Leven met bevingen

Alles in de Turkse stad Gölçük herinnert aan de aardbevingsramp van een jaar geleden: de naschokken, de puinhopen, de werkloosheid, en het ontbreken van zekerheid....

Weer is het fatale uur gepasseerd. Eindelijk vinden Gül Sengün, haar moeder, ooms en tantes de rust te gaan slapen. Wederom zijn ze ontsnapt aan een aardbeving, zo menen ze. Sinds 17 augustus vorig jaar geloven ze dat een volgende klap Turkije rond drie uur 's nachts zal treffen, net als toen.

De familie slaapt met tien man in drie zelf getimmerde onderkomens. Hun onbeschadigde huis staat iets verderop in de straat. Overdag durven ze er nog wel in, maar 's nachts trekken ze naar hun 'angsthutten'. Door de daken van golfplaat kunnen ze niet verpletterd worden als een aardbeving hen in de slaap zou verrassen.

Een jaar na de aardbeving leven meer dan 200 duizend mensen zoals de familie van Gül: naar schatting 50 duizend in angsthutten voor hun eigen huis; 146 duizend in barakkenkampen die overal in de steden en tegen de heuvels zijn verrezen, en bijna 40 duizend in tentsteden. De belofte dat iedereen na een jaar weer in zijn huis zou kunnen wonen, kon niet worden nagekomen. Met de eerste nieuwbouw is pas twintig dagen geleden begonnen.

Het leven rond de Zee van Marmara wordt nog elke dag bepaald door de 17de augustus 1999. In die nacht om twee over drie werd het gebied in 43 seconden totaal ontwricht. Gölçük, de parel van Marmara, werd het zwaarst getroffen. Meer dan vijfduizend mensen lieten het leven, 7 procent van de bevolking. Tweederde van de inwoners ontvluchtte de stad. Het voetbalveld werd een zwembad. Het zwembad en de huizen aan de boulevard verdronken in de zee. De parel van Marmara veranderde in een puist.

Het was een aardbeving die zijn weerga in Turkije niet kende. Vijf provincies werden getroffen. In een gebied zo groot als België schudde het als nooit tevoren. Officieel verloren 16.987 mensen het leven, maar bijna iedereen denkt dat het er veel en veel meer waren. Er waren 24 duizend gewonden. De schade is berekend op 16 miljard dollar. Meer dan 180 duizend huizen en 18 duizend winkels en kantoren zijn sinds de aardbeving onbruikbaar. 80 duizend personen raakten hun baan kwijt.

Mevrouw Meryem Alponat neemt sinds de ramp haar kleren mee naar bed. Ze wil niet nog eens na vier uur wachten zonder kleding onder het puin vandaan gehaald worden. De vijfjarige Saide is in therapie en kan pas sinds twee weken weer praten. De 91 uur onder het puin hadden haar totaal verlamd.

Yilmaz, de oom van Gül, slikt slaappillen en antidepressiva. Hij verloor zijn dochter Halil. De dag na de ramp reisde ik met de oom van Gül, Köksal Gör, van Amsterdam naar het getroffen gebied.

Köksal, hoofdconducteur bij de Nederlandse Spoorwegen, had twee jaar daarvoor een huis gekocht voor zijn moeder. Een woning met centrale verwarming. Nu was hij bezorgd, omdat bekend was dat de nieuwe huizen het slechtst gebouwd waren. In de taxi die ons naar zijn dorp bracht, kreeg hij telefonisch bericht dat zijn moeder onder het puin lag.

De rest van de rit naar naar Yenikoy, een voorstadje van Gölçük, werd er niet meer gesproken. Samen liepen we naar de puinhoop waaronder zijn moeder, het broertje van Gül en het dochtertje van Koksals schoonbroer Yilmaz lagen. De kinderen waren die nacht in plaats van bij hun nichtje Gül bij hun grootmoeder gaan slapen.

Nu, een jaar later, sta ik weer op dezelfde plek waar naar schatting achthonderd van de duizend bewoners het leven lieten. De graafmachines, de huilende mensen, de lijkenlucht en de metershoge puinhopen zijn verdwenen. Het puin is afgevoerd naar een dal dat nu een berg is geworden. Waar ooit 32 flats van vijf verdiepingen stonden, is nu een kale vlakte. Hier en daar steekt een elektriciteitsbuis uit de grond. Wat verderop verdienen vier jongens geld met de verkoop van betonijzer dat ze uit de puinhopen hebben gehaald. En in een hoek van het veld staat een groene plastic tuinbouwkas. Die vervangt de ingestorte moskee.

Gül ontvangt ons voor haar angsthut onder een walnotenboom. Het hout van het onderkomen is van de slechtste kwaliteit, vertelt ze, maar net zo duur als eersteklas hout van voor de aardbeving. De angst voor vallend beton heeft de prijs van het lichtere hout opgedreven. Ratten hebben een elektriciteitskabel doorgevreten, zoals ze zich ook tegoed deden aan de tenen van het kindje van de buren. 'Dit is ons huis, maar het is niet als een huis', zegt Gül.

Ze is 19 jaar. Haar naam betekent roos of lach. Een meisje dat hield van uitgaan, maar sinds de aardbeving niet meer heeft gedanst. Ze ziet er beter uit dan vorig jaar, toen ze naar haar broertje Ur zocht, maar ze lijdt. Haar trauma is tweevoudig. Ze is bang voor de volgende klap en ze lijdt onder het verlies van haar naasten. In haar dromen, zegt Gül, is ze maanden lang geroepen door haar dode broertje, nichtje en oma. Haar broertje laat zich nu niet meer horen. Over haar nichtje Halil droomde ze gisteren nog. Gül heeft haar gekust waar ze kon.

Het praten valt haar zwaar. Thuis heeft ze geen kans over haar overleden broer te praten. Ze wil haar ouders geen verdriet doen. Of ze zich ooit nog beter zal voelen, weet Gül niet. 'Als de aarde een maand rustig is, gaat het beter met me, maar steeds opnieuw voelen we schokken. Vorige week was er weer een. In de stad sprongen mensen uit de ramen en braken armen en benen. Telkens als ik trillingen voel, val ik terug. Alleen dit jaar waren er al weer honderden lichte schokken.'

Volgens de Duitse psycholoog Günther Omozik, die nabij Gölçük werkt, dreunt de aardbeving geestelijk veel langer na dan verwacht. Aanvankelijk wisten de slachtoffers de problemen nog weg te stoppen, maar nu de eerste schok voorbij is, neemt de spanning toe.

Alles herinnert aan die rampdag: de naschokken, de puinhopen, de werkloosheid, en het ontbreken van zekerheid voor de toekomst. De hitte dwingt de mensen bij elkaar in de schaduw van de barakken te blijven. 'Ze zitten te dicht op elkaar, ze vernietigen elkaar. Ze hebben last van agressie, slapeloosheid en depressies', zegt Omoziks Keniase assistente Zohra.

Sinds februari spraken de twee assistenten van Omozik met negenhonderd personen. Meestal vrouwen. De mannen accepteren niet dat ze problemen hebben. Die worden uiteindelijk via de vrouw bereikt. Gisteren was er een sessie met de vrouwen van de agenten in Gölçük. De vrouwen zijn bang. Ze proberen hunnen mannen bij zich te houden. Willen niet dat ze gaan werken. De mannen schijnen daar erg geprikkeld op te reageren. De komende weken hopen de psychologen de agenten te spreken. Volgens de vrouwen zijn veel van hun mannen agressief, depressief en slapen ze slecht. Omozik: 'Het is van groot belang dat we ze helpen. Niemand bekommert zich om hen, terwijl zij moeten helpen aan de wederopbouw.'

Omozik schat dat eenderde van de bevolking van Gölçük last heeft van een posttraumatische stoornissen. Kinderen beginnen in bed te plassen. Velen krijgen last van hoofdpijn en slapeloosheid. Terwijl hij vertelt zet zijn assistente een puffende vrouw in een hoek van de zaal aan het tekenen. 'Ze is te woedend, te chaotisch om haar gedachten op een rij te krijgen. Door te tekenen zal dat beter lukken.'

De hoeveelheid klachten is weliswaar enorm, maar zou veel groter zijn geweest als de bevolking de religie niet had gehad, meent Omzozik. 'Als je gelooft, wordt lijden anders', zegt zijn assistente Özgül. Op alle vragen luidt het antwoord: 'Het is Gods besluit. Hij weet wat hij wil.' Dankzij hun geloof voelen de mensen zich niet schuldig. Want het is Gods wil. 'Als ze zich schuldig hadden gevoeld, was het voor ons nog moeilijker geweest om mensen uit de put te halen.'

Maar ook nu is zeker niet iedereen bereikbaar. Dat blijkt maar al te duidelijk in de straten van Gölçük, waar afgeknapte balkons nog altijd aan de gevels van raamloze ruïnes hangen. Midden in de stad, waar tientallen ingestorte huizen zijn verwijderd, bouwt de familie Isik een hutje in de vrijgekomen ruimte, net naast de puinhoop die ooit hun woning was.

De sfeer in het gezin blijkt uiterst gespannen. Pa is een wc aan het bouwen en mengt driftig cement. Moeder en de drie dochters zouden graag naar een barakkenkamp gaan, maar pa wil niet. Als een van zijn dochters per ongeluk wat onhandig in het cement schept, maakt hij een slaande beweging. Moeder vertelt dat de familie direct na de aardbeving naar Istanbul vluchtte. Ze waren bang. Veel buren waren omgekomen. Hun jongste dochter had de punt van een omvallende kast in haar oog gekregen. De familie hoopte dat ze in de stad kon worden verpleegd. Tevergeefs. Het oog ettert, is niet te redden. Ze moet een prothese hebben, maar er is geen geld.

Twee maanden na de ramp huurde de familie een huis in een dorp bij Gölçük. Vorige week moesten ze er zomaar uit. In Gölçük is hun verteld dat de barakken overal vol zitten. Iets wat volgens onze informatie niet klopt. De familie klaagt. 'De staat helpt ons niet, niemand helpt.'

Die klacht hoor je overal. In de kampen en tussen de puinhopen wordt volop gekankerd op de trage overheid en vooral over het lange wachten op barakken, waardoor bijna iedereen de winter in tenten moest doorbrengen. De speciaal voor de wederopbouw aangestelde gouverneur Öktem Kutluay, reageert stoïcijns. 'Het is onmogelijk alles in twee jaar te doen. Er is tijd nodig', zegt hij.

Helemaal ongelijk heeft hij niet. Elke regering zou problemen hebben gehad met een dergelijke ramp. En er is weldegelijk iets gebeurd. Van het puin is 90 procent afgevoerd. Elke familie kreeg drieduizend gulden per overleden verwant en tweeduizend voor elke gewonde. Vrijwel overal is uiteindelijk vervangend onderdak geregeld. Alleen met de herbouw vlot het niet.

Dat is logisch meent Kutluay. 'We moesten eerst bepalen wie de eigenaren van de vernietigde huizen zijn. Vervolgens moeten we de grond onderzoeken en bepalen of en hoeveel verdiepingen mogen worden teruggebouwd.' Daarnaast is de wet veranderd. De bouw van huizen wordt voortaan gecontroleerd door privé-ondernemingen die daarvoor zijn gemachtigd door de regering in Ankara. Als de huizen binnen tien jaar instorten, worden deze bedrijven aansprakelijk gesteld. Ze moeten zich dus wel verzekeren. En verzekeraars controleren de gebouwde huizen voor ze verzekeren.

De stralende assistent van de gouverneur, vice-gouverneur Dursun Ali Sahin, verwoordt het probleem van de overheid even later veel pregnanter. 'Het is onmogelijk het volk tevreden te stellen. De nood is te groot. De mensen denken dat ze onbeperkt recht hebben op hulp.' Sahin was de eerste dagen na de ramp districtsgouverneur in Gölçük, maar vroeg in paniek om overplaatsing. 'Alle hulp bleef steken in de minder zwaar getroffen steden. De hulp die kwam, werd ingepikt door de militairen van de marinebasis die voor een deel was verwoest. Gölçük was moeilijk bereikbaar én had de pech dat de burgemeester van de Fazilet-partij was, die niet in de regering is vertegenwoordigd.'

Nu nog voelt Gölçük zich tekort gedaan, zo blijkt als we burgemeester Ismaël Baris spreken. Hij geeft de staat de schuld van de trage wederopbouw. 'Alle internationale financiële hulp komt bij de staat terecht. En de staat denkt en denkt...' Het duurt de burgemeester, die jaren in Duitsland woonde, allemaal veel te lang. Voor herstel van de infra struc tuur verwacht hij ruim 500 miljoen dollar nodig te hebben. Tot nu toe ontving de gemeente slecht 5 miljoen dollar, waarvan 4 miljoen van de gemeente Rotterdam. Dat is vooral materiële hulp, zoals steun bij de modernisering van de brandweer en de bouw van een school.

'Burgemeester Baris overdrijft', kaatst Gouverneur Kutluay de bal terug. Gemeenten krijgen vijf keer zo veel geld voor onderhoudswerkzaamheden als voor de aardbeving. Hij benadrukt dat de staat samen met de Wereldbank 'nota bene' 42 duizend huizen gaat bouwen van 48 duizend gulden per stuk. De mensen moeten dat bedrag in twintig jaar terugbetalen. Ze kunnen wachten op zo'n door de staat gebouwd huis of 24 duizend gulden accepteren en zelf elders een huis kopen.

Burgemeester Baris moet het allemaal nog zien gebeuren. eat de marinebasis van Gölçük, de grootste van het land, als eerste helemaal is opgeknapt, stoort hem niet. 'De marine moet nu eenmaal sterk zijn.' Maar hij gelooft niet dat de staat, zoals beloofd, in de komende zes maanden alle 42 duizend huizen zal bouwen. 'Op zijn snelst lukt dat in een jaar, maar het zal me niet verbazen als het nog langer duurt.' Bovendien zijn er volgens hem nog veel meer huizen nodig. De mensen die een huis huurden, hebben tot nu toe geen recht op een nieuwe woning. In Gölçük gaat dat al gauw om tienduizend personen, meent Baris.

Over één ding zijn alle bestuurders het wel eens. De gevluchte mensen zullen terugkeren. Kutluay: 'Het gaat hier om een economisch en geografisch zeer strategisch gebied, gelegen tussen Istanbul en Ankara: een groeigebied. We verwachten een volgende aardbeving binnen dertig jaar, maar dat is geen reden hier te stoppen met wonen en werken. De nieuwe huizen worden goed gebouwd. Over drie of vier jaar zijn we er beter aan toe dan voorheen.'

Dan ook zal men voorbereid zijn op aardbevingen, zo stellen de gouverneur en zijn assistent. Iets wat een jaar geleden duidelijk niet het geval was. 'We waren vergeten dat het kon gebeuren', erkent vice-gouverneur Sahin die zelf zijn onverzekerde huis in de stad Duzce verloor, dat hij had gekocht van reisvergoedingen. 'Alles wordt beter, nu we weten hoe groot een ramp kan zijn', meent hij. Nu verzekeren particulieren en bedrijven zich. In alle steden worden reddingsteams gevormd. Er is een noodplan. Op veel plekken mag niet meer hoger dan twee verdiepingen worden gebouwd. Er worden nu eisen aan de constructies gesteld.'

Nu pas realiseren ook de industrieën zich dat er risico's verbonden zijn aan vestiging in dit gebied, zegt Elif Bilgisu van de industriekamer in Kocaeli. Eenderde van de bedrijven had last van de aardbeving. De helft daarvan was maar verzekerd. Het bedrijfsleven leed voor 7 miljard dollar schade. 'Het duurde gemiddeld 34 dagen om de schade te herstellen. Oude complexen zijn niet meer gerepareerd, omdat de capaciteit niet nodig is.' Ondanks de risico's blijven bijna alle bedrijven in het gebied. Ook olieraffinaderij Tupas die honderden miljoenen schade leed. De reparatiewerkzaamheden duren er nog altijd voort. Dat iedereen na de ramp zijn hart vasthield, omdat er een grote ammoniakopslag dreigde te ontploffen, is al weer vergeten.

Geoloog prof. Atan meent dat de raffinaderij eigenlijk zou moeten worden verplaatst. Maar, zegt hij op zo'n neutraal mogelijke toon, het economisch belang van die industrie is te groot. Atan is lid van de wetenschappelijke commissie die de gouverneur adviseert over de wederopbouw. Ook is hij hoofd van de faculteit geologie in het getroffen gebied. De aardbeving was volgens hem een harde les. Er zijn grote fouten gemaakt. Er zijn hoge huizen gebouwd op plekken waar dat niet kon. De gouverneur en de burgemeester van Gölçük beklemtonen dat ze nooit geweten hebben dat zo'n ramp kon plaatsvinden. Atan zegt dat hij gedaan heeft wat hij kon om het land te waarschuwen voor aardbevingen.

Maar, zo bekent hij, zo'n enorme aardbeving als deze had hij niet verwacht. 'Het was de op twee of drie na zwaarste aardbeving die ooit is voorgevallen. Dat konden we ons niet voorstellen. De laatste hele grote aardbeving dateert van honderd jaar geleden, maar daarvan is niet bekend hoe groot hij precies was. De schaal van Richter bestond toen nog niet.'

Toch meent hij dat regering en gemeenten de grote fouten hebben gemaakt en niet de wetenschap. In 1987 al heeft hij de steden rond de zee van Marmara gewaarschuwd alleen te bouwen waar de grond stabiel is. Hij zei er alleen niet bij welke gebieden veilig waren en welke niet. 'Het was de taak van de gemeente om dat te onderzoeken.'

'Ik heb m'n uiterste best gedaan, maar niemand luisterde', zegt hij. 'Met de adviezen die ik gaf, is weinig gedaan.' Als voorbeeld noemt hij een universiteit in Istanbul, waarvoor hij dertig jaar geleden werkte. Hij onderzocht de bodem van de wijk Avcilar. 'Ik zei dat de universiteit daar niet moest bouwen. Men deed het toch. Het gebouw is nu zwaar beschadigd.'

Helemaal perfect deed de hoogleraar zijn werk echter niet, blijkt na enig doorvragen. In diezelfde wijk zijn vervolgens ook flats gebouwd voor zeshonderdduizend mensen. Atan heeft projectontwikkelaars en regering nooit gewaarschuwd. Hij beperkte zich tot zijn universiteit. Op 17 augustus 1999 kwamen vierhonderd mensen om het leven. Triest, vindt de geoloog, maar niet zijn fout. 'Ik voel me niet schuldig. Mij is niet naar mijn mening gevraagd. En dat is de fout van de regering en de gemeente.' Zij bepaalden ook dat alleen grond waarop overheidsgebouwen staan, verplicht gecontroleerd moet worden. Waarom die regel nu pas ook voor particuliere woningbouw geldt? Atan haalt de schouders op en pakt een kaart van het getroffen gebied, om een college bodemsoorten te geven.

Hij begint met passie te praten over breuklijnen en schokgolven. De Noord-Anatolische breuk loopt van Rusland dwars door Turkije via Istanbul naar het westen. Het veel grotere Euraziatisch continent in het noorden schuurt langs de de kleine schol waarop het grootste deel van Turkije ligt. Dit deel schuift met drie meter per eeuw westwaarts. Als de spanning te groot wordt, schieten breuksegmenten los en ontstaat een aardbeving.

In een natte kleibodem kan de schok twintig keer zoveel trilling veroorzaken als in een massieve rotsbodem. Gölçük is op een 500 meter dikke laag klei gebouwd. Gölçük heeft bovendien de pech dat het is ingesloten tussen twee breuklijnen die vijf kilometer van elkaar liggen. De stad drijft als een schip tussen de breuken.

De geoloog weet nog niet waarom de aardbeving zo'n groot gebied trof. 'We kenden de breuken, maar niet alle verbindingen.' Atan laat zijn studenten nu veldwerk doen en de nieuwe breuken meten. Hij lijkt niet te beschikken over de modernste middelen, zoals satellietonderzoek, al zou dat volgens hem zeer bruikbaar zijn.

Wanneer zich weer zo'n grote aardbeving zal voordoen, weet de professor niet. Hij kan geen voorspelling doen. 'Pas tien seconden van tevoren weten we of een aardbeving zal plaatsvinden. Dat is als de eerste beweging wordt geconstateerd. De stelling van Gölçüks burgemeester Baris dat zijn stad voor honderd jaar is gevrijwaard van een aardbeving, weerspreekt Atan. 'Dat heb ik nooit tegen mijn vriend gezegd. Maar ik heb hem ook niet gezegd hoe het wel is. Ik kan niet naar elke gemeente gaan.'

Hoe het wel zit? 'Binnen nu en dertig jaar zal in twee of drie steden in dit gebied een aardbeving van 6 of 7 op de schaal van Richter plaatsvinden, die veel schade veroorzaakt. Maar de aardbeving zal niet zo groot zijn als die van 17 augustus. De kans op zo'n dreun schat Atan op eens in de honderd jaar.

Nu 17 augustus weer voor de deur staat, neemt de stress in Gölçük toe, zegt de Turkse psychologisch assistente Özgül. Ze schat dat veel mensen nog twee, drie jaar nodig hebben om hun draai weer te vinden, als ze tenminste weer een nuttige invulling aan hun leven kunnen geven. Als ze werk hebben en een eigen woning. Of iedereen dat zal vinden, is de vraag.

De mensen met spaargeld krabbelen al enigszins op. Zo blijkt de man wiens huis de eerste nacht na oplevering in zee stortte, gewoon bezig met de reparatie van zijn tweede huis. Hij renoveert zelfs kozijnen die er prima aan toe zijn. In een barakkenkamp zit de familie Aytekin bij de gloednieuwe Volkswagen die ze hebben gekocht van het geld dat de verzekering uitkeerde voor het huis. Ze denken binnen vijf maanden een huis te hebben.

Het zijn de armen en degenen die onder het puin lagen of verwanten verloren die nog weinig tekenen van herstel vertonen. Zij zouden te lang in een shock hebben verkeerd om tijdig aanspraak te maken op hulp. Mensen zoals mevrouw Isik, die nu toeziet hoe haar man zijn wc bouwt, terwijl haar dochter verpleging nodig heeft.

Mevrouw Alponat heeft geluk met haar energieke zoon die permanent op zijn moeder inpraat. 'Je kunt niet sterven met de doden', zegt hij tegen haar. Ze kijkt glazig. Ze heeft haar geboortedatum veranderd in 17 augustus, de dag waarop ze onder het puin vandaan werd gehaald.

En Gül? Gül verwacht niks meer van het leven, zegt ze. 'Ik ben bang om te leven en bang om te sterven. We zijn in gevaar op deze plek. Elk moment kunnen we alles verliezen.' Toch blijft ze in Gölçük. Ondanks de ramp is het haar thuis. Vluchten heeft geen zin, meent ze. 'Waar je in Turkije ook gaat, de aardbevingen zijn overal.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden