Leren te sterven

Filosoferen is leren te sterven, zei Cicero. Montaigne zei het hem na. Ze bedoelen ermee dat je door te filosoferen wijsheid verkrijgt....

Montaigne heeft gelijk wanneer hij in een van zijn essays schrijft dat we de dood zijn vreemdheid moeten ontnemen. We moeten ons vertrouwd met hem maken, aan hem wennen, aan niets zo veel denken als aan hem. Prachtig is de zin: 'Ik wil dat de dood mij aantreft terwijl ik mijn kool plant, en dat ik mij niet druk om hem maak en nog minder om de tuin die niet afgemaakt is.' Ik heb me altijd verbaasd dat mijn vader er tuk op was om met de doodgravers mee te gaan, wanneer ze bezig waren oude graven te ruimen. Wat bezielt hem, heb ik me vaak afgevraagd, om naar die beenderen te kijken. Pas nu begrijp ik het goed: hij wilde vertrouwd raken met de dood.

Dat laatste wilde ook Paul Léautaud. Bij het lezen van zijn dagboek valt het me op dat hij bij het bericht van de dood van een collega-schrijver onmiddellijk initiatieven ontplooit om de dode te bekijken. Gourmont, Jarry, Apollinaire, hij wil ze allemaal zien na hun dood. Als het niet lukt (de dode wordt niet opgebaard omdat het geen gezicht is), is hij teleurgesteld. De altijd nuchtere, maar uiterst gevoelige Léautaud wil, zoals zijn dagboek bewijst, alles in het leven leren kennen, dus ook de dood. De dood is een intrinsiek deel van het leven. Het doel van het leven is de dood.

Jarenlang heb ik Montaignes uitspraak: 'Filosoferen is leren te sterven' ter harte genomen. Tot mijn vaste lectuur, voor het slapengaan, behoorden de geschriften van stoïcijnse filosofen als Diogenes, Plutarchus, Cicero, Seneca, Epictetus en Marcus Aurelius. De Pléiade-uitgave Les Stoïciens lag op mijn nachtkastje. Het lezen maakte me, zeker in het begin, een beetje rustiger. Zoals dat ook voor Conrad, een personage in de bestseller A Man in Full van Tom Wolfe, het geval is. Het is voor hem een grote gebeurtenis als hij in de gevangenis bij toeval een boekje van de stoïcijn Epictetus in handen krijgt, nota bene een filosoof die net als hij in de gevangenis heeft gezeten.

De stoïcijnen doen allerlei suggesties om je leven in goede banen te leiden, om rust te verkrijgen, je hartstochten te temperen, je gevoelens onder controle te houden. Het gaat er bij hen zeer rationeel aan toe. Zo beschouwen ze elke hartstocht als een verkeerd oordeel dat verbeterd kan en moet worden. Hun advies is steeds weer: oordeel goed, dan is ook je leven niet meer rampzalig. Laat je in je leven niet te zeer leiden door materialisme, door gehechtheid aan genot. In hun aandringen op onthouding zijn ze uiterst geschikt voor de lezer van nu, wiens leven beheerst wordt door overdreven luxe en die doodmoe is van fun shopping.

Zelfs het vele boeken lezen kent in hun ogen geen genade. Zo schrijft Epictetus: 'Indien je je onbewogen, kalm en rustig houdt, indien je eerder de voorkeur eraan geeft de gebeurtenissen te beschouwen dan beschouwd te worden, indien je niet jaloers wordt op degene die meer geëerd wordt dan jij, indien de loop der dingen je niet verschrikken, wat blijft er dan nog over? Boeken? Hoe en waarvoor? Want bereiden ze voor op het leven? Heel wat andere dingen dan boeken maken het leven uit.'

De stoïcijnen leren je vooral hoe je het lijden en de dood moet aanvaarden. Hun filosofie is voor een groot deel een leerschool in het doodgaan, een 'ars moriendi'. Met gemak is een bloemlezing te maken met hun uitspraken over hoe je moet sterven. Hoe dikwijls heb ik mijn Pléiade-deel niet met een gerust gemoed op mijn nachtkastje gelegd en het bedlampje uitgeknipt na het lezen van uitspraken als deze van Marcus Aurelius: 'Een verstandig mens moet zich niet heftig tegen de dood verzetten noch de dood minachten, maar moet hem afwachten als iets wat gewoon gebeurt.' Of deze: 'Alles wat gebeurt is even gewoon en van tevoren bekend als een roos in de lente of de vruchten in de zomer: zo ook zijn de ziekte, de dood, de lastering, de list en alles wat dwazen verheugt en kwelt.'

De stoïcijnse filosofen hebben gelijk. Soms heb ik wel eens de neiging te zeggen dat ze te veel gelijk hebben. Ik bedenk van alles om iets negatiefs van hen te kunnen zeggen. Is hun leerstelsel niet te abstract? Zijn hun uitspraken niet vaak kalenderspreuken? Kan die Seneca eigenlijk wel schrijven? Babbelt hij niet te veel in zijn geschriften? Lijken ze soms met hun rigoureuze, strenge levenswandel niet op strenge calvinisten? Hebben ze wel gevoel in hun donder? Zijn ze niet te verstandig? Leven ze niet in een droom, in een illusoire wereld in hun benadrukken van wijsheid met afwijzing van de emotie, in hun berusting in alles wat gebeurt? Zijn ze niet onmenselijk?

Misschien wel. Maar ik moet dan bekennen dat ik meer dan eens verlangd heb zo onmenselijk, zo gevoelloos, zo onthecht te zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden