Leven met de legende ús Abe

Tien jaar geleden, op 2 september 1985, is hij gestorven. Us Abe, de man uit Heerenveen die kon toveren met een bal....

EEN FRIES die er in die tijd, eind jaren veertig, begin jaren vijftig, niet door werd geraakt. Door de magie van het Heerenveense sterrenteam. En een ieder bewaart er zijn eigen herinnering aan. Aan die ene kampioenswedstrijd bijvoorbeeld, in 1947 tegen MVV in Maastricht. Ze vlogen er naartoe vanaf de vliegbasis Leeuwarden in een Douglas van de KLM. De selectie, de burgemeester, het bestuur, voor het eerst per vliegtuig naar een uitwedstrijd!

Abe ging met de auto. Doodsbang was hij in die tijd voor vliegen. Na een half uur stond Heerenveen met 4-0 achter. De einduitslag was 6-7. In de 87ste minuut werd Henny Jonkman door Abe in staat gesteld de Friese zege op de Limburgers in de wacht te slepen. Op het plein voor de openbare ULO in Heerenveen volgden drieduizend mensen het ooggetuige-radioverslag van de heer Vos, verzorgd door de supportersvereniging en de PTT.

Of die fameuze, nee miraculeuze thuiswedstrijd tegen Ajax, op 7 mei 1950. 'Ajax, hoog geklommen, tuimelde nog uit de top', kopte een plaatselijke krant. Met nog een half uur te gaan werd een 1-5 achterstand omgebogen in een 6-5 overwinning op het toen ook al grote Ajax van Stoffelen, Van der Hart, Dräger en Michels. Dank zij een onnavolgbare, superieur spelende Abe.

Een voetballegende was geboren en zou voortleven, van generatie op generatie.

De wedstrijd die Hil Lenstra-Wisman het scherpst voor de geest staat, is een heel andere. Een noordelijke derby in de Lange Leegte op een koude zondagmiddag in 1939. De avond ervoor waren ze naar een feestavond geweest van WIK/FTC, de Heerenveense atletiekvereniging waar ze elkaar hadden leren kennen. Vier uur was het geworden. 's Nachts. Hil en Abe hadden verkering. En ze hadden flink lol getrapt.

Bij de rust stond het 4-0 voor Veendam. Bestuursleden van Heerenveen lieten zich op de tribune denigrerend uit over de verrichtingen van hun jonge, doch vermoeide helden. Er werden toespelingen gemaakt op de vorige avond. En iemand suggereerde dat verkering Abe bepaald geen vleugels gaf op de grasmat en dat het maar beter afgelopen kon zijn met het prille geluk van het grote talent.

Hil Wisman betrad totaal overstuur de 'box', de kleedkamer waar in die tijd de spelersvrouwen zich in de rust, samen met hun mannen konden laven aan een kop warme thee. 'Wat is er met jou aan de hand', vroeg Abe zijn huilende vriendin. 'Ze willen dat de verkering uitgaat', bracht zij tussen haar tranen door uit. Zelden is Abe zo kwaad geweest.

'Maak jij je maar geen zorgen, ik zal ze eens wat laten zien', zei hij. Heerenveen won met 4-6, Veendam in volslagen verbijstering achterlatend. Een dergelijke wraakoefening is slechts voor de allergrootsten weggelegd. 'Razend was hij, zo kwaad had ik hem nog nooit gezien', aldus Hil Lenstra. 'We hebben het gezamenlijke diner in Assen na de wedstrijd laten lopen. Kom mee, we gaan kuieren, zei Abe. Hij nam het het bestuur uiterst kwalijk en er moest de volgende week flink gepraat worden voordat Abe weer ging voetballen.'

Ach, Abe. Toveren kon hij met een bal. Bij de onthulling op 20 augustus 1994 van het beeld van Abe voor het stadion van SC Heerenveen, dat de naam van de legendarische voetballer draagt, dichtte cabaretier Rients Gratema:

'De motor van dit fenomeen

was Abe. Hij werd ook meteen

ús Abe en dat was een claim!

Heel Nederland mocht mateloos

van zijn techniek en virtuoos

positiespel genieten,

Maar denk erom, hij bleef van ons!

Us Abe, onze mythe'

Maar hoe was het om met de voetballegende Abe Lenstra te leven? 'Een fijne man, een fantastische vader. Wie hem goed kende, hield van hem. Ik heb met hem een prachtig leven gehad', zegt Hil Lenstra. Ze woont in het centrum van Heerenveen en bezoekt nog elke thuiswedstrijd van de plaatselijke SC, die opnieuw op weg lijkt naar de subtop van het vaderlandse voetbal. Zoals in de tijd waarover Friesland maar niet uitgepraat raakt.

Aan de wand in haar flat hangen twee portretten van haar op 2 september 1985 overleden echtgenoot. Het ene is een soort staatsieportret als jongetje met hond, geschilderd door Spartaan en oud Oranje-collega Tinus Bosselaar. Op het andere is Abe een jaar of achttien. Zoals Hil hem voor het eerst leerde kennen. Vanzelfsprekend domineert de geprononceerde kuif het portret dat een familielid van Hil Lenstra schilderde. Op de kast staat een foto van een breed lachende Abe op latere leeftijd en op de secretaire een foto van de voetballer in het shirt van SC Enschede.

Abe kwam uit Heerenveen, Hil Wisman uit Oranjewoud. Ze was een nakomer in een gezin met negen kinderen. Vader was boer in Katlijk, maar overleed toen zij nog maar vijf was. Net als haar zes broers en twee zusters hield Hil veel van sport. De jongens vooral van voetballen, de meisjes van atletiek en zwemmen. 'Ik was gek op alles wat met sport te maken had.' Door haar broers kreeg Hil belangstelling voor voetballen.

De jongste, Jan, voetbalde bij VAC, een van de voorlopers van Heerenveen. De club speelde in Oranjewoud, vlak bij hotel Tropenfauna. Hil ontbrak nooit als Jan trainde of speelde. Na afloop van de wedstrijd haalde ze altijd de cornervlaggen op. 'Dat meisje is het waard dat ze later met een voetballer trouwt', zei een buurvrouw eens. Het zou niet lang duren voordat haar profetie uitkwam.

Hil moet Abe voor het eerst hebben zien voetballen in een noordelijke promotiewedstrijd op het terrein van VAC. Het terrein van Heerenveen was in beslag genomen door een circus, vandaar dat naar Oranjewoud werd uitgeweken. Ze herinnert het zich nog goed, want 'er kon geen mens meer bij'. De grote tijden moesten nog aanbreken, maar ook toen al had Heerenveen een grote uitstraling. Van Abe in die wedstrijd herinnert Hil zich niets meer. Maar omdat hij al op zijn veertiende debuteerde in het eerste, moet hij hebben meegedaan.

Zich bewust van Abe werd Hil Wisman pas toen ze op de ULO kwam in Heerenveen. Weliswaar zat Abe op de HBS, maar toch, de meiden hadden het nergens anders over. 'Ze waren allemaal lyrisch over hem. Hij was het helemaal. Niet alleen goed in voetballen, ook in atletiek en schaatsen. Ik hoorde opwindende verhalen over hem. Dat hij met het Noordnederlands elftal tegen Noord-Duitsland had gevoetbald in Hannover. Dat hij een aanbieding had gekregen van Huddersfield Town, maar dat hij niet naar Engeland mocht van zijn ouders omdat hij de HBS nog niet had afgemaakt. En dat hij onderweg naar een sportdag in Sneek uit de tram was gesprongen om te laten zien dat hij even hard kon lopen. Dat maakte indruk op de meisjes. Abe was het gesprek van de dag.'

Bij WIK/FTC leerde ze hem echt kennen. Zij was zestien, hij drie jaar ouder. Hil: 'Ik vond hem maar een eigenwijze vent. Hij dacht dat hij alles beter kon. Het probleem was: dat was ook zo. Die akelige vent kon alles het beste. Hij blonk uit. En dat wilde ik ook.' Van anderen hoorde ze dat hij belangstelling voor haar had. Maar ze besteedde geen aandacht aan hem. 'Omdat ik geen notie van hem nam, viel hij op mij. Abe was gek op vrouwen, hij had nog wel vier vriendinnetjes. Maar bij mij kwam hij steeds weer terug.'

De eerste mythe, die van de verlegen Abe, is ontzenuwd.

Moeder Wisman zag aanvankelijk niets in de relatie. Haar dochter was veel te jong. Bovendien was Abe elke zondag op pad met oudere mannen, in een omgeving die haar matig aanstond. Zij had niets met voetballen. Maar Hils broers vonden het prachtig en kwamen met verhalen thuis dat ze 'hun Hil' weer met 'die jongen van Lenstra' hadden gezien.

'Toen mijn moeder in de gaten kreeg dat ik het er toch niet om liet, had ze liever dat Abe bij ons over de vloer kwam dan dat we op straat omsjouwden. Abe viel onmiddellijk bij mem in de smaak. Zij had altijd graag een kind gehad met bruine ogen en dat was bij geen van de negen het geval. Abe had bruine ogen. Ineens mocht alles en werd het bij ons thuis een soort zoete inval.'

Wat moeder Wisman nog lang wist tegen te houden was het meereizen naar uitwedstrijden. 'Elke wedstrijd is toch hetzelfde', luidde haar motto. Hils eerste wedstrijd met de bus mee, was een ontgoocheling. Naar Veendam, in de winter van '37/'38, waar Heerenveen op een door sneeuw onbespeelbaar veld met 12-1 verloor. Het grote Heerenveen moest duidelijk nog geboren worden.

Ze trouwden op 23 augustus 1944. Hil was 20, Abe 23. Er was niets in die tijd, maar toch werd het gezellig. De receptie was bij hotel Groen, bij de hoofdbrug, waar nu appartementen staan. De burgemeester kwam langs om te feliciteren. In de hongerwinter kwamen jeugdspelers van Ajax, Blauw Wit, De Volewijckers en DWS bij spelers en supporters van Heerenveen, en dus ook bij het pas getrouwde stel, logeren. De Ajacieden Jan en Arie de Wit werden Hil Lenstra's 'pleegkinderen'.

Hil en Abe kregen twee dochters, Metteke en Janneke. Abe was hun kameraad. Hij deed alles met ze, later ook met zijn beide kleindochters. Hil Lenstra: 'Metteke vond het verschrikkelijk om als dochter van Abe Lenstra te worden nagewezen op straat. Zij is eens met mij naar het Olympisch Stadion geweest, waar mensen om ons heen op Abe scholden.

' ''Bedoelen ze daar papa mee'', vroeg ze. Dat vond ze verschrikkelijk. Janneke was heel anders. Na de wedstrijd stonden er altijd jongens klaar om handtekeningen van de spelers. ''Op wie wachten jullie'', vroeg Janneke. Alsof ze het niet wist. ''Dat is mijn papa'', zei ze dan trots.'

Ook de mythe van de stuurse, introverte Abe kan naar het rijk der fabelen worden verwezen.

Langzaam maar zeker werd Abe een beroemdheid, eerst in Heerenveen, later in Friesland en nog later in heel Nederland, België en de rest van Europa. Zijn naam werd overal met respect uitgesproken. Maar de faam ging grotendeels aan zijn gezin voorbij. Abe sprak er niet over, bleef op de achtergrond, zocht nooit bewust de publiciteit. 'Het is nooit tot ons doorgedrongen dat mensen zo gek met hem waren', zegt Hil Lenstra.

Pas toen een hersenbloeding hem tot de rolstoel had veroordeeld en er vanuit alle delen van het land, en uit het buitenland tekenen van medeleven binnenkwamen, besefte Hil Lenstra wat de voetballer Abe Lenstra voor veel mensen had betekend. 'Natuurlijk kwam je wel met de faam in aanraking, maar veel minder dan dat nu het geval zou zijn. Ik herinner me nog goed dat we met de auto op de Afsluitdijk vast kwamen te zitten, terwijl we op weg waren naar een oefenwedstrijd van het Nederlands elftal in Rotterdam. Onder begeleiding van de motorpolitie kwamen we er aan.

'De wedstrijd was al een minuut of tien aan de gang. Toen werd er gewoon iemand uitgehaald en kwam Abe er in. Het hele stadion veerde op. 'Abe, Abe, Abe' Dat was het begin van de yell. Daar kreeg ik koude rillingen van. Zo nu en dan drong het tot je door. Als Oranje in De Kuip speelde, logeerden we bij Arie de Vroet. Met zijn vrouw liep ik naar het stadion en dan zeiden we tegen elkaar: al die duizenden mensen komen voor onze mannen. Daar moesten we hartelijk om lachen.'

Abe lag regelmatig in de clinch met de toen nog almachtige keuzeheren van Oranje. Wie herinnert zich niet het plaatje van een rustig vissende Lenstra op het moment dat hij eigenlijk triomfen in Oranje zou moeten vieren. Maar dan hadden de keuzeheren weer beslist dat het grillige genie rechts- of linksbuiten moest spelen, in plaats van op zijn favoriete stek, linksbinnen. 'Abe vond dat er betere buitenspelers waren dan hij. ''Maar is er een betere linksbinnen dan ik'', vroeg hij dan.'

Stug was hij absoluut niet, aldus Hil Lenstra. 'Maar hij had wel een eigen mening. En daar hield hij aan vast. Het deed hem wel degelijk wat als hij was gepasseerd voor het Nederlands elftal. Want daarin wilde hij maar wat graag spelen.'

Een superster mocht ook in die tijd nimmer falen. Bij Abe, een natuurtalent pur sang, leek het wel eens alsof het hem onverschillig liet. Maar dat kwam vooral omdat hij geen onnodige energie wilde verspillen.

Hij had de schijn ook wel eens tegen. Hil Lenstra herinnert zich de eerste wedstrijd dat Abe geen aanvoerder meer van Oranje was. 'Dat wilde hij ook liever niet meer, maar de media stonden bol van de suggestie dat hij was gepasseerd ten gunste van Loek Biesbrouck. De maandagavond voor de wedstrijd kwam hij thuis van het kaarten, ziek en de hele avond aan de diarree. Hij stond te trillen op zijn benen. We hebben de dokter laten komen. De diagnose was dat hij niet in staat zou zijn om te voetballen. Toen riep iedereen natuurlijk: zie je nou wel, die koppige Fries komt niet omdat hij niet langer aanvoerder is. Tegen zulke berichten ging hij niet vreselijk tekeer. Dan zei hij slechts, ze zoeken het maar uit.'

Nog een mythe, die van de koppige Fries, ontzenuwd?

Waarschijnlijk niet. Abe stond misschien zelfs wel model voor het Friese karakter, zoals Gratema dichtte:

Buitenkant voet, kuif, linkerhand,

een sierlijke balans,

in de bedachtzame cadans

van 't volk in 't Friese land.

Een mythe die wel de wereld uit kan, is dat Abe niet buiten Heerenveen kon. Dat hij 'de watertoren moest zien' en daarom de aanbiedingen uit Frankrijk en de blanco cheque van het Italiaanse Fiorentina naast zich neerlegde.

Hil Lenstra: 'Het was te onzeker. Abe zou de eerste Nederlander zijn geweest in Italië. Dat was toen het einde van de wereld. We wisten absoluut niet hoe het zou aflopen. In Heerenveen had Abe een vaste baan op de gemeentesecretarie, met een goed inkomen en een goed pensioen. Dat gaf je niet zo maar op. Maar toen Fiorentina met een blanco cheque kwam, zei Abe: zal ik een miljoen invullen? Daar hebben we nachten over gepraat.

'Abe is nog naar de burgemeester geweest om te vragen of hij na drie jaar weer op het gemeentehuis mocht terugkeren. Als de burgemeester ja had gezegd, dan waren we gegaan. We hebben er nooit spijt van gehad dat we niet zijn gegaan. Zijn de generatiegenoten van Abe, op Faas Wilkes na misschien, nou rijk uit Italië teruggekomen? De meesten lieten niets achter, Abe wel. Maar hij heeft later wel eens gezegd: in deze tijd zou ik er rap geweest zijn.'

Natuurlijk hadden Hil en Abe Lenstra een band met Friesland. 'Maar het was echt niet zo dat we er niet zonder konden', zegt Hil gedecideerd. Abe bewees het gelijk van die stelling door na de intrede van het betaald voetbal in het seizoen 1953-1954 op een aanbieding van een van de pioniersclubs, SC Enschede, in te gaan. Ook daar heeft het gezin Lenstra met veel plezier gewoond. 'Een prachtige tijd, vooral voor de kinderen.'

Ook maatschappelijk ging het de Lenstra's naar den vleze. Een aantal jaren maakte en verkocht Abe zijn eigen merk schoenen. De Nederlandse jeugd speelde in die tijd op 'Abe Junior' en oudere voetballers op de

'Magyar'. Maar tegen de concurrentie van de opkomende sportketens kon hij niet op. Abe trad als inspecteur in dienst van Amstel Brouwerijen, dat later door Heineken werd overgenomen. In 1977 werd Abe getroffen door een hersenbloeding. Toen duidelijk werd dat hij in een aangepast huis moest wonen, besloten Hil en Abe dat in Heerenveen te laten bouwen.

Leven met een legende was voor Hil Lenstra-Wisman vooral een rijk leven. Ze raakt er niet over uitgepraat. Met name aan de periode dat Abe met zijn handicap leefde, haalt ze graag herinneringen op. 'Wat heeft hij het ons gemakkelijk gemaakt. Hij klaagde nooit. We zijn nog drie keer naar Amerika geweest. Dwars door de woestijn van Los Angeles naar Las Vegas gereden. Het waren niet acht verschrikkelijke, maar acht heerlijke jaren.

'We hebben alles eruit gehaald. Vaak naar Nice geweest, waar Metteke met haar gezin woonde. Naar Spanje. We waren op Mallorca, had Abe een witte broek aan en een zwarte polo. Hoorde ik Enschedese Boys-supporters tegen elkaar zeggen: hij heeft de SC-kleuren nog aan. Dat vonden ze zo erg.'

Hil Lenstra geeft grif toe dat het ook wel eens moeilijk is steeds weer met het verleden te worden geconfronteerd. 'Soms baal ik ervan. Je bent en blijft de vrouw van. En met de mooie herinneringen komt ook het verdriet weer boven.' Maar ze is er de vrouw niet naar zich van het verleden te distantiëren. Sterker nog, ze waakt over de erfenis van de voetballegende met wie ze 41 jaar getrouwd was.

Zo was ze nauw betrokken bij het maken van zijn beeld voor de ingang van het Abe Lenstra Stadion. Zoals ze zich ook intensief bemoeit met het voetballende toneelstuk dat Tryater ter gelegenheid van het Frysk Festival in september in het Abe Lenstra Stadion opvoert. Voor Hil Lenstra had het niet gehoeven. Maar nu het toch gebeurt, wil ze op de hoogte blijven. 'Vroeger draaide het altijd om Abe. En ik ben nog steeds met hem bezig', zegt ze, zonder een spoor van verdriet in haar stem.

Dit is de bewerkte versie van een interview in het jubileumboek 'Een pompeblêd als voetbalhart' dat 7 september uitkomt ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van SC Heerenveen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden