Lego

'Pap, mogen we de Lego verkopen?'..

Martin Bril

Zo'n vraag kan alleen aan de vooravond van Koninginnedag worden gesteld, want dan vlamt de handelsgeest in het moderne kind op.

'Nee', zegt pap.

'Waarom niet? Niemand speelt er mee.'

'Daarom niet', zegt pap – kortaangebonden en sjacherijnig omdat er een miezerige regen valt.

'Daarom is geen reden', klinkt het fel terug. 'Wat moeten we dan verkopen? De Barbies? De Playmobil? Boeken? De cd's van Ibbeltje? Kleren?'

'Overleg het maar met mama', zegt pap. Minder is meer is zijn motto, maar hij houdt er toch niet van als de kinderen op straat hun bezittingen verkopen.

'Van mama mag het.'

'Van mij niet, en het is óók mijn Lego.'

Daar hebben ze niet van terug en vol onbegrip druipen ze af. Ongetwijfeld komen ze er ook nog wel een paar keer op terug, waarschijnlijk staat de Lego zelfs al klaar om verscheept te worden naar de straathoek die het kroost op de korrel heeft om hun handel uit te stallen.

Maar het is echt ook mijn Lego.

Het zit in een grote kist, bijna een vierkante meter groot, met allemaal vakken en een deksel dat je er op moet schuiven. De kist kreeg ik ooit op een verjaardag: misschien werd ik tien, of elf. Het kan zijn dat mijn vader hem zelf heeft getimmerd, ik zou hem dat eens moeten vragen. Ik had al een boel Lego op die leeftijd, maar bewaarde het in schoenendozen en van die tonnen met een plastic deksel waar zeep in werd verkocht, de lucht ging er nooit uit. Met de kist kwam ook mijn eerste Lego-garage, een bouwwerk met twee verdiepingen en een benzinepomp.

Veel mee gespeeld.

Toen ik ouder werd, verdween de kist uit beeld – broertjes namen hem in bezit en voegden er hun Lego aan toe: steeds ingewikkelder dingen, Lego werd technischer. Toen ook zij te oud waren om er mee te spelen, borgen mijn ouders de kist op, in afwachting van kleinkinderen. Zo kwam de kist uiteindelijk weer bij mij terecht, en er zijn jaren geweest dat mijn kinderen er volop mee speelden, en ik dus ook weer, om ze te helpen met torens, huizen, kastelen, bruggen, vliegtuigen, vreemde auto's. Sinterklaas bracht regelmatig de nieuwste snufjes van het Deense speelgoed langs, zelfs toen het al te laat was en de belangstelling voor Lego verdwenen. Er werd dan nog wel even mee gespeeld, maar de hartstocht was weg, dat zag je meteen.

Hoe enthousiast Lego ook met de tijd mee is gegaan, de grootste aantrekkingskracht ligt in de eenvoud en de tijdloosheid van de stenen, rood en wit, drietjes, tweetjes en eentjes die je zo leuk aan het puntje van je tong kunt hangen door aan de onderkant van het blokje te zuigen. Alles wat er later bij kwam, was mooi meegenomen, maar toch niet echt nodig – met die blokken kon je een wereld bouwen.Ach ja.

En nu ligt morgen de Lego op straat, als ik niet oppas. Dus pap klimt de trap op om te inspecteren wat de kinderen hebben verzameld om op hun kleed uit te stallen. De kist met Lego, ziet hij, is er niet bij. Wel gaan er heel wat Barbies en oude knuffels in de verkoop en is er een grote oude portemonnee gevonden om de opbrengst in te bewaren.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden