Leren met handen en voeten

De meeste jongeren gaan na hun middelbare school naar het mbo. Maar er zijn veel verschillen: een practicum bij een dansopleiding ziet er heel anders uit dan bij de zorgacademie. Toevallige overeenkomst: bij allebei zijn mannen veruit in de minderheid.

MBO-school Hoornbeeck in Amersfoort Beeld ANP
MBO-school Hoornbeeck in AmersfoortBeeld ANP

'Een, twee, drie, vier, plié!' Ilona Termeer, lerares afro-jazz aan het MBO Utrecht moet haar stem verheffen om boven de harde beat van het nummer Fireball uit te komen. In één vloeiende beweging maken twintig jonge dansleerlingen dezelfde zijwaartse sprong, de knieën licht gebogen. Hun voeten komen zacht neer op de houten dansvloer.

Wat direct opvalt: dans is discipline. Docenten heten 'meneer', 'mevrouw', en 'u'. Als Termeer aankondigt na een korte pauze weer te beginnen, springt iedereen direct in het gelid.

Met tachtig studenten is dans de kleinste opleiding aan het MBO Utrecht. Studenten moeten door een strenge selectie. Jaarlijks melden circa tachtig, voornamelijk vrouwelijke, dansers uit heel Nederland zich aan. Van hen komt de helft niet door de auditie. Kandidaten krijgen een motivatiegesprek en een proefles, en doorlopen een aantal tests van een externe fysiotherapeut. 'We letten niet alleen op lichamelijke conditie, maar ook op hun reflectieve vermogen', zegt opleidingscoördinator Maartje Terpstra-Van Lanen. Eenmaal onderweg vallen nog genoeg studenten af als blijkt dat zij de opleiding niet kunnen bijbenen.

undefined

Persoonlijke aandacht

Die kleinschaligheid is goed voor studenten, vindt Terpstra-Van Lanen. 'Met veel persoonlijke aandacht kun je snel beter worden.' Doorstromen is het toverwoord. Terpstra schat dat 75 procent van de afgestudeerde dansers doorstroomt naar het hbo. Velen schrijven zich daar opnieuw in voor een dansopleiding, anderen komen in heel andere sectoren terecht.

'Sommige leerlingen ontdekken dat ze gefascineerd zijn door het menselijk lichaam en worden fysiotherapeut', zegt Terpstra. 'Anderen zijn goed in voedingsleer en worden diëtist.' Ook is er in de lessen veel aandacht voor educatieve vaardigheden, zodat ze later ook als docent aan de slag kunnen.

Want dansstudenten moeten flexibel zijn. 'Uitvoerend dansers hebben nu eenmaal een beperkte houdbaarheidsdatum', zegt Terpstra-Van Lanen. Bovendien is de kans op een vaste baan in de danswereld klein.

De docenten, stuk voor stuk zzp'ers, weten dat zelf als geen ander. Sommigen van hen zijn naast docent uitvoerend danser. Zo opende docent afro-jazz Ilona Termeer zes jaar geleden, nog tijdens haar studie, een eigen dansschool. Daar werkt zij vijf dagen per week, de overige dagen doceert zij op het MBO Utrecht. Of ze haar studenten aanspoort hetzelfde te doen? Laten ze vooral hun ogen openhouden, zegt Termeer. 'Voorstellingen bezoeken, rondkijken. Ze moeten het wereldje zelf ervaren.'

undefined

null Beeld De Volkskrant
Beeld De Volkskrant

Baanzekerheid

Een paar straten verder, in het praktijklokaal van de Utrechtse Zorgacademie aan de Australiëlaan in de wijk Kanaleneiland, zijn dertig leerlingen in de weer met lakens en kussens. Her en der wordt hard gelachen. Sommige bedden zijn leeg, in andere ligt een medestudent. De les betreft bedden opmaken en dat moeten de studenten straks ook kunnen als er iemand in ligt. 'Ze moeten snappen hoe het voelt om patiënt te zijn en zorg te ondergaan', zegt Astrid Schat, docent verpleegkunde en al lang zelf werkend in de zorg.

De opleiding zorg is al jaren onverminderd populair. Aan het MBO Utrecht is het met 747 studenten de grootste. Jaarlijks melden zich 120 nieuwe middelbare scholieren, veelal uit de regio. 'Mensen denken dat er altijd wel werk is in de zorg', zegt Schat. De flinke bezuinigingen in de sector schrikken hen nog niet af. 'Studenten zijn daar in hun eerste en tweede jaar helemaal niet mee bezig. Dat komt in het vierde jaar pas.'

undefined

Verder kijken

Toch hameren Schat en haar collega's erop dat studenten 'verder kijken dan het ziekenhuis waar ze stagelopen'. Ze kunnen daarbij een voorbeeld nemen aan de docenten, die allemaal zelf jarenlange werkervaring in de zorg hebben. Een bewuste keuze zegt Schat. 'Mensen die meteen van de lerarenopleiding komen, zijn vaak toch net wat schoolser.'

Een van hen is Lisette Bazen, docent verpleegkunde. Ze staat nu een jaar voor de klas. Daarnaast werkt ze één dag per week op de spoedeisende hulp van het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein. Bazen: 'Soms kom ik mijn leerlingen tegen als ze daar stagelopen. Dan zijn ze even in de war omdat ik een uniform draag en ineens geen docent meer ben. Maar ze zien wel wat de doorgroeimogelijkheden zijn.'

Voor vierdejaars student Sebastiaan Waslijah was het arbeidsmarktperspectief een belangrijk argument voor zorg te kiezen. Daarnaast was hij op de middelbare school goed in biologie. Onderuitgezakt leest hij een studieboek. In het lokaal waar vijftien studenten zelfstandig aan opdrachten werken is hij de enige jongen.

Min of meer toevallig koos Waslijah de richting ouderenzorg. Maar hij is er tevreden over. 'In de thuiszorg is meer werk te vinden dan in het ziekenhuis.' Bij het verzorgingstehuis waar hij in de weekeinden werkt, vroegen ze al of hij wil blijven.

Vindt hij het niet vervelend dat op zijn opleiding nauwelijks jongens rondlopen? Integendeel, zegt Waslijah. 'Het is juist een voordeel bij het zoeken naar werk. Voor veel banen zoeken ze mannen, omdat die bijvoorbeeld gemakkelijker een patiënt optillen.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden