Lenin ten hemel

STIJL en verbeeldingskracht, dat is wat de meeste literaire tijdschriften zoeken. Zo niet het Rotterdamse Paionate. Dit opnieuw als glossy vormgegeven blad heeft zijn nieuwste nummer geheel gewijd aan een 'Dossier moderne geschiedenis'....

Voor dit themanummer werd Ronald Ohlsen, redacteur van het in zijn papieren versie ter ziele gegane internettijdschrift Vrijstaat Austerlitz, als gastredacteur aangetrokken. Hij schreef een inleiding waarin hij zich schatplichtig toont aan Generation X van Douglas Coupland. Ook interviewde hij vier jonge schrijvers over het waarom van hun geëngageerde instelling.

Het resultaat is een vooral erg gezellig stuk dat in de betere schoolkrant niet zou hebben misstaan: 'Ik wil naar de telefoon lopen om Serge van Duijnhoven te bellen in verband met nog wat andere vragen die ik hem in mijn e-mail stelde, maar besluit het niet te doen. Al met al heb ik van de verschillende auteurs genoeg losgekregen voor mijn interview-artikel.'

Wat fijn, is het enige wat je na zo'n passage kan denken. En wat geruststellend dat kritische auteurs als Jaap Scholten en Serge van Duijnhoven zich zo kritiekloos laten interviewen. Jammer alleen dat nergens duidelijk wordt hoe deze auteurs zelf het verband tussen literatuur en actualiteit zien. Dat hun instelling voortkomt uit persoonlijke interesse spreekt voor zich, maar de vraag waarom zij die actualiteit in een roman en niet in een reportage willen verwerken, blijft onbeantwoord.

Veel meer doordacht is het artikel van Rob van Erkelens, redacteur van De Groene Amsterdammer. Erkelens stelt de vraag of het probleem van alle literaire navelstaarderij niet het gevolg kan zijn van het feit dat de werkelijkheid momenteel gewoon niet interessant genoeg is: 'Ik bedoel, het kan de schuld van de werkelijkheid zijn, en niet van de schrijvers, dat literatuur en de contemporaine realiteit zo slecht samengaan.'

De Berlijnse Muur gevallen, de Grote Geschiedenis voorbij, enz. enz. Waar moeten al die schrijvers die best bereid zijn om uit het raam te kijken, nog over schrijven? Welvaart en koningshuis? Barbecue en wintersport?

Voordat Erkelens de egodocumentalisten bijna gelijk geeft, draait hij het roer om. Aan de hand van fragmenten uit de tweede roman van Thomas van Aalten, Tupelo, laat hij zien dat juist een bijna in slaap gesuste maatschappij schrijvers nodig heeft die de ballon weten door te prikken.

Een ander lezenswaardig stuk is van de hand van eindredacteur Erik Brus. Hij geeft een overzicht van het ontstaan van de non-fictie roman, beginnend bij Daniel Defoe en via Thomas Wolfe eindigend bij Dirk Ayelt Kooiman en Kees van Beijnum. Zijn conclusie dat 'De Nederlandse schrijver' nog altijd de opvatting huldigt 'dat literatuur alleen maar naar zichzelf dient te verwijzen' is echter een onzinnige generalisatie. Welke schrijver heeft dit ooit beweerd?

De verhalen en gedichten die het pleidooi van Paionate moeten ondersteunen, stellen grotendeels teleur. Steven Verhelst schreef een kort verhaal met de veelzeggende titel 'Highschool Apocalypse'. Een met effectbejag beschreven orgie van seks en geweld zonder ook maar een moment van reflectie.

Iets beter dan dit verhaal is het fantasierijke reisverslag van Valentijn van 't Riet. Eenmaal in Moskou gearriveerd blijkt de mummie van Lenin tot leven te zijn gekomen: 'Hij keek nog een keer om naar zijn mausoleum en voer ten hemel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden