Lekker voetballen, dat is een zegen

De Ajacied Rob Alflen werd eind 1993 gevloerd door een hernia. Maar na zijn afkeuring kon de dienende middenvelder, die door Van Gaal werd geprezen om zijn werklust en tactisch inzicht, 's nachts de slaap niet vatten....

ROB ALFLEN (27) slaat zijn ogen neer. Alsof hij zich een beetje schaamt voor zijn miraculeuze wederopstanding als voetbalprof. 'Of ze me beschouwen als een medisch wonder? Pfff, ik zou het waarachtig niet weten. Ik wil het ook niet weten. Voor mij is alleen van belang dat ik me goed voel. Fit en sterk. Ik begrijp best dat er nu wat vreemd tegen mij wordt aangekeken, want het is best een ongeloofwaardige geschiedenis. Maar ik heb er niets van verzonnen. Twee jaar geleden kon ik niks meer op het veld. Nu weer alles.'

De kleedkamer van Vitesse is verlaten. Op de jongste aanwinst Alflen na. De kleine, wat geblokte middenvelder is na de middagtraining blijven hangen voor een extra massage. Het voordeel van de barre winter is dat hij de tijd heeft om de conditionele achterstand op zijn ploeggenoten in te lopen. Maar aan de andere kant kwellen vorst, sneeuw en dooi zijn spieren.

'De ene keer trainen we op een ijsvloer, dan weer op een besneeuwd veld of in de bagger en soms in de zaal. Het steeds maar wisselen van de omstandigheden is niet goed voor me, zeker niet voor m'n rug.'

Alflen plukt zijn jas van een kledinghaak. 'Bart Latuheru' vermeldt het vrijkomende naamplaatje. 'Die is weg hè. Ik zag 'm laatst op tv. Zit nu bij AZ, toch? Ik ben maar op zijn plaats gaan zitten.' Op de gang raakt de terreinknecht in de discussie met de beheerder van het spelershome. Alflen grinnikt om het Gelders dialect.

'Dat taaltje dat ze hier spreken, da's wel lachen hè. Het zijn goeie mensen hier. Toen ik ze bij de eerste kennismaking allemaal een hand had gegeven, dacht ik: volgens mij deugt het wel bij Vitesse.'

Alflen, de afgekeurde Ajacied, is in zijn eigen Utrecht verketterd omdat hij voor Arnhem heeft gekozen. De achterklap over een verwaande voetballer die zijn afkomst zou hebben verloochend, heeft hem pijn gedaan. 'Dat het volk zegt dat ik een klootzak ben omdat ik niet terugkeer bij FC Utrecht, kan ik begrijpen. Want het volk kent maar een deel van het verhaal. Maar dat mensen van de club mij in de krant hebben aangepakt, vind ik erg.'

Alflen hekelt vooral de rol van algemeen directeur Nol de Ruiter die suggereerde dat hij zijn oude liefde Utrecht heeft bedonderd. 'Maar de waarheid is dat Utrecht bleef aanhikken tegen het bedrag dat de verzekeringsmaatschappij terugvorderde. Vitesse handelde veel slagvaardiger. In Arnhem boden ze me meteen een contract voor drie jaar, en een goed contract. Utrecht twijfelde, maar Vitesse durfde het met me aan.'

Ruim drie ton bedroeg de som die de Britse verzekeraar Lloyds terugvorderde in ruil voor de vrijgave van de afgekeurde voetballer. Alflen en Vitesse beschouwen de rest van dit seizoen als proeftijd.

'Mocht Vitesse spijt krijgen dan betalen ze vijf maanden salaris en zijn ze van me af. Die ontsnappingsclausule is ook voor mij een uitkomst, want als ik het niet meer zie zitten, kan ik er zomaar vandoor. Valt het me tegen dan ben ik onmiddellijk vertrokken. Ik voel er helemaal niets voor hier een paar jaar voor lul te lopen.'

De hernia die Alflen vloerde als speler van Ajax stak drie jaar geleden de kop op. 'Geleidelijk kwamen pijn en vermoeidheid opzetten. Ik kreeg moeite om een wedstrijd uit te spelen. Bij Ajax scoorde ik nooit een negen, maar waar ik ook speelde, ikl haalde altijd een voldoende. Totdat ik in fysieke problemen kwam.

'Van Gaal riep me bij zich en vroeg: Robbie, wat is er toch aan de hand? Er gebeurt iets vreemds met je. Ik krijg het gevoel dat ik niet meer op je kan rekenen. Ik zei: trainer, ik heb geen idee wat er aan de hand is, maar ik twijfel, aan mezelf.'

Toen bleek dat Alflens verval werd veroorzaakt door een hernia, ging hij onder het mes. De operatie leek uitkomst te bieden, want eind 1993 keerde de rechtermiddenvelder terug in het keurkorps van Van Gaal. Maar na de bekerwedstrijd tegen Heerenveen in het Olympisch Stadion (8-3) was het over met de dienende voetballer die door Van Gaal werd geprezen om zijn werklust en tactisch inzicht.

Alflens rugklachten werden zo ernstig dat Ajax besloot hem te laten afkeuren. 'Ineens zat ik thuis en had ik niets meer te doen. Een droom ligt in duigen, maar ik wilde niet de zielepiet gaan uithangen. Ik was gezond, kon alles nog doen, behalve voetballen. Ik zei tegen mijzelf: kom op man, hoeveel mensen staan er niet beroerder voor dan jij? En dan ging ik 's avonds vrolijk naar het café. Om een beetje aan de bar te hangen en een biljartje te leggen. Da's een tijdje heel goed geweest.'

Toch werd Alflen overvallen door neerslachtige buien. 'Vooral 's nachts, als ik wakker lag. Vaak kon ik niet slapen omdat mijn lichaam nog vol energie zat. Dan lag ik te zweten en voelde ik m'n spieren tintelen van kracht. Om me te vermoeien ben ik voorzichtig gaan hardlopen en wat aan krachttraining gaan doen. Toen dat goed ging, dacht ik: misschien kan ik wel weer eens voorzichtig tegen een balletje gaan trappen.'

Op het veld, bij de Utrechtse hoofdklasser Holland, en in de zaal leefde Alflen zich uit, zonder pijn. 'Alleen, wanneer ik op vrijdagavond had gezaalvoetbald, was ik de hele zaterdag zo stijf als een plank. Maar ook die stijfheid verdween en stiekem begon ik te denken aan de eredivisie. Ik durfde daar alleen niet over te praten. Hou je kop Rob, ze zien je al aankomen, bij Lloyds en Ajax.'

Maar de drang naar meer, waarmee Alflen geen raad wist, bleef niet verborgen voor zijn zaakwaarnemer, Willem van de Wijngaard. 'Die zei: volgens mij kun je weer hogerop en wil je dat ook. Hij is meteen aan de slag gegaan en omdat hij een geweldige doorzetter is, kreeg-ie 't nog voor elkaar ook.'

Van den Wijngaard sloot een overeenkomst met Ajax en Lloyds. Alflen mocht zich weer beroepsvoetballer noemen. Bij het Vitesse van de trainers Frans Thijssen en Jan Jongbloed voelt hij zich op zijn gemak. 'We spelen lekker, aanvallend voetbal. Met drie spitsen en verder geen poespas. Vitesse kan mij gebruiken op het middenveld, rechts of in het centrum. Ik kan ook laatste man spelen. Ik voel dat ik er helemaal klaar voor ben.

'Nee, ik eis geen plaats in de basis op. Ben je gek. Ik vind dat ik beter dan een ander moet zijn om in de ploeg te kunnen komen. Waarom zouden ze er een jongen uithalen voor iemand die niets beter is, maar die toevallig Robbie Alflen heet? Als de trainers nog geen reden zien om het elftal te wijzigen dan ga ik zonder morren op de bank zitten.'

Hoewel zijn banden met Ajax inmiddels zijn versleten, zegt Alflen zich nog altijd Ajacied te voelen. 'Dat gaat nooit meer over. Veel jongens die bij Ajax zijn vertrokken, krijgen heimwee. Het is nergens zo goed als bij Ajax, hoor je dan. Dat is ook zo, maar ik heb er geen probleem mee dat ik nu bij Vitesse zit. Want Ajax is voor mij niet gisteren, maar een hele tijd geleden. Tussendoor heb ik een jaar niet gevoetbald en een jaar bij de amateurs gespeeld.'

Na zijn afkeuring heeft Alflen weinig meer van Ajax vernomen. 'Maar dat neem ik de club niet kwalijk, want het lag vooral aan mij. Van der Sar en Overmars hebben me nog gebeld, maar ik heb de boot afgehouden. Ik wilde even niets meer met het wereldje te maken hebben. Voetbal is een fantastische sport en voetballen bij Ajax is het mooiste wat er is. Maar alles om het voetbal heen kan me gestolen worden. En bij Ajax is er ook heel veel om het voetbal heen. Wanneer ik zelf niet voetbal, mijd ik het wereldje.'

Supporter van Ajax zal hij echter altijd blijven. 'Als jongetje was ik al gek van die club. Zoiets gaat nooit meer over.' De avond van de Champions League-finale werd ook voor de Ajax-fan Alflen een onvergetelijke. 'Ik was uitgenodigd om er in Wenen bij te zijn, maar ik ben thuisgebleven. De volgende dag moesten we met Holland voor het kampioenschap van de zondagamateurs tegen Appingendam spelen.

'Ik zat stikkend van de zenuwen voor de buis. Na de goal van Kluivert werd ik gek. Ik heb wat flessen champagne en witte wijn bij elkaar gegraaid en ik ben naar de koffieshop van Mustafa Talla, m'n Marokkaanse maatje bij Holland, gegaan. We zijn de hele nacht doorgegaan. Ik was door het dolle heen. De volgende dag rolden we dat Appingendam met 6-0 op. We speelden niet slecht, Talla en ik.

'Ik heb geen moment iets van jaloezie ten opzichte van die jongens van Ajax gevoeld. Ik ontdekte dat ik van voetballer van Ajax weer gewoon supporter was geworden. Daar had ik het niet moeilijk mee. Waarom zou ik verbitterd zijn? Zelfs als ik nooit meer had kunnen voetballen, dan nòg had ik blij moeten zijn met wat ik heb meegemaakt. Er zijn er maar heel weinig die kunnen zeggen dat ze bij Ajax hebben gevoetbald. En nog minder die kunnen zeggen dat ze een UEFA Cup hebben gewonnen.

'Robbie de Wit viel weg bij Ajax omdat hij een hersenbloeding kreeg. Da's even wat anders dan een hernia. Die jongen kan nog maar heel weinig. De afgelopen jaren heb ik heel vaak aan hem moeten denken. Daardoor besef ik dat ik geen pech, maar geluk heb gehad. Ik kan weer gaan voetballen in de eredivisie. Lekker voetballen. Dat is een zegen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden