Leuk toch?

ER RIJDT een lijkauto door de stad waarin het stoffelijk overschot wordt vervoerd van een alom gerespecteerde prins - en een aantal zwakbegaafden langs de route begint te applaudisseren....

'Leuk toch?', hoorde ik laatst niemand minder dan Harry Mulisch zeggen - 'dat doen ze in Italië ook.'

Jammer dat het hier Italië niet is. Hier schijnt de zon bijna nooit, hier kun je niet op de hoek van elke straat de lekkerste pasta van de wereld eten, hier werden al in 1566 alle Roomse kerken kaalgeslagen, hier zingt niemand naturel een aria uit het ijzeren repertoire.

Daarom klinkt het klappen hier ook zo ontzettend schriel en onnozel. Er barst in de Haagse straten geen ovationeel applaus los, met mensen die van uitzinnig verdriet in lantarenpalen zijn geklommen en van daaruit da capo! da capo! schreeuwen in de verwachting dat de begrafenisstoet rechtsomkeert zal maken voor een extra rondje, waarna de geestdrift van de rouwende toeschouwers geen grenzen meer kent en het onophoudelijke, dankbare bravo-geroep de aansprekers doet besluiten tot een allerlaatste toegift, en de doldriftige menigte zich ten slotte, dwars door alle dranghekken van burgemeester Deetman heen, op het dodenrijtuig stort om het met kist en al eigenhandig naar Delft te dragen.

Zo zouden ze dat in Italië aanpakken.

Hier hebben we vijf jaar geleden jaloers naar de uitvaart van Diana gekeken en bij onszelf gedacht: 'Hé, leuk toch? Dat moeten we onthouden!', want of het nou om muziek, om ringen door je neus, om televisie met scheve camera's, om Donna Tartt of om treurvertoon gaat - elke mode grijpen we gretig met de ene hand, terwijl we met de andere de vorige mode opgelucht weggooien.

Sindsdien hoeft er maar een béétje iemand te overlijden, of zijn stoffelijk overschot wordt bedolven onder bloementuiltjes, teddybeertjes, ulevellenrijmpjes, e-mailtjes, waxinelichtjes en handgeklap.

In Italië blijven ze authentiek applaudisseren, zoals nabestaanden in Arabische landen gillend, kermend en zichzelf de borst openkrabbend van wanhoop in de open groeve springen (mij benieuwen wanneer dat bij ons eindelijk eens in zwang raakt) - maar hier moeten we ons met namaak behelpen, omdat we de oude Hollandse folklore van zwijgen, of bij het zingen van een psalm op z'n ergst een traan wegpinken, allang overboord hebben gezet.

De verslaggevers van achtentwintig publieke en commerciële actualiteitenrubrieken moeten van hun anchormen ook voortdurend de bloemstukjes en de waxinelichtjes tellen. Zijn het er nou nog niet zo veel als toentertijd in Londen? Je wilt me toch niet vertellen dat Claus, ofschoon geliefd, minder geliefd zou zijn dan de prinses van Wales? Vergissen we ons, of klinkt het applaus dunner dan vijf maanden geleden bij Fortuyn? Wordt er eigenlijk wel gehuild zoals ze in Italië kunnen huilen om nog maar te zwijgen van gejammerd zoals Palestijnen om een overleden martelaar kunnen jammeren? En wat verwacht men van het aantal Nederlanders dat vanaf morgen afscheid kan nemen in de chapelle ardente? Tienduizend? Honderdduizend? Een paar miljoen toch zeker?

Ik herinner me nog m'n eerste lijkstoet. Ik zal vijf of zes zijn geweest, en ik wandelde naast mijn vader die me met een hand op m'n arm ineens even tot staan bracht. Toen zag ik verwonderd hoe hij z'n hoed afnam en het hoofd ontbloot hield tot de laatste koets voorbij was.

Leuk was anders.

Nu zou hij, met z'n hoed op, even in z'n handen hebben moeten klappen.

En dat applaus zal pas wegsterven als we iets leukers hebben bedacht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden