Leren van de Derde Wereld

De grote steden krijgen steeds meer derdewereldachtige trekjes. Volgens Jan Vos is voor armoedebestrijding dan ook een nieuwe aanpak nodig....

Deze weken zijn de eerste schermutselingen zichtbaar rond deverkiezingen voor de gemeenteraden op 7 maart 2006. De politiekepartijen vertonen in de debatten tot nu toe weinig creativiteit,terwijl die hard nodig is. De grote steden vertonen immerssteeds meer overeenkomsten met metropolen in ontwikkelingslanden.Arm en rijk leven op geografisch korte afstanden van elkaar intotaal verschillende economische en sociale werkelijkheden.

Zo worden in Rotterdam op de Kop van Zuid prachtigewooncomplexen gebouwd; de bewoners schuiven in hotel New York aanvoor een trendy maaltijd. Nog geen kilometer verder, op hetAfrikaanderplein, wordt op de markt gesteggeld overeurodubbeltjes door bewoners van verwaarloosde en te vaakillegaal onderverhuurde woningen in Charlois en de Millinxbuurt.

Niet alleen in Rotterdam zijn zulke tegenstellingen zichtbaar.In Amsterdam-Zuid woedt een discussie over PC-Hoofttractoren,terwijl even verder, in Amsterdam-West, voor veel Amsterdammerseen nieuwe auto een onbereikbare luxe is en illegale garages vooreen schijntje automodellen uit vervlogen tijden op de weg houden.

Tegenstellingen tussen arm en rijk zijn van alle tijden, maarde toenemende tegenstellingen in onze samenleving vragen omnieuwe oplossingen. Onze samenleving is immers multi-etnischgeworden en de sociaal-economische scheidslijn loopt voor eenbelangrijk deel langs culturele grenzen. Wat kunnen we leren alswe over de grens kijken?

Ten eerste kunnen we bewuster omgaan met informele sectorenin onze economie. Tien miljoen Amerikaanse huishoudens hebbenvolgens het Amerikaanse ministerie van Financiën geenbankrekening, meestal omdat ze te arm zijn of te veel schuldenhebben. Het merendeel van deze 'banklozen' woont in grote steden,alleen in New York gaat het al om 800 duizend stedelingen.

Bankloos zijn betekent geen toegang hebben tot krediet, hetbetekent ook dat er alleen werk voor je is in de 'informelesector'. Het is onbekend hoeveel inwoners van onze grote stedengeen bankrekening hebben, maar het is onmiskenbaar dat deinformele economie in ons land is gegroeid.

Stedelingen die bankloos zwartwerken hebben geenwerknemersrechten, bouwen geen pensioen op en krijgen geenuitkering als hen iets overkomt. Ook betalen ze natuurlijk geenbelastingen.

Toch is de 'informele sector' niet zonder meer tekarakteriseren als slecht. In New York wordt deze sector in standgehouden om mensen die elders geen kansen hebben op deze maniereen 'opstapje' te laten maken op de economische ladder. Ook zijner ondernemers die met initiatieven inspelen op de informeleeconomie, zoals de godfather of rap Russel Simmons, die eenspeciale 'debit card' heeft gelanceerd om de allerarmsten aan debroodnodige cash te helpen.

In Nederland is het hoog tijd na te denken over de groeiendegroep stedelingen die aan de onderkant van de samenlevingdeelneemt aan het ongereguleerde en onzichtbare deel van onzeeconomie. Ook kunnen we leren van armoedebestrijding inontwikkelingslanden, al ligt dit ogenschijnlijk niet voor dehand.

De multinationale organisatie bij uitstek, de VerenigdeNaties, heeft 2005 uitgeroepen tot jaar van het microkrediet. Eenmicrokrediet is een lening, meestal zonder onderpand en vaak nietgroter dan een paar euro's, die verstrekt wordt aan de armstebewoners van onze wereld, traditioneel vooral inontwikkelingslanden.

Frappant is dat microkrediet de laatste jaren ook meer en meerwordt ingezet in het Westen. Deze ontwikkeling is ingezet in deVS door de toenmalige president Bill Clinton. Clinton werd dooreen van de belangrijkste promotors van het microkrediet, prof.Muhammad Yunus uit Bangladesh, gewezen op de mogelijkheden vandeze financieringsvorm om de vaak straatarme bevolking in degrote steden van Amerika een handje te helpen bij hun ontwikkeling.

Nederland kan leren van deze moderne manier vanarmoedebestrijding die nog nauwelijks wordt toegepast in de armewijken van onze grote steden. Op deze manier kunnen ook dekansarmen voor zichzelf aan de slag.

Een derde voorbeeld is te vinden in China. Het economischewonder van dit land begon in de vrijhandelszones van Shenzhen, Qingdao en Sjanghai. Hoewel er duidelijk nadelen zijn aanongelegitimeerde economische groei, denk aan het milieu en derechten van werknemers, kan in sommige gebieden een tijdelijkeontheffing van de in Nederland soms knellende regeldrukondernemers kansen geven die er anders niet zijn.

Charlois, de Baarsjes en de Transvaal kunnen benoemd wordentot vrijhandelszone met bijzondere fiscale vrijstellingen. Ditkan tot verrassende activiteiten leiden van stedelingen dieanders zijn aangewezen op een bestaan in de marge van onzesamenleving.

In het laatste decennium is de term global village in zwanggekomen om de snel toenemende mondiale mobiliteit en concurrentiete benoemen. Naast de terechte angsten die globalisering met zichmeebrengt zijn er ook kansen. Voor ambitieuze stedelingen als delokale lijsttrekkers van de politieke partijen betekent dit datze een nieuwe invulling kunnen geven aan het begrip wereldstad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden