Lekker werken in Velke Mezirici

Nederland dat ooit driest de zeeën bevoer, roofde wat er te roven viel en de buit verpatste, is zijn scherpte kwijt....

WAT MOET EEN Friese ondernemer in Velke Mezirici? 'Werken', zegt Jan van der Tol. Hij heeft zijn bedrijf Euro Bagging verkast van Noord-Nederland naar het centrum van Europa. 'Van Friesland naar Velke Mezirici in Tsjechië', preciseert de directeur monter.

Toen hij zijn flexibele silo's voor veevoeder nog in Friesland liet maken, was hij voor een productiemedewerker per manuur ruim 20 euro kwijt. En in Tsjechië? Houd je vast: 'Anderhalve euro per uur.' Voor dat tarief maakt een Euro Bagging-medewerker in Tsjechië exact dezelfde veevoederzakken als vroeger in Friesland - manshoge slurven die het vermalen gras, alfalfa, maïs of ander veevoer opslurpen en vasthouden.

Terug naar Nederland zit er niet in, al houdt het bedrijf nog kantoor in Nijemirdum, Friesland. 'Veel van onze afnemers zitten in Oost-Europa. Bovendien: daar halen we het personeel weer uit Oekraïne. Nóg goedkoper.'

Het verhaal van Nijemirdum, Velke Mezirici en de goedkope Oekraïners is een hoofdstuk uit het verhaal van de tanende concurrentiekracht van Nederland. Nederland verliest, zo gaat dat verhaal. Het land dat ooit driest alle zeeën bevoer, overzees roofde wat er te roven viel en de buit verpatste aan wie kopen wilde, is zijn scherpte een beetje kwijt.

Pardoes duikelde Nederland op de lijstjes van het World Economic Forum, maker van het jaarlijkse World Competitiveness Report. Van de achtste naar de vijftiende plek, in 'groei van de concurrentiekracht'. Dit soort lijstjes mag dan wel met kennis van zaken als 'onzin-hitparades vol so what-indicatoren' zijn gekenschetst door Steven Keuning, voormalig directeur Macro-economie van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat neemt niet weg dat er wel degelijk iets aan de hand is met de concurrentiekracht van Nederland.

De grote trend is de volgende: de Nederlandse export groeit weliswaar, maar al geruime tijd minder hard dan de 'relevante wereldhandel' - dat deel van de wereldmarkt waarmee Nederlandse spullen concurreren. Deels is dat een logisch gevolg van de opkomst van nieuwe markten, een beweging die alle rijke landen raakt. Maar in 2002 en 2003 loopt de relevante wereldhandel fors uit op de Nederlandse export.

'Het gaat heel hard. Met punten tegelijk. Zorgelijk', vindt Johan Verbruggen, hoofd van de afdeling Conjunctuur bij het Centraal Planbureau, CPB. 'Nederlandse exporteurs verliezen marktaandeel.'

De gestegen loonkosten spelen ondernemers parten. Sommigen pakten hun boeltje in gingen Euro Bagging achterna. Naar Tsjechië, Polen, China.

Joost Van Dam is directeur van de Nederlandse Export Combinatie, een belangenclub van exporteurs. Hij kan ze, al manoeuvrerend door het verkeer, uit het blote hoofd opnoemen, de bedrijven die eerst vanuit Nederland exporteerden maar het buitenland verkozen. Een klompenfabriek die overweegt naar Polen te gaan. Een verf- en lakkenproducent die zijn divisie decoratieve lakken naar Hongarije of Roemenië wil verhuizen. Van Dam: 'Voor arbeidsintensieve bedrijven is Nederland domweg te duur.'

Cijfers van het aantal exporteurs dat het hier voor gezien houdt heeft niemand, het ministerie van Economische Zaken noch statistiekbureaus of ondernemersclubs. Maar het verlies van concurrentiekracht kan Verbruggen van het CPB wel in kaart brengen.

In 2002 groeit de wereldhandel waarin Nederland een rol speelt naar schatting van het CPB met 2,75 procent. De Nederlandse export zal in de prognoses drastisch minder groeien.

Ook zorgelijk, zegt Verbruggen, is dat de export van eigengemaakte spullen daarin steeds minder een rol speelt. De uitvoer van binnenslands gemaakte goederen daalt in 2002, met 0,75 procent. Dat de totale export vorig jaar niettemin nog is gestegen, is te danken aan het explosief stijgende deel van de wederuitvoer, het doorschuiven van producten uit Amerika of Japan naar de rest van Europa nadat ze hier een lichte bewerking hebben ondergaan. Ze worden hier in nieuwe dozen of zakken verpakt, er gaat een sticker op of een gebruiksaanwijzing bij, en het spul is klaar om opnieuw geëxporteerd te worden.

Dat is het andere deel van het verhaal over de tanende concurrentiekracht. Het speelt zich onder meer af aan het eind van de Maasvlakte, voorbij het bordje 'havennummer 9039', daar waar je de zee kunt ruiken en waar het altijd waait.

Daar worden in een stralend witte nieuwe loods van Danzas Logistics dagelijks pallets vol printers uit Japan van de Japanse printermaker Epson binnengereden. Zo'n 150 man stoppen hier de printers in nette dozen, doen er gebruiksaanwijzingen in het Duits, Frans of een andere taal bij, en landenspecifieke stekkers en snoeren. Daarna gaan de printers weer verder, in containers naar de rest van Europa.

'Wederuitvoer is prima hoor!', haast Verbruggen van het CPB zich te zeggen. 'Het levert veel bedrijvigheid op. Maar van elke euro wederexport blijft in Nederland tien eurocent aan inkomen hangen. Terwijl elke euro eigen export 65 eurocent inkomen in Nederland oplevert.'

Door de lobbyclubs voor ondernemers werd de sneue positie van Nederland op de hitparade van het World Economic Forum dankbaar aangegrepen om harder dan ooit te klagen over de gebreken van Nederland: de lonen per eenheid product zijn te hoog, het opleidingsniveau is slecht, en probeer hier maar eens iemand soepeltjes te ontslaan.

Vooral in de metaal- en elektrotechniekbranche is er een trendje om arbeidsintensieve delen van het arbeidsproces uit te besteden. 'Er is een sluipende de-industrialisatie in de maakindustrie', zegt Paul van Roon, directeur Ondernemings- en sectorzaken van FME-CWM, de werkgeversvereniging in de metalektro. Op het jaarcongres van FME, vorige maand, legde FME de leden een aantal stellingen voor. Van Roon destilleert daar de conclusie uit: 'Ondernemers kijken steeds meer naar het buitenland en ondernemen steeds meer in het buitenland.'

Ruim 50 procent van de 154 aanwezige leden van de werkgeversclub zei 'ja' op de stelling 'binnen vijf jaar verplaats ik een deel van mijn productie naar het buitenland'. En op de stelling 'ik haal mijn vakmensen en kenniswerkers voortaan uit het buitenland' zegt 40,3 procent 'ja'.

Niet alleen de kosten zijn een voortdurende bron van klagen. 'Philips', zegt Van Dam van de exporteursclub, 'is met zijn onderzoek- en ontwikkelingsafdeling naar België verhuisd. Heus niet omdat het daar goedkoper zou zijn. Maar omdat de Belgische autoriteiten er van alles aan doen om universiteit en bedrijfsleven samen te brengen.

'Daarvoor moet je dus naar België! Te gek voor woorden. Nederland gooit zijn kenniseconomie overboord. En ondertussen worden wij hier dozenschuivers.'

Op het ministerie van Economische Zaken kennen ze de klachten, en de cijfers. 'Maar het gaat per saldo goed', vindt woordvoerder Jan van Diepen. Bovendien: 'Op innovatiegebied staat er heel wat in de steigers. En bedrijven kunnen ook zelf heel wat aan onderzoek en ontwikkeling doen.'

Kwijnt de Nederlandse industrie weg? 'Och', reageert Hans van der Windt, onderhandelaar in de metalektro voor FNV Bondgenoten luchtig. Hij was ook op het FME-congres en vindt dat de werkgevers zich veel te druk maken. 'Het beeld dat daar geschetst wordt, viel me nog mee.'

De discussie over overplaatsing van activiteiten is van alle tijden, zegt Van der Windt. 'Wat wisselt is de regio - nu is Oost Europa populair - en de mate waarin werkgevers ermee dreigen. Dat dreigen gebeurt nu heel veel, maar ik heb niet de indruk dat er heel veel meer dan vroeger daadwerkelijk verhuisd wordt naar verre oorden. Vroeger gingen de ondernemers naar Portugal, later naar Azië. Er is nu eenmaal een soort arbeidsintensieve industrie waar routinematig wordt gewerkt, die de wereld over zwermt, op zoek naar de laagste arbeidskosten.'

Berustend: 'Die kun je hier toch niet houden. Dat is nooit anders geweest.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden