Leve de vergeten-schrijvershype

Wat vinden we kennelijk zo onweerstaanbaar aan een schrijver die uit de vergetelheid wordt opgediept? Nou: dit.

Beeld Ruud Hoff / ANP

En daar is weer een vergeten schrijver. Jan Arends heet hij, een man met een klein, mooi oeuvre, een droevig leven en een romantische dood: op 21 januari 1974 sprong hij uit het raam van zijn huis aan het Roelof Hartplein in Amsterdam, nog maar 48 jaar oud. Op dezelfde dag verscheen zijn poëziebundel Lunchpauzegedichten.

De afgelopen maanden zijn uitgeverijen Lebowski en De Bezige Bij eendrachtig bezig geweest het stof van het lijk te blazen. Ze lieten verse omslagen ontwerpen, vroegen Menno Wigman, Maartje Wortel, Inez van Dullemen en Arie Boomsma om voorwoordjes en verzorgden gisteravond in het Amsterdamse Pakhuis De Zwijger de grote 'Jan Arends Party'. Vanaf vandaag liggen vier bundels met gedichten en verhalen alsmede de Jan Arends-biografie Angst voor de winter, die Nico Keuning in 2003 schreef in de winkel. Opnieuw een schrijver van de vergetelheid gered - leve de vergeten-schrijvershype!

Hoewel: echt vergeten was Jan Arends natuurlijk niet. De (vele) oudjes onder de literatuurrecensenten en lezers weten prima wie Jan Arends was en ook bij (sommige) jonkies is zijn naam heus wel bekend. Jan Arends is geen vergeten schrijver à la John Williams, de schepper van Stoner. Trouwens: John Williams, was die wel zo vergeten toen zijn werk vanaf 2013 opnieuw werd gelanceerd? Williams verkocht van het in 1965 verschenen Stoner niet meer dan een paar duizend exemplaren, maar het boek werd al in 2006 heruitgegeven door New York Review Books. En hoezo vergetenschrijvershype? Het opnieuw ontdekken en herlezen van oude schrijvers is van alle tijden: er is een heel tijdperk naar dat principe vernoemd, de Renaissance.

Wanneer kun je een schrijver met recht een vergeten schrijver noemen? Als zijn werk niet meer gelezen wordt? Als zijn werk niet meer verkrijgbaar is? Als zijn naam nauwelijks meer bekend is? Maar over wat voor soort bekendheid gaat het dan: bekend bij een groot publiek, onder docenten literatuur, bij een handjevol hartstochtelijk toegewijden?

Vergeten schrijvers zijn een lastig genre. Journalist (en schrijver) Joris van Casteren portretteerde er 21 in zijn in 2006 verschenen bundel Zeg mijn lezers dat ik doorschrijf; schrijvers die ooit succesvol waren, literaire prijzen wonnen en vervolgens in het grote grijze vergeetgebied belandden. Een enkeling accepteerde zijn lot en ging een echt beroep uitoefenen, maar de meeste van de geportretteerde auteurs spreken bittere woorden over de recensenten, de uitgevers en alle andere ellendelingen die hun carrière in de kiem hebben gesmoord.

Van Casteren belooft in het voorwoord dat zijn bundel een vervolg krijgt: 'Omdat de uitgevers hun persen in deze tijd onverminderd laten draaien en de jaarlijkse oogst aan debuten almaar aanzwelt, heb ik het vaste voornemen om te zijner tijd opnieuw de balans op te maken.' Dat vervolg is er nog niet gekomen - vergeten?

Jan Arends-uitgever Oscar van Gelderen van Lebowski, samen met uitgeverij Cossee voorloper op het gebied van vergeten schrijvers, gebruikt liever het woord 'herontdekkingen'. Die herontdekkingen kunnen klassiekers zijn maar ook heel onbekende boeken die alsnog een nieuw leven krijgen. De trend van herontdekkingen, in 2000 ingezet met de Nederlandse heruitgave van Gloed van de Hongaarse schrijver Sándor Márai (Wereldbibliotheek), is nog lang niet aan zijn eind: vrijwel elke uitgever in Nederland heeft er inmiddels wel een paar in zijn fonds. In het voorjaar van 2011 lanceerde het Nederlands Letterenfonds Schwob.nl, een website annex subsidiepot ter promotie van nog niet vertaald, onbekend werk uit de wereldliteratuur.

'In tijden van crisis grijpen mensen terug op bewezen kwaliteit', is de verklaring van Van Gelderen. 'Waar ze vroeger vier, vijf boeken per jaar kochten, kopen ze er nu een of twee. En dan prefereren ze een titel die gegarandeerd goed is boven werk van een jonge, onbekende schrijver. Je ziet jonge schrijvers moeilijk in de literatuur-toptien komen; jaarlijks breken er één of twee door, van de andere 57 debuten weet je na een tijdje niet meer dat ze zijn verschenen. Dan koop je toch liever een boek van Jan Arends?'

Nee, echt vergeten kun je Arends niet noemen, vindt ook Van Gelderen. ' Hij hoort net als Charles Bukowski tot de categorie bekende namen die zijn versloft. Het zijn moderne klassiekers die je opnieuw onder de aandacht brengt.' De tweede categorie is die van auteurs die misschien wel een kleine kern van fans hebben, maar van wie het grote publiek nog nooit heeft gehoord: John Williams dus. 'En daarnaast heb je een, ook heel interessante, categorie van modern klassieke auteurs als Roberto Bolaño', zegt Van Gelderen: 'Wereldwijd bekend, maar in Nederland doet hij niet veel.'

In die laatste categorie zoekt Van Gelderen de boeken die hij vanaf januari maandelijks gaat uitbrengen onder de noemer Lebowski Book of the Month Club. De eerste drie maanden zijn die alleen bij zestig zorgvuldig geselecteerde boekhandels verkrijgbaar, daarna liggen ze - indien succesvol - ook bij de Bruna. De Zwitserse schrijver Robert Walser bijt met De wandeling het spits af, in februari komt De buurt van de Nederlandse cultauteur Ab Visser en in maart volgt De wilde detectives van Roberto Bolaño. De trend van de herontdekkingen is nog niet voorbij. Van Gelderen: 'Het is big business. Het is hot. En het blijft.'

Wie kent ze nog?

Anton Koolhaas
Groot oeuvre, grote naam (inclusief P.C. Hooftprijs) - nu nog maar mondjesmaat -leverbaar.

Jan Willem Holsbergen
Opzoeken in het antiquariaat: De handschoenen van het verraad (1959), Een koppel spreeuwen (1961).

Enno Develing
Verkondigde het ¬verdwijnen van traditionele fictievormen (Het einde van de roman, 1973), nu zelf verdwenen.

R.J. Peskens
Zijn uitgeverij blijft een monument, de romans die Van Oorschot schreef als R.J. Peskens (Twee vorstinnen en een vorst; mijn tante Coleta) zijn dat minder.

Joop Waasdorp
Zwerver en dwarsligger, met zout water in de aderen.
Zie: Welkom in zee! (1970).

Herman Pieter de Boer
Zalig zijn de schelen (1972, met Betty van Garrel) werd na 40 jaar herdrukt. Andere bestsellers (Het damesorkest, Het herenhotel) zijn nog niet herontdekt.

Bert Jansen
Nozzing but ze bloes (1975), herdrukt als En nog steeds vlekken in de lakens (1978), verhalen van een provinciaal die de popwereld in wil.

Eelke de Jong
Journalist en schaapherder die furore maakte met verhalen in Mae West in Giethoorn (1978) en De eenzame oorlog van Koos Tak (1983).

Thomas Rap
De uitgever die ook dichtte: Doorzonwoning - ¬moderne gedichten (1979) en ¬Kantoor - monumentale gedichten (1981).

Hellema
Alias van Lex van Praag, debuteerde na z'n 60ste met het geladen Langzame dans als verzoeningsrite (1982).

J. Ritzerfeld
Oscar Timmers, jarenlang in de leiding van uitgeverij De Bezige Bij, publiceerde zelf onder de naam Ritzerfeld. Fijnproevers¬tip: De Poolse vlecht (1982).

René Stoute
Na het junkieverdriet van Op de rug van vuile zwanen (1982) werd René Renate en volgde Uit een oude jas vol stenen (1999).

J.M.H. Berckmans
Rock & Roll met Frieda Vindevogel (1991), Vlaams saluut aan Jan Arends; goed en gek.

Carl Friedman
Bekend van haar debuut Tralievader (1991). Toen duidelijk werd dat ze - anders dan ze had verteld - niet Joods is, verslapte de belangstelling.

Pim Wiersinga
Na debuut Honingvogels (1992) en het omvangrijke Gracchanten (1995) werd hij een schrijfdocent die zelf niet meer het goede voorbeeld gaf.

Russell Artus
Zonder wijzers was in 1995 een overrompelend debuut. Na zeven jaar stilte volgde nog ¬Onpersoonlijkheid.

Josien Laurier
Een hemels meisje (1993), Voor ons ligt een dag van bramenjam (1997). Ooit werd 'de grote roman' van Laurier aangekondigd, sindsdien is het stil.

Joris Moens
Na drie boeken vol hoekige personages, waaronder Bor (1993) en Zondagskind (1995), hield Moens het voor gezien.
Rob van Erkelens
Na zijn roman Het uur van lood (1993), die grotendeels was gesampled, wist Van Erkelens niets meer te vertellen.

Jack Nouws
De columnist Nouws vertilde zich aan een roman met een slome duikelaar als hoofdpersoon, De gemonteerde vrouw (1997).

Jeroen Mettes
Nagelaten werk (2011), met het lange gedicht N30, bezorgde de schrijver postume lof. Maar Mettes zou een geheimtip blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden