Leve de verrommeling

Het zelf ontwerpen van een huis raakt in de mode. Zeker in Almere, waar wethouder Adri Duivesteijn die aanpak propageert.

Laten we het niet over smaak hebben. Schakel dat uit. Je kunt iets mooi vinden of lelijk, zegt de wethouder, maar daar gaat het niet om. Kijk nou gewoon eens. Wat zie je?


Je ziet een oneindig stuk polder met huizen in hele en halve staat van afwerking: nieuwbouwland. Er is iets mee. De huizen staan niet opgesteld in militaire slagorde; ze staan zoals de bewoners het graag willen. Je ziet kleuren en vormen die je nergens anders tegenkomt: stalen muren, witte Duitse baksteen, een huis gemaakt van damwand of van afvalplastic. Het houten huis van de familie Konkelaar, een ranch bijna zo Amerikaans, met trots een bord ervoor: The Konkelaar Family. Ernaast de architectendroom van de familie Hoefmans, een natuurlijke eilandwoning uit leisteen en cortenstaal.


Je ziet, vooral, alles door elkaar. Notariswoningen en boerderettes. Griekse zuilen, stenen leeuwen, Dynasty-hekwerk. Een aluminium tipi. Een 100 procent energieneutrale ecowoning. Je ziet rietdaken naast glanzende zwarte dakpannen, witte schimmel naast verantwoord architectenwerk en alles bij elkaar geeft dat on-Hollands gevoel.


'Witte schimmel!', zeg de wethouder. Dat is ook zo'n term. Afkomstig nog wel van zijn eigen PvdA-partijgenoot en minister van Ruimtelijke Ordening Margreeth de Boer, een mooi voorbeeld van de manier waarop ambtenaren en politici de burger niet vertrouwen bij het inrichten van het Nederlandse landschap. 'Laat ze witte schimmel bouwen, als ze willen. Waarom moeten wij bepalen wat mooi is, en wat niet?'


De wethouder heet Adri Duivesteijn en dit is zijn laboratorium, aan de westkant van Almere. Hij wil al jaren dat Nederland anders gaat bouwen. Als Tweede-Kamerlid wilde hij dat al, het is zijn levensmissie. Het moest maar eens afgelopen zijn met de planmatigheid, vindt hij, met de Vinex-eenvormigheid, met de Hollandse gewoonte alles 'dicht te regelen'. Daar krijg je alleen maar een landschap in slagorde van, en veel te dure huizen bovendien.


Waarom zouden stedebouwkundigen, politici, ambtenaren en projectontwikkelaars bepalen hoe de Nederlander moet wonen? 'Het is pervers dat de overheid alles regelt, tot aan de kleur van de stoeptegels toe.'


Dat het dan niet altijd volgens de smaak van de stedebouwkundige elite is - soit. Of dat het de angst aanwakkert voor de verrommeling van Nederland - lang leve de verrommeling.


In Almere greep hij zijn kans. De stad verkoopt op grote schaal stukjes grond aan bewoners, en die mogen er een huis bouwen zoals ze het zelf willen. Zo min mogelijk regels. Kom maar eens kijken, had hij gezegd. Het begint wat te worden.


Wat je ziet: een stadswijk die uit het zand omhoog komt, niet in één keer, zoals de gewoonte was, maar huis voor huis. Hoe het er straks precies uit gaat zien weet niemand. Maar loop er binnen bij de bewoners, vraag ze naar hun huis en een glimlach valt over hun gezicht.


Aan de rand van een park legt Dirk Holm de laatste hand aan zijn villa van opvallend witte baksteen. Kijk eens goed, zegt hij: 'een Duitse steen van Bundesformaat, gelegd in drieklezoorverband met doorlopende voeg - dat zie je nooit. Alleen daarom al wilde ik hier een eigen huis bouwen. Niemand anders zou het zo doen.'


Ing. Dirk Holm is bouwkundige en de witte villa is zijn ingenieursdroom. 'Het heeft veel meer geld dan begroot gekost', zegt hij, maar ik wilde dit per se maken. Het zit vol met technische vindingen. 's Zomers wordt de vloer gekoeld met regenwater. Als je goed wilt bouwen, kost het geld.'


Epicentrum van de zelfbouw

Zijn huis staat in het Homeruskwartier, met de Noorderplassen het Nederlandse epicentrum van de zelfbouw. 1.300 kavels zijn verkocht in Almere; het moeten er ooit 25 duizend worden. Er ligt bijvoorbeeld nog een heel land braak langs het Markermeer. Allemaal kavels, als Adri Duivesteijn er naar kijkt.


Gaandeweg is de wethouder de schroom verloren. Aan de eerste zelfbouwers werden nog heel wat eisen gesteld, nu laat hij de teugels vieren. 'Regels zijn er voor mensen', zegt hij, 'en niet andersom. Toen ik ermee begon in 2006, hadden we er niet heel erg over nagedacht. We zijn in het diepe gesprongen. Maar nu ben ik overtuigd.


Hij is vaak verguisd. De burger zelf laten bouwen zou tot chaos leiden, tot verrommeling, tot Belgische en Italiaanse toestanden: velden vol boerderettes en cataloguswoningen zouden het Nederlandse landschap gaan verpesten. Maar met de jaren is zelfbouw steeds aantrekkelijker geworden. En nu ineens krijgt de wethouder uit onverdachte hoek de wind mee: van het kabinet met zijn doe-het-zelf-idealen, van de economie, en van steeds meer gemeenten, stedebouwkundigen en landschapsarchitecten.


De huidige minister van Infrastructuur en Milieu, Melanie Schultz van Haegen, is helemaal niet bang voor de verrommeling van het landschap. 'Kijk naar Almere', zei ze in een interview met de Volkskrant, bij de presentatie van haar nieuwe visie op ruimtelijke ordening. 'Als je ziet wat voor een flow daarin zit, hoe mensen met lage én hoge inkomens hun eigen woningen kunnen creëren. Vinden we al die uniforme rijtjes die we met elkaar hebben gemaakt nou echt mooier dan wat daar plaatsvindt? Dus nee: ik heb niks tegen België.'


Tegelijk worstelen gemeenten met de economische crisis. Hun oude businessmodel voor nieuwbouw is vastgelopen (gemeente verkoopt land aan projectontwikkelaars, projectontwikkelaars verkopen huizen aan de mensen, winst vloeit deels terug naar gemeenten). De huizenverkoop staat op de waakvlam; ontwikkelaars gaan alleen bouwen als 70 procent van een project is verkocht. Het radarwerk staat stil.


Losse kavels verkopen is tot dusverre het enige weerwoord.


De Amsterdamse (GroenLinks-) wethouder Maarten van Poelgeest wil duizend stukjes grond verkopen; in de nog te bouwen tweede fase van Vinexwijk IJburg zou bijna alles op die manier moeten worden volgebouwd. Ook in Loenen aan de Vecht wordt gezelfbouwd, en in Woerden: 30 procent tot de helft van de huizen staat er op vrije kavels.


Ondertussen is zelfbouw ook mode geworden onder degenen die er toe doen in de stedebouw. Een tegenreactie misschien op de paternalistisch ingerichte Vinexwijken, waar de buurten eruit zien als spreadsheets, waar de stedebouwers wel zouden uitmaken hoe de mensen wilden wonen.


In Loenen en Woerden gebeurt dat op initiatief van bureau West8 van landschapsarchitect Adriaan Geuze, vooral bekend van zijn strijd tegen de verrommeling van Nederland,. Ernaar gevraagd zegt Geuze dat hij altijd al een groot voorstander was van zelfbouw, zij het niet overal. Zijn bureau is een van de pioniers geweest met vrije kavels op het Borneo-eiland in Amsterdam. 'De discussie over verrommeling is een heel andere. Ik geloof heilig in ruimtelijke ordening. Maar dat heeft niets met nieuwbouwwijken te maken. Hoe meer individuele bouwers, hoe beter.'


Overal anders

Geen zorgen dat het lelijk wordt?


'Nee. Mensen geven meerwaarde aan hun huis als ze zelf mogen bouwen. Wat je in Almere ziet, behoort tot het beste van de stad. Maar regels blijven nodig, in Loenen is de regel dat alle huizen een puntdak krijgen en een hardstenen stoep. Dat kan overal anders worden ingevuld. Het is niet zwart-wit.'


Ongeveer hetzelfde zegt landschapsarchitect Han Lörzing, die toen hij werkte bij het Planbureau voor de Leefomgeving een rapportage maakte over de opmerkelijke verscheidenheid van Vinexwijken. 'Het zou heel goed zijn als er meer op deze manier wordt gebouwd', zegt hij, 'al is het geen oplossing voor alles. Niet iedereen kan het aan, zelf een huis bouwen. En het moet in elk geval aan minimale voorwaarden voldoen: vaste rooilijnen, straatwanden. Individuele vrijheid binnen een algemeen kader. Daar ben ik absoluut niet tegen.'


Zo zou zelfbouw weleens heel groot kunnen worden, in de toekomst.


Wie je ook vraagt, iedereen noemt de Enschedese woonwijk Roombeek als groot voorbeeld. Op aangeven van stedebouwkundige Pi de Bruijn kwamen daar vierhonderd zelfbouwhuizen. En iedereen is er tevreden over.


Hadden ze het in Enschede nog over regels en 'beeldregie'; in Almere wil de wethouder helemaal los. Hij heeft het inmiddels over 'de organische stad' die groeit als braakliggende akker: al die verschillende planten en bloemen bij elkaar zien er samen aardig uit.


Rooilijnen en straatwanden - de burger mag het zelf bepalen. Sterker: Adri Duivesteijn wil dat bewoners ook meebeslissen over de openbare ruimte om hun huizen heen. De gemeente legt alleen de hoofdstructuur aan: de wegen, de energievoorziening, en verder mogen de bewoners het zelf weten. 'Laat de mensen hun eigen stad maar bouwen.


Ondanks alle bijval die hij tegenwoordig krijgt, blijft dat een lastig streven.


'Wat weerbarstig is, is de overheid. Ook die van onszelf, in Almere. Alles is gericht op controle. Regeltjes zijn heilig, dat is er ingestampt in Nederland, en zo werken onze ambtenaren dus ook. We gaan onze eigen ambtenaren nu een masterclass geven, om ze vertrouwen te geven in het nieuwe model. Als het moet, overtreden we de wet. We willen van Almere een vrijstaat maken.'


In militaire orde

Om het verschil te laten zien, gaat hij naar de wijk Noorderplassen, waar de straten namen hebben als Octant, Radar, Marifoon en Kompas. Links de projectbouw, in militaire orde. Rechts de burger aan de macht: een rij huizen waarvan er geen enkele dezelfde is.


Er staat ook een minilandhuis in jarendertigstijl, wat ingepakt tussen de rijtjeshuizen. Daar kun je vanalles van vinden. Maar de wethouder ziet geen minilandhuis, hij ziet 'een man die zes, zeven ton investeert in de wijk'. Hij zegt: 'Je moet niet over smaak gaan praten.' Maar als je er toch over praat: 'wat je hier in Almere ziet, is de smaak van de gemiddelde Nederlander.'


Verderop zijn vierkante eilanden gemaakt en woont Jacqueline Hoefmans, architect uit Amsterdam. Haar huis staat met de voeten in het water; vanuit de woonkamer kun je de runderen door de Oostvaardersplassen zien lopen. Hout van binnen, leisteen van buiten - een huis dat op de cover van elk internationaal woontijdschrift zou kunnen staan.


Eigen ontwerp, ze woont er een jaar. Het leven buiten de stad (Amsterdam) bevalt, vooral vanwege het uitzicht, maar aan de omringende huizen moet ze wennen. 'Ik zou wel wat meer architecten hier willen zien. Mensen die een kavel kopen, grijpen toch best snel naar een cataloguswoning.'


Rechts van haar huis staat zo'n notariswoning uit een catalogus, en links staat de ranch met staldeuren van The Konkelaar Family. Daar kun je van alles van vinden. Maar zonder die andere huizen, had haar huis er niet gestaan.


Er is nog iets dat Adri Duivesteijn wil bereiken: een einde aan de macht van aannemers en projectontwikkelaars. 'Het zijn tien partijen die de woningmarkt hebben gemonopoliseerd .Ontwikkelaars, aannemers - bij elke vergadering kom je dezelfde bedrijven tegen. Ze bouwen zo goedkoop mogelijk zo veel mogelijk dezelfde huizen. Daar hebben ze jarenlang enorme winsten op gemaakt, betaald door de huizenkopers. Voor hetzelfde geld laat je die mensen zelf veel betere huizen bouwen.'


Nog bozer wordt hij als je hem voorlegt dat het aantal echtscheidingen bij zelfbouwers groot is, omdat een huis bouwen stress teweegbrengt. 'Onzin! Dat is iets wat de projectontwikkelaars bedacht hebben, omdat ze ook wel zien dat het afgelopen is met hun eenvoudige manier van geld verdienen.'


Bij de bouw van de Vinexwijken ging het niet om de mensen die er zouden wonen, zegt hij, het ging om geld. 'Aanbodgedreven, projectgedreven, geldgedreven. Het gaat me erom dat mensen zich op deze manier blijvend aan de stad verbinden, in plaats van de hit- and runontwikkelaars voor wie woningbouw een verdienmodel is.'


Gebiedsontwikkelaar

'Mensen maximaliseren hun eigen woning, ontwikkelaars maximaliseren hun eigen winst', zegt Jacqueline Tellinga, door de wethouder naar Almere gehaald om zijn plan als 'gebiedsontwikkelaar' te verwezenlijken. Ze houdt kantoor houdt in het Homeruskwartier, tussen de zelfbouwers - ook iets wat de ambtenaren op het stadhuis niet goed begrijpen. Een ambtenaar hoort op het stadhuis, vinden ze daar.


De bouwende mens is niet helemaal vrij, in het Homeruskwartier. De wijk is opgedeeld in buurten met elk een specifieke opdracht: 'ik bouw in hout' (enkel houten huizen toegestaan), 'ik bouw betaalbaar' (voor 185 duizend euro een zelfbouwhuis), 'ik bouw een bungalow', 'ik bouw een winkel'.


Het levert, zegt Jacqueline Tellinga, naast een grote verscheidenheid ook gezelligheid op: bewoners hebben meer oog voor de buurt en elkaar, als hun huis echt hun eigen huis is. 'Dat is geen participatie meer, dat is samen iets moois maken. De betrokkenheid bij de wijk is groot.'


Tot haar geluk, en dat van de wethouder, blijkt de kavelbouw ook redelijk crisisbestendig. De huizenmarkt ligt stil, maar kavels worden - al is het een stuk minder vaak - nog gewoon verkocht. Ook de goedkoopste, bedoeld voor mensen die anders in de sociale woningbouw zouden belanden.


'We hebben als 125 miljoen aan omzet gemaakt op die kavels. Wij bewijzen gewoon dat mensen wél hun eigen huis kunnen bouwen, ook degenen met weinig geld. En dat allemaal zonder subsidie.'


Stap maar eens binnen bij Geert Hein van der Neut, aan de Polluxstraat: zijn huis is van staal, van binnen heeft het één grote ruimte - een klein ruimtevaartuig in een woonwijk. Het kostte 187 duizend euro. Waar krijg je zo'n huis voor dat geld?


'Het is heerlijk om zelf te mogen kiezen', zegt hij. 'Ik wilde het graag hightech, en dat is het geworden. ' Naast zijn huis staan traditionele bakstenen exemplaren, verderop staat er een met een half gekantelde bovenverdieping, een Amsterdams grachtenpandje, en zie je de dakpannen van de notarishuizen glimmen. 'Het is een beetje op z'n Belgisch hè', zegt Geert Hein van der Neut. 'Ik hou er wel van.'


De volgende stap, zegt de wethouder, is dat we de mensen leren wat mooie huizen zijn. 'Kom ik toch weer uit bij de sociaal-democratische verheffingsgedachte.'


Maar laten we het niet over smaak hebben.


Is de stad er mooier van geworden?


'De stad is er rijker van geworden.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden