Leve het aloude album-concept

Het was zo simpel vroeger. Je ging de studio in, nam in korte tijd een dozijn liedjes op en had je eigen album. Alles zo goed mogelijk opgenomen, en met hulp van de platenmaatschappij zo handig mogelijk aan de detailhandel aangeboden. Met een beetje geluk spande de winkelier zich vervolgens in om zich voor je product sterk te maken.

Dat waren nog eens overzichtelijke tijden. Maar wat betekent het album nog voor de artiest zelf?

Sinds een paar weken zendt de VPRO de al een jaar of tien geleden gemaakt serie Classic Rock Albums uit. Blijft mooie televisie. De studio is meestal het middelpunt, producer en/of artiest zit achter de mengtafel en vertelt al schuivend en draaiend aan knoppen het verhaal achter ieder liedje. Belangrijke betrokkenen doen elk hun verhaal en als het goed is weet je na afloop precies welk statement de artiest of band met het album wilde maken, of wat de belangrijkste drijfveer of inspiratie was.

Ik moest eraan denken toen ik onlangs naar de dvd keek die de Decemberists bij hun nieuwe plaat The King Is Dead hebben gesloten. Colin Meloy en zijn medebandleden leggen uit dat ze na alle kunstzinnige moeilijkdoenerij (mijn woorden) eens terug wilden naar de folkroots en daarvoor op zoek gingen naar een boerderij waar ze gezamenlijk in een korte tijd een album zouden opnemen.

Ik vind The King Is Dead hun beste plaat. Dankzij de liedjes, het aan The Band en R.E.M. ontleende tijdloze folkrock geluid en vooral dankzij de fabelachtige achtergrondzang van Gillian Welch.

Zij komt helaas niet in de korte docu voor, Peter Buck die een paar liedjes meespeelt, wel. Mogelijk zijn haar partijen pas opgenomen nadat de band de boerderij verlaten had. Dat doet dan wel een beetje afbreuk aan de authenticiteit, maar daar moet een ‘echte’ aflevering van Classic Rock Albums maar uitsluitsel over geven.

Als die serie nog wordt hervat en als The King Is Dead over een paar jaar die status gaat verkrijgen natuurlijk.

Maar ik vond de achterliggende gedachte van Meloy wel interessant: even terugkeren naar de basis en met de hele band samen tegelijkertijd werken aan een plaat waarop vooral het plezier van het samenspelen goed hoorbaar moet zijn.

Het is een bijna ouderwetse gedachte, en leden van de Decemberists beamen dat ook. Het is tegenwoordig zo gebruikelijk om alles tientallen keren op te nemen om vervolgens overal de beste stukjes uit te halen en die met ProTools aan elkaar plakken, dat het samenspel niet meer zo belangrijk is.

Aan The King Is Dead hoor je het spelplezier af, hier is een echte band aan het werk, en dat gevoel is precies wat ik mis in veel hedendaagse producties.

Maar wie maalt er nog om de klassieke opvatting over het maken van een album?

De artiesten zelf in elk gaval niet altijd even veel meer. Ik zal twee voorbeelden geven van hoe het volgens mij niet moet.

Allereerst The Gorillaz.

Zij brachten op Eerste Kerstdag een plaat uit The Fall die kosteloos te streamen was. Alles lijkt erop dat het hier een compleet, ouderwets, album betreft. De liedjes zijn gecomponeerd met de bedoeling een geheel te vormen, en als noviteit was er nog het gegeven dat het hele album met iPad was geconcipieerd.

Leve het internet, hoor je dan. Iedere artiest kan gewoon posten wat ie zelf mooi vindt, wat toch fijn is voor de fans.

En daar zit ‘m de vergissing. Alles aan de nummers die The Fall vormen wijst erop dat ze niet af zijn. Het betreft hooguit schetsen. Niet onaardig maar niet veel meer dan b-kantjes.

Damon Albarn weet zelf ook wel dat het geen volwaardig Gorillaz materiaal is, maar een gegeven paard moet zijn mond houden, zeg maar.

Waarom zou ik naar half uitgewerkte ideetjes en slecht opgenomen liedjes luisteren? Waarom moet ik daar mijn kostbare tijd aan besteden?

Ik wil muziek horen waar de maker 100% achter staat. Geen probeersels die lukraar op internet geslingerd worden. Als The Fall binnenkort op cd uitkomt dan is dat gewoon een echt album waar je hetzelfde voor moet betalen als voor andere Gorillaz, terwijl het is opgezet als iets dat het midden hield tussen een grap en een tussendoortje.

En dan is nog die Trijntje cd die vorige week bij het AD was ingesloten. Iedereen had het erover. Over de deal, over het geld, over de oplagen, over marketing, over ‘nieuwe distributiemogelijkheden’. Maar over de muziek hoorde je weinig.

Driekwart miljoen cd’s van Trijntje Oosterhuis liggen er in de Nederlandse huishoudens. Maar wat nu?

De plaat is nu al dood.

Ten onrechte, want hij behoort serieus tot het betere werk van de zangeres.

Op Sundays In New York beweegt ze zich heel soepel tussen bigband jazz en soul. Dat doet ze beter dan Giovanca of Sabrina Starke, vooral in de ballads.

Van de tien merendeels covers zijn er een paar echt overbodig: People Get Ready van de Impressions en Another Saturday Night van Sam Cooke. Maar bijvoorbeeld Stevie Wonders You And I weet de zangeres helemaal naar zich toe te trekken.

Maar wat wil ze eigenlijk met deze plaat?

Is ze naar New York gegaan met het idee: die plaat ga ik lekker weggegeven, dus ik doe maar tien liedjes.

Of heeft ze na thuiskomst bedacht, dat voor haar doen krap 40 minuten weinig is voor een album.

Aan de kwaliteit valt in elk geval niet te merken dat het hier een weggeef-product betreft.

Maar los van die driekwart miljoen cd’s die door het land verspreid liggen: hoe nu verder met die plaat?

Vorige week zong Trijntje samen met een van de kandidaten in The Voice Of Holland een liedje van haar nieuwe plaat, Ain’t Nothing Like The Real Thing. Wie dat mooi vond en misschien wel meer wilde horen had pech als ie niet op het AD was geabonneerd. In de winkel is de cd niet te koop, op iTunes staan de liedjes niet en ook op Spotify is Sundays In New York de enige Trijntje plaat die niet te beluisteren is.

Een dag publiciteit, dat heeft de zangeres aan haar deal overgehouden. Ze is voorbijgegaan aan het idee dat platen moeten kunnen groeien, dat mensen aan elkaar doorvertellen: die nieuwe Trijntje die is goed.

Allemaal dingen waar ze niet over lijkt te hebben nagedacht. Er is nu alleen een cijfer: 750.000 cd’s. Ja, en hoeveel verdwenen er bij het oud papier?

Zelf schijnt ze iets over ‘nieuwe distributiemanieren’ te hebben geroepen. Ze heeft vervolgens de detailhandel tegen zich in het harnas gejaagd en gaat voorbij aan online verkoopmanieren.

Wat is nu de winst?

Als je een plaat met liefde en aandacht opneemt, wat Trijntje hier hoorbaar heeft gedaan, dan wil je daar toch het beste mee en wil je iedereen de kans geven ernaar te luisteren?

Nu douw je het bij iedereen ongevraagd je plaat in de bus en laat je koopjesjagers naar de kiosk lopen. Trijntje lijkt te willen zeggen: mijn album is niks waard.

Ik vind dat ze daarmee een verkeerd signaal geeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden