Leidraad wordt bijblad

Het literaire tijdschrift De Gids zal als bijlage van De Groene vermoedelijk meer lezers krijgen. Als de nieuwe broodheer het blad maar niet opvreet.

Het oudste Nederlandse literair-culturele tijdschrift, De Gids 'sinds 1837', zal vanaf april als bijlage bij het opinieweekblad De Groene Amsterdammer verschijnen, acht keer per jaar. Daarmee is het eerbiedwaardige tijdschrift niet verdwenen - er is zelfs uitzicht op meer lezers dan de huidige duizend, aangezien De Groene een oplage van een kleine 20 duizend exemplaren heeft. Maar het gevaar bestaat wel dat het blad van de bedaagde beschouwing zal worden opgevreten door de nieuwe broodheer.


Er was echter geen alternatief. Vanaf 2013 wil staatssecretaris Zijlstra van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stoppen met de donatie van 285 duizend euro die nu nog jaarlijks naar twaalf literaire tijdschriften gaat, omdat er niet voldoende lezers en inkomsten zijn. Grote oplages en inkomsten uit bijvoorbeeld advertenties hebben zelfs de meest vermaarde literaire tijdschriften nooit gehad, maar voorheen was het relatief geringe bereik nooit een argument om op subsidie te beknibbelen, aangezien de status onomstreden was. Tijdschriften golden van oudsher als belangrijk, veel debutanten zijn ooit voorzichtig met een verhaal of gedicht in een tijdschrift begonnen en toen door een uitgever gescout, nieuwe stromingen presenteerden zich allereerst in tijdschriften en literaire discussies, en polemieken speelden zich in hoofdzaak af op de pagina's van die tijdschriften.


Heel vroeger, bijna twee eeuwen geleden, waren tijdschriften de plaatsen waar je boekrecensies van fictie en non-fictie kon aantreffen. De 'Vaderlandsche Letteroefeningen' was er zo een, en omdat auteurs als Potgieter en Bakhuizen van den Brink zich stoorden aan de bekrompenheid en traagheid van dát blad, besloten zij tot de oprichting van een kritisch en verlicht tijdschrift: het maandblad De Gids, pesterige ondertitel: 'nieuwe vaderlandsche letteroefeningen'. Van alles kon daar in worden besproken, zoals de eerste aflevering (te raadplegen op dbnl.nl) al liet zien: van de 'Handleiding tot het stellen van Bliksem-afleiders' tot brieven van Bilderdijk en gedichten van Staring.


De Gids gold als kritisch (de bijnaam was 'de blauwe beul') en erudiet. Halverwege de 19de eeuw maakte Conrad Busken Huet furore met zijn kritieken als 'elektrische slagen', die de middelmaat van de toenmalige Nederlandse letteren aantoonden. Met de oprichting van De Nieuwe Gids in 1885 leken de wereldbestormende Tachtigers het lot van de ingedutte Gids te bezegelen, maar het blad bleef in de luwte toch gewoon verschijnen. Adriaan Roland Holst en de historicus J. Huizinga schreven er begin 20ste eeuw in, en toen halverwege de jaren zestig Harry Mulisch toetrad tot de redactie (met zijn kompanen Han Lammers en W.L. Brugsma), kwam er zelfs weer nieuw elan in de gelederen. Mulisch wilde de oud-Hollandsche sierletter G terug op de omslag ('geen schaamte voor de ouderdom!'), veel politieke bijdragen (het is immers provotijd, ofwel 'revolutie') en stukken van vrienden die tot de eerste leden van zijn praat- en eetgenootschap De Herenclub behoorden.


Kunsten en wetenschappen kunnen niet zonder elkaar, stelde collega-redacteur en bijzonder hoogleraar internationale betrekkingen Godfried van Benthem van den Bergh in 1987 provocatief, dus gaan wij ons niet specialiseren en richten we ons fier tegen de tijdgeest van 'het utilitaire denken, de verwijdering tussen kunst en populair vermaak en de woekering van wetenschappelijke specialismen'. Misschien dankzij die stoïcijnse houding, plus het vanzelfsprekend geachte belang voor de uitgever (en de subsidieverstrekkende overheid) van een literair tijdschrift, heeft De Gids zowaar de 21ste eeuw gehaald, en kun je er in het laatstverschenen nummer (8, 2011) bijdragen aantreffen van wetenschapsjournalist Govert Schilling, hoogleraar iconologie Jeroen Stumpel, componist en dichter Micha Hamel, historicus Floris Cohen en redacteur Roel Bentz van den Berg. Het themanummer heet De horizon en de opening is van boekverkoper Maarten Asscher: 'De horizon: een wenkende (on)eindigheid.' Lezenswaardige essays zonder noemenswaardige urgentie, in een wellevende stijl geschreven en in een tempo dat verwijst naar vervlogen tijden, dat is De Gids.


Duizend lezers waren er tot voor kort nog over. De redactie bezweert dat ze onafhankelijk blijft, ook nu De Gids vanaf april acht keer per jaar als extraatje op Berlinerformaat bij een weekblad gaat verschijnen, en de pretentieuze naam niet meer met goed fatsoen kan worden gevoerd. Het zou niettemin knap zijn als De Gids, ook al is het tijdschrift met deze verhuizing een bijproduct geworden, stand blijft houden. Maar de viering van het tweehonderdjarig bestaan is nog heel ver.


Sinds 1837


Het literair-culturele tijdschrift De Gids gold als kritisch en erudiet. Halverwege de 19de eeuw maakte Conrad Busken Huet er furore en later schreven Adriaan Roland Holst en de historicus J. Huizinga voor het blad. In de jaren zestig blies Harry Mulisch De Gids nieuw leven in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden