Let op het boeddhistische handje van Albert Einstein

Zeven jaar geleden publiceerde de Amerikaanse historicus Silvan Schweber In the Shadow of the Bomb, een studie over de morele kwesties onder de natuurkundigen die tijdens de Tweede Wereldoorlog de atoombom bouwden....

Martijn van Calmthout

Hoofdpersoon in dat boek was de Amerikaan J. Robert Oppenheimer, leider van het bomproject in Los Alamos. Volgens vriend en vijand een briljant natuurkundige en een briljant wetenschappelijk manager. Maar ook iemand, aldus Schweber destijds, die verteerd werd door wroeging over de bom en zijn verschrikkelijke gevolgen. Hij voelde de plicht zich ervoor in te zetten, maar walgde ook van wat hij teweegbracht.

Daarbij, zo blijkt uit Schwebers nieuwste boek Einstein & Oppenheimer, was er ook een gevoel van miskenning dat goeddeels is terug te voeren op jaloezie jegens Einstein.

Formeel was er een en al wederzijds respect, noteert Schweber. Maar in feite ergerde ‘Oppie’ zich aan Einstein, en vooral aan diens publieke status van onfeilbaar genie en halve heilige. ‘Einsteins vroege werk was van een verlammende pracht, maar zat ook vol fouten’, zei hij koeltjes bij een herdenking van Einsteins dood in 1965. Consternatie bij zijn gastheren en de pers.

Volgens Schweber vertegenwoordigde Einstein voor Oppenheimer zo ongeveer alle gemiste kansen in zijn eigen leven. De jonge Einstein sloeg in 1905 toe op een moment dat de natuurkunde smeekte om nieuwe inzichten. Toen de minstens even briljante Oppenheimer in 1926 begon te publiceren, was de revolutie alweer een beetje over. De oudere Einstein kon moreel hoogstaand doen vanuit zijn isolement, terwijl Oppenheimer altijd de man van De Bom zou blijven.

Einstein daagde in de McCarthy-tijd onbevreesd de communistenvreters uit. Oppenheimer wrong zich in bochten om iedereen te vriend te houden en werd uiteindelijk vermorzeld. Einstein gold als pacifist pur sang. Oppenheimer als een esoterische zwever.

Volgens Schweber zijn de verschillen vooral terug te voeren op de verschillen in omgang met de wetenschappelijke gemeenschap. Intellectueel waren beide mannen volkomen vergelijkbaar, meent hij. Maar Einstein bleef nadrukkelijk een Einzelgänger die alleen aan zijn eigen oordeel hechtte. Oppenheimer daarentegen leefde voor de waardering van anderen. En durfde daardoor uiteindelijk ook minder.

Schweber heeft duidelijk sympathie voor de afgunstige Oppenheimer, maar gaat daarin soms wel erg ver. Kijk eens naar Einstein op portretfoto’s, schrijft hij. Einstein houdt daar de linkerhand steevast met de handpalm omhoog en duim en wijsvinger tegen elkaar. Een poging over te komen als boeddhistische wijze, denkt hij. Of niet, denkt de lezer onwillekeurig.Martijn van Calmthout

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden