Lenin, Christus, Zappa

OPTIMISME ZINGT DOOR DE STRATEN VAN VILNIUS, DE PAREL VAN LITOUWEN. HET SOVJET-VERLEDEN LIJKT WEGGEPOETST. MET DE BUS LANGS DE MILJONAIR, DE MONNIK EN DE PRESIDENT....

ERIC VAN DEN BERG

Het is maar één tegel, daar tussen de kathedraal en de klokkentoren, daar waar de jongeren van Vilnius op hun afspraakje wachten, waar de kantoormedewerkers zich ongestoord spoeden naar hun bureau, waar de skaters dat soms bemoeilijken, waar de stad samenkomt en uiteengaat.

Soms, let goed op, stopt er iemand op die ene plek... die kijkt naar beneden, weer omhoog, en draait een rondje – rechtsom! Een onbestemde blik, een glimlach. Gedaan! Het leven gaat verder.

Op de tegel (bijgeloof gebiedt de precieze plek niet te vermelden) staat stebuklas, Litouws voor wonder. Het is de plek waar in 1989 de menselijke keten van zo’n twee miljoen Esten, Letten en Litouwers begon (of eindigde), die liep tot aan Tallinn, 650 kilometer naar het noorden. Een immens protest tegen de Sovjet-overheersing – een roep om de vrijheid die twee jaar later zou komen.

Het is nu ook een plek waar iedereen een wens mag doen. Teken van hoop en verwachting, optimisme ook. Morgen gaat het beter. Alles is mogelijk.

Het past de Baltische hoofdstad, die, wellicht nog met enige gêne en verwondering maar zonder al te veel aarzeling, een West-Europees jasje aantrekt. Een luttele tien jaar geleden was de koffie nog op de bon, vond iedereen het raar dat je naar een restaurant ging om te eten. Nu kun je er sushi bestellen, is de wodka uit en de mix in, spreken de student/ober en student/receptionist goed Engels, en is een van de eerste cafés-nieuwe-stijl, Prie Parlamento (‘Bij het Parlement’) met zijn nachtclub Ministerija, alweer verleden tijd, en zal een Tsjechische bierketen de ruimte opeisen.

Het gaat hard. De Litouwse economie groeit (net als in Estland en Letland) jaarlijks met zo’n 7 procent, het aantal toeristen is sinds de toetreding tot de EU vorig jaar mei met 35 procent toegenomen – wat vooral in de Oude Stad van Vilnius is te merken. De gasten slapen in het Novotel of het vijfsterren Stikliai, bezichtigen de opgeknapte gotische en laat-barokke kerken, lunchen bij Double Coffee aan de nieuw bestrate Gedimino Prospekt, laven zich voor 6 litas per liter (euro 1,75) aan een van de vele Litouwse bieren.

En ze bekijken het verleden dat voor de meeste oudere Litouwers nog te recent is. Die kunnen nog wel een beetje lachen om de bewaarde, rare beelden op de Groene Brug, die de Sovjet-heroïek van de landbouw, industrie, vrede en jeugd symboliseren, maar het Museum van de Litouwse Genocide Slachtoffers, ook wel het KGB-museum genoemd, houden ze veelal op afstand.

Het gebouw zelf al, met herdenkingsstenen in de buitenmuur, drukt op het gemoed: het museum is gehuisvest in het voormalige kantoor van de KGB. Met gevangenis in de kelder, voorportaal voor de Goelag. Tot aan 1963 zijn hier duizenden verzetsstrijders gemarteld en vermoord; de zwarte dwangbuis hangt nog in een geluiddicht hok, in de ‘executiecel’ liggen schoenen en brillen van de slachtoffers, aan de muur memo’s van commandanten die de telling bijhielden.

‘We moeten alles blijven herinneren. Niets vernietigen’, zegt de 62-jarige miljonair Viliumas Malinauskas in zijn kantoor in zuid-Litouwen, twee uur met bus 31 vanuit Vilnius. ‘Er zijn 360 duizend mensen gedeporteerd, je zult in dit land geen familie vinden die níet is geraakt door de bezetting. Je moet leren van het verleden, alleen zo kun je voorkomen dat er een Stalin of Hitler aan de macht komt.’

Malinauskas, in de Sovjet-tijd baas van een staatsboerderij en na de onafhankelijkheid rijk geworden met ingeblikte champignons, heeft van het verleden vermaak gemaakt. In navolging van het Szo- borpark bij Boedapest bracht hij ruim tachtig beelden (13 keer Lenin, 2 keer Stalin) bijeen in Grutas Park, nabij het toeristische kuuroord Druskininkai. Stonden de verafschuwde communistische figuren eerst in een hoofdstraat van Vilnius of op een plein van Kaunas, sinds vier jaar staan ze als bannelingen langs een wandelroute, tussen wat bomen en een paar nagemaakte wachttorens.

Het oorspronkelijke plan ging verder: Malinauskas wilde de bezoekers per veewagon door een soort Siberisch kamp vervoeren, ‘om ze te laten ervaren hoe het voelt om gedeporteerd te worden’. Daar is een stokje voor gestoken: hij kreeg de beelden in bruikleen van de staat, maar het mocht geen Disneyworld worden. ‘Stalin World’ werd een beeldentuin annex kinderboerderij en speeltuin, met een treinwagonnetje waarin loten kunnen worden gekocht (prijs: een Mickey Mouse-knuffel, dat dan weer wel).

De tegenstand is weggeëbd – ‘enkel een paar narren snappen het nog niet’, aldus de eigenaar, die sowieso niet zo van weerwoorden lijkt te houden (‘Ik geef geen antwoord als ik aan het eten ben’, ‘We zullen de Europese Unie ’ns een lesje leren!’). De getallen staan aan zijn zijde: jaarlijks 200 duizend bezoekers, die Stalin gebruiken als achtergrond op hun trouwfoto en Lenin als joker in een kaartspel.

Dat het allemaal kán, is nog steeds de blijde verwondering van de Litouwers (die hun kinderen over oude vijanden laten klimmen). Wat overkómt ons? Alsof alles toch op een grote vergissing berust, en het park nog elk moment kan worden platgebulldozerd. Net als de Sovjets deden, tot vier keer toe, met de Heuvel der Kruizen.

Over een bizarre collectie gesproken: we moeten naar Kryziu Kalnas, zoals de Heuvel heet bij Siauliai, de vierde stad. Plek waar in 1831 rebellen tegen het tsaren-regime zijn gedood (en herdacht) – zeggen historici. De gewone Litouwers, in grote meerderheid katholiek, vinden dat andere verhaal mooier: lang, heel lang geleden kreeg een verdrietige vader in een droom de opdracht een groot kruis de heuvel op te slepen, opdat zijn zieke dochter zou overleven. (Hij deed het, en ja, ze stond hem thuis al zwaaiend op te wachten.)

Het mystieke past beter bij de plek. Na kruis 1 kwamen er meer. Vlak na de Tweede Wereldoorlog zo’n 200, in 1960 waren het er 2000. Wat iets te veel was voor de atheïstische Sovjets: op 5 april 1961 verbrandden ze de houten kruizen en versmolten ze de ijzeren. In 1973, ’74 en ’75 nogmaals. De heuvel was een symbool van verzet en hoop geworden. En gebleven: nu staan, liggen, hangen er meer dan honderdduizend, in alle soorten en maten.

Onwerkelijk, zo’n symbool in zo’n oneindige veelvoud. Overal waar je kijkt. Van een eenvoudig kruisje met kitscherig barnsteen erop, zojuist gekocht bij de souvenirkraam, tot die ene meegenomen uit Rome door paus Johannes Paulus II, die in 1993 deze plek (‘een getuigenis van Gods genade’) wereldberoemd maakte.

Zeven Franciscaner monniken hebben zich vijf jaar geleden naast de heilige plek gevestigd, in een nieuwbouw klooster. Aangeklopt (het was een bel natuurlijk, maar we houden het mystiek), broeder Mykolas Letkauskas doet open. ‘We krijgen hier regelmatig toeristen op bezoek’, legt hij welwillend uit. ‘Vooral als het regent. Dan komen ze bij ons in de kapel zitten. Sommigen bidden met ons.’

Pelgrimsoord én topattractie. De monnik heeft geen problemen met de aandacht (ze mogen zelfs binnenkomen om enkel de wc te gebruiken), als ze maar geen gevaarlijke kaarsen branden bij de kruizen, want al meermalen heeft hij een brand moeten blussen. En, uiteraard, hij hoopt dat ze het kruis respecteren als ‘teken van gepassioneerde liefde voor onze Heer Jezus Christus’.

‘Het is niet altijd goed voor het geloof, moet ik bekennen. De meeste mensen komen enkel om een foto te maken en verdwijnen weer. Soms vind ik kruizen van cocktailrietjes, aan elkaar geplakt met kauwgum.’

Broeder Mykolas ziet uit naar de ijskoude winter, ‘dan zijn we weer alleen, in de sneeuw’.

Het gaat hard. Toeristen overal. De Duitsers en Russen gaan naar de Neringa, het smalle schiereiland met duinen, groen en lagunes in de Baltische zee, de Litouwers zelf naar badplaats Palanga of naar een van de duizenden meren in het oosten van het land. Want daar is het net niet te duur voor een modaal salaris van 1000 litas (290 euro).

Iedereen komt naar Vilnius, de ‘parel’, waar nu shops, striptenten en casino’s uit de grond lijken te poppen. Er is een president die zich al lichtelijk zorgen maakt over de ontwikkelingen, immers ‘het moet niet allemaal over geld gaan, het is geen marktplaats hier’.

Regeringszetel: Café Uzupis, met terras aan de rivier de Vilnia. Romas Lileikis (45), in Litouwen vooraanstaand filmer en muzikant, richtte acht jaar geleden de Onafhankelijke Republiek Uzupis op. Genoemd naar de eens zo slechte wijk in Vilnius waarin hij woont, nu een onconventioneel, alternatief stadsdeel met galerieën, cafés, ateliers en wat huizen die nodig opgeknapt moeten worden. ‘We worden wel vergeleken met Montmartre en Christiania, maar zo zie ik het niet’, zegt de president. ‘We wonen hier gewoon samen, of je nu zakenman bent of kunstenaar. Het gaat erom dat we elkaars voornamen kennen.’

Om die waarden te beschermen is een Grondwet opgesteld, waarvan de volledige tekst is te lezen op een muur in de Paupio-straat (en te koop is in het café). Artikel 1: ‘Iedereen heeft het recht langs de rivier de Vilna te wonen, en de Vilnia heeft het recht langs iedereen te stromen.’ Artikel 26: ‘Iedereen heeft het recht zijn verjaardag niet te vieren.’ En niet te vergeten nummer 12: ‘Een hond heeft het recht hond te zijn.’

Het kabinet van Uzupis (‘aan de andere kant van de rivier’) heeft een opvallende overlapping met de plaatselijke Frank Zappa Fan Club. Zo is de chef-staf Nationale Veiligheid bedenker van het standbeeld van de dwarse muzikant/componist (1940-1993), aan de rand van de oude binnenstad.

Het hoofd (op metalen pilaar) is in 1995 vervaardigd door Konstantinas Bogdanas, een beeldhouwer die de Lenins boetseerde die nu in Grutas Park staan. Wat kennelijk geen grote indruk maakte op de gemeenteraad van Vilnius: Zappa is geparkeerd in een onooglijk hoekje, tussen wat klinieken. De trolleybus rijdt er in volle vaart langs, wegwerkers denken dat het een beroemde medicus is.

Het gaat om de spirit, zegt president Lileikis. Met of zonder communisme. De geest van alles-is-mogelijk. En zo niet, dan heeft iedereen het recht er tóch in te geloven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden