Lessen naar de top

Het openbare lyceum Henri IV in Parijs leidt excellente leerlingen op door intellectuele verdieping en strenge selectie. Ook kinderen uit de achterstandswijken zijn van harte welkom....

'Zelf heb ik niet te klagen, maar erg democratisch is het natuurlijk niet. Deze school bevoordeelt de leerlingen die toch al de besten zijn.'

De 15-jarige Emanuel Jeannet kijkt nadenkend uit over de kloostertuin van het Lyceenri IV, de meest vooraanstaande middelbare school van Frankrijk. De locatie is adembenemend: hartje Quartier Latin, in de schaduw van het Panth waar de grands hommes van het land hun laatste rustplaats hebben gevonden. De klaslokalen zijn te bereiken via een brede marmeren trap, met aan weerszijden klassieke beelden. De treden zijn afgesleten door ruim tweehonderd jaar gebruik.

Geweld op school, analfabetisme, het hoofddoekjesdebat; de problemen van de voorsteden zijn hier ver weg. 'Onze bedoeling is leerlingen te verheffen', legt rector Patrice Corre uit. 'Wij proberen hun waarden voor het leven bij te brengen, zoals nederigheid, het grote plezier zich te kunnen cultiveren, de liefde voor de klassieke cultuur. Onderlinge competitie bevorderen we zeker niet. We maken bijvoorbeeld geen klassement op, zoals dat op andere scholen gebeurt.'

Om de stelling te onderbouwen, troont hij zijn bezoek mee naar een van de eindexamenklassen. Die krijgen op deze ochtend een lesuur cation civique, juridique et sociale; een soort onderwijs in normen en waarden waarvan de Franse inspectie vijf jaar geleden meende dat zo het burgerschap kon worden gestimuleerd.

Een vijftiental leerlingen verblijft in een klaslokaal dat met zijn verlaagd plafond, tl-licht, formicatafeltjes en grijs betegelde vloer niet tot de verbeelding spreekt. Achter de klassieke fae van het 'H quatre' komt een gewone openbare school tevoorschijn die zich met hetzelfde budget als andere scholen moet zien te redden. Het verschil zit in het niveau van docenten en leerlingen.

Voor dit uurtje 'normen en waarden' heeft deze groep van 16- en 17-jarigen zijn tanden gezet in een recent verschenen, ruim driehonderd pagina's dik boek: Geschiedenis van de Mondialisering, geschreven door de academicus Rs Benichi. Geen geringe opgave voor een vak waarvoor geen cijfers worden gegeven en dat voor het eindexamen niet meetelt.

Twee leerlingen, een meisje met blauw rastahaar en een vraie parisienne in wording, vatten de tekst kundig samen, waarna een debat over de liberale vooronderstellingen van de auteur volgt. 'Houdt hij wel voldoende rekening met de ''botsing der beschavingen'' die we nu zien?', werpt een jongen met een elegant sjaaltje op.

Leraar Alain Thillay is na afloop niet geheel tevreden: 'De leerlingen volgen te veel de tekst van het boek, ze moeten meer kritische afstand nemen.' Hij geeft toe dat bespreking van dit boek in een uurtje wel erg ambitieus is: 'Maar dit is wel het Henri IV, de intellectuele eisen liggen hier nu eenmaal hoog.' Jarenlang gaf hij geschiedenisles in een van de gevoelige buitenwijken: 'Destijds was ik aan het einde van de dag fysiek afgemat. Tegenwoordig kom ik geestelijk moe thuis.' Het niveau van het Henri IV illustreert hij verder aan de hand van de les die hij zojuist heeft gegeven. Die staat op alle lycea op het programma. 'Maar op mijn vorige school zou ik dit onderwerp met twee krantenknipsels van vijfhonderd woorden hebben behandeld, terwijl hier het niveau boven dat van tweedejaars aan de universiteit ligt.'

De leerlingen van Thillay zijn niet met het halen van hun eindexamen bezig, vertelt hij, want dat lukt ze toch wel. Dat geeft een zekere rust en dus ruimte voor verdieping in een thema als mondialisering. Voor hen gaat het er vooral om de tweede hindernis te nemen in hun loopbaan aan het Henri IV: de stap naar de classes prratoires.

Die wordt gezet tegen het einde van hun opleiding, die doorgaans op 11-jarige leeftijd begint. Dan gaan kinderen uit de buurt naar de 'eerste cyclus'; het coll van Henri IV. Dat selecteert al aardig uit, want wie rond het Panth kan wonen, moet over de nodige kapitaalkracht beschikken. Toch is er op dit niveau nog wel sprake van een sociale mix; ook het dienstpersoneel van de welgestelden uit de buurt stuurt zijn kinderen immers naar het coll.

Na vier jaar vindt de eerste schifting plaats: iets minder dan de helft van de leerlingen mag dan door naar het lycgedeelte. De concurrentie voor die 760 plekken is groot: uit heel Parijs, inclusief de voorsteden, proberen slimmerds aan het begin van de 'tweede cyclus' aan boord te klauteren. Drie jaar later volgt het baccalaur, het eindexamen.

Voorafgaand daaraan vindt een nog zwaardere selectie plaats, op basis van het 'dossier' van de leerling. Dat omvat alle schoolresultaten die hij in zijn lycaren heeft behaald. Ditmaal komt de concurrentie uit heel Frankrijk en is de inzet van de 1100 plaatsen in de classes prratoires van het Henri IV. Nog eens de helft van de leerlingen van het lyceum valt in deze fase af. Wie eenmaal tot de twee jaar classes prratoires is doorgedrongen, heeft uitstekend zicht op het halen van het zwaarste examen: het concours van van de grandes les, de academische top van Frankrijk. De slagingspercentages van de leerlingen voor de concours vormen het visitekaartje van Henri IV.

Rector Corre pakt een A4-tje waarop de uitstekende scores van zijn leerlingen tijdens de concours staan samengevat, uitgesplitst naar grande le. Om het elitaire karakter van het Henri IV draait Corre niet heen. 'Binnen de openbare school hebben wij ons ten doel gesteld het toekomstig kader op te leiden. Een land heeft nu eenmaal niet alleen arbeiders, technici en ambtenaren nodig, maar ook leidinggevenden. Gelijkheid bestaat niet, gelijkheid van kansen wel', doceert hij.

De rector staat erom bekend dat hij leerlingen uit de moeilijke wijken tot het hoogste niveau wil laten doordringen. Dat lukt maar gedeeltelijk, moet hij bekennen. Op het lyceum komt op de tien leerlingen uit de 'gevoelige buurten'. Het probleem zit in het vervolg: de sprong naar de classes prratoires blijkt veelal te groot. Financi barris vormen niet de hinderpaal; het publieke onderwijs is gratis, tot en met de 'derde cyclus'. Doen er zich toch problemen voor, dan bestaat er een fonds waaruit de school kan putten om bij te springen.

Sommige leerlingen krijgen daaruit alles vergoed: huisvesting, levensonderhoud, vervoer. 'Verder kunnen we niet gaan', meent Corre. 'Want je kunt geen positieve discriminatie bij de resultaten toepassen. Bij de examens is iedereen gelijk.'

Dat slechts een handjevol achterstandsleerlingen tot de top weet door te dringen, wijt Corre aan hun culturele achterstand. 'Wie uit een achterstandsgebied afkomstig is, ervaart de wereld van de le prratoire als een totaal andere. Die sociale kloof is een groot maatschappelijk probleem. Ik heb een soort tussenklas voorgesteld waarin we die culturele kloof zouden kunnen dichten, maar de inspectie wilde er niet aan.'

Valt dat probleem wellicht langs de weg van pedagogische vernieuwing op te lossen, bijvoorbeeld met de Nederlandse studiehuis-gedachte waarbij zelfwerkzaamheid van leerlingen wordt gestimuleerd? 'Weet u, de nieuwste pedagogische inzichten zijn niet altijd de beste', waarschuwt Corre met de glimlach van een man die zich op tweehonderd jaar excellente schoolresultaten kan beroepen.

'Mijn leraren en ik staan sceptisch tegenover zelfwerkzaamheid, omdat die juist de ongelijkheid versterkt. Want de leerlingen uit ontwikkelde milieus kunnen daar gemakkelijk mee uit de voeten, maar wie van zijn eigen familie weinig of niks heeft meegekregen, dreigt dan vast te lopen.

'Ik denk dat er juist meer begeleiding en meer kader voor deze leerlingen nodig is. En ik ben er ten diepste van overtuigd dat de leraar veel meer moet zijn dan iemand die de leerlingen als een soort machines aanzet tot werken. Hij is iemand die waarden overdraagt. De school kan zo compenseren voor wat er thuis niet wordt aangeboden. Dat is steeds meer nodig.'

'De ouders van de meeste leerlingen zijn rijk, erg rijk', vertelt leerling Emanuel Jeannet. Van zijn eigen, werkende ouders laat hij in het midden of dat zo is. Veel steun ontvangt hij in ieder geval niet van ze: 'Ze hebben een tijd, e begrijpen niet waar ik mee bezig ben.' Toch ziet hij wel een rol voor ze: 'Ouders moeten je leren dat je kritisch bent en voor jezelf opkomt. De school is er om daartoe de instrumenten te bieden.'

Natuurlijk, het is hard werken: met 35 uur les en dagelijks nog eens nderhalf uur huiswerk. Maar de leraren zijn volgens Emanuel 'erg goed' en ook nog aardig: 'Ze kijken niet alleen naar je resultaten.' Bovendien gedragen zijn medeleerlingen zich niet zo competitief: 'We helpen elkaar, het is hier niet ieder voor zich.' Dat beeld wordt bevestigd door andere leerlingen en leraren.

De wat oudere geschiedenislerares Hne Laquieze roept het verleden van het Henri IV in herinnering: in 1940 in verzet tegen de Duitsers, in mei 1968 tegen het establishment. De cultuur van de school met zijn grote alfa-traditie is een heel andere dan die van de rivaal, het Louis-le-Grand dat een paar honderd meter verderop in Quartier Latin zit en een b-reputatie heeft. 'De sfeer op het Louis-le-Grand is veel competitiever. Wij willen daar juist boven staan, de mens komt hier op de eerste plaats', meent geschiedenisleraar Thillay.

Dat dat geen loze praatjes zijn, bevestigen de leerlingen. De 20-jarige Amca Aguilera en de 21-jarige Aurore Chery zitten tijdens een korte pauze in de winterzon op het schoolplein een stokbroodje te eten. Zij hebben de derde fase bereikt, wat zeker in het geval van Amca bijzonder is: haar Chileense vader is tuinman en ze woont in de voorstad Villejuif. Geograaf, dat vindt ze een mooi beroep, wanneer ze straks haar grande le heeft afgerond.

Aurore ziet zichzelf als filmregisseur. Over het Henri IV zijn ze vol lof. 'De leraren geven zich hier volledig, ze hebben niet het idee dat ze het wel kunnen uitzingen', meent Amca. Het Henri IV is een 'klein dorp', dat ze al missen nog voordat ze er vanaf zijn. Aurore: 'Je ziet hier wel eens oud-leerlingen rondlopen die alleen maar terugkomen om de sfeer weer te proeven. Ik kan me voorstellen dat ik dat straks ook doe.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden