Lelijk en betoverend mooi tegelijk

Vogelonderzoeker Jan van Diermen roemt het uiterlijk van de wespendief, die hier in mei arriveert. De paartjes zitten snel op eieren. Daarna begint de speurtocht naar wespen. En ja, ze zijn ongevoelig voor de steken.

Beeld Anne Geene

'De wespendief is eigenlijk te zot voor woorden. Hij is betoverend mooi, oogt sloom, maar weet toch van aanpakken. Ze kunnen na terugkeer uit Afrika binnen een week op eieren zitten. Je kunt ook zeggen dat het een lelijk beestje is, met die korte beentjes, en gele voeten die meestal zwart zijn van het graven. Hij heeft een beeldschone kop, hij kijkt vaak een beetje scheel. Er ontbreekt een botje bij de wenkbrauwen die de richel draagt die andere roofvogels die strenge uitdrukking geeft. Dat heeft de wespendief niet, hij lijkt eerder een beetje gedrogeerd.

'Hoe komt het dat een roofvogel zich specialiseert in het eten van wespenlarven? Het zal begonnen zijn met een groep dieren die iets wist aan te vangen met hangende wespennesten. En de ondervinding bij de wespendief die per ongeluk iets te korte beentjes kreeg: hé, hier zitten ze ook in de grond, die graaf ik uit zonder om te vallen.

'Ze zijn ongevoelig voor de steken van wespen. Ze hebben een flink donspak, een stootkussen. De veren op de kop zijn schubachtig. Hun neusgat is spleetvormig en ze hebben een knipvlies voor hun ogen, dat zorgt dat er geen zand in plakt.

'Als hij eenmaal een nest te pakken heeft, gaat hij doodgemoedereerd op twintig centimeter afstand van het plaats delict zitten, met een wolk wespen om zich heen, die op een gegeven moment ook stoppen met steken. Hij tilt met zijn snavel de raten met larven eruit en transporteert die in de klauw naar zijn nest met jongen. Na twee, drie dagen is dat wespennest zo ongeveer leeg. Ze laten de koningin en de werksters ongemoeid. Die blijven zitten met wat restjes raat en gaan weer verder met nieuw broed.

'Hij volgt wespen met hun prooien, zo vindt hij hun nest. Dan luistert hij, zoals een merel naar wormen luistert. Vorig jaar zag ik hem in een schapenweitje wat krabben. Ik dacht: daar zit helemaal geen wespennest. De volgende morgen zat hij er weer. Toen zag ik de wespen wel, ze kwamen een halve meter verderop uit de grond. Die ingang boeit hem niet, hij zoekt naar het nest, hij luistert. Pas dan gaat hij graven.

'De wespendief is enorm moeilijk te traceren. Hij komt hier laat aan, in mei, als de bomen al volop in blad zitten. Dan is het gauw raak, na tien, soms al na vijf dagen zitten ze op eieren. Om ze te vinden moet je het hebben van grondig boomtopwerk, dieren volgen die met voedsel slepen. Zo krijg je de paren met jongen in beeld, de rest maakt diffuse bewegingen en kost meer tijd.

'Sinds 2008 werken we met gps-loggers. Zo leerden we op de Veluwe meer over hun ruimtegebruik. We ontdekten dat wespendieven in gemengde bossen beter aan hun trekken komen dan in puur loofbos. We zagen dat de vrouwtjes enorme excursies maken, dat ze het bos uitgaan en wespennesten plunderen bij paardenlandjes, in taluds van sloten, in houtwallen of in boomgaarden. Soms vlogen ze tientallen kilometers. We doen nu onderzoek in Brabant en Limburg. We weten nu: ze voelen zich thuis in gebroken landschappen, met veel bosranden. Daar zitten ook veel wespen.

'Hij heeft, als specialist, een voorkeur voor een vette generalist: de gewone wesp. En die zit overal. Ook de Duitse wesp is favoriet. Maar net als je dat weet, blijkt dat hij hier in de natte bossen relatief veel hoornaars eet. Die zijn veel groter dan gewone wespen, ze hebben hun nesten meestal in rotte holtes in zachthoutsoorten. Ik dacht eerst: natuurlijk, meer is beter. Vermoedelijk is het toch een noodgreep bij gebrek aan gewone wespen, wespendieven zijn geen goede houtmollers.

De wespendief (Pernis apivorus)

Algemeen Schaarse broedvogel. In Nederland vermoedelijk rond de 400 broedparen.

Verspreiding en leefgebied In Europa in beboste gebieden. In gemengd bos met voldoende vrij levende wespenvolken.

Voedsel Wespenlarven, soms ook larven van hommels. Als er nog geen wespen zijn, in het voorjaar, vooral kikkers, maar ook jonge merels en lijsters.

Broedperiode Half mei - eind juni.

Broedsel Twee eieren.

Trekroute Overwinteren in tropisch Afrika. Wespendieven maken optimaal gebruik van thermiek, opstijgende warme lucht. Mannetjes overwinteren in tropisch regenwoud, vrouwtjes op savannen met bomen.

'Met GPS-onderzoek ontdek je bij de wespendief veel, maar je begrip houdt de waarnemingen niet bij. Je vraagt je af: waarom pakken de mannetjes 's ochtends eerst kikkers, en stappen ze later op de dag over op wespen? En waarom zoeken de vrouwtjes wel bijna uitsluitend wespen? Als wij eind juni, begin juli poolshoogte nemen in de boomtoppen zien we veel beesten werkloos rondhangen, lummelen. Die hebben gewoon niet gebroed. Is dat omdat ze te jong zijn, of juist te oud, of is het een sociaal mechanisme, een afspraak, waarbij het minder getalenteerde deel van de wespendieven niet broedt en zo minder claims legt op de beperkte ruimte?

'Wij maken momentopnames, het populatieproces krijgen we niet in de smiezen, dan moet je ze levenslang volgen, tot twintig jaar. Daar zit waarschijnlijk een enorm verhaal. Er is een afnemende overleving, en er is sprake van verlies. Wespendieven hebben slechts een jaarlijkse reproductie van 1,16 jong per jaar nodig voor een stabiele populatie. Maar dat vinden wij bij lange na niet. Wij zitten naar schatting op 0,3 jong tot 0,7 jong per paar.

'Het niet broedende deel van de populatie is groter geworden. Er is een nieuw fenomeen: predatie door havik en boommarter. Van de Veluwe wisten we dat het gebeurde. Tot wel 30 procent van de nesten heeft ermee te stellen. Het idee was: dat gebeurt omdat er daar een gebrek is aan duiven en andere gangbare prooidieren voor haviken. Maar op de rijke gronden in Brabant en Limburg, met een overvloed aan voedsel, gebeurt hetzelfde: haviken pakken jonge wespendieven, roofvogels eten roofvogels, intraguild predation. Het idee was altijd: een predator heeft niets over zijn prooi te vertellen. Hier lijkt de ene predator te bepalen hoe het met een andere gaat. Waar gaat dat over? Niet over honger en voedselnijd, in elk geval. De wespendief lijkt een maatje te groot voor geavanceerd onderzoek: je ontdekt iets opzienbarends, je beschrijft het, maar bij de verklaring loopt het spaak. Een sombere euforie is het hoogst haalbare. Nog meer in boomtoppen klimmen is het devies.'

Jan van Diermen (58) is zelfstandig vogelonderzoeker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden