Leven in angst voor een bloedbad

Marie Colvin werd woensdag door een granaatscherf gedood in Homs. Voor haar Britse krant The Sunday Times versloeg de Amerikaanse de meeste oorlogen van het afgelopen tijdperk. In 2001 kostte een granaatscherf in Sri Lanka haar een oog. Ze werd 56. Dit is haar laatste verslag.

Ze noemen het de weduwenkelder. Ingeklemd tussen geïmproviseerde bedden en overhoop gegooide spullen ondergaan doodsbange vrouwen en kinderen de gruwel van Homs, de Syrische stad die al twee weken davert onder onophoudelijke bombardementen.


Een van de driehonderd mensen die opeengepakt zitten in deze kelder van een houtfabriek in de belegerde wijk Baba Amr is de twintigjarige Noor, die haar man en haar huis verloor door de granaten en raketten.


'Ons huis werd geraakt door een raket, en dus moesten we met zeventien in één kamer verblijven', vertelt ze, terwijl Mimi, haar driejarige dochter, en Mohammed, haar vijfjarige zoon, zich vastklampen aan haar abaya. 'We leefden twee dagen lang op wat suiker en water en mijn man besloot op zoek te gaan naar eten.' Dat was de laatste keer dat ze Maziad (30), die werkte in een zaak die mobiele telefoons repareerde, zag. 'Hij werd aan stukken gereten door een mortiergranaat.'


Voor Noor was het een dubbele tragedie. Adnan, haar 27-jarige broer, vond de dood aan de zijde van Maziad.


Iedereen in de kelder heeft wel zo'n verhaal over ontbering of dood. Dit toevluchtsoord werd uitgekozen omdat het een van de weinige kelders is in Baba Amr. Schuimrubberen matrassen staan opgestapeld tegen de muren, de kinderen hebben geen daglicht meer gezien sinds de belegering begon op 4 februari. De meeste gezinnen zijn hun huis ontvlucht met alleen maar de kleren die ze aanhadden.


De stad raakt stilaan door haar voorraden heen, het enige beschikbare voedsel hier is rijst, thee en een paar blikken tonijn die de plaatselijke sjeik bezorgde nadat hij een platgebombardeerde supermarkt had geplunderd.


Baby in shock

Een baby die vorige week werd geboren in de kelder oogt al even erg in shock als haar moeder, Fatima (19), die hierheen vluchtte toen de familiewoning met de grond gelijk werd gemaakt. 'We hebben het bij wonder overleefd', fluistert ze. Fatima is zo getraumatiseerd dat ze geen borstvoeding kan geven en dus kreeg de baby alleen suiker en water; er is geen melkpoeder.


Misschien is Fatima een weduwe, misschien niet. Haar man, een herder, was op het platteland toen de belegering van start ging met een wild spervuur en sindsdien heeft ze geen woord van hem gehoord.


De weduwenkelder weerspiegelt de hopeloze toestand waarin 28 duizend mannen, vrouwen en kinderen zich vastklampen aan het leven in Baba Amr, een district van lage betonnen woningblokken dat aan alle kanten is ingesloten door de Syrische strijdkrachten. Het leger lanceert willekeurig katjoesjaraketten, mortiergranaten en tanksalvo's.


Sluipschutters op de daken van de Al-Ba'ath-universiteit en andere hoge gebouwen rond Baba Amr schieten op elke burger die ze in het oog krijgen. In de eerste dagen van de belegering werden bewoners bij bosjes neergemaaid, maar nu weten ze waar de sluipschutters zitten en hollen ze de kruispunten over. Er zijn nog maar weinig auto's in de straten.


Bijna elk gebouw draagt de sporen van tanksalvo's die inslaan op betonmuren of van raketten die gapende wonden maken in de bovenverdiepingen. Het gebouw waar ik verbleef, verloor vorige woensdag de volledige bovenverdieping door een raket-inslag. In bepaalde straten zijn hele gebouwen ingestort - al wat je ziet zijn gescheurde kleren, gebroken potten, versplinterde meubelen van verwoeste gezinnen.


Het is een stad van kou en honger. Overal hoor je de echo's van exploderende granaten en geweervuur. Er zijn geen telefoons, de elektriciteit is afgesneden. Weinig huizen hebben diesel voor de blikken kachels waarop ze aangewezen zijn voor iets van warmte in de koudste winter sinds mensenheugenis. IJskoude regen vult de gaten, sneeuw dwarrelt binnen door vensters waarin geen glas meer zit. Er zijn geen winkels meer open en dus delen gezinnen wat ze hebben met familie en buren. Vele doden en gewonden zijn mensen die het waagden op zoek te gaan naar eten.


Uit vrees voor de genadeloze ogen van de sluipschutters begonnen gezinnen vorige week brood over de daken te gooien of haalden ze gemeenschappelijke muren neer om zich onopgemerkt te kunnen verplaatsen.


De Syriërs hebben een enorme gracht gegraven rond het grootste deel van de wijk en laten zo goed als niemand in of uit. Het leger voert een gewelddadige campagne om de weerstand te breken in Homs, Hama en andere steden die in opstand zijn gekomen tegen Bashar al-Assad, de Syrische president, wiens familie al 42 jaar aan de macht is.


In Baba Amr heeft het Vrije Syrische Leger (VSL), de gewapende tak van de oppositie tegen Assad, de steun van vrijwel alle burgers, die hen beschouwen als hun verdedigers. Het is een ongelijke strijd: de tanks en het zware wapentuig van Assads troepen tegen de kalasjnikovs van het VSL.


Er bevinden zich naar schatting vijfduizend Syrische soldaten in de buitenwijken van Baba Amr. Gisteren ontving het VSL berichten dat die een aanval voorbereiden. De bewoners vrezen de afloop daarvan. 'We zijn bang dat het VSL de stad zal verlaten', zegt Hamida (43), die samen met haar kinderen en het gezin van haar zus een leegstaand appartement op de gelijkvloerse verdieping betrekt sinds haar huis werd gebombardeerd. 'Het wordt een bloedbad.'


Iedereen had dezelfde vraag op de lippen: 'Waarom heeft de wereld ons in de steek gelaten?'


Abdel Majid, 20, die hielp om gewonden uit de gebombardeerde gebouwen te halen, had een simpele bede: 'Zeg de wereld alstublieft dat ze ons moeten helpen', zei hij, bevend, met wanhopige ogen. 'Stop de bombardementen. Alstublieft, stop de beschietingen.'


Ik bereikte Homs via een smokkelroute - ik heb beloofd die niet bekend te maken - klom in het duister over muurtjes, gleed weg in modderige beken. Ik arriveerde in de verduisterde stad in de vroege uren en werd verwelkomd door een ontvangstcomité van mensen die vonden dat buitenlandse journalisten het lot van de stad moesten tonen aan de wereld.


Ze waren zo wanhopig dat ze me in een open truck sleurden en met hoge snelheid rond begonnen te rijden met de koplampen aan. Iedereen stond in de bak 'Allahu akbar' te roepen - God is de grootste. Uiteraard opende het Syrische leger het vuur.


Toen iedereen wat gekalmeerd was, werd ik rondgereden in een kleine auto, de lichten gedoofd, door de donkere, verlaten straten. Het gevaar was tastbaar. Op een onbeschut stuk weg opende een eenheid van het Syrische leger met machinegeweren het vuur op de auto en vuurde een raket op ons af. We vluchtten een rij verlaten gebouwen in.


De schaal van het menselijke leed in deze stad is immens. De inwoners zijn in paniek. In bijna elk gezin is iemand gestorven of gewond geraakt.


Khaled Abu Salah, een activist die deelnam aan de eerste demonstraties tegen Assad in Homs in maart vorig jaar, zat op de vloer van een kantoor, zijn hand gebroken, windsels bedekten de granaatscherfwonden in zijn benen en zijn schouder.


De 25-jarige universiteitsstudent, die zijn leven waagde door de slachtpartij in Baba Amr te filmen, ontsnapte nipt aan de dood toen hij twee door mortiervuur gewonde mannen naar een geïmproviseerde kliniek probeerde te brengen. Hij en drie vrienden hadden de gewonden net naar de kliniek gebracht, die bemand werd door een arts en een tandarts. Ze waren net door de deur gegaan toen 'een granaat insloeg net voor de ingang', zei hij vorige week. 'Mijn drie vrienden waren onmiddellijk dood.' De twee mannen die ze geholpen hadden, werden ook gedood.


Abu Ammar, een 48-jarige taxichauffeur, ging vorige week om 8 uur 's ochtends op zoek naar brood. Hij, zijn vrouw en hun geadopteerde dochter hadden hun toevlucht gezocht in het huis van twee oudere zussen nadat hun woning was gebombardeerd.


'Toen ik terugkeerde, was het huis van de kaart geveegd', zei hij. Alleen een paar stukken muur stonden nog overeind. Tussen het puin was een rode vrouwenblouse zichtbaar, flessen zelf ingemaakte groenten waren ongehavend. 'Dr. Ali', een tandarts die werkt als arts, zei dat een van de vrouwen uit het huis levend de kliniek bereikt had, maar dat haar beide benen werden geamputeerd en ze was gestorven.


De kliniek is eigenlijk niet meer dan een gelijkvloers appartement dat ter beschikking werd gesteld door een vriendelijke eigenaar. Hier en daar zie je misplaatste tekenen van huiselijk leven: plasmazakjes hangen aan een houten kleerhanger, boven de patiënten bungelt een kleurrijke kindermobiel aan het plafond.


Gewonden in kofferbak

De beschietingen van vorige vrijdag waren de hevigste tot dan toe, de gewonden werden door familieleden in de kofferbak van de auto naar de kliniek gevoerd. Ali, de tandarts, was de kleren aan het openknippen van de 24-jarige Ahmed al-Irini op een van de twee operatietafels in de kliniek. Granaatscherven hadden enorme bloederige stukken uit de dijen van Irini gereten. Het bloed stroomde eruit, terwijl Ali met een pincet een stuk metaal onder zijn linkeroog verwijderde.


Irini spartelde even met de benen en stierf op de tafel.


Zijn zwager, die hem binnen had gebracht, begon te huilen. 'We waren aan het kaarten toen een raket insloeg op het huis', zei hij tussen de tranen door. Irini werd naar een geïmproviseerd mortuarium gebracht waar vroeger de slaapkamer was, naakt, op een zwarte plastic zak na die zijn geslacht bedekte.


Het ging gewoon door.


Khaled Abu Kamali stierf nog voor de dokter zijn kleren kon uitdoen. Hij was in zijn eigen huis geraakt door granaatscherven. Salah (26) zat helemaal onder de granaatscherven in zijn borst en rug. Er was geen verdoving, maar hij bleef praten toen Ali een metalen buisje in zijn rug stak om de druk van het bloed weg te nemen in de borst.


Um Ammar, een 45-jarige moeder van zeven kinderen, hielp de gewonden verzorgen. Ze had zich aangeboden als verpleegster nadat het huis van haar buur beschoten was. Ze droeg smerige plastic handschoenen en was aan het huilen. 'Ik moet dit volhouden, want alle kinderen die binnengebracht worden, zijn mijn kinderen', zei ze. 'Maar het is zo zwaar.'


Als de gewonden Baba Amr willen ontvluchten, moeten ze eerst worden gedragen. Dan worden ze op motorfietsen gezet; de gelukkigen worden naar veilige oorden gesmokkeld, zij die er het ergst aan toe zijn, halen het niet.


Ook al laten de Syrische autoriteiten niemand het gebied verlaten, toch slagen sommige vluchtelingen erin via omkoping. Ik ontmoette vluchtelingen in dorpen rond Homs. Newlywed Miriam (32) zei dat zij en haar man besloten te vertrekken toen ze hoorden dat drie gezinnen waren uitgemoord en de vrouwen werden verkracht door de Shabiha, een gewelddadige militie die wordt aangevoerd door Assads jongere broer Maher.


'We stapten over de lichaamsdelen, terwijl boven ons de beschietingen doorgingen', zei ze. Ze haalden het ongedeerd.


Abdul Majid (20), een student computerwetenschappen aan de universiteit, was uren nadat hij gearriveerd was in een dorpje buiten Homs nog aan het beven.


Hij was alleen achtergebleven in Baba Amr. 'Ik moest de oude mensen helpen, want alleen de jonge mensen kunnen wegkomen', zei Majid , die een leren jekker en jeans droeg. Hij vertrok toen de hele straat op de vlucht sloeg. 'Ik ging naar een controlepost van het leger die naar verluidt niet al te erg was. Ik gaf hen een pakje sigaretten, twee zakjes thee en 500 Syrische pond. Ze zeiden me dat ik moest rennen.'


Kalasjnikovsalvo's knalden boven zijn hoofd. Hij zei dat de soldaten alleen maar deden alsof ze op hem schoten om zichzelf te beschermen, maar zijn wanhopige blik gaf aan dat hij daar niet zo zeker van was.


Als het Syrische leger binnendendert in Baba Amr, maken de soldaten van het Vrije Syrische Leger bitter weinig kans tegen de tanks, het superieure wapentuig en de numerieke overmacht.


Toch zullen zij fanatiek strijden om hun families te beschermen, want ze weten maar al te goed dat op mislukken een bloedbad volgt.


© The Sunday Times


Dit verslag verscheen op 19 februari 2012 in The Sunday Times.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden