Leugenaar

et vergde stuurmanskunst dinsdagavond, reizend van het bombastisch schitterende sterrenstelsel van Malmö naar de ingetogen, verfijnde aquarelwereld van Jean-Jacques Sempé, belicht in een aflevering van AVRO's Close Up.


Sempé, de beroemde Franse tekenaar die hele generaties scholieren plezier bezorgde in de Franse les, met zijn vederlichte pentekeningetjes bij de verhalen van René Goscinny in Le petit Nicolas. Dertig jaar aquarelleerde hij covers voor The New Yorker, doorgaans aandoenlijk romantische Parijse straatbeelden vanaf de vierde, vijfde verdieping.


Weemoedig, klein absurdisme. Zoals Kees van Kooten eens (in Hollands Diep, later in zijn bundel Hartstochtjes)schreef, bij een typische Sempé-plaat van een oud echtpaar, hand in hand bij een stoplicht wachtend: 'Ze lachen allebei, en waarom ook niet. Het gaat er immers om je bestaan behaaglijk te isoleren door het dichterlijk te kadreren. Binnen elke metropool, vertellen zijn tekeningen maar steeds, zit het persoonlijke geluk in een klein hoekje of op een smal bankje. Dat is het Sempé-gevoel.'


Pas bij deze fijne, van de Franse televisie aangekochte Close Up kreeg de schepper van het Sempé-gevoel een sprekend gezicht.


De documentaire uit 2011, die grotendeels bestond uit een gesprek met de 'humoristische kunstenaar', was filmisch gezien niet veel meer dan een gesprek, met een enkele scène op het terras van café De Flore en in zijn geliefde Jardin du Luxembourg. De oude meester (80) vertelde in zijn atelier, 'geworteld' in het eigen werk dat hem omringde, een positie die hem veel beter beviel dan naar Azië reizen om het succes van zijn Koreaanse en Russische edities te vieren.


De makers schetsten bij de eerste opzet al hun eigen probleem. Met trage, monotone stem zei Sempé: 'Ik raak in paniek als ze me een vraag stellen. Ten eerste ben ik bang om me te vergissen. Ten tweede ben ik bang dat ik niet de waarheid spreek, en ten derde staat vast dat ik negen van de tien keer lieg.'


Er waren dingen 'die ik niet wil vertellen'. Maar hij wilde ook de interviewer tevreden stellen. En dus zei hij vaak dingen die elkaar in de loop der tijd zijn gaan tegenspreken. 'Wat ik zelf vind, is vaak niet te achterhalen.'


Daar zat je dan, als kijker. Wat te geloven van een zelfverklaarde leugenaar?


Sempé deed kort zijn loopbaan uit de doeken. Van de jongen die op zijn twaalfde begon te tekenen, 'zoals alle jongetjes', en merkte dat hij erin slaagde beweging in zijn prenten te leggen. Zijn problematische ouderlijke gezin, zijn gelukkige schooltijd als lawaaimaker - Le petit Nicolas herleefde spontaan voor het geestesoog van de kijker.


De illustrator had geleerd. 'Anders dan ik dacht, is het niet het oog dat de hand leidt, maar de hand die het oog leidt.' Een idee krijgen voor zijn aquarellen was heel eenvoudig: 'Je gaat zitten, met je handen voor ogen, of de armen over elkaar. Zo blijf je zitten, tot je een idee hebt. Het kan een half jaar duren, maar het komt.'


Hij aquarelleerde de grote stad, maar nooit vond hij een idee op straat. Ook ging hij niet zitten schetsen op de Rue de la Paix. Maar de tekening moest er wel op lijken. En toen gaf de meester zijn geheim prijs. Sempé: 'Het gaat niet om het observeren, maar om de verbeelding.'


Daar leek me geen woord aan gelogen. Het leek me zelfs een mooie waarheid. Maar dat kan ook liggen aan mijn danig opspelende Sempé-gevoel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden