Leren hoe zinnig argumenten zijn

Door een debatproject luisteren leerlingen naar elkaar.

De deelnemers dragen felgekleurde shirts, het publiek is oorverdovend en het strijdperk is grasgroen. Alleen gaan hier de 11- en 12-jarige gladiatoren niet tegen een bal schoppen, maar slaan ze elkaar met argumenten om de oren.

Op de bovenste verdieping van het Post CS-gebouw in Amsterdam vindt maandag de finale plaats van het project Discussiëren kun je leren, het sluitstuk van een lesprogramma dat acht Amsterdamse basisscholen afwerkten. Het initiatief daartoe kwam van onderwijskundige Chantal Deken, zelf groepsleerkracht aan de Elisabeth Paulus-school in Westerpark. ‘Door het project zijn de leerlingen veel beter naar elkaar gaan luisteren. Ze leren inzien wat er voor zinnigs zit in andermans argument, en dat het niet erg is als ze soms op een mening moeten terugkomen.’

In totaal 30 leerlingen zijn door de scholen naar voren geschoven om in een Lagerhuis-achtige setting te strijden om de eretitel ‘Debatheld 2008’. Ze debatteren over stellingen als witte scholen moeten zwarter worden en zwarte witter, moet iedereen maar kunnen zeggen wat hij of zijn denkt?, en digitaal pesten moet verboden worden. Het lijken stellingen waar je het nauwelijks mee oneens kunt zijn, maar alle vingers priemen steeds enthousiast de lucht in, iedereen wil dolgraag zijn mening kwijt.

‘Wij waren al wel gewend veel te discussiëren’, zegt Serena (13) van de Kopklas Noord. ‘Maar in het project heb ik wel geleerd dat je bij alle onderwerpen voor- en tegenargumenten kunt bedenken. Ook snap ik nu beter hoe het in de politiek werkt.’

Alles bij elkaar tien weken lang twee uur besteedde docent Maarten Takken aan het discussieproject. ‘Eerst komen dus allerlei moeilijke woorden aan bod, ze gaan krantenartikelen lezen en er argumenten uithalen, en dan debatteren.’

Takken heeft zijn leerlingen zien groeien: ‘Ze praten beheerster, zijn beter naar elkaar gaan luisteren. Ze hebben geleerd in te zien dat die ander ook wel een punt heeft. Wat daarbij goed werkt is dat ze ook argumenten voor iets moeten bedenken als ze eigenlijk tegen zijn.’ Van Takken hoeft het alleen niet alleen maar over de multiculturele samenleving te gaan.

Maar dat is natuurlijk niet toevallig, legt Deken uit. ‘Ik merkte in mijn eigen klas dat juist verschillende bevolkingsgroepen moeten leren naar elkaar te luisteren. Ik had echt aparte groepjes in de klas: Marokkanen, Surinamers, Nederlanders. Vaak hadden ze korte lontjes. Bij mij in de klas heeft het zeker de tolerantie bevorderd.’

In de finale zijn er nog zes leerlingen over. Saad: ‘Nederlanders discrimineren de nieuwelingen in het land.’ Rosa: ‘Ik ben ook een Nederlander en ik doe dat niet.’ Saad: ‘Ik had iets specifieker moeten zijn, sorry als ik je beledigd heb.’

Uiteindelijk steekt er een met kop en schouders boven de rest uit. Niet letterlijk, want ze is de jongste en kleinste van het hele spul, en kan de winnaarsbeker die ze van burgemeester Cohen krijgt nauwelijks torsen. Rosa Beijen (10) zit in groep 6 van de AnneFrank-school (6de Montessorischool) in Amsterdam. Daar heeft Rosa dus zo goed leren discussiëren? ‘Nou... mijn vader en moeder zijn allebei advocaat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden