Reportage Toekomst Lelystad

Lelystad wacht al decennia op een glorieuze toekomst als het beloofde land

September 1967, het begin. Beeld Nationaal Archief

Sinds Lelystad een zelfstandige gemeente is, nu zo’n veertig jaar geleden, is pijnlijk zichtbaar dat de hoofdstad van Flevoland vooral op papier is gebouwd. Ambtelijk papier. Na alle verbroken beloften is het nu de vraag of Lelystad Airport nog wel opengaat.

Om het sjabloon tot leven te roepen – verstikkend lelijke bouw, de zielloze stad, weggestopt in de polder – is het niet eens nodig het boek Lelystad (2008) van de die stad ontvluchte Joris van Casteren te citeren. Nu nog roept dat elders enthousiast ontvangen werk, waarin Lelystad als een soort open- of strafinrichting wordt neergezet, de woede op van de man in de straat. Niettemin: wie bevestiging van het sjabloon zoekt, hoeft alleen maar diezelfde man (of vrouw) in de straat aan te klampen. Er zijn er die wel degelijk iets aardigs zeggen over, pakweg, de ruimtelijkheid of het alom aanwezige groen. Of de betaalbaarheid van ­wonen. De meerderheid begint ongevraagd met de klaagzang.

Op een maandagochtend, bij outletcentrum Batavia Stad aan het Markermeer, zet een ouder echtpaar de fietsen op slot. Grote kans dat dit autochtonen zijn. Een onschuldige vraag naar hoe ­Lelycentre, het eerste (winkel-)centrum van de nieuwe stad, het eenvoudigst per auto te bereiken is, leidt tot een golf aan negativisme. Lelycentre? Om te gaan winkelen? Nooit doen! Het is sowieso af te raden om in Lelystad, ook elders, te winkelen. Hier woont men, daar is het mee gezegd. Ga naar Almere. Kampen. Dronten. ‘Hier om de hoek, via de dijk ben je zo in Enkhuizen.’

Nog geen uur later, op weg naar het Apollo Hotel in het Stadshart, het huidige centrum van de nieuwe stad, blijken de bloemkoolwijken funest voor de oriëntatie. Lelystad is te jong (en daarmee te ongelovig) voor de hoge kerk­toren als richtpunt. Het Stadshart heeft wel een enorm oranje Agora Theater van architect Ben van Berkel. Zelfs die blikvanger is vanaf de slingerende straat Atol nergens te bekennen.

De vrouw die haar hond uitlaat zal het wel weten. Zeker, we zijn dichtbij, hier achter het groen ligt het Stadshart verscholen. Dan, wederom ongevraagd: ‘In deze rotstad raakt iedereen de weg kwijt.’

Het Apollo Hotel is deze maandag volgeboekt, dat weer wel. Met dank aan een bus vol Duitse toeristen. Ze komen onder meer voor de bollenvelden. Rondom Lelystad barst het daarvan, de VVV heeft een speciale route uitgestippeld. De Duitsers zullen er weinig van meekrijgen. Ze slapen in het Stadshart, want Lelystad is goedkoop. Het programma voorziet in bezoeken aan Amsterdam. En de Keukenhof uiteraard.

Historische tragiek

Over Lelystad (78 duizend inwoners) heeft iedereen een oordeel, vooral zij die de stad bewust negeren. Diep in de polder is een naar de visionair Cornelis Lely vernoemde stad gebouwd waar sinds 1967 wordt gewoond. De vergezichten van indertijd, doorspekt met idealen over de maakbaarheid van de samenleving, zijn nooit bewaarheid. De 120 duizend inwoners die voor 2000 waren voorzien, zijn er nooit gekomen.

Zo werd Lelystad wel meer in het vooruitzicht gesteld. Vanaf 2008 hebben vier, vijf kabinetten beloofd – met instemming van de Tweede Kamer – dat er in 2020 45 duizend vakantievluchten van Schiphol naar Lelystad Airport zouden worden overgeplaatst. Lelystad Airport, sinds 1993 eigendom van Schiphol, is er klaar voor. Er is 200 miljoen euro in geïnvesteerd. Bij het plaatselijke roc zijn honderden jongeren opgeleid voor ‘iets’ in de luchtvaartsector.

Er is alleen nog geen vakantievliegtuig te bekennen op de plaatselijke luchthaven. De opening als echte lucht­haven – het vliegveld wordt al decennia lang gebruikt door sport-, les- en zakenvliegtuigjes – is jaar na jaar uitgesteld en staat nog meer onder druk door de uitspraak van de Raad van State van eind mei, waarbij het overheidsbeleid van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) als onvoldoende werd beoordeeld. De enorme parkeerplaats naast de duurzaam gebouwde terminal is leeg. De nieuwe verkeerstoren onbemand. Bij het Aviodrome staat een gedemonteerde Boeing van KLM als museumstuk.

Het stadshart van Lelystad. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De historie van Lelystad overziende, inclusief die van de luchtvaart, stelt ­Lelystedeling en oud-CDA-gedeputeerde Andries Greiner nuchter vast: ­‘Lelystad was, in bijbelse termen, de stad van de belofte. We waren de liefdesbaby van Den Haag. Die in de steek is gelaten.’

Maar, ook min of meer bijbels, Lelystad herrijst. Nog deze maand stemt de Europese Commissie mogelijk in met een aangepaste verkeersverdelings­regel voor Schiphol en dependance ­Lelystad. Een aangepast Luchthaven­besluit van minister Cora van Nieuwenhuizen komt er ook snel aan. Politieke hobbels, vooral die binnen het kabinet zelf zijn opgeworpen door ChristenUnie en D66, lijken in rook op te gaan.

Eindelijk kan Lelystad Airport, met zijn opgeknapte en verlengde start- en landingsbaan, in gebruik genomen worden.

Of is dat te rooskleurig geschetst? In Lelystad is de argwaan bijna voelbaar. Al te vaak is moois voorgespiegeld, waarvan niets is terechtgekomen. Dat is juist de tragiek van de stad. Die niet in het tempo is gegroeid als voorzien en bijvoorbeeld veel sneller voorbijgestreefd is door Almere dan gedacht.

Voordat de stad een zelfstandige gemeente werd, was Lelystad het thuis van hoogopgeleide ambtenaren van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders. Leegstaande kantoorkolossen in het voormalige centrum herinneren aan die periode. Zo trok er wel meer weg. De belastingen, het Openbaar Ministerie. En kwam er veel niet. Het nabije, veel kleinere Dronten heeft wel een hbo-opleiding.

Hoe de overheid zich terugtrok om plaats te maken voor marktwerking is in Lelystad zichtbaar. Helemaal weg is de overheid niet: de stad heeft nog een grote strafinrichting, voor treinreizigers vanuit de Randstad de eerste opvallende bebouwing.

Lelystad blijft weinig bespaard. Recentelijk gingen de IJsselmeerziekenhuizen failliet. De hoofdvestiging in Lelystad is nu een bescheiden dependance van een ziekenhuis in Harderwijk. Er hangt een nieuwe dreiging in de lucht. De rechtbank lijkt te worden gesloten, waarmee Lelystad de eerste provinciehoofdstad kan worden zonder rechtbank.

Thuis, in Jagersveld, zo’n woon­milieu op stand dat Lelystad wel degelijk heeft, geeft oud-burgemeester Chris Leeuwe (76, PvdA) uitleg over die nieuwe dreiging: ‘Wij vallen onder het rechtsgebied Midden-Nederland. Dat betekent wel dat ook in het noorden van dit gebied een rechtbankvoorziening moet blijven.’ Zelfs met het openbaar vervoer kost het ­Lelystedelingen veel tijd en geld om Utrecht, de centrale stad van dit rechtsgebied, te bereiken, zegt Leeuwe. De oud-burgemeester is overigens niet zo’n klager. Hij komt oorspronkelijk uit de stad Groningen en heeft, na vele omzwervingen, besloten in Lelystad te blijven. Het is er heerlijk ­wonen, vindt Leeuwe.

Voor Lelystad geldt niettemin: de ­tegenwind kan uit alle hoeken waaien. Nu weer is het klimaat over vliegen ongunstig. Al in 1995 pleit toenmalig burgemeester en oud-­minister Hans Gruyters (D66) voor het optuigen van het vliegveldje in zijn stad tot volwaardige dependance van Schiphol. Sinds 2008 is het ook ­officieel Haags beleid om de groei van Schiphol te begrenzen (vanwege de overlast voor de directe omgeving). Na jaren en jaren van toezeggingen en nog eens jaren en ­jaren van uitstel gloort voor Lelystad – dat wel een economische impuls kan gebruiken – de hoop.

De woonwijk. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

En dan blijkt het klimaat over vliegen ineens te zijn omgeslagen. Vliegen is vervuilend, lawaaiig, idioot goedkoop, hoe dan ook slecht. Al doet iedereen het, vliegen is sinds enkele jaren een probleem.

Station Lelijkstad

Zo bezien is het bruggetje naar de historische tragiek van Lelystad als vanzelf gebouwd. Die hele historie is ­immers doorspekt met het binnenhalen van problemen. Of met de verwording van idealen en planologische dromen tot problemen.

Andries Greiner, opgegroeid in Den Haag, kwam in 1984 naar Lelystad. Hij is er nooit meer weggegaan. De oud-politicus is van huis uit onderwijskundige en heeft grote interesse in de geschiedenis van de IJsselmeerpolders.

Greiner blikt terug: ‘Ik heb in de ­jaren tachtig een periode van bevolkingskrimp meegemaakt. Maar in de eerste vijftien jaar van Lelystad was de groei dan ook geforceerd. ­Iedereen ­geloofde in de belofte van de stad.’

Zo maakte de Amsterdamse Sociale Dienst actief reclame voor Lelystad: daar in de polder kon de werkloze Amsterdammer wiens woning gesloopt dreigde te worden ook een uitkering krijgen én beter/goedkoper wonen. Als wethouder in Amsterdam stimuleerde Han Lammers (PvdA) laagopgeleide hoofdstedelingen, of aperte probleemgevallen, hun heil te zoeken in Lelystad. Later, als landdrost van de IJsselmeerpolders, kwam hij ze weer tegen.

Nu nog is de overplaatsing van ‘problemen’ naar Lelystad voel- en zichtbaar. De waarschuwing van het oudere echtpaar bij outlet Batavia Stad (2 miljoen bezoekers per jaar) om vooral niet te winkelen in Lelystad komt tot leven voor wie Lelycentre bezoekt. Dat voormalige stadscentrum, op een kwartier wandelen van het huidige, straalt vooral armzaligheid uit.

Ook het huidige centrum, Stadshart, heeft bepaald geen magneet­werking op bezoekers van buitenaf. Ook niet op Lelystedelingen zelf. Volgens een vorige week gepubliceerd, driejaarlijks imago-onderzoek is 4 procent van de eigen inwoners het eens met de stelling dat Lelystad ‘een gezellig centrum heeft’. In 2010 was dat nog 21 procent, ook niet buitensporig hoog.

De gemeente zegt niet verrast te zijn, want ‘een bekend probleem’. Er zijn nog wel meer problemen waar de polderhoofdstad om bekendstaat. Voor een stad van deze opvang is de opleidingsgraad laag, de werkloosheid hoog en de criminaliteit ook.

Het imago is hardnekkig. De intercity vanuit Den Haag naar Groningen nadert op een doordeweekse dag het Stadshart als de conducteur kennelijk aandrang voelt het sjabloon nog eens op te poetsen: ‘Dames en heren, dit is station Lelijkstad, station Lelijkstad.’ Door de apert noordelijke tongval klinkt het nog bijtender.

Ook Jop Fackeldey, van oorsprong bedrijfs- en opleidingskundige, is er zo een die vanuit de oude stad (Nijmegen) naar het nieuwe land kwam en er nooit meer weg gaat. Hij kwam in 1989 in Lelystad, waar hij twaalf jaar wethouder was. Nu werkt hij aan de andere kant van het spoor, om de hoek van het station, als gedeputeerde in het provinciehuis.

Hij legt omstandig uit hoelang ­Lelystad en directe omgeving een ­perifeer gebied is gebleven, als het ware het einde van de weg. Dat heeft de stad nooit goedgedaan. Op de ­tekentafel zag de stad er nog uit als het centrum van het nieuwe land. Maar het Markermeer werd nooit gedempt, de Markerwaard (ironisch genoeg vaak genoemd als locatie om Schiphol naartoe te verplaatsen) nooit aangelegd.

De A6 ter ontsluiting c.q. bereikbaarheid kwam veel later dan door Den Haag was toegezegd. De spoorlijn al helemaal. Het veel jongere ­Almere had eerder een station dan ­Lelystad. Als fysieke illustratie van de zoveelste gebroken belofte zijn er langs dat spoor nog altijd de restanten te zien van het (nooit gebruikte) stationnetje Lelystad-zuid.

Fackeldey: ‘En toen er dan eenmaal spoor was, zijn we weer veel te lang eindpunt gebleven.’ Het isolement vanuit oostelijk Nederland gezien werd pas zes jaar geleden opgeheven toen de Hanzelijn (richting Zwolle en verder) werd geopend. Daarom, zegt Fackeldey, is het mooi geweest met die discussie over Lelystad Airport. ‘Sinds 2008 is het beleid dat wij hier vluchten overnemen van Schiphol. Nog nooit heeft de Tweede Kamer een ander standpunt ingenomen.’

De tijdgeest is nu de vijand. Vliegen ligt onder vuur. Omwonenden van vliegvelden ondervinden veel hinder.

‘Slecht geslapen?’

Nog één illustratie van de tragiek die Lelystad aankleeft: terwijl meer dan 90 procent van de Lelystedelingen en een iets lager percentage bij andere Flevolanders voorstander is van opening van Lelystad Airport, wordt het landelijke beeld bepaald door tegenstanders op de Veluwe, Weerribben.

En nog veel verderop gelegen gebieden waar straks (twaalf tot twintig) vliegtuigen per dag op meer dan 2.000 meter hoogte overheen vliegen.

Op een maandagmiddag oppert de Lelystadse taxichauffeur Lucas Maat dat ­iedereen toch blij moet zijn met Lelystad Airport? Schiphol-omwonenden krijgen op termijn 45 duizend minder vluchten over hun dak, Lelystad krijgt een economische impuls, zegt Maat. ‘Al die klagers op de Veluwe, vliegen die niet?’, vraagt Maat zich hardop af. Vorig jaar had hij er twee als klant. Watersportfanaten ook, ze waren naar de Hiswa geweest bij het Lelystadse deel aan het IJsselmeer. En ­waren blijven slapen.

Maat: ‘Ik vroeg nog: zeker slecht ­geslapen? Nee hoor, ze hadden prima geslapen. Ze moesten eens weten hoeveel vliegtuigen hier nu al over de stad vliegen vanaf en naar Schiphol. Op veel lagere hoogte dan waar zij straks mee te maken krijgen.’

Vijf vragen over Lelystad Airport

En wéér stevent Lelystad Airport af op een jaar uitstel. Dit keer wegens een uitspraak over stikstofuitstoot. Vijf vragen over de nieuwe kwestie

Waar interessante en spraakmakende verhalen online en in de krant ophouden, gaat het Volkskrantgeluid verder. Wat is een zwart gat precies? En hoe gaat het eraan toe in tbs-klinieken? Onze verhalenmakers leggen het uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden