Leraar, type 2

RINKE VERKERK

Het was nog maar drie jaar geleden dat meneer Cameraad schreeuwde: 'Opdonderen, trut!', waarmee hij bedoelde dat ik me moest gaan melden. Mijn geschiedenisleraar sodemieterde twee wereldoorlogen en een Tachtigjarige Oorlog achter me aan. Geschiedenis was mijn lievelingsvak, maar niet bij meneer Cameraad. Wij lagen elkaar niet. Het boek schampte mijn rug en viel daarna met een harde bonk op de grond. Ik vond zowel het verbale als het fysieke geweld van meneer Cameraad bizar. Ik snapte slecht waarom hij dat deed.

Nu stond ik weer in een klas en de situatie was vergelijkbaar. Wat betreft het 'opdonderen' en vliegende boeken, bedoel ik. Dit keer was ik de docent, maar ik gooide geen boek. Ik stond bij Arif en Hakim. Ze waren aan het knokken en zeiden kankerlijer tegen elkaar. Er werd ook geschopt. Dit was niet de eerste keer. De vechtpartijen leken verweven te zijn met wederzijdse snerpende opmerkingen over hun afkomst. Arif is Irakees, Hakim een Syriër. Ik moest iets doen. Terwijl ik me afvroeg hoe ik dit ging oplossen, hoorde ik de stem van Constantijn: 'Jongens, ga nou zitten. Laat mevrouw Verkerk nou gewoon lesgeven.'

Constantijn vocht nooit. Hij was mijn braafste leerling.

Niemand deed ooit direct wat ik zei, behalve Constantijn. 'Constantijn, mond dicht.' Dan hield-ie z'n mond. Constantijn had altijd zijn huiswerk af. En Constantijn haalde meestal een acht. Ik was 19 en de derde docent Nederlands die het probeerde met deze klas. De vorige twee waren weggepest. Als deze klas vol Constantijnen had gezeten was dat nooit gebeurd. Ik zou eigenlijk blij moeten zijn met in ieder geval één Constantijn.

Hakim sloeg Arif met een boek. Van meneer Cameraad had ik geleerd dat je als docent nooit naar dergelijke middelen moet grijpen.

Dus zei ik: 'Arif, laat Hakim los', en ging tussen hen in staan.

Een leerling zei: 'Pas op voor mevrouw Verkerk, zij is vet klein.' Daarna trok hij Arif van Hakim af.

Arif zei nog: 'Ik maak je dood, fokking dood', tegen Hakim. Daarna ging hij zitten.

Ik zei: 'Goed zo jongens. Hou dit vast. Blijven zitten.'

Constantijn zei: 'Ja, laat mevrouw Verkerk gewoon lesgeven.'

Ik zei: 'Constantijn, mond dicht.' Daarna zei ik dat Arif en Hakim na de les bij mij moesten blijven.

Arif en Hakim hadden daar zo te zien geen zin in. Ze probeerden na de les allebei tevergeefs mijn lokaal uit te sluipen. Constantijn niet, die stond vrijwillig te dralen bij mijn bureau. Ik was geïrriteerd. Niet over Hakim en Arif, maar over Constantijn.

Constantijn zei: 'Mevrouw, zal ik nog vegen?' Hij had een favoriete leerling van meneer Cameraad kunnen zijn.

Arif zei: 'Mevrouw, ik wil weg.'

Ik zei: 'Jij blijft lekker zitten. Jij en Hakim gaan dat gezanik uitpraten.'

Hakim: 'Tsssssss.'

Ik: 'Constantijn, blijf maar van mijn pen af.'

Hakim: 'Als u met Constantijn gaat praten...'

Ik: 'Ja, Constantijn, het lokaal uit.'

Constantijn zei: 'Ik wil alleen maar even weten wat mijn gemiddelde is...'

Dat rekende hij zelf maar uit.

Constantijn vond mijn voorkeur voor twee vechtjassen waarschijnlijk bizar.

Nadat Constantijn weg was gegaan, bleef ik met Arif en Hakim achter in het lokaal.

Arif: 'Ik ga geen sorry zeggen.'

Hakim: 'Als hij geen sorry zegt, ga ik ook geen sorry zeggen.'

Hakim en Arif zaten tegenover elkaar op een tafel. Hakim liet een scheet. Ik zei 'iew' en ging in de andere hoek van het lokaal staan. Arif en Hakim gaven elkaar een boks.

Ik: 'Sorry?!?'

Arif: 'Oh ja. Sorry.'

Hakim: 'Oké. Sorry.'

Ik deed de deur open. Hakim en Arif sprongen van hun tafel af. Hakim sloeg zijn arm om Arif: 'Kut-Irakees.' Arif sloeg zijn arm om Hakim: 'Kut-Syriër.'

Daarna gingen ze samen een tosti kopen.

Meneer Cameraad was bij deze twee waarschijnlijk al aan het gooien van kamerplanten begonnen, maar ik vond hen fantastisch. Onderweg naar huis zag ik Constantijn nog lopen over de gang. Ik voelde me een beetje lullig. Hij deed natuurlijk niets verkeerd, hij deed zijn best. Toch loste ik tien keer liever een vete tussen die twee knokkertjes op, dan dat ik een simpel blabla-gesprekje met Constantijn voerde. Met Constantijn had ik eigenlijk hetzelfde probleem als destijds met meneer Cameraad. Ik begreep die jongen niet. Ik was Constantijns meneer Cameraad. Dat vond ik niet leuk.

Misschien zijn er twee soorten leraren, dacht ik. Type 1 houdt van gedreven leerlingen. Type 2 houdt van ongeleide projectielen. Ik was een type-2-leerling en ben docent geworden naar mijn eigen soort. Sindsdien begrijp ik beter waarom meneer Cameraad een boek naar mijn kop keilde.

Constantijn liep naar buiten en ik hoopte voor hem dat hij ook type-1-docenten had.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden