Column

Leiden sociale media tot luie journalistiek?

Ombudsvrouw

Een VVD-Kamerlid reageert er op een PvdA-minister. Jihadisten tonen er hun nieuwste onthoofding. Kolder over een compositietekening bij Opsporing Verzocht, die op een stoet Bekende Nederlanders lijkt. Een pleidooi tegen een asielzoekerscentrum wordt er 234 keer gedeeld.

Er gaat vrijwel geen dag voorbij of Twitter of Facebook worden als bron in de krant genoemd. Tijdens revoluties en rampen hebben sociale media hun uitzonderlijke nieuwswaarde onmiskenbaar bewezen. In een mum van tijd leggen journalisten contact met ooggetuigen duizenden kilometers verderop - dat bleek ook nu weer tijdens de protesten in Hongkong.

Dichter bij huis zijn sociale media eveneens een belangrijke nieuwsbron. Neem het bericht 'Persoon gewond afgevoerd na schoten door Haagse politieagent', vorige week dinsdag. Het nieuws over de schietpartij kwam 's avonds laat op de redactie binnen. De politie wilde nauwelijks iets kwijt, maar de avondcoördinator en -verslaggever kwamen op Twitter wel informatie tegen. Dat verwerkten ze in hun bericht: 'Volgens verschillende ooggetuigen op Twitter was het slachtoffer een inzittende van een auto die door de politie was aangehouden.'

'Ooggetuigen?', vraagt een lezer. Heeft de krant dat gecheckt? Nee, reageert de avondcoördinator, want ze werkten tegen de deadline aan. Maar de meeste tweets kwamen van een regionale site met een deugdelijke reputatie. Bovendien bevatten enkele berichtjes straatfoto's die de authenticiteit versterkten.

Op zich legitieme redenen om de tweets te gebruiken. De bronvermelding had wel preciezer gekund, bijvoorbeeld door de regionale site te noemen of door te melden dat de tweets afkomstig zijn van mensen die zéggen dat zij de schietpartij zagen. Dat lijkt misschien een futiel verschil, maar het is wel wezenlijk. Als een verslaggever ter plekke mensen spreekt, kan hij doorvragen en inschatten hoe betrouwbaar de bron is. Die toets ontbreekt op Twitter als er geen contact wordt gelegd. Iedereen kan wel beweren dat hij ooggetuige is.

Ook andere journalistieke richtlijnen schieten er weleens bij in als het informatiewalhalla op sociale media zich openbaart. Sommige mensen hebben werkelijk een broertje dood aan hun eigen privacy en delen alles. Feitelijk zijn hun berichten vogelvrij - handig voor de autoriteiten, bedrijven en journalisten. Dat betekent niet dat journalisten ze ook móéten gebruiken.

Recentelijk ging het mis in een profiel over Mario D., de chauffeur van de monstertruck die het noodlottige ongeluk in Haaksbergen veroorzaakte. Aan het einde stond een passage over echtgenote Gina, die ook bij de 'Monster Mania shows' is betrokken en daarvan foto's op haar Facebookpagina plaatst. 'Behalve foto's van verschillende shows van het Eurol-stuntteam biedt Gina op haar onlinepagina puppies aan en ventileert ze haar afkeer van asielzoekers. Dat zijn 'criminelen en tasjesrovers', en 'zwarten' die 'ons land overnemen' - zo valt daar te lezen.'

Behoorlijk wat lezers stoorden zich eraan. 'Ongepast en irrelevant', mailt er een. De citaten 'appelleren aan onderbuikgevoelens', schrijft een ander. 'Daarbij voegen ze niets toe aan het inzicht in het gedrag van de bestuurder.' Dat had het referentiekader moeten zijn. Tenzij Mario D. op een groep asielzoekers of puppyhaters inreed, doet de passage niet ter zake.

De verslaggever heeft daar niet bij stilgestaan. Hij wilde slechts 'het tokkiemilieu' van D. schetsen. Normaliter moet een verslaggever al zorgvuldig afwegen of een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is gerechtvaardigd. Bij verdachten, slachtoffers én hun familie geldt dat des te meer (daarom hanteert de redactie de initialenregel). Daar komt bij dat de citaten over asielzoekers niet Gina's woorden betreffen, maar uit een verzonnen sinterklaasliedje komen dat zij heeft gedeeld.

Het gebrek aan context bij sociale media irriteert vaker. Zodra tweets als voxpop opduiken, melden zich lezers. Waarom zou een groepje twitteraars - deels communicatie- en mediaprofessionals - representatief zijn voor de stem des volks? Een terechte vraag. De twitterpopulatie lijkt mij net zo exemplarisch voor 'de gewone man/vrouw' als bijvoorbeeld de bezoekers van het Oerolfestival op Terschelling.

Sociale media zijn een geweldige informatiebron, maar leiden tot luie journalistiek als alleen maar wordt gemeld wat er wordt getwitterd, geliked en geshared - en niet waarom. Een telefoongesprek met een twitteraar zou zomaar een verrassend verhaal kunnen opleveren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.