Leraar kampt met imagoprobleem: aanzien in tien jaar fors gedaald

Het aanzien van de leerkracht is de afgelopen tien jaar fors gedaald. Daar is iets aan te doen, maar een snelle verbetering zit er niet in.

Kinderen uit groep 8 met hun lerares. Beeld ANP

De status van het leraarschap daalt. Het beroep heeft de afgelopen jaren fors aan waardering ingeboet. Dat geldt zowel voor leraren in het basisonderwijs als voor docenten in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Ook ten opzichte van andere beroepen daalt het prestige van het docentschap.

De resultaten zijn een trendbreuk, zo concluderen het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht en beleidsadviesbureau Ecorys in het rapport Status en imago van de leraar in de 21ste eeuw, dat vandaag verschijnt.

Daling

'De afgelopen dertig jaar was het imago van het lerarenberoep nagenoeg niet veranderd', zegt Frank Cörvers, hoogleraar arbeidsmarkt bij het ROA. Nu ziet hij echter 'een neerwaartse trend in maatschappelijk aanzien' voor vooral de eerstegraadsleraren in het voortgezet onderwijs. 'Die daling zien we ook bij tweedegraadsleraren in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs, alleen minder sterk.'

In de 'beroepsprestigeladder', een ranglijst met 138 beroepen, duikelen leraren basisonderwijs van plek 42 naar 69 ten opzichte van tien jaar geleden. Tweedegraadsleraren (onderbouw vmbo/havo/vwo) dalen van 34 naar 50. Leraren bovenbouw havo/vwo dalen van 22 naar 43. 'Lerarenberoepen wordt nog steeds een redelijk maatschappelijk aanzien toegedicht, maar ze behoren zeker niet tot de top', aldus Cörvers. 'Vergeleken met bijvoorbeeld hooggeschoolde professionals in de zorg, notarissen of advocaten, geniet de leraar minder maatschappelijk aanzien.'

Kleuterjufeffect

De onderzoekers wijten de daling aan een reeks van factoren. Het opleidingsniveau van leerkrachten was altijd hoog, maar de rest van de beroepsbevolking maakte een inhaalslag. Leraren zijn hun relatieve 'voorsprong' kwijt, zeker academisch geschoolde eerstegraadsdocenten.

Ook lopen de salarissen in het (basis)onderwijs achter op andere beroepsgroepen. Het gegeven dat veel vrouwen in het onderwijs werken, leidt tot vooroordelen over het vak. 'Dat heeft te maken met het kleuterjufeffect', aldus Cörvers. 'Zeer ten onrechte overigens, want uit internationale onderzoeken blijkt steeds meer dat het begin van je schoolloopbaan bepalend is voor je kansen in de rest van je leven, qua opleiding en werk.'

Voor het onderzoek werden vijf groepen ondervraagd: de beroepsgroep zelf, studenten aan de lerarenopleidingen, ouders, leerlingen (alleen op de middelbare school en het mbo) en een dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking.

'Leraren koesteren zelf geen hoge verwachtingen van de waardering van de bevolking voor hun vak', zegt Cörvers. 'Ouders zijn positiever dan leraren en studenten aan de lerarenopleiding, maar negatiever dan de bevolking als geheel.'

Slachtofferschap

Docent economie Ferry Haan, tevens lid van de Onderwijsraad, ervaart persoonlijk niet dat zijn vak minder wordt gewaardeerd. 'Maar ik zie wel bij leerlingen dat bij de studiekeuze het vak docent geen hoog aanzien heeft. Het zijn vooral meisjes en minder competitief ingestelde mensen.'

Volgens Haan dragen leraren zelf bij aan het lagere imago van hun vak. 'In de media hoor je vooral veel docenten die klagen en zich miskend voelen. Ze hebben een passie voor een vak, maar mogen dat meer uitdragen. Er zit iets van slachtofferschap in.'

Bijstellen van het imago is een zaak van lange adem, aldus Cörvers van het ROA. 'De arbeidsvoorwaarden moeten fors omhoog, en dan heb je het niet over 1 of 2 procent erbij. Vervolgens helpt een imagocampagne. Status brokkelt niet in een keer af, maar je hebt het niet zomaar hersteld.'


Chirurg op hoogste sport, de vuilnisman onderaan

Goed nieuws voor chirurgen, rechters en burgemeesters: zij genieten volgens de Nederlandse bevolking het meeste maatschappelijke aanzien. Hekkensluiters zijn de 'medewerker strijkservice', de fabrieksmedewerker aan de lopende band en, op 138, de vuilnisophaler.

Dat blijkt uit de 'beroepsprestigeladder 2016', die vandaag verschijnt. Het is de derde keer dat de lijst is samengesteld. De vorige dateren van 1982 en 2006. De ranglijst is gemaakt door het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) in Maastricht, het beleidsadviesbureau Ecorys en onderzoeksbureau Kantar Public (voorheen TNS Nipo).

Het aanzien van veel beroepen is vergeleken met tien jaar geleden min of meer constant gebleven. Zo stonden chirurgen en rechters altijd al op 1 en 2. De burgemeesters bezetten in 2006 de derde én vierde plaats destijds werd nog onderscheid gemaakt tussen grote en kleine gemeenten, nu niet meer.

Voor 26 van de 138 beroepen in de lijst is in 35 jaar een gestage stijging waar te nemen. Opvallende klimmers zijn verpleegkundigen (in 35 jaar gestegen van 54 naar 42) en advocaten (van 9 naar 5). Ook profvoetballers (van 55 naar 25) en acteurs (van 65 naar 48) hebben meer prestige gekregen. 'Net als advocaten varen zij wel bij veel positieve aandacht in de media', veronderstelt Cörvers. 'Er gaat bovendien veel geld in die beroepsgroepen om.'

Het prestige van een kleiner aantal beroepen daalde: leerkrachten, journalisten, pastoors en dominees, gemeenteambtenaren op de afdeling bevolking en (enigszins) tandartsen.

Wat is het nut van deze beroepsprestigeladder? 'Natuurlijk is het prestige van een beroep belangrijk', zegt Rob Witjes, hoofd arbeidsmarktinformatie bij het UWV, zelf niet betrokken bij het onderzoek. 'Maar je moet zo'n lijst niet te letterlijk nemen voor je kansen op de arbeidsmarkt.'

De toptien, met notarissen, piloten en huisartsen, bestaat volgens Witjes volledig uit 'droomberoepen, slechts voor een enkeling weggelegd'. En topvoetballers mogen dan meer prestige hebben, 'er zit niet in iedereen een Messi of een Kuijt'.

Omgekeerd kan het stigmatiseren van beroepen zonder status misleiden. 'Jongeren zijn gevoelig voor status, ook ouders letten erop. Zo wordt een baan in de techniek ten onrechte geassocieerd met vuile handen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.