Letters met een swing

Zijn naam mag onbekend zijn, iedereen heeft wel eens letters gelezen die zijn ontworpen door Bram de Does. Hij is een van de belangrijkste typografen van Nederland....

Door Hub. Hubben

Ontwerpen deed hij al achter de zetbok in de handelsdrukkerij van zijn vader in Amsterdam-Oost. Bram de Does was achttien jaar en maakte een letterproef van de letters waaruit klanten konden kiezen. 'Mijn vader had de Grotesque, van een Duitse lettergieterij. Toen al viel me op dat die letter zware, en naar verhouding veel te grote kapitalen had. Kleine kapitalen zag je toen alleen bij letters als de Romanée van Jan van Krimpen en de Bembo.' De echte Bembo dan, bedoelt De Does, de letter die in 1495 is gesneden door Francesco Griffo.

Hij is een man die staat tussen traditie en vernieuwing: Bram de Does (69), ontwerper van onnavolgbaar elegante lettertypen. Met zijn vrouw Nora heeft hij zich teruggetrokken op een boerderij in Drenthe. Een afgelegen woonstee. De buren wonen driehonderd meter verderop, en het dorp is gauw tien minuten rijden met de auto, maar die hebben ze niet.

Bram de Does: 'We kunnen ons zelf goed redden. Ik heb een grote moestuin al is de grond nogal arm. Bloemkool wil hier niet groeien. Aan luxe hebben we sowieso een hekel. Toen we het huis kochten, stonden aan het begin van de oprit twee lantaarns die een oranje licht uitstraalden. Zag er poenig uit. Heb ik meteen opgeruimd.' Hij wijst naar een fikse blauwspar tussen het geboomte. 'Die irriteert me al jaren. Dat is geen boom voor ons.'

Twee lettertypen ontwierp Bram de Does, Trinité en Lexicon. Twee lettertypen die hem beroemd maakten. Voor jonge letterontwerpers - Nederland kent opvallend veel talent op dit terrein - geldt hij als lichtend voorbeeld. Iedereen die leest komt vroeg of laat met De Does in contact, zijn letters vullen woordenboeken, tijdschriften en kranten. De ontwerper en zijn letters zijn onderwerp van een monografie waaraan vier jaar is gewerkt. In Bram de Does, letterontwerper & typograaf/typographer & type designer schitterend gezet en vormgegeven door Marie-Cécile Noordzij, beschrijft Mathieu Lommen leven en werk van een ontwerper die mag worden gerekend tot de belangrijkste van de afgelopen eeuw. En er is dit jaar een documentaire over de man en zijn werk gemaakt, die dit weekeinde wordt herhaald.

De loopbaan van De Does omspant vijftig jaar. Een halve eeuw waarin op het gebied van zetten en drukken meer gebeurde dan in de voorgaande vijf eeuwen. Offset-druk verving boekdruk; digitale letters, met een paar tikken zichtbaar te maken op het beeldscherm, vervingen de loden letters. Het vak van stempelsnijder, lettergieter en machinezetter ging teloor; letterbakken werden tot een curiosum boven de huiskamerbank.

De Does heeft in die periode steeds gezocht naar nieuwe toepassingen van de techniek. Dat deed hij lang bij Joh. Enschedé en Zonen in Haarlem, waar hij met een kleine onderbreking dertig jaar werkte. Hij kwam in 1958 binnen als 'assistent typografisch verzorger'. De typograaf Jan van Krimpen (1892-1958), een van zijn voorgangers bij Enschedé gold als zijn grote voorbeeld. Maar de status van Van Krimpen, die kon beschikken over een auto met chauffeur, zou De Does nooit bereiken. 'Hoe minder ik ging werken bij Enschedé, hoe meer ze me leken te waarderen', zegt hij monkelend.

Het letterlandschap was destijds nog overzichtelijk. Niemand, en de Does al helemaal niet, piekerde er 25 jaar geleden over nieuwe letters te ontwerpen. 'Er waren genoeg bruikbare drukletters. Bovendien waren loden letters heel duur.' En waarom zou je nog iets willen toevoegen aan al die bestaande goede Renaissance-achtige romeinen, zowel handletters van de lettergieterijen, als de machinaal vervaardigde letters van Linotype en Monotype? Letters met mooie namen als Garamond, Janson, en natuurlijk de Bembo.

Maar toen kondigde zich ook bij Enschedé de voorboden van de technische revolutie aan met de komst van een fotografische zetmachine. Een regelrechte achteruitgang, volgens De Does. 'De fotografisch Bembo was veel slechter dan de loden Bembo.' Dat dwong hem ertoe te analyseren hoe dat kwam. 'De eerste generatie fotografische zetmachines maakten het contrast tussen de dunne en dikke delen van de letters veel te groot.' Dan ontstaat wat De Does het 'Bodoni-effect' noemt. Gedrukt op glad kunstdrukpapier gaat zo'n letter schitteren voor de ogen, een effect dat zich aanvankelijk voordeed bij alle fotografisch gezette letters. 'Ze waren te schraal, te dun en te contrastrijk.'

De Does kreeg in 1978 opdracht van Enschedé een letter te ontwerpen die speciaal voor fotozetten was ontwikkeld. De Romanée, een klassieke boekletter van Jan van Krimpen was lange tijd favoriet bij De Does. Toch vond hij het ontwerp te dogmatisch. 'Ik wilde een krachtige en toch evenwichtige letter maken. Hoe krachtiger je een letter maakt, hoe moeilijker het wordt hem ook nog evenwichtig te houden.' Dat probleem wordt veroorzaakt door de onderkasten van letters a, e, x en k. Dat zijn de vier letters waarbij op de helft van het letterbeeld 'iets' gebeurt.

Wat er in het midden van die vier 'complexe' letters gebeurt, heeft de neiging het totaalbeeld meer te verzwaren dan de andere letters die veel opener zijn, zoals de o, de c of de p. 'Naarmate een letter zwaarder wordt getekend, moeten volgens de klassieke ontwerpprincipes de middendelen mee verzwaard worden, en dan zie je vaak dat de a en de e een kloddertje worden.' De truc van De Does' eigen letters, de Trinité en de Lexico, is dat de middendelen zo dun mogelijk zijn gehouden.

De Does gaat in zijn Drentse behuizing voor naar wat ooit de koeienstal was, nu ingericht als drukkerij met eeuwenoud lettermateriaal en antieke handpersen. Hier zet en drukt hij de boeken voor zijn eigen Spectatorpers, kostbare bibliofiele publicaties die vrijwel altijd op de lijst van Best Verzorgde Boeken figureren. Kaba ornament is de meest recente uitgave waarin De Does, met behulp van slechts één loden asymmetrisch ornamentje en zijn spiegelbeeld, komt tot een verbluffend aantal combinaties die hij weergeeft in vignetten, sierranden en patronen; niet zelden liggen er ingewikkelde wiskundige berekeningen aan ten grondslag.

Het lijkt alsof de strenge letterontwerper, die bij Enschedé om zijn precisie door de zetters 'puntje-in-puntje-uit' werd genoemd, de teugels eindelijk mag laten vieren. 'Als op de middelbare school mijn leraar wiskunde weer eens het hele bord had volgekalkt, stak ik mijn vinger op en riep dat ik een snellere oplossing voor het probleem wist. Meestal moest hij me gelijk geven.'

Toen de Trinité in 1982 op de markt kwam, vielen grafisch ontwerpers als een blok voor de letter. Geen haar op zijn hoofd dat er aan dacht nog een tweede letter te ontwerpen totdat Bernard C. van Bercum, ontwerper van Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse taal, opperde een Trinité-variant te gebruiken voor het woordenboek. Van Bercum stuitte bij andere letters altijd op het euvel dat veel voorkomende tekens als parenthesen, teksthaken, staande en liggende pijltjes te breed uitvielen en vaak te veel 'vlees' (wit) hadden. In een woordenboek vreet dat ruimte. Maar De Does vond de Trinité ongeschikt voor het kleine corps van de Van Dale. Hij zette zich achter de tekentafel en in 1992 had de 'dikke' Van Dale de primeur van de Lexicon.

Beide letters hebben inmiddels een ruime verspreiding gevonden. De Trinité verschijnt op veel boekomslagen. NRC Handelsblad is uit de Lexicon gezet. Diezelfde letter vindt ook toepassing bij de S. Fischer Verlag, de Anne Frank Stichting, het ministerie van Financiën, de Oxford University Press, het Rijksmuseum in Amsterdam, het Zwitserse tijdschrift Die Weltwoche. In Duitsland verschijnen veeldelige encyclopedieën in de letters van De Does.

Volgens De Does ligt de essentie van een goede letter in de verhouding tussen harmonie en leesbaarheid. 'Bij leesbaarheid is het van belang dat je met je oog blijft hangen aan typische herkenbaarheden van een letter terwijl je bij het streven naar harmonie een zo groot mogelijke gelijkheid wilt bereiken.' Dat is enigszins met elkaar in strijd, want bij een te grote harmonie blijft de lezers nergens aan vasthaken. 'Maar als je elke letter specifieke eigenaardigheden meegeeft, krijg je display-letters waar het alleen draait om de originaliteit van het ontwerp.'

Een harmonische letter is dus niet per definitie de best leesbare letter: 'Te los in het wit staande letters mogen dan misschien harmonieus ogen, maar de leesbaarheid wordt pas bereikt door het samendrukken van de letters.' Een mathematische witverdeling tussen de letters werkt daarom niet. Het lezersoog vraagt om verticale geserreerdheid, dat wil zeggen schuinte, voor de leesbaarheid en om het woordbeeld 'pittig' te laten zijn. En De Does houdt van pittig. 'Mijn letters zijn klassiek maar niet traditioneel, ze hebben een zekere ''swing''.'

In hetzelfde jaar dat De Does aan de Trinité begon, verscheen bij Enschedé Typefoundries in the Netherlands from the Fifteenth to the Nineteenth Century ter markering van het 275-jarig bestaan van de firma. Het is vermoedelijk het meest monumentale boek dat het huis Enschedé ooit heeft uitgebracht.

De Does had de leiding over wat gerust een militaire operatie mag heten. 'Twee zetters waren anderhalf jaar bezig met het geheel met de hand zetten van de tekst uit de Romanée. Vervolgens bedong ik dat een drukker vrijgemaakt zou worden om het boek te drukken in een speciaal daartoe ingerichte ruimte. Dat werden er twee vanwege de Arbeidsinspectie.'

Het drukken nam een jaar in beslag. De eerste partij (zevenduizend kilo) van het speciaal aangemaakte papier - bestaand papier was te wit of te geel - werd afgekeurd omdat het niet beantwoordde aan de specificaties van de Does. En dan het drukken zelf: 'Drukinkt heb je in vier soorten: lang, kort, taai en slap. Ik prefereer taaie inkt die bijna niet uit de bus te krijgen is. Op het nogal ruwe papier spat de inkt dan het minste waardoor de kraalrand rondom de letters zo gering mogelijk blijft.' De Typefoundries kostte destijds 875 gulden.

Aan het slot van de rondgang in zijn Drentse huis gaat De Does voor naar een speciaal gebouwde werkkamer, hoog in de nok van de deel. In de schuinte van het dak zijn enorme ramen uitgespaard. Het uitzicht over de velden is adembenemend. De Does: 'Hier werk ik verder met de Kaba-ornamenten. Of ik speel viool of cello. En als ik daar geen zin in heb, kijk ik naar de bloemkoolwolken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden