Leve de republiek

Omdat voor het lidmaatschap alleen autochtone mannen in aanmerking mochten komen bedankte Harry Mulisch voor de eer. Hij schreef aan het Republikeins Genootschap: 'Mogen dan ook alleen autochtone mannen staatshoofd worden?...

'Beste Pierre', schrijft Harry Mulisch op 21 september 1996 aan prof. dr. P. Vinken, voormalig uitgeverstycoon en de oprichter van het Republikeins Genootschap. Hij reageert op de uitnodiging aanwezig te zijn op de eerste bijeenkomst van het Genootschap.

'Op de avond van het subversieve diner ben ik in Moskou. Als de gelegenheid zich voordoet, zal ik natuurlijk proberen generaal Lebed te interesseren voor de doelstellingen van het Republikeins Genootschap. Moskou heeft in dat opzicht een traditie hoog te houden.'

Het ironische kattebelletje is op 11 september 1996 voorgelezen. Maar als de schrijver - eenmaal terug in Nederland - de notulen leest, bedankt hij voor de eer lid te zijn.

'Tijdens de oprichtingsvergadering van het RG zat ik in Rusland, waar dergelijke bijeenkomsten sinds jaar en dag plaatsvinden, zoals wij sinds Dostojevski weten. Ik kan dus niet goed beoordelen welke toon er aan tafel heerste. Maar Besluit no. 4 is mij in het verkeerde keelgat geschoten, zelfs wanneer dit als grap is bedoeld.'

In de notulen staat 'Besluit no. 4' als volgt omschreven: 'Leden worden ook op lichamelijke kenmerken geselecteerd: alleen autochtone mannen komen in aanmerking.'

Mulisch vervolgt: 'Impliceert dit, dat in de voorgestane Republiek Nederland alleen autochtone mannen staatshoofd kunnen worden? Dan is zelfs de monarchie nog vooruitstrevender: de koningin is nauwelijks een autochtone vrouw.

'En wat mijzelf betreft; als zoon van twee allochtonen val ik niet in termen van het lidmaatschap. Dit betekent tegelijk, dat ik niet beschouwd kan en wil worden als mede-oprichter van het RG, zoals uitgedrukt in Besluit no. 1. Kortom, ik dacht het geheel een jolig voorwendsel was om nu en dan met een paar aardige mensen een hapje te eten, maar op deze manier voel ik er niets voor.

Voor het overige, onveranderd, je Harry Mulisch.'

Mulisch is een van de vijftien prominente Nederlanders die zijn uitgenodigd door de initiatiefnemers Vinken, mr. R. Nelissen, voorzitter van de Raad van Commissarissen van Luchthaven Schiphol, en dr. J. Kremers, Robeco-topman en voormalig commissaris der koningin in Limburg.

Een afschrift van Mulisch' bedankbrief gaat naar alle leden van het gezelschap, van wie er meer beginnen te twijfelen. Drie dagen na Mulisch, 24 september, schrijft Korteweg dat hij het niet meer ziet zitten. Hij stoort zich aan het feit dat er notulen zijn gemaakt en benadrukt in zijn brief aan Vinken dat er een verschil is tussen 'onze uitgelaten en jouw serieuze stemming'.

Een dag na Korteweg noteert dr. A. H. E. M. Wellink, topman bij de Nederlandsche Bank en later dit jaar opvolger van Bank-president Duisenberg: 'Beste Pierre. Op je telefoontje heb ik positief gereageerd, omdat het me een niet ongezellig initiatief leek, gezien de vele vrienden in het gezelschap. Het verslag van de eerste bijeenkomst heeft me van gedachten doen veranderen.'

Ruim een week na het briefje van Mulisch meldt ook de voormalige hoofdredacteur van NRC Handelsblad, dr. P. H. M. Knapen, nu directeur communicatie van Philips, zich af. Evenals Mulisch is hij geschrokken van 'Besluit no. 4'.

Hij rept van een mismatch tussen het verslag en de bijeenkomst te Delft. Knapen schrijft: 'Ik had me voorgenomen deze mismatch bij een volgende vergadering aan de orde te stellen. Inmiddels word ik wat praktischer: nu de een na de andere aardige disgenoot de zaak door discrepantie in toon en bedoelingen voor gezien houdt, raakt het doel, een vrolijke avond, uit zicht. Dit is een Fehlstart en ik zal er derhalve een punt achter zetten.'

Degenen die het voor gezien houden, vechten het genotuleerde niet aan. Anderen, die lid blijven, klagen ook niet over het verslag. 'Ik denk dat ze het te serieus vonden worden', zegt PCM-commissaris prof. mr. L. van Vollenhoven. Op de vraag of daar aanleiding toe was, antwoordt hij: 'Weet ik niet.' TBI-bestuurder prof. dr. L. Koopmans begrijpt niets van de afzeggingen: 'Raadselachtig, ik weet niet waarom, want er is niets aan de hand. '

Prof. dr. A. J. Dunning denkt te weten waarom er vier het hazenpad kozen: 'Er zijn nu eenmaal mensen die niet de verdenking op zich willen laden er republikeinse gedachten op na te houden.'

Hoofdredacteur van de Groene Amsterdammer, M. van Amerongen, herkent de notulen als een goede weergave van wat er is geschied. Hij stelt wel dat er een deel 'luim' aan te pas kwam, maar dat het voor een groot deel serieus was.

Wie waren er gevraagd aanwezig te zijn op de eerste bijeenkomst en hoe kennen zij elkaar? De centrale figuur van het Republikeins Genootschap is P. Vinken.

De ene categorie kent Vinken uit de uitgeverswereld. In de raad van commisarissen van Elsevier zaten prof. mr. L. van Vollenhoven, Nelissen en drs. A. Schuitemakers. Dr. P. H. M. Knapen, de tegenwoordige directeur communicatie van Philips, kent Vinken als oud-hoofdredacteur van NRC Handelsblad.

Een ander groepje is bevriend geraakt in de periode dat ze topambtenaar waren op het ministerie van financiën. Twee van hen waren thésaurier-generaal. Dat zijn de opvolger van de president van de Nederlandsche Bank Duisenberg prof. dr. A. H. E. M. Wellink, die thésaurier was van 1977 tot 1981. Hij werd opgevolgd door de huidige Robeco-topman prof. dr. P. Korteweg, die tot 1986 onder minister Ruding diende. De topman van TBI prof. dr. L. Koopmans was van 1975 tot 1978 plaatsvervangend directeur-generaal van de Rijksbegroting. De drie kennen uit hun ambtenarentijd Nelissen, die toen KVP-minister van Economische Zaken was.

Drs. J. Kleiterp is voorzitter van het bestuur van ABP en kent Kremers en Korteweg uit de wereld van banken, verzekerings- en beleggingsmaatschappijen. Daar werkte tot voor enkele jaren geleden dr. G. Zoutendijk als voorzitter van de raad van bestuur van Delta Lloyd. In dat circuit verkeert nu ook oud-PvdA-fractievoorzitter W. Meijer, nu topman bij de Rabobank. Meijer woonde de eerste bijeenkomst niet bij, maar figureert wel op de ledenlijst van het Genootschap.

De cardioloog prof. A. Dunning is bevriend met Vinken, evenals mr. J. Visser die zeven commissariaten heeft en ir. H. de Ruiter. Prof. dr. H. van den Bergh is bij het genootschap betrokken, omdat hij de auteur is van een pamflet tegen de monarchie: Eén over Oranje of de Republiek der Nederlanden. Vreemd in het rijtje lijkt de hoofdredacteur van de Groene Amsterdammer M. van Amerongen, maar hij is de ghostwriter van een privé-uitgave van Vinken, getiteld PJV.

Wat is er die avond gebeurd, de eerste bijeenkomst van het Republikeins Genootschap?

Dertien leden komen op uitnodiging van Vinken, Nelissen en Kremers in de Prinsenhof te Delft bijeen. Tijdens het aperitief begint de vergadering met een inleiding van de voorzitter. Vinken vertelt dat veel mensen zijn benaderd, maar dat een aantal van hen weigerde. De meest gehanteerde reden was, vooral bij actieve politici, de vrees Hare Majesteit ooit nog onder ogen te moeten komen en de vrees voor stemmenverlies. Hij meldt dat Wiegel, Vonhoff en oud-minister van Economische Zaken Andriessen een lidmaatschap niet opportuun vonden.

Vinken: 'Heineken verklaarde zich een overtuigd republikein maar is toevallig een oude vriend van de familie. Hij stelde voor prins Claus, die volgens hem een overtuigd republikein is, in zijn plaats te benoemen. Dat hebben we afgewezen. Prof. dr. H. L. Wesseling (hoogleraar contemporaine geschiedenis in Leiden, jh), die de speeches voor de koningin schrijft, kon in verband daarmee een benoeming onmogelijk accepteren. Hij bleek wel bereid op een volgende bijeenkomst van het Genootschap desgewenst een voordracht te houden over de geschiedenis van andere staatsvormen.'

Dan staan Vinken en Nelissen op van tafel en drukken elkaar de hand. Voorzichtig klinkt er 'Leve de republiek'

De besluitenlijst ziet er als volgt uit.

1. De eerste vijftien leden, van wie dertien aanwezig tijdens de constituerende vergadering, zijn te beschouwen als oprichters van het Genootschap.

2. Het aantal leden van het Genootschap werd vastgesteld op vierentwintig.

3. Nieuwe leden kunnen alleen met algemene stemmen worden benoemd.

4. Leden kunnen ook op lichamelijke kenmerken worden geselecteerd: alleen autochtone mannen komen in aanmerking.

5. Bijeenkomsten van het Genootschap hebben tweemaal per jaar plaats.

6. De volgende personen zullen worden benaderd voor een lidmaatschap:

Prof. dr. H. van den Bergh, mr. H. Tjeenk Willink, (uit te nodigen door Dunning), prof. mr. M. C. B. Burkens (door Koopmans?) Reserve prof mr. J. J. Vis, mr. drs. L. C. Brinkman (door Nelissen of Kremers), dr. A. Peper (door Dunning), W. Meijer (inmiddels door Koopmans uitgenodigd, hij heeft de benoeming geaccepteerd), dr. A. H. E. M. Wellink (inmiddels door Vinken uitgenodigd, hij heeft de benoeming geaccepteerd), mr. A. W. H. Docters van Leeuwen (procureur-generaal, jh).

De diplomaat M. van Mourik, zo blijkt intussen uit een uitvoerig interview in het Parool van 14 september j.l. is een (gematigd) monarchist en past dus bij nader inzien niet in het Genootschap, dat immers alleen overtuigde republikeinen tot lid benoemt.'

Dan wordt er een interessant idee omarmd door de aanwezigen. 'Op voorstel van Knapen werd besloten het bestaan van het Genootschap en haar leden nog twee jaar het stilzwijgen te laten bewaren en een tijdstip af te wachten waarop de zichzelf overschattende monarchie een fout maakt.'

Tot dit moment is de vergadering serieus. Dan treedt prof. dr. A. Dunning op met een cabaretnummer. Het diner is dan al ver gevorderd, het promillage gestegen en ontstaat er een rellerige sfeer.

De notulen: 'Een bezorgde Dunning deed een beroep op de aanwezigen om toch vooral voldoende medici (chirurgen) als lid te benomen, omdat in de toekomst op brede schaal gewelddadigheden in de steden waren te verwachten ('bloed zal door de Leidsestraat naar het Museumplein stromen').

Zijn voorstel verkreeg niet de algemene instemming, evenmin als zijn pleidooi voor het benoemen van een of twee (ex-)criminelen of een prominent lid van de onderwereld, zodat het Genootschap van de noodzakelijke deskundigheid van wapens en explosieven verzekerd zou zijn.

Ook Dunnings voorstel een 'emeritus' geweldpleger (Generaal Couzy?) te benoemen vanwege zijn kennis van moderne raketsystemen, kreeg onvoldoende steun. Dit lot was ook zijn voorstel beschoren om tijdens het diner op voorhand een minuut stilte in acht te nemen voor de te verwachten gevallenen.'

Einde notulen. De volgende vergadering moet volgende maand plaats vinden op Paleis Het Loo in Apeldoorn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.