berlijn wonende jeugdvriend Paul Citroen, nog voor hij haar ook maar één keer in levenden lijve heeft ontmoet. Ze trouwen in 1921 en het huwelijk houdt stand tot het einde van zijn leven in 1969. Dan sterft hij in Rome aan een hartaanval.


De expositie besteedt, ook in relatieve zin, veel aandacht aan Blumenfelds jonge jaren als kunstenaar. Nadat hij in 1918 was gedeserteerd - tijdens verlof wist hij te ontvluchten uit de militaire dienst in Frankrijk en week hij uit naar Nederland - vestigde hij zich in Amsterdam en herenigde zich met de daar inmiddels ook wonende Paul Citroen. Hij verdiende de kost in de kledingindustrie en manifesteerde zich als kunstenaar, vooral als tekenaar en vervaardiger van collages. Met Citroen vormde hij het Nederlandse 'filiaal' van dada: de Dada-Centrale in Holland.


Zijn vroege tekeningen, vrolijk ingekleurde mannen- en vrouwenfiguren, dikwijls rokend of met een wijnglas in de hand, zijn geïnspireerd op onder meer het werk van zijn Berlijnse vriend George Grosz, maar zijn ook verwant aan de Duitse expressionisten. Ze oogstten weinig waardering in artistieke kring. In zijn dada-collages, dikwijls op briefpapier, zijn taferelen verwerkt van soldaten die ten aanval trekken, lijken in de straat, burgermannetjes erbij getekend en de tekst Wir sind alle Sünder - wij zijn allen zondaars.


In 1923 opende Blumenfeld - er moest brood op de plank komen, hij was een jaar eerder vader geworden - zijn winkel voor damestassen en lederwaren in de Kalverstraat, de Fox Leather Company. Een groot zakenman was hij niet. De winkel werd geen succes, ook omdat na een paar jaar de wereldcrisis zich aandiende.


In afwachting van klandizie dichtte hij, tekende en plakte krantenknipsels, vaak op papier met het beeldmerk van de winkel erop. Mooi hoe zijn universum, van de middenstander en de kosmopoliet, is neergedaald op dat alledaagse papier, dat vol eerbied aan de museummuur is opgehangen.


Het uitblijven van commercieel succes had nog een gevolg: Blumenfeld vestigde achter in de winkel een fotostudio en een doka, waar hij portretten van vrienden en de spaarzame klanten begon te vervaardigen. Hier werd de kiem gelegd voor zijn fotocarrière.


In zijn werk uit de late jaren twintig en dertig is Blumenfelds geestdrift voor de fotografie moeiteloos terug te zien. In het zelfportret uit 1930 in de spiegel, het hoofd schuin leunend op de camera, trouwring aan de middelvinger, schrandere blik. In de close vrouwenportretten, waarmee hij naar hartenlust experimenteerde in de doka: met solarisatie (de belichtingstechniek die een foto doet ontstaan uit een ogenschijnlijke combinatie van negatief- en positiefafdruk), aansnijdingen, absurde vervormingen van de afbeelding door het papier schuin of gevouwen onder de vergroter te houden. Het grote voorbeeld van het fotografisch experiment - Man Ray (1890-1976) - is nooit ver weg. Je ziet overeenkomsten met tijdgenoten als Alexander Rodtsjenko, Germaine Krull, Eva Besnyö, maar Blumenfelds eigen signatuur is altijd herkenbaar.


De alledaagse, persoonlijke wereld sluipt nog geregeld zijn werk binnen. In zijn naakten, vaak van vrouwen op de rug gezien, liggend op een bed, met ernaast, hoe aandoenlijk, op een stoel de theekopjes en de koektrommel. In een zelfportret, waar hij met behulp van lukraak op de grond geworpen foto's, schilderingen, spiegels een soort driedimensionale collage componeert.


Ook de wereldpolitiek dringt zich aan hem op. Zijn afkeer van en angst voor Hitler komen samen in afbeeldingen van de kop van de dictator waar een doodskop met kapotgeschoten kaken achter schuilt. Of van de Führers gezicht met bloed dat uit de ogen en mond sijpelt. Op een merkwaardig, onscherp, naargeestig zelfportret schreef Blumenfeld: 'Met de hartelijke groeten uit het gedachtenconcentratiekamp.'


Uit het slachthuis haalde hij een kop van een rund met schots en scheve tanden in de muil, plaatste die op een torso en noemde de foto: de dictator. Zo beschreven klinkt het als een wat goedkope vorm van propaganda, maar onder Blumenfelds vaardige hand zijn de dubbelopnamen werkelijk spookachtige voorstellingen van wat komen ging - de massavernietigingen moesten in het jaar waarin ze gemaakt werden, 1933 tot 1937, nog aanvangen.


In 1935 ging Blumenfelds vanaf de oprichting zieltogende Fox Leather Company failliet. Intussen had hij contacten opgebouwd die hem hielpen om zich in Parijs als fotograaf te vestigen. Hij publiceerde enkele foto's in avant-gardistische bladen als het fameuze Minotaure, bemerkte dat hij desondanks als autonoom fotograaf onvoldoende zou verdienen om zijn gezin - vrouw, drie kinderen - te onderhouden en bekende zich tot de modefotografie. Met steun van de absolute grootheid van de modefotografie in die dagen, Cecil Beaton, publiceerde Blumenfeld in de Franse editie van Vogue. Een jaar later, in 1939, pakte het blad uit met zijn grote productie over de Eiffeltoren, gemaakt ter ere van het 50-jarig bestaan van het monument.


De foto's uit die laatste vooroorlogse jaren tonen Blumenfeld op de toppen van zijn kunnen. Technisch perfect - zijn vroegere foto's waren soms slordig afgewerkt, met vuiltjes en haartjes die de afdruk vervuilden, wat ze overigens een avontuurlijke charme verleent. De modellen schitterend theatraal belicht, zodat ze waarlijk sterallure hebben. Artistiek superieur, bijvoorbeeld door het gebruik van flinterdunne lappen stof waarmee hij een lichaam bedekte, zodat het voor de lens oogde als gebeeldhouwd, en lichaamsvormen vervreemdende accenten kregen.


Inhoudelijk, als viering van de mode en vrouwelijke schoonheid, zijn de foto's diametraal tegenovergesteld aan de Hitlerportretten. Toch zijn ze even gelaagd, door de virtuoze manier waarop Blumenfeld met simpele hulpmiddelen en dokatechnieken foto's van zijn eigen handschrift voorzag.


Langdurig succes was hem in Parijs niet gegund. De nazi's vielen een deel van Frankrijk binnen, Blumenfeld werd (onder het met Hitler collaborerende Vichy-bewind) als ongewenste vreemdeling opgesloten in concentratiekampen in het zuiden van Frankrijk. Van daaruit wist hij met zijn gezin naar New York te vluchten, waar hij met open armen door Vogue en Harper's Bazaar werd ontvangen.


Blumenfeld schoot vanaf dat moment in kleur. Covers voor de modebladen, met vaak zachte pastelkleuren, naar de mode van die tijd. Feestelijk en luxueus, ondanks de wereldoorlog. Soms met een vleugje oorlogspropaganda, iets waaraan geen blad in Amerika zich in de oorlogsjaren kon onttrekken. Blumenfeld deed dat op de cover van Harper's Bazaar met de stars-and-stripes wapperend over het gezicht van een vrouw met baret, een van the women who serve. Krachtig en poëtisch tegelijk is ook de Vogue-cover uit maart 1945, met het onscherpe silhouet van een vrouw en het rode kruis daaroverheen geknald: Do your part for the Red Cross.


Tot 1955 zou hij voor Vogue covers en modereportages blijven maken en werd de bestbetaalde modefotograaf ter wereld. Het waren zijn oogstjaren, waarin professionaliteit en ervaring de overhand kregen over experiment en avontuur - ook Blumenfeld bleef niet eeuwig jong. In het overzicht in Jeu de Paume, met één zaal, is terecht minder aandacht voor het werk uit de jaren van zijn grootste roem. Het zijn virtuoze, toegepaste foto's, met meer illustratieve dan inhoudelijke waarde - daar ben je sneller op uitgekeken.


Uit de laatste vijftien jaar van zijn leven resteren onder meer de dia's die hij bij zijn rondreizen maakte van de straten van Berlijn, New York en Parijs. Sterk zijn ze niet, het lijkt alsof de fotograaf zich niet bijzonder wilde inspannen voor een speciaal standpunt, geen energie had om een trap te beklimmen zodat hij overzicht zou krijgen. Vooral de foto's uit Berlijn, Blumenfelds door de bombardementen verwoeste geboorteplaats, zijn treurig ongeïnspireerd. Alsof hij tussen de schamele resten van zijn jeugd tegen beter weten in zocht naar sporen van voorbije schoonheid. Om bij het besef van het definitieve verlies de camera alleen nog maar te hanteren om te bewijzen dat hij ergens was geweest. In die alledaagse foto's schuilt, in de wetenschap dat Blumenfeld in de laatste fase van zijn leven was, een weemoedig stemmende berusting.


Erwin Blumenfeld (1897-1969), Jeu de Paume, Parijs. T/m 26/1.


ONZEDELIJK GEDRAG

In 1929 werd Erwin Blumenfeld door twee agenten afgevoerd nadat hij zijn zwempak tot de navel naar beneden had afgestroopt. De fotograaf wordt gearresteerd wegens onzedelijk gedrag. In hetzelfde jaar maakt hij de schrijver van een artikel over de Franse schrijver Charles Baudelaire uit voor rotte vis. De auteur blijkt de hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie te zijn, die prompt een aanklacht wegens smaad indient. Deze twee memorabele ontmoetingen met de politie maken het aangevraagde Nederlandse staatsburgerschap voor Blumenfeld onmogelijk.

(Bron: Fleur Roos Rosa de Carvalho in ScherpteDiepte, maart 2008.)

BLINDE LIEFDE

In 1921, nog voor hij haar ook maar één keer in levenden lijve heeft ontmoet, trouwt Erwin Blumenfeld met Lena Citroen, de Nederlandse nicht van zijn destijds in Berlijn wonende jeugdvriend Paul Citroen. Ze krijgen drie kinderen: Lisette, Heinz en Yorick. Het huwelijk houdt stand tot Blumenfelds dood in 1969.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden