Lekker de auto laten slippen

Na een mislukt romanexperiment doet Sanneke van Hassel weer waarin ze het beste en de beste is: korte verhalen schrijven.

De ongekroonde vorstin van het korte verhaal slaat weer toe. Sanneke van Hassel (1971) is in de afgelopen jaren moeder geworden, en dat is te merken aan de entourage van haar verhalen. Ook haar personages hebben gezinsuitbreiding gekregen. Maar dat betekent niet dat er in die verhalen sprake is van een kleinere actieradius, van vertrutting of geklaag over wissewasjes. Evenmin gaat het er ineens gezellig aan toe. De vertedering is ver te zoeken.


Terwijl de verrassingseffecten alleen maar toegenomen lijken. Bij een engerd op een crèche denken wij welhaast onmiddellijk aan een man, met hoofdletter M. Maar in de acht pagina's van 'Het is muis' portretteert Van Hassel een monsterlijke crècheleidster, nog half godsdienstwaanzinnig ook, die aanvankelijk sympathie wekt omdat ze zich terecht wild ergert aan de brutaliteit van de verwende kindjes, en aan de domheid van haar collegaatjes.


'Die waar iets bewegen is leuk', zegt leidster Soraya bij het in ontvangst nemen van de nieuwe voorleesboeken. 'Boeken met bewegende delen vind ik erg leuk', verbetert de vertelster dan, en denkt: 'Zalig de armen van geest, zei mijn goede vader altijd. Hij kon niet weten dat ze ooit met zovelen zouden zijn.'


In dit verhaal gaat een venster op een microwereld open. Veel ouders zal het tafereel bekend voorkomen. Maar ook zij gaan schrikken. Wie binnen luttele minuten 'Het is muis' uit heeft, zal bestormd worden door de behoefte zijn kind per direct van de crèche te halen.


Ze kan het nog steeds, Sanneke van Hassel, schepper van de verhalenbundels IJsregen (2005) en Witte veder (2007). Na de mislukte roman Nest (2010), die uiteenviel in een aantal korte verhalen zonder spanningsboog die de boel had kunnen redden, doet de auteur nu weer waar ze de beste in is. Met een paar pagina's kan ze toe om een situatie te schetsen, dikwijls met een ietwat desolate hoofdpersoon. Soms zit de finesse in een enkele zin (een vrouw die is vreemdgegaan en die vastzit in haar gezin: 'Ze deed haar ogen dicht, nog vijftien jaar en dan zou ze op reis gaan, voor een hele tijd, alleen'), soms in een alinea (het sterke verhaal 'Vin' beslaat er maar ééntje) of zelfs in een enkel woord.


'Ezels' bijvoorbeeld. Dat is de titel van een verhaal waarin een man als volgt wordt geïntroduceerd: 'Ook al was hij de veertig ruim gepasseerd, toch liet hij nog graag zijn auto slippen.' Deze stoere man onderwerpt zich geërgerd aan de wens van zijn jonge vriendin om naar haar 'mottige vrienden' te rijden, die een boerderij hebben.


Hij heeft een dochter (uit een eerdere relatie), zij is kinderloos. Hun hele houding en conversatie drukt uit: het moet maar zo, dan. In negen pagina's weet Van Hassel je bijkans te wurgen, zo graag zou je die mensen andere keuzes zien maken. Maar aangezien 'Ezels' niet alleen de titel van dit verhaal is, hoeven we niet te rekenen op een wending in de levensloop van dit ongelukkige duo.


Koppige en niet al te snuggere wezens, zo beziet Van Hassel de mens. Waarom Geert met Jing Jing trouwt mag Joost weten, maar Geerts vriend Michiel (in het verhaal 'De Chinese bruiloft') is zo goed om als getuige naar de vreugdeloze huwelijksvoltrekking op het deelgemeentekantoor te gaan, waarna hij de chronisch glimlachende Chinese ouders een toeristisch middagje moet bezorgen: 'Ik excuseerde me en ging naar de wc. Nadat ik alle teksten die op de deur waren gekrast een paar keer had gelezen, keerde ik terug en bestelde een tweede ronde.' De avond eindigt in dronkenschap, en dat is maar al te goed voorstelbaar.


Eén keer gaat het fout. Een vrouw staat in Amsterdam-Noord te wachten op de pont die haar naar het centrum moet brengen: 'Ik denk eraan hoe de meesten van ons hun bestemming nooit bereiken, dat het verdomd onduidelijk is wat dat is, een bestemming.' Dat mag je denken als je op de pont wacht, vooruit, maar vervolgens gum je die dooddoener enigszins beschaamd vlug uit. Nu Van Hassel dat niet gedaan heeft, moeten we dit een schoonheidsfout noemen.


Verder heerst ze soeverein. Niemand anders die een onrustige vrouw in de metro in slechts twee zinnen kan uittekenen: 'Eenmaal onder de grond gebruikte ze het raam als spiegel. Ze deed haar haar los, toen in een staartje, toch weer los.'


Die is geheid niet naar haar echtgenoot onderweg.


Sanneke van Hassel: Ezels.

De Bezige Bij; 128 pagina's; € 16,50.


ISBN 978 90 234 6744 1.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.