Leven met Gods Woord

Achttien kinderen telt het gezin Koelewijn in Spakenburg. Ze groeien op in de bevindelijk-gereformeerde traditie die vader Henk Koelewijn baseert op de Statenbijbel....

De avondmaaltijd van spinaziestamppot, sudderlappen en gebakken ei is zojuist genuttigd als Henk Koelewijn hardop uit de Bijbel leest. ‘Gij slangen, gij adderengebroedsels! Hoe zoudt gij de helse verdoemenis ontvlieden?’

Zijn echtgenote en de kinderen Janine (24), Jacob (22), Thomas (18), Hanna (17), Abraham (16), Maria (14), Johannes (13), Elisabeth (11), Esther (9), Cornelius (8), Jonathan (8), Lidia (6), Ruth (5) en Deborah (3) zijn muisstil als vader monotoon Mattheüs 23 citeert. Zijn wijsvinger glijdt over de bladzijde terwijl hij de woorden onderstreept: ‘Hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugels; en gijlieden hebt niet gewild.’

Alleen het jongste gezinslid Naomi (1) lukt het niet haar mond te houden. Het meisje – blonde haren, ondeugende blik in haar blauwe ogen – wil graag bij haar vader op schoot zitten, maar die heeft even geen aandacht voor haar.

Met z’n achttienen – inclusief de gast – aan twee niet eens zo heel grote eettafels zitten: het gaat prima. Vader en moeder zitten op een stoel, de kinderen schouder aan schouder op houten kerkbanken. Er is zelfs nog ruimte over. Dat moet ook wel, soms is het nog drukker aan tafel: de kinderen Anna (23), Miriam (21) en Daniël (19) ontbreken vanavond.

Het gezin Koelewijn telt achttien kinderen, van een en dezelfde moeder. En ‘als er nog eentje bij komt, is hij of zij meer dan welkom’, zegt moeder Koelewijn. Onder haar bruine haar, in een knotje gestoken, huist een vriendelijk gezicht. Foto’s van haar, of de naam van mevrouw Koelewijn (45), hoeven van Henk Koelewijn niet in de krant. ‘De man is het gezinshoofd en de vrouw valt daaronder.’

Dit Spakenburgse gezin is ‘bevindelijk gereformeerd’ en maakt deel uit van de orthodox-protestantse groepering die in Nederland beter bekend staat als de zwartekousenkerk. In de bestseller Knielen op een bed violen van Jan Siebelink is hoofdpersoon Hans Sievez een vurig aanhanger van deze geloofsrichting. Koelewijn las het boek drie keer en hij heeft er geen goed woord voor over. ‘De inhoud van dit boek berust merendeels op fantasie.’

Een boek waar Koelewijn meer waardering voor heeft, is De zwartekousenkerken van theoloog Anne van der Meiden. ‘Een heel kritisch boek over bevindelijk gereformeerden. Maar in tegenstelling tot Knielen op een bed violen wél realistisch.’ In zijn boek beschrijft Van der Meiden onder meer hoe deze geloofsgemeenschap zijn scherpste kantjes verliest (‘Misschien kunnen we tegenwoordig beter over de grijzekousenkerken spreken, maar die term is in Nederland nog niet ingeburgerd’).

Koelewijn is het met deze analyse hartgrondig eens. ‘Op tal van gebieden worden er door de kerkleiders concessies gedaan om leden te behouden. Zo worden zaken als inenten, tv, internet en verzekeren bespreekbaar. Dat vind ik fout.’

Ook wat van oorsprong zijn kerk was, de Oud Gereformeerde Gemeente in Amersfoort, verschiet volgens Koelewijn van kleur. Hij heeft tal van voorbeelden. ‘De predikant heeft eens kinderen gedoopt van wie de ouders een tv hebben. Ik heb zelf de tv gezien! En dat heb ik de dominee ook voorgelegd. Hij heeft de kinderen desondanks gedoopt.’

Hij heeft bovengenoemde en andere ‘onschriftuurlijke’ zaken aanhangig gemaakt bij het hoogste orgaan van de kerk. Maar niet met het gewenste resultaat. De Oud Gereformeerde Gemeenten van Nederland hebben Koelewijn als lid geschrapt. ‘Ze hebben me gewoon op straat geschopt, zonder de kerkelijke weg te volgen. Terwijl ze weten dat ik gelijk heb.’

Het gezin Koelewijn woont in een zelf gebouwd vrijstaand huis op een bedrijventerrein in Spakenburg. De woning aan de Snoekbaarsweg is omringd door visverwerkende bedrijven en bakkerijen. Het veroorzaakt een merkwaardige geurcombinatie.

Erg groot is de woning niet. De jongens slapen in twee slaapkamers, de meiden in drie. ‘Veel ruimte hebben we niet, maar het gaat best,’ zegt Jacob, die met zijn broer Abraham een tweepersoonsbed deelt.

De familie Koelewijn voldoet in veel opzichten aan het beeld dat de buitenwereld van deze ‘zwarte kousen’ heeft. De vrouwen en meisjes dragen rokken tot op de enkels. De mannen en jongens dragen Spakenburgse vissershemden en zwarte broeken. In huis is geen krant, radio, tv of internet. Wel telt de huiskamer drie staartklokken, een gewone klok en een verlicht aquarium. ’s Avonds wordt door de kinderen huiswerk gemaakt, of worden spelletjes gespeeld. Vader doet een sudoku of speelt een potje schaak met de kinderen.

De zondagsrust is heilig. Alles staat die dag in het teken van rust en de verering van God. De elektriciteit wordt uitgeschakeld, zodat ook anderen niet tot onnodig werken worden aangezet. Zelfs de eigen windmolen in de achtertuin, 18 meter hoog, wordt tot stilstand gebracht. ‘Ook de wieken mogen uitrusten’, zegt Koelewijn. Wel wordt, als dat nodig is, hout gegooid in de kachel die het hele huis verwarmt.

Omdat het afsluiten van een verzekeringspolis wordt beschouwd als spotten met Gods voorzienigheid, is er geen enkele verzekering. Ook is niemand in het gezin tegen ziekten ingeënt. Koelewijn: ‘Met ziekte heeft God altijd een bedoeling. Bij ziekte een dokter raadplegen mag natuurlijk wel; die is immers een werktuig in Gods hand.’

Toch heersen ook warmte en vrolijkheid in huize Koelewijn. Er wordt veel gelachen. Terwijl Koelewijn – fors van postuur, kortgeknipt haar en helderblauwe ogen – geintjes uithaalt met de oren van zijn dochter Deborah, zegt hij: ‘In de Bijbel staat geen verbod op humor.’

Terwijl Abraham in de woonkamer nog een blok hout in de kachel gooit, pakt zijn vader uit de boekenkast een kloek boekwerk. Hij legt het voorzichtig op de salontafel en gaat er op zijn knieën bij zitten. ‘Hierin wordt Gods Woord verklaard’, zegt hij gedecideerd. Schatkamer der Verklaring van den Nederlandschen Catechismus van het Christelijke Geloof, staat er op het titelblad. Het boek is gedrukt in 1736, de tekst dateert uit 1563. ‘Dat is misschien lang geleden, maar voor mij is de tekst nog springlevend,’ zegt Koelewijn.

De catechismus vormt, samen met de Nederlandse Geloofsbelijdenis (1561) en de Dordtse Leerregels (1618), de zogeheten Drie Formulieren van Enigheid, een hulpmiddel om ‘Gods Woord’ te verduidelijken. Het fundament waarop deze drie geschriften zijn gegrond, is de Statenbijbel.

Alle kinderen in het gezin die kunnen lezen en schrijven, worden geacht de geloofsbelijdenissen te bestuderen. ‘Ze moeten hun catechismusvraag leren en daarbij enkele vragen en antwoorden maken. Op zondag overhoor ik ze dan.’

Ook moeten de kinderen eeuwenoude preken leren lezen die volgens Koelewijn ‘hedendaagse vraagstukken’ beschrijven. ‘Eeuwenoud, en toch actueel!’ De preken zijn in een gotisch lettertype geschreven. ‘Niet makkelijk’, erkent Koelewijn. ‘Maar wel te leren. Op een A4’tje laat ik ze het gewone alfabet schrijven, daarachter de letters in gotisch schrift. Binnen een paar weken hebben ze de basis onder de knie.’

Een huishouden bestieren dat de grootte heeft van een schoolklas, gaat Henk Koelewijn en zijn vrouw zo op het eerste oog soepel af. De taken zijn duidelijk verdeeld. De meisjes helpen in de huishouding, de jongens werken in het restauratiebedrijf van hun vader, die voeger is van beroep. Zes dagen in de week staan ze met hun vader op de steiger metselwerk te voegen. ‘Het is fijn werk’, zegt Jacob, terwijl hij steigeronderdelen op de aanhangwagen legt. ‘Lekker de hele dag buiten zijn.’

Jacob heeft alleen de basisschool bezocht. In het gezin Koelewijn gaan de kinderen niet naar het voortgezet onderwijs. Er is geen reformatorische school waarvan Koelewijn de beginselen kan onderschrijven. ‘Ze willen niet leven naar de Drie Formulieren van Enigheid’, vat Koelewijn zijn bezwaren samen. ‘Er worden op tal van belangrijke vraagstukken veel te rekkelijke standpunten ingenomen.’

Vooral de aanwezigheid van een medezeggenschapsraad is Koelewijn een doorn in het oog. ‘Zo’n raad is on-Bijbels. En leidt tot een andere levenswijze. Hierdoor doen goddeloze zaken als internet, radio, tv, halfnaakt bewegingsonderwijs hun intrede.’

De allerjongste kinderen gaan overigens wel naar school. In Barneveld bevindt zich de reformatorische basisschool Eben Haëzer die ‘schriftuurlijk’ genoeg is. Koelewijn: ‘Mijn vrouw rijdt nu elke dag 100 kilometer om ze weg te brengen en weer op te halen.’

Het is niet zo dat de kinderen na het verlaten van de basisschool niets meer leren. Ze krijgen thuisonderwijs. Via schriftelijke cursussen van Nederlandse Handelsacademie (NHA) volgen de kinderen vmbo-t, vergelijkbaar met de oude mavo. Elk jaar proberen de kinderen in twee vakken examen te doen. Stage lopen doen ze bij hun ouders. De jongens helpen mee in het bedrijf van hun vader. De meisjes leren huishoudelijk werk te verrichten.

Wat vinden de kinderen ervan dat ze geen school bezoeken en geen schoolvriendjes hebben, maar in plaats daarvan thuis leren? Geen van de kinderen zegt het een probleem te vinden. ‘We zijn niet van die studiebollen’, zegt de oudste dochter Janine. ‘Blij dat ik ervan af ben’, zegt Thomas. ‘Helemaal mee eens’, zegt Jacob. ‘En waar heb je klasgenootjes voor nodig, met zo veel broertjes en zusjes?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden