Leuterlul en Poepescheet

Eigenlijk zou het 'in gewone taal' een boekwerk vormen van wel zeshonderd bladzijden, maar Pan pan voor de poeper van de neger naakt, verduidelijkte Clément Pansaers in het tijdschrift Ça ira!, is geschreven in een stijl die 'in één woord condenseert wat de fraseur zegt in tien pagina's'....

De in Vlaanderen geboren Pansaers, wiens L'Apologie de la paresse, 'de apologie van de luiheid', drie jaar geleden is vertaald, kruiste in het tijdens de Eerste Wereldoorlog bezette Brussel het pad van enkele in België gelegerde Duitse geestverwanten: Carl Einstein, pleitbezorger van de art nègre, en de toneelschrijver Carl Sternheim. Hij hoorde van Einstein over het bestaan van de ontluikende dada-beweging - de nieuwe vertaling van Pansaers verschijnt in de dada-bibliotheek van Vantilt - en nam contact op met de excentrieke Tristan Tzara.

'Dada is niet modern', zei Tzara. 'Pansaers evenmin', schrijft Benjamin Hennot in het nawoord van de door Rokus Hofstede vertaalde 'dadaïstische plaquettes' Le Pan Pan au Cul du Nu Nègre en Bar Nicanor, polyfone teksten met een veelal onbegrijpelijke en bij vlagen ook vaak haast exalterende metafysische strekking.

Die dada-teksten, zegt Hennot (die ook het nawoord schreef van het duizelingwekkende Apologie van de luiheid), moeten worden begrepen in het licht van Pansaers' merkwaardige spirituele biografie. Hij bezocht een jezuïetencollege vlak bij Gent, vervolgens het seminarie van Hoegaarden en zou priester worden. Van de ene op de andere dag zwoer hij zijn roeping af, maar hij bleef nog geruime tijd katholiek.

'Ik ben geboren in 1916', zei de inmiddels afvallige Pansaers 'na zes maanden mediteren op een blinde, witte muur'; de tijd daarvoor - hij zag het levenslicht in 1885 en stierf in 1922 - noemde hij sindsdien 'de prenatale tijd', want in 1916 bevatte hij de ware zin van het leven.

Voorzover er een lijn in te ontdekken valt, gaat de ene tekst over een pan pan, dat was een toen modieuze dans (maar bij Pansaers gaat het over veel meer, ja, over zielsverhuizingen), en de andere tekst is het relaas van de avonturen van Leuterlul en Poepescheet die zich overgeven aan enige zuippartijen in Dancing Bar Nicanor.

Misschien begrijpen veel lezers er weinig tot niets van, maar op Pansaers' schrijftafel was het allemaal volgens een buitengewoon coherente werkwijze tot stand gekomen. De teksten zijn onclassificeerbaar. De tekst wordt bij Pansaers, zegt Hennot, 'een speels verbaal object, rijk aan akoestische en visuele effecten', het zijn onafgebroken galoppades 'van medeklinkers op de klank van klinkers'.

Pansaers inspireerde veel Belgische kunstenaars, vooral Brusselse surrealisten als René Magritte, en de dadaïsten van Antwerpse herkomst Paul Joostens en Michel Seuphor.

De prozagedichten van de verfranste Vlaming Pansaers zijn - dat toeval mag ironisch of grappig lijken, zegt Hofstede - in het Nederlands schitterend vertaald door een in Brussel residerende Hollander. 'Vanavond ben ik een advertentie in de middernachteditie', klinkt het nu bij Pansaers. 'Gekanaliseerde karikaturen - pan pan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden