Leve de trein!

De trein was in Roemenië behalve een vervoermiddel ook een levensader, een minimaatschappij en een onderzoekslaboratorium. Maar na vier jaar exorbitante prijsstijgingen zijn de wagons goeddeels leeg....

door Olaf Tempelman

DE CONDUCTEUR is een beetje dronken. Eigenlijk kijkt hij helemaal niet naar de kaartjes. Twee dollar kostte het stukje karton dat als ticket dient voor dit vele honderden kilometers bestrijkende traject. Maar als je deze conducteur een visitekaartje geeft, of een winkelbon of gewoon een stukje wit papier, dan knipt hij het ook.

De trein in Roemenië. Enigszins aangeschoten hangt een violist in de deuropening van de aangrenzende coupé. Binnen in het compartiment zingen vijf kleurrijk uitgedoste zigeunervrouwen de ene Roma-kraker na de andere. 'Wat een mooie radio heeft deze trein', zegt een van de Roemenen in ons compartiment. Dan breekt een van de Roma-vrouwen een stuk hout uit de gammele tussenwand en kijkt in onze coupé naar binnen: 'We zingen mooi hè?' 'Kijk, nu hebben we ook tv', zegt de Roemeen.

De trein in Roemenië. De gezichten van het boerenechtpaar zijn door een decennialange blootstelling aan zon, wind en regen gegroefd en verweerd. Het lijkt wel of ze in drie versleten boodschappentassen het hele assortiment aan traditionele plattelandsgerechten meeslepen. In een mum van tijd is de treincoupé veranderd in een eettafel. Vervolgens komen plastic flessen met zelfgemaakte wijn te voorschijn.

De andere passagiers in de coupé vinden het helemaal niet erg om een beetje mee te eten, en ook af en toe een slokje wijn te nemen. Na een uur is het gezelschap zo volgevreten, dat de meeste leden bij het verlaten van de trein grote moeite hebben met de afstap. Dat is nog eens wat anders, bedenk ik me, dan van die thuis gesmeerde boterhammen in een stiltecoupé met laptops.

De trein in Roemenië. Caius en Traian zijn twee gezette kerels met bezwete voorhoofden. Reeds tweeënhalf uur zijn ze verwikkeld in een politieke discussie waarbij niemand een duimbreed toegeeft. De andere passagiers juichen nu eens voor de één, dan weer voor de ander. Om aan overtuigingskracht te winnen, hijsen de zwaarlijvige heren zich na verloop van tijd uit hun stoelen. Aan twee kanten van de coupé staan ze tegen elkaar in te oreren.

Roemenen mogen middels jongensnamen als Cezar, Iuliu, Decebal, Ovidiu, Liviu, Caius en Traian graag bewijzen dat ze afstammen van de Romeinen. Jarenlang heb ik zeer grote vraagtekens gezet bij die vermeende continuïteit tussen het Romeinse Rijk en Roemenië. Maar ineens zie ik het. Deze treincoupé is precies de Romeinse Senaat uit de Asterix.

Het moet gezegd: ik heb ook wel een paar slechte herinneringen aan de trein in Roemenië. Op een keer verdween bij het instappen zomaar mijn portemonnee. Voordat ik de taal sprak had ik nog weleens last van conducteurs die om exorbitant dure 'supplementen' vroegen - meestal tien keer de prijs van het treinkaartje. Die moest je vervolgens afkopen. 'Hier heb je drie dollar. Laat je me dan met rust?'

Vroeger had je voor de loketten op de stations bovendien idioot lange rijen. Daarin kon je helemaal worden fijngedrukt. De dames achter het glas zaten ondertussen gewoon te kletsen en te roken. 'Drukken jullie elkaar maar lekker dood.' Verder heb ik me vaak doodgeërgerd aan de onlogische vertrek- en aankomsttijden. Tussen vijf en tien uur 's avonds geen enkele trein, en dan tussen tien en elf ineens drie. Het was volkomen random gedaan.

Maar hoeveel minder leuk zou Roemenië zijn geweest zonder de trein! In geen enkel land in Zuidoost-Europa reden zoveel treinen. Nergens werd ook zoveel met de trein gereisd. Ook al hadden mensen een auto, grote afstanden deed bijna iedereen per trein. Van je gammele Dacia wist je immers nooit zeker of die nog wel zeshonderd kilometer mee zou gaan. De trein was dé plaats om mensen te ontmoeten, uit alle lagen van de bevolking. Afhankelijk van het soort trein kon je ook nog vrij precies uitkiezen welke laag.

Helemaal onderaan kwam de Tren Personal, ook wel bijgenaamd 'De Dode Zielen van Gogol-express'. Arme boeren, van de bedelstaf levende Roma, herders gehuld in schapenvachten, arbeiders met zwartgeblakerde gezichten, de Tren Personal was hun vervoermiddel. Een kaartje kostte bijna niets. Heel veel luxe mocht je daar dan ook niet voor verwachten. De blauwe wagons verkeerden meestal niet in nieuwstaat. Met je vinger kon je soms zó door de carrosserie heenprikken. De deuren bleven tijdens het rijden vaak open, om de simpele reden dat ze niet meer dicht konden.

En erg snel ging de Gogol-express niet. Hij stopte niet alleen op ieder klein stationnetje. Als een of andere boer of herder tegen de machinist zei dat hij eruit moest, werd er gerust midden in de rimboe een kwartier stilgehouden. Toch had de Tren Personal zijn bekoring. Vooral op marktdagen. Dan was de vloer bezaaid met zakken fruit en aardappels en liepen kakelende kippen vrij rond.

Het middenkader der Roemeense treinen werd gevormd door de Tren Accelerat en de Tren Rapid. Al met al best nette treinen. Erg gezellige coupés. Alleen de toiletten werden door westerse reizigers nogal eens 'te onverzorgd' bevonden. Wc's met bril en ook nog een beetje schoon waren er nauwelijks. En ze hadden natuurlijk ook geen spiegels, handdoeken en dat soort dingen. Ook kon het voorkomen dat de privacy te wensen overliet doordat het toilet geen deur meer had. Maar, zei ik dan, in de Tren Personal heb je als toilet alleen maar een gat in de vloer.

De Rapid en de Accelerat: geen treinen voor de onderklasse, maar voor de gewone Roemeen die moeite heeft de eindjes aan elkaar te knopen, en die zich zorgen maakt over de toekomst. Die zorgen werden in de treincoupés volop geuit. Ook lieten de reizigers uitgebreid hun licht schijnen over de oorzaken daarvan. Zoveel werd er afgepraat, afgeanalyseerd en afgefilosofeerd, dat de Accelerat en de Rapid ook wel de 'discussietreinen' heetten. En het waren de treinen van de toekomstdromen. Van heinde en verre reisden studenten per Rapid en Accelerat naar de universiteitssteden.

De Roemeense elitetrein was de intercity. Airco, pluche, velours. Heren in driedelig pak, vrouwen in lange jurken - heel anders dan in intercity's in West-Europa. Eigenlijk was het allemaal erg klassiek, een beetje zoals de trein waarmee Anna Karenina de terugreis maakt naar St. Petersburg. In de intercity zag je wat Roemenië ondanks het communisme aan bourgeoisie over had. Oude partijbonzen en nouveaux-riches zag je er niet. Die verplaatsten zich meestal per vliegtuig, of in hun met gestolen geld gekochte Mercedessen.

Dat was hét grote voordeel van de trein in Roemenië - iedereen kwam je er tegen, alleen de allerfoutste lieden werden er op een of andere manier uitgefilterd. De trein was tegelijkertijd een levensader, een minimaatschappij en een onderzoekslaboratorium.

MAAR DAT is hij niet meer. Een paar jaar geleden nog leek het uitgesloten dat je een verhaal over de Roemeense trein ooit zou moeten opschrijven in de verleden tijd. Maar in ex-communistische landen in transitie voltrekken veranderingen zich soms als aardbevingen. Nog niet zo lang geleden zaten Roemeense treincoupés vrijwel standaard helemaal vol. Daarna kwam de tijd dat je er met zijn tweeën of drieën zat. Maar sinds een half jaar rijdt het merendeel van de treinen rond met vrijwel lege wagons.

Het begon ermee dat een paar jaar geleden de lange rijen voor de loketten ineens verdwenen. Nu is Roemenië niet een land waar organisatorische problemen snel worden opgelost. Maar even dacht ik toch nog: zouden ze het systeem misschien gecomputeriseerd hebben? Zouden ze de lokettistes een cursus calvinistische werkdiscipline hebben gegeven? Maar nee hoor. Behalve in Boekarest zijn er nergens computers. En de vrouwen zitten nog steeds te kletsen en te roken.

De Roemeense spoorwegen zijn niet geprivatiseerd. Maar dat wil niet zeggen dat een treinkaartje niet duurder kan worden. De eerste keer dat de prijs werd aangepast aan de 'reële geldeconomie' was in 1997. Daarna accelereerde de prijs zoals nog nooit een Tren Accelerat is opgetrokken. Kostte een ritje van drie uur tweede klas in 1996 nog amper twee euro, in 2001 was dat om en nabij de tien. In november 2001 stegen de tarieven zomaar opnieuw met 30 procent. En in maart 2002 als klap op de vuurpijl nog een keer.

Al die tijd bleef het leeuwendeel van de maandsalarissen op het niveau 100-150 euro steken. Zo werd een doodgewone treinrit in een futiel tijdsbestek onbetaalbare luxe. En dat terwijl het levensritme van de meeste mensen volledig op de trein was ingesteld. Ik heb Roemenen al vaak zien schrikken bij prijsstijgingen. Maar zelden was de verbijstering zó groot als bij het vernemen van de nieuwe treintarieven. Ouden van dagen - pensioen: 50 euro - vielen op de stations vaak ten prooi aan een acute paniek, of barstten in huilen uit.

Het ordinaire gevolg laat zich raden. De reguliere bussen zitten al tijden overvol. Nieuwe touringcarbedrijfjes en firmaatjes met Ford Transits springen in rap tempo in het vacuüm - een proces dat zich in Servië, Montenegro, Macedonië en Albanië al jaren geleden voltrok. Vrijwel iedere week worden in Roemenië nieuwe buslijnen geopend.

De bus: je kunt er geen viool spelen, geen viergangenmaaltijd nuttigen en ook niet lekker staande discussiëren.

Pas vier uur in zo'n touringcar gezeten. Niet één gezellig praatje gevoerd, iedereen keek dezelfde kant op. Na tien minuten zette de chauffeur ook nog eens een bandje met foeilelijke house op. Op een gegeven moment moesten bijna alle mannen naar de wc. Maar de chauffeur wilde niet stoppen voor een plaspauze. Moet zo'n man dan nooit, vroegen we ons af. Zin om even het gangpad op en neer te lopen om de benen te laten doorbloeden? Vergeet het maar in een bus. Aan het eind van de rit begon het gevaarte zo te schokken dat ik ook nog misselijk werd. Leve de trein!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden