Les Murray

Rijke keuze uit de poëzie van Les Murray - mythisch én down to earth.

ERIK MENKVELD

Les Murray: De planken kathedraal

*****

Uit het Engels vertaald door Maarten Elzinga.

De Harmonie; 528 pagina's; euro 29,90.

De oorspronkelijke bewoners van Australië, de aboriginals, bezongen hun land in song-lines, reeksen van generatie op generatie doorgegeven liederen zoals de befaamde Moon Bone Cycle, die als routebeschrijvingen fungeerden bij lange voettochten op zoek naar voedsel in de wildernis. Tegelijk hadden de liederen een rituele functie: de lof te zingen van de bezielde natuur, en haar telkens weer 'tot bestaan te zingen', en daardoor in stand te houden.

De dichter Les Murray (1938), die zijn jeugd doorbracht op een kleine boerderij in de kuststreek van Noordoost-Australië, liet zich in zijn reeks 'De Buladelah-Taree vakantieliederencyclus' uit 1977 inspireren door de Moon Bone Cycle. Het is een van de hoogtepunten in De planken kathedraal, de vuistdikke, tweetalige bloemlezing die vertaler Maarten Elzinga samenstelde uit Murrays veelzijdige dichtwerk.

Prachtig beschrijft Murray de jaarlijkse komst van vakantiegangers die vanuit Sydney naar de noordoostkust reizen over de Pacific Highway, 'die grote verbluffende slang' die door de heuvels kronkelt en brandt, 'de hele nacht,/ schokkend en scheurend langs de hellingen omlaag...' In betoverende taal evoceert hij die verkeersstroom, de confrontatie tussen de stad en de 'bush', maar vooral ook de streek waar hij opgroeide en sinds 1986 weer woont - waar de mensen achter vliegengaas en jaloezieën leven, te midden van hun voorvaderen, de 'grijnzers onder gras', en omringd door een overdonderende natuur.

In deze cyclus is Murray op volle kracht: beeldrijk, muzikaal, mythisch en down to earth tegelijk. Het maakt duidelijk waarom Murray de laatste jaren steevast in één adem genoemd wordt met de in hun rurale afkomst en taalmuziek aan hem verwante Nobelprijswinnaars Walcott en Heaney.

In latere bundels wordt Murrays poëzie bondiger en soberder, maar hij blijft de lyrische verteller. Rauw en schrijnend schrijft hij over zijn geïsoleerde jeugd 'in de stilte', de dood van zijn moeder op zijn twaalfde, het leven met zijn geknakte vader die de boerderij verwaarloosde, zijn zwaarlijvigheid, de pesterijen op school, en zijn depressies: het 'zwarte wier' dat vanaf zijn jeugd in zijn schedel kookt. Niets is te particulier of te alledaags voor een gedicht, of het nou een ziekenhuisopname in verband met een bijna fatale leverkwaal betreft of een nachtelijk wc-bezoek na een nachtmerrie: 'Buik strompelde naar pot,/ loosde, loosde weer/ tot darm een trein was/ die door zijn eigen tunnel kroop.'

Het is interessant om dit soort strofen te lezen na het tweede hoogtepunt in dit oeuvre: de 'vertalingen uit de natuur' uit 1992, waarin Murray 'koeien op slachtdag', een potvis of varkens aan het woord laat in hun 'eigen' taal: 'Wij toen in koele godenstront. We vraten knap./ We wroetten in struikgewasgangen naar smakelijk rot./ We waren toen allemaal neukers.'

Hiertegenover staan geserreerde, filosofische gedichten waarin religie en poëzie met elkaar verbonden worden. Van het katholicisme waartoe Murray zich in 1962 bekeerde, is aan de oppervlakte weinig voelbaar in zijn poëzie. Maar het is er de diepe grondtoon van, wat al blijkt uit zijn motto 'Tot de glorie Gods'. Murrays geloof dat al het aardse een belichaming is van het goddelijke, maakt zijn oeuvre tot een song-line en een kathedraal tegelijk, waarin elk gedicht een lofprijzing is om de wereld 'tot bestaan te zingen'. Geen marmeren kathedraal vol gebrandschilderd licht, maar een fonkelend kot vol geknor en gekrijs en gewroet in de goddelijke stront.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden