Lelijks om te lachen

Het exclusief afzichtelijke knalrood plastic stapelstoeltje van Naarden staat even zo vrolijk bij Nijhof te koop. De jonge bejaarde woonconsumenten worden er niet vrolijk van....

De nieuwe bejaarden zijn jong en hebben last van geld. De gedachte kwam pardoes in ons op toen we langs de overdekte meubelboulevard van Naarden slenterden, op zoek naar voedsel.

Het is een gebouwencomplexje aan de rand van Naarden-Vesting, oud stadje, dagjesmensenparadijs. Het woonwinkelcentrum heet Het Arsenaal, men kan er enorme douchekoppen kopen en niet te verzinnen te gekke lampen voor helemaal niet voor te stellen te gekke bedragen. En dat gebeurt ook. We zien mensen die zoiets kopen, met een stalen gezicht.

Het grootste deel van de nederzetting staat vol meubels en dingen die geen meubel kunnen heten omdat ze alleen maar iets zijn. Woonvoorwerpen. Er loopt wel een enkele echte oude van dagen rond, op zoek naar een bijzettafeltje. Maar de meeste mensen die we hier op een winterse werkdag rond zien aarzelen, zijn jong met een kop erop die al veel heeft meegemaakt. Het vrolijke vuur in hen is gedoofd, het is nu een kwestie van het konfijten van het rijke leven. Het moet nog heel lang worden volgehouden. 'We gaan een borreltafel kopen', zegt een jong stel tegen een jong stel. 'Dat is een goed idee', zegt het andere stel tegen het ene. We zitten een tafel verder, we hebben het voedsel gevonden. In het complex is een eethuis voor avondeten en er is een brasserie. We kennen het van Ikea. Ook een meubelzaak waar men uit eten kan gaan. Gemarineerde zalm en Zweedse gehaktballetjes, we horen er opgetogen verhalen over, de sausjes ook, met verse dille. Het is er goed en het kost niks.

In de brasserie van Het Arsenaal wordt net als in het belendende avondmaalhuis het eten klaargemaakt door Paul Fagel. Hij is beroemd en zijn broer Ton, die op tv de lekkerste hapjes bereidt op een basis van Johma salade uit een emmertje, helpt hem hier. De brasserie zit vol. Zelfde mensen, jong, ze kijken voortreffelijk uit hun ogen, hebben niet allemaal de wenkbrauwen op de plek eaar God ze had ingeplant, maar een eindje hoger en er is nog iets dat opvalt. Hoe men eet. Met mes en vork, maar toch anders. Hier zul je niet gauw iemand anders zien morsen, zegt De Boer, terwijl De Cocq wat kruim van hardgekookte eidooier van zijn dij schuiert. De vrouwen om ons heen kunnen wat je noemt echt mooi eten. Ze zitten rechtop, kijken niet de hele tijd alleen maar naar hun bord tot het leeg is, maar werpen, mooi kauwend, niet van dat tsjaptsjop, neutrale blikjes om zich heen en naar hun tafelgenoten. Iedereen is met z'n tweeën.

Als met mes en vork een hapje van de salade bijeengesprokkeld wordt, staat het gereedschap precies 45 graden schuin in de hand en als het mes wat aan de vork heeft vastgezet blijft dat vast, tot het boven is. En het past altijd perfect tussen de lippen, die ook al zo goed opgevoed zijn. We vallen op, help, eidooier op onze broek.

Nee, het is niet zo lekker als bij Ikea, maar een bord koud vlees is wel erg mooi hier. Van een diepgevroren stuk rood vlees zijn flinterdunne plakken gesneden die in een rondje op een bord zijn gelegd met daaroverheen een enorme berg groene slablaadjes, zoveel dat het vlees er bijna onder verdwijnt. En over de sla wat vlokken kaas geraspt, zuinigjes en subtiel. Het vlees dient in de maag van de etensgast te ontdooien. Een grappig gevoel, bijna eender als een dag later, als we voor vergelijk naar een andere woonwinkel gaan waar men kan eten. Het is buiten Baarn en de zaak heet Nijhof. Een gigant in gereedschap, bouw materialen, meubels en een nergens erger vertoonde collectie rotzooi om van wonen iets bijzonders te maken. De appeltaart is hier diepgevroren en koelt de mens van binnen af, maar schijven vlees kan men hier warm laten maken op een hete plaat.

Bij Nijhof komen we Jan tegen. Op de verfafdeling. En waarom ook niet? Als een flesje reukwater Joop! kan heten, en een bak fabrieksvoedsel Braakhekke, waarom zou men een bus verf dan niet Jan kunnen noemen? Er is ook Flexa en in dezelfde kleuren als de Janlijn in de schappen er tegenover. Maar we kunnen ons voorstellen dat sommige mensen liever uit een bus Jan kwasten dan dat ze steeds tegen dat lelijke woord Flexa aan moeten kijken als ze bezig zijn met verf. Onder de grote merknaam Jan zien we op de bussen verf in kleine lettertjes Des Bouv rie staan. In Naar den zagen we een klok te koop hangen. Een ronde gifgroene klok van een meter doorsnee zonder cijfers op de wijzer plaat maar wel met wijzers. Op de wijzerplaat stond ook dat merk, Jan des Bouvrie, en de kleur van de klok was dezelfde als van de groene bus Jan bij Nijhof.

Wezenlijk verschil tussen de ordinaire woonafdeling van Nijhof en de winkel voor de betere woonsmaak is er niet. Het exclusief lelijkste knalrood plastic stapelstoeltje van Naarden staat even zo vrolijk bij Nijhof te koop. En in dingen waar je niets aan hebt, die alleen maar heel groot zijn of heel scheef, steken Naarden en Nijhof elkaar naar de kroon. Maar dan het blok hout. Dat zagen we niet in Het Arsenaal. Het is een kubus van ongeveer 40 bij 40 bij 40 centimeter. Massief hout met barsten erin. Niet geschuurd en reuze geschikt voor splinters in je vel. Even dachten we, bij Nijhof op een industrieterrein bij Baarn, dat het blok hout moest dienen om iets op te zetten, een sokkel voor een tijdje, etalagemateriaal. We zaten er faliekant naast. Het is een woonding en men kan het kopen. Het blok hout met barsten is een voorwerp voor in huis. En het moet 220 euro kosten. In de zagerij moest men extra veiligheidsmaatregelen treffen om te voorkomen dat het personeel snikkend van het lachen in de zaag zou vallen.

Onder de gifgroene klok van Jan des Bouvrie in Het Arsenaal in Naarden staan gifgroene meubelen en is een keur van grote groene kaarsen te koop. Er zijn ook stoelen van doorzichtig groen plastic en het toppunt van bijzonderte in de meubelarij is een heldergroene poef met een leuninkje, nooit eerder zoiets lelijks gezien om te lachen. Als je erop gaat zitten komt er geluid uit, denken we. En we zijn waarschijnlijk de enige twee klieren hier die zo denken. De jong bejaarden die hier nieuw geluk komen zoeken, weten niet eens wat een grijns is. Wonen doe je in de kerk en daar zijn we nu.

Er is een dame, ze zit op iets groens en ze telefoneert. Ze hoort bij het huis. Ze zegt ons intens vriendelijk goedendag tussendoor. Als ze even niet belt, vragen we of groen volgens de Janfabriek de nieuwe trend in het interieur wordt. Nee, zegt ze, het is niet de bedoeling dat we alles kopen wat groen is, het is beter om er een ding uit te pikken, voor een accent in de woonkamer. En dan zegt ze het woord waarvan we dachten dat het allang was uitgestorven. Ze zegt dat we de groene meubels moeten zien als onderdeel in het totale 'decoratieve gebeuren'.

Het Jangebeuren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden