Nieuws Verplaatste demonstraties

Leggen burgemeesters demonstranten te makkelijk beperkingen op? ‘Shockeren is ook demonstreren’

Binnen een week hebben burgemeesters in Utrecht en Den Haag besloten om een geplande demonstratie bij een moskee te verplaatsen. Schenden de betrokken burgemeesters daarmee het recht op demonstreren?

Burgemeester van Utrecht Jan van Zanen heeft een demonstratie van anti-islambeweging Pegida door de politie laten beëindigen omdat onrust was ontstaan. Tegenstanders bekogelden een handvol Pegida-aanhangers die betoogde voor een moskee in de wijk Lombok. Beeld ANP

Anti-islamorganisatie Pegida mag woensdagavond niet demonstreren voor de grootste moskee van Utrecht op het MoskeepleinLocoburgemeester Kees Diepeveen wil dat Pegida de aangevraagde demonstratie ‘uit het oogpunt van openbare orde en veiligheid’ op een andere locatie houdt. Vorige week werd een voor de As Soennah-moskee geplande demonstratie van de extreemrechtse groepering Identitair Verzet in Den Haag ook al verplaatst. 

De vraag is of de betrokken burgemeesters daarmee het recht op demonstreren schenden. In maart van dit jaar concludeerde de Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen dat gemeenten demonstranten te snel beperkingen opleggen, bijvoorbeeld door ze een andere locatie dan de aangevraagde toe te wijzen. En dan met name bij demonstraties over controversiële onderwerpen zoals Zwarte Piet en de islam. ‘Het recht op demonstreren gaat voor. De overheid moet helpen dit te verwezenlijken, ongeacht de boodschap of het draagvlak van de aanvrager. De essentie van het grondrecht tot demonstreren moet voorop staan,’ zei de Nationale Ombudsman toen.

Handboek voor gemeenten

Als reactie hierop heeft Amsterdam een handboek gemaakt voor gemeenten. ‘Een demonstrant is geen tegenstander, maar iemand die de vrijheden benut die hem of haar zijn toebedeeld door de Grondwet’, is de eerste zin van dit boekwerk dat de gemeente begin deze maand heeft overhandigd aan de minister van Binnenlandse Zaken. ‘Een vreedzame demonstratie is dan ook eerder de openbare orde dan een verstoring van die openbare orde.’

Toch besloot de Haagse burgemeester Pauline Krikke vorige week tot een verplaatsing van de voor de As Soennah-moskee geplande demonstratie van Identitair Verzet. De groep mag komende zondag (28 oktober) demonstreren op een locatie in het centrum. En Pegida mag woensdagavond wel een demonstratie houden op een grasveld naast een centraal gelegen parkeergarage.

Verwachte ‘wanordelijkheden’ 

Vanwege verwachte ‘wanordelijkheden’ van tegendemonstranten, zo verantwoorden beide burgemeester hun besluit. De nieuwe aangewezen plekken liggen centraal en daar kan volgens hen de veiligheid beter worden gegarandeerd. Ook verwijzen beide burgemeesters naar de ongeregeldheden die 5 oktober in Utrecht ontstonden bij de Pegida-demonstratie voor de moskee.

Pegida Nederland reageerde ongezouten op zijn Facebookpagina: ‘Burgemeesters in Nederland schijten in hun broek, en belonen islamgeweld door demonstraties te verbieden voor moskeeën!’ Moskeevoorzitter Yucel Aydemir van de Utrechtse ULU-moskee noemt het besluit van de gemeente ‘verstandig’. ‘Iedereen heeft het recht om te demonstreren of tegen de islam te zijn. Maar wat Pegida doet is geen demonstreren, maar provoceren.’

‘Shockeren valt onder het recht op demonstreren’, zegt universitair docent Berend Roorda van de Rijksuniversiteit Groningen, gepromoveerd op demonstratierecht. ‘Voor gemeenten is het vervelend dat de groep voortdurend de grenzen opzoekt.’

Tot uiterste inspannen om demonstratie mogelijk te maken

Roorda onderschrijft de conclusie van de Nationale Ombudsman, dat burgemeesters zich tot het uiterste moeten inspannen om de demonstratie mogelijk te maken, hoe ‘schurend’ het onderwerp ook. Dat gemeenten niet te gemakkelijk moeten besluiten om een demonstratie dan maar te verplaatsen.

Pegida demonstreerde vrijdagavond 5 oktober wel op het plein voor de Turkse ULU-moskee. De vijftien aanwezige demonstranten van Pegida werden toen door omstanders bekogeld met eieren, tomaten en blikjes bier. Al snel liet de Utrechtse burgemeester Jan van Zanen de demonstratie afbreken.

De vlam sloeg volgens moskeevoorzitter Aydemir in de pan toen de Pegida-voorman Edwin Wagensveld ‘letterlijk zei dat hij over onze profeet wilde schijten’. ‘Eerst bij een kleine groep jongeren. Daarna ontstond een groepsproces dat voor ons niet meer te handhaven was’, aldus de moskeevoorzitter.  

Dit is volgens Aydemir ook het doel van Pegida. ‘Ze willen problemen veroorzaken. En dat kost vervolgens veel geld aan politie-inzet.’ Maar volgens Pegida-voorman Wagensveld is het net andersom. De tegendemonstranten hebben met hun gewelddadige acties hun zin gekregen: Pegida mag niet meer voor de moskee demonstreren.  

‘Het zou inderdaad kwalijk zijn als die jongeren op 5 oktober met hun gewelddadigheden bewerkstelligd hebben dat er nu niet meer voor de moskee mag worden gedemonstreerd’, zegt universitair docent Roorda. Een burgemeester mag een demonstratie, waarbij hij enkel wanordelijkheden verwacht van de kant van de tegenstanders, alleen verbieden als hij kan aantonen dat de verwachte wanorde zo ernstig is dat hij deze zelfs met de inzet van veel politie niet in toom kan houden. ‘Door die ongeregeldheden hebben de gemeenten dus wel een argument om de demonstratie te verplaatsen’, denkt Roorda.

 Verplaatsing niet te ver van de aangevraagde plek

Belangrijk is daarbij, zegt Roorda, dat ze bij die verplaatsing niet te ver van de aangevraagde plek moeten demonstreren, en ook niet op een afgelegen plek waar ze geen publiek bereiken. ‘Denk aan de intocht van Sinterklaas. Veel mensen vinden het vervelend als er dan gedemonstreerd wordt tegen Zwarte Piet. Maar juist dan en daar kunnen demonstranten hun punt maken.’

Dat er van de kant van Pegida slechts vijftien man kwamen opdagen en dat hun demonstratie als provocatie werd beschouwd, mag niet meespelen in de afweging van burgemeesters. Bij meer dan twee personen kan worden gesproken van een betoging, het aantal maakt niet uit. De manier waarop een betoging wordt vormgegeven speelt geen rol in de jurisprudentie.

Aandacht, al dan niet door de heftige tegenreacties

Pegida vroeg eerder van de burgemeesters toestemming om in juni tijdens de islamitische vastenmaand varkens te mogen roosteren voor een aantal moskeeën. Ook toen besloot de gemeente Utrecht hun een andere locatie toe te wijzen, waar bovendien niet mocht worden gebarbecued. Roorda: ‘Pegida heeft hoe dan ook succes. Als een burgemeester hun demonstratie verbiedt, zeggen ze: zie je wel hoe ze ons beknotten, en krijgen ze aandacht. En als ze wel mogen demonstreren, krijgen ze ook aandacht, al dan niet door de heftige tegenreacties.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.