Column

Lekker flexwerken in een zorgproject

Omdat je als thuiswerkende zzp'er weleens simpel wordt van elke dag hetzelfde behang, dezelfde koffie en de boodschappen tussendoor, reed ik op een maandagochtend richting Vuren, waar ik die middag toch al een afspraak had en waar ik dan mooi eerst een paar uur in een café kon gaan zitten werken.

Beeld Robin de Puy

Op internet had ik gekeken of er in Vuren daadwerkelijk wat te potverteren was, en dat was er, nou en of: Restaurant Oud Vuren had een theetuin en een zwijnenwei en bovendien serveerden ze er huisgemaakte appeltaart. Na een uur in de file bleek ik niet de enige te zijn die voor die lokroep was bezweken: toen ik binnenkwam draaiden dertig hoofden zich alle dertig tegelijk om. Ik rook koffie, op een flip-over stond WELKOM.

Ik wilde omkeren toen een serveerster opdook. Ja, er was een vergadering bezig, maar ik kon gerust een kop koffie krijgen. 'Je mag daar wel zitten.' Ze wees achter me, naar een ruimte waar een groep mensen aan een lange tafel zat. 'Ze hebben nu pauze, maar ze gaan zo weer aan het werk.'

'Ze' waren de jongens en meiden van Syndion, mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke handicap die hier de dag kwamen besteden. En zo kwam het dat ik vijf minuten later in de keuken van restaurant Oud Vuren zat te flexwerken, aangestaard door zes nieuwsgierige aagjes die zoiets ook nog nooit hadden meegemaakt. Ik bestelde een dubbele espresso, even later bracht de serveerster gewone koffie in een Duralexkop. De houtkachel ruiste, uit de radio klonk Céline Dion, van de Titanic.

'Wat bent u aan het doen?', vroeg de stoerste na een tijdje.

Ik zei dat ik een interview moest uitwerken.

Het bleef even stil.

'Wat ís een interview?'

Na een gesprek over vragen en antwoorden herinnerde ze zich dat ze zelf ook eens was geïnterviewd. 'Er zaten moeilijke vragen bij en makkelijke.'

Ik knikte, dat was wel zo'n beetje de kern van een interview, ja. Een jongen met dikke wenkbrauwen zei dat hij een keer tegen zijn pop had gevloekt, waarna hij moest giechelen. Daarna ging het over niesen. Na een kwartier klapte de begeleider van het gezelschap in zijn handen. 'Zo jongens, we gaan weer wat doen.'

Geschuif van stoelen, het aantrekken van wanten. Toen: rust.

Voor even.

Want de rest van de ochtend kwamen ze om beurten binnen, koude wolkjes lucht uit de mond.

'Hallo!'

Ik zette mijn recordertje op pauze.

'Even plassen! Dat moet ook gebeuren.'

En dan zette ik mijn recordertje weer aan.

De Man belde, ging het goed? Ik vertelde dat ik in een zorgproject was beland. O, zei hij alsof het de normaalste zaak van de wereld was. 'Dat had ik laatst ook, in Amersfoort. Ik had het eerst niet door. 'Wilt u een Broodje Vrolijk', vroeg die jongen ineens. Hoe laat ben je thuis?'

De deur ging weer open. Het was het stoere meisje, dat d'r snor kwam drukken. 'Ik heb geen zin in harken. Ik ben moe. Ik was al moe toen ik vanmorgen opstond. En nou moet ik nog harken ook.' In plaats daarvan ging ze oud brood bij de kachel leggen. 'Een keer had een konijn zacht brood gekregen en toen was hij doodgegaan.' Er kwam nog een meisje binnen. 'Ik had vroeger twee cavia's. Krikkie en Mikkie. Twee meisjes.' Om dat laatste moest ze enorm lachen. Ik dacht aan mijn deadline. De serveerster kwam thee brengen, het zat in een rode pot met witte stippen. Ik schonk in, te snel, de helft kwam op mijn computer terecht. 'Hè, shit', zei ik. Samen keken ze toe hoe ik in de weer ging met servetten.

'Maandag ongeluksdag!', zei het stoere meisje, strálend.

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.