Letterlijk uit de Friese klei getrokken

Koninklijke Tichelaar Makkum, 's lands oudste familiebedrijf, verlegde onder Jan Tichelaar (51) zijn focus van sieraardewerk naar design. 'Er is nauwelijks nog kunstnijverheid in Nederland.'

Profiel


Bedrijf Koninklijke Tichelaar Makkum


Waar Makkum


Sinds 1572


Aantal werknemers 60


Jaaromzet 5 miljoen euro


Het is 1572 en de Tachtigjarige Oorlog is nog niet veel meer dan een beginnende opstand. Om het gepeupel in het noorden eindelijk eens definitief te bedwingen, stuurt de Habsburgse koning Filips II zijn veldheer Caspar de Robles naar de Lage Landen. Diens taak is simpel: herstel de orde in het noorden en versla de opstandige, ketterse Watergeuzen. Het decor was treurig, maar ook prachtig. Denk aan: Spaanse harnassen die op hun briesende paarden door de natte en zompige Friese wouden trekken, aan verlaten en met dauw bedekte weilanden, met her en der een paar verkleumde soldaten.


Ten tijde van die Spaanse veldtocht tegen de Geuzen, begint ook een heel ander verhaal. Namelijk dat van het oudste familiebedrijf van Nederland: Koninklijke Tichelaar Makkum. 'We gaan inderdaad ver terug', zegt Jan Tichelaar (51), telg van de twaalfde generatie, 441 jaar later. Sinds 5 april 2013 is zijn Friese keramiekfabriek officieel het oudste familiebedrijf van Nederland. Dit nadat Touwfabriek G. van der Lee op die dag, na 468 jaar en dertien generaties, in vreemde handen (de Hendrik Veder Group) was overgegaan. De vlag ging niet direct uit in Makkum, maar trots was Tichelaar wel. 'Sinds 1572 is dit bedrijf onafgebroken overgegaan van vader op zoon, met eigenlijk maar één uitzondering. In de 17de eeuw trouwde een boerenzoon uit Jorwerd - Freerk Jans Tichelaar - met de dochter van de steenbakker. Hij nam het bedrijf van zijn schoonvader over. Die stap tellen we gewoon mee, hoor', zegt Tichelaar. 'Want of het bedrijf nu van vader op zoon, of van vader op dochter overgaat: familie is familie.'


Tijdens het verhaal over Freerk Jans tekent de huidige directeur van Koninklijke Tichelaar Makkum de stamboom met zijn vinger in de lucht, alsof hij hem voor zich ziet. 'Dat er zo veel bekend is over de familiegeschiedenis heb ik te danken aan mijn vader, Pieter Jan Tichelaar. Hij heeft samen met een Groningse historicus de oorsprong van ons bedrijf uitgezocht.'


Briefhoofd

Zo is de precieze oprichtingsdatum met de tijd mee veranderd. 'We gingen altijd uit van het briefhoofd dat mijn betovergrootvader gebruikte. Daarop stond 'anno 1660'. Maar tijdens het onderzoek van mijn vader kwam opeens een koopakte te voorschijn van veel eerder: 1594. Dus 34 jaar na het vorige jubileumfeest - waarbij we het predikaat Koninklijk kregen - hadden we weer een feest.'


Daar bleef het niet bij. Want niet veel later was er opeens dat bericht uit die Duitse bibliotheek. Er was een oude atlas gevonden uit 1572 waarop Makkum heel gedetailleerd was afgebeeld. De atlas was gemaakt door een Italiaanse cartograaf die tijdens de Tachtigjarige Oorlog mee moest reizen met een ijdele veldheer die wilde dat zijn troepenbewegingen exact werden opgetekend, zodat ook zijn nageslacht van zijn genialiteit kon genieten. Die veldheer heette Caspar de Robles. 'En weet je wat er volgens een van zijn kaarten op exact deze plek stond?', zegt Tichelaar. 'Bricaria. Steenfabriek. Sinds 1572 zit onze familie aantoonbaar in de steen.'


Steen, ja. Over beter gezegd: keramiek. In de fabriekshal van Koninklijke Tichelaar Makkum wordt anno 2013 nog steeds druk gewerkt aan tientallen, misschien wel honderden verschillende producten van keramiek. 'We zijn nu bezig met 200 duizend tegels voor een nieuw gebouw in Calgary.'


Een deur verderop is het laboratorium. In de tijd van zijn betovergrootvader gingen kleibakkers op hun gevoel af - de klei werd met de mond geproefd. Het lab heeft die taak overgenomen. In doosjes liggen duizenden tegeltjes, dakpannen, bakstenen, vazen en borden die bijna allemaal uit de Friese klei zijn getrokken. 'Kijk', zegt Tichelaar, wijzend naar een berg Fryske giele, de zompige gele klei uit de weilanden rond Makkum. 'Daar kunnen we nog zeker vijf generaties mee verder.'


Toen Jan Tichelaar begin jaren negentig het bedrijf van zijn vader overnam, was die berg Friese klei nog de basis voor 80 procent van de omzet. Jan Tichelaar gooide het roer om, waardoor de producten waarmee het bedrijf wereldwijde bekendheid verwierf, het Makkumer sieraardewerk, nog maar 10 procent van de omzet beslaan. 'De topjaren van het sieraardewerk waren de jaren zestig en zeventig. Alle oma's en moeders van nu hebben nog wel ergens een bordje staan dat ze voor hun uitzet kregen', zegt Tichelaar. Van handbeschilderde wandtegels tot tulpenvaasjes en haringschaaltjes, het kwam allemaal uit Makkum. Alsook het beroemde Elfsteden Bord, dat elke winnaar van de tocht der tochten kreeg overhandigd.


Ot en Sien-figuurtje

'Je moet je goed realiseren dat er nauwelijks nog kunstnijverheid is in Nederland', zegt Tichelaar. 'Dat gebeurt nu allemaal in lagelonenlanden. De Chinese toerist koopt hier een zoenend Ot en Sien-figuurtje van Delfts blauw dat een maand ervoor in een container vanuit China naar Nederland is gebracht. Daar wil ik niet aan meedoen. In Delft kan zo'n specifieke focus op toerisme nog wel, daar komen miljoenen bezoekers per jaar om het echte Delfts blauw te kopen. Maar die aantallen bezoekers komen niet naar Makkum.'


Dus zoals Freerk Jans in de 17de eeuw de overstap maakte van bakstenen naar aardewerk, zo maakte Jan Tichelaar in de jaren negentig de overstap van traditioneel handbeschilderd aardewerk naar modern design en architectuur, een stap als gevolg waarvan Tichelaar naar eigen zeggen een van de 'Founding Fathers van Dutch Design' werd.


'Wij waren een van de eersten die de ontwerpen van die grote vormgevers beschikbaar maakten voor het grote publiek.' Tichelaar werkte bijvoorbeeld samen met Hella Jongerius, Jurgen Bey en Studio Job, maar ook met een groot aantal vooraanstaande architecten. De koepel van Museum de Fundatie in Zwolle, bijvoorbeeld, werd volledig betegeld door Koninklijke Tichelaar Makkum. Ook de tegels in de nieuwe 110 meter lange voetgangerstunnel bij het Centraal Station in Amsterdam komen uit Makkum. Hetzelfde geldt voor de geglazuurde gevelbekleding van het Museum of Arts & Design in New York en de vloer van het Victoria and Albert Museum in London.


'Keramische expertise', noemt Tichelaar het. Op de doosjes in het lab staan niet voor niets de namen van allerlei wereldsteden gekriebeld: Doha, Calgary, Haifa, New York. Jan Tichelaar heeft zichtbaar plezier in de nieuwe koers van zijn familiebedrijf. Toch zal hij zijn kinderen niet dwingen om het stokje van hem over te nemen als het zover is, zegt hij. 'Het bedrijf zit mij als een jas gegoten. Of dat voor hen ook geldt, moeten ze zelf maar zien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden