Lessen in plagiaat

In een huiskamer zit een 20-jarig meisje te huilen. De televisiecamera laat zien hoe een jongen zich zorgzaam over haar buigt: waarom weent zij zo zeer?...

Ander televisieprogramma. Een 20-jarige autistische jongen is aan het woord. Hij spreekt over zijn interesses en algauw wordt hij onderbroken door de presentator: het gebruik van al die moeilijke woorden, vraagt de presentator, is dat nou kenmerkend voor autisme? Ja, zegt de jongen. Dat dacht ik al, zegt de presentator: 'Toen ik laatst bij je thuis kwam, vroeg je niet of ik suiker en melk in de koffie heb, je vroeg of ik suiker en melk ''gebruik''. Dat valt op.'

Deze twee korte televisiefragmenten bleven de laatste weken rondspoken in mijn hoofd. Moeten we welsprekendheid inderdaad leren zien als een psychiatrische aandoening? Zal ik me zorgen gaan maken over de gezondheid van al die verbaal begaafde mensen die mij zo dierbaar zijn? Ik schoot vol bij de gedachte, en omdat emoties me onveranderlijk naar de boekenkast drijven, was ik algauw op zoek naar literatuur over taalvaardigheid en taalontwikkeling. Zo, bladerend door boeken en zoekend in mappen, vond ik opeens een krantenknipsel terug over plagiaat uit de Leidse universiteitskrant Mare.

De krant, misschien vertel ik u niets nieuws, had een geval van plagiaat ontdekt. Een Leidse student wiens naam discreet werd verzwegen, plagieerde bij een tentamen boekwetenschap. Hij had opdracht gekregen te schrijven over de uitgeverij: 'Dat betekende voor hem even zoeken op internet, kopiëren, plakken en... een 7. Hij vindt het totaal geen probleem dat hij het als eigen werk heeft gepresenteerd.' Ook de betrokken docent zag weinig kwaad in deze vorm van diefstal. Hij reageerde tenminste laconiek op de onthulling: 'Die dingen gebeuren.'

Nee, het artikel dat ik terugvond in mijn boekenkast was niet het artikel met de onthullingen over Adriaan van Dis. Het stond weliswaar ook in 'Mare' en het ging ook over plagiaat - maar het verscheen al op 21 juni van dit jaar en het ging over plagiaat binnen de universiteiten zelf. De komst van internet heeft voor studenten het overschrijven wel erg gemakkelijk gemaakt, waarschuwde het artikel. Al is ook de pakkans groter geworden: 'Een Amerikaanse natuurkundige heeft onlangs 122 studenten op plagiaat betrapt door een zelfontworpen computerprogrammaatje los te laten op zijn bestand van 1500 scripties.' Voor de meeste van deze studenten liep de zaak overigens goed af. Hoewel ze volgens de richtlijnen allemaal moesten worden geschorst, kwam daar in de praktijk weinig van terecht: 'Een aantal van hen is al lang afgestudeerd.'

Het zal duidelijk zijn dat ook de Nederlandse studenten inmiddels massaal het knippen en plakken hebben ontdekt; en in de universitaire wereld zijn genoeg docenten te vinden die niet zo zwaar tillen aan al dat jatten. 'Mare' vond aan de Leidse universiteit zelfs een docent ontwikkelingspsychologie die de studenten aanmoedigt zoveel mogelijk van anderen over te schrijven: 'Je leert daar erg van en ja, de bron hoeven ze er van mij niet bij te zetten.'

Er is, geloof ik, in juni maar weinig landelijke opschudding ontstaan over deze promotie van plagiaat aan de Leidse universiteit. Dat kwam misschien doordat de diefstal van andermans tekst een hoog educatief doel bleek te dienen. De welsprekendheid en taalvaardigheid van de huidige studenten laat te wensen over, zei de ontwikkelingspsycholoog: 'Van mij moeten ze eerst leren schrijven, dat vind ik veel belangrijker dan het vermelden van bronnen.' En inderdaad, als je het zo bekijkt, valt er wel iets te zeggen voor het overschrijven van andermans teksten. De jonge mensen die huis en school hebben verlaten met een woordenschat die het niveau van 'kut' niet ontstijgt, worden door de universiteit zorgzaam bijgespijkerd met lessen in plagiaat.

Niet alleen in het universitaire onderwijs, ook in het onderzoek vervult overschrijven een belangrijke rol. Naast het artikel in 'Mare' stond de tekst afgedrukt die een Leidse wetenschapper op zijn deur heeft geplakt: 'To steal ideas from one person is plagiarism; to steal from many is research.' En iedereen die een tijdlang met de wetenschap heeft geleefd, kent de wetenschappers wel die op basis van deze leefregel vooruitkomen in de wereld. Nou goed, voor zover dit academische overschrijven de vooruitgang dient, moeten we er dan maar een eer in stellen geplagieerd te worden. Ik hoop dat u zich wilt voorstellen hoe oprecht blij en trots ik was toen ik onlangs in een tekst van een mij onbekende onderzoeker acht volzinnen tegenkwam waarvan ik wist dat ik ze zelf had geschreven. Met een andere naam eronder schitterden de woorden weer als nieuw.

Toch is niet iedereen ingenomen met deze praktijk. Juist nu verscheen in het Utrechtse universitaire tijdschrift Illuster een interview met bioloog en electrofysioloog Jos Verheugen. Hij vertelde dat hij zijn werk een paar maal was tegengekomen onder een andere naam, zoals de naam van zijn promotor: 'Ik ben gepromoveerd aan het Research Institute for Toxicology van de Universiteit Utrecht. Mijn promotor pronkte in zijn eigen publicaties met mijn resultaten.' Verheugen kon er de academische voordelen niet van inzien. 'Uiteindelijk knapte hij af op de wetenschappelijke mores: ''Het gekonkel en gejat.'' Tegenwoordig is hij kunstschilder van beroep.'

De laatste weken is veel nationale onrust ontstaan over de bronnen van Adriaan van Dis. Ik denk toch dat de beschuldigingen van bioloog Verheugen van groter maatschappelijk belang zijn dan dat uitgekauwde verhaal over een reisschrijver die allang zijn zonden heeft opgebiecht. Misschien moeten we ons niet zo incidenteel opwinden over plagiaat; misschien zouden we eens meer in het algemeen met elkaar moeten praten over het belang van behoorlijke bronvermeldingen.

Ondertussen stel ik voor dat we de volgende generatie studenten alvast wel leren zélf te denken en zélf te schrijven. Met grotere greep op hun eigen gedachten voelen onze kinderen zich vast minder kut - en hebben ze bovendien geen Bacardi breezer meer nodig om licht in het hoofd te worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.